vrijdag 5 februari 2016

Carnavalsoprocht


Een frommelig papiertje is half door de brievenbus geduwd. Het is een briefje van de basisschool een straat verderop, waarmee ze omwonenden laten weten dat vrijdagmorgen 5 februari de jaarlijkse carnavalsoptocht gelopen wordt. Ze hopen dat we er zo min mogelijk last van zullen hebben. En: ‘Het zou ontzettend leuk zijn als u uw huis / de oprit versiert en tussen 11.00 en 11.45 harde carnavalsmuziek uit uw huis laat klinken!’ 

We krijgen zo’n briefje ieder jaar, want de optocht komt ieder jaar voor ons huis langs. Ik ben van huis uit geen carnavalsvierder, maar als ik thuis ben, wil ik best wat slingers buiten hangen. Een kleine moeite en het is leuk voor de kinderen als de straten vrolijk versierd zijn. De harde carnavalsmuziek laat ik liever aan anderen over.

Om halftien knoop ik de drie lange, plastic vlaggetjesslingers die ik in huis heb aan bomen, struiken en lantaarnpalen. Om kwart voor tien stap ik op de fiets om naar het zwembad te gaan, want ik ben nou ook weer niet zó betrokken bij de schooloptocht dat ik mijn wekelijkse zwem-uurtje ervoor laat schieten. Er is verder nog niets versierd, maar wat niet is, kan nog komen.

Als ik om kwart over 11 met natte haren terug kom fietsen, kan ik ineens niet verder. Een sliert verklede kinderen, juffen en een enkele meester neemt de hele straat in beslag. Ik loop langzaam over de stoep verder. In de optocht zie ik mijn buurjongen, die in groep acht zit en voor de laatste keer meedoet. Hij groet me een beetje verlegen. Een man in een hartenpak geeft me een snoephartje dat ik lachend aanpak. Op de hoek van mijn straat staat een standaard met twee enorme speakers, waar carnavalsmuziek uit komt denderen.


Ze laten de muziek duidelijk niet van de omwonenden afhangen, en dat is maar goed ook, want er is niet één huis waar muziek uit klinkt. Er is ook weinig versierd in de straat. Behalve mijn slingers hangen er bij één ander huis trossen kleurige ballonnen. De kinderen treuren er niet om. Die lopen feestelijk te flaneren, te kletsen of met de muziek mee te zingen. Het ziet er gezellig uit.

Erg lang is de optocht niet. Na een paar minuten kan ik oversteken en mijn fiets in de schuur zetten. De muziek blijft nog een tijdje aan; tot de hele ronde gelopen is en alle kinderen de school weer in gaan. Dan worden de boxen weggehaald en ik haal mijn wapperende vlaggetjes weer binnen. Tot volgend jaar als er weer zo’n briefje door de bus geduwd wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...