vrijdag 22 juni 2018

Gras eten

Omdat mijn oog langer blijft prikken en jeuken dan voor een oogontsteking te verwachten is, heb ik toch maar een afspraak gemaakt met mijn huisarts. Dokter T. is een prettige arts. Hij legt altijd rustig uit waarom hij iets vermoedt of vindt en neemt zijn patiënten (mij tenminste) serieus.

Bovendien heeft hij bij onze allereerste ontmoeting mijn hart gestolen door fronsend naar mijn gegevens te kijken en te constateren dat er een fout gemaakt moest zijn. Dit kon niet mijn geboortedatum zijn want ik was toch veel jonger. (Maar het klopte dus wel)

Vandaag stelt hij me gerust over mijn oog. Het is niet abnormaal dat het nog irriteert, hij vermoedt zelfs dat de zalf die ik vorige week bij de dokterspost kreeg, het geprik en gejeuk kan veroorzaken. “Maar die zalf heeft wel geholpen,” zeg ik. “Na twee dagen was m’n oog al veel minder dik en had ik minder last.” Hij antwoordt: “Je had ook gras kunnen eten, dan was het na twee dagen misschien ook beter gegaan.” Daarna haast hij zich om uit te leggen dat dat bij wijze van spreken is, want zijn patiënten moeten natuurlijk niet denken dat hij gras als medicijn voorschrijft. 

Als afsluiting van het consult zegt dokter T dat ik, als de klachten toch blijven of verergeren, natuurlijk weer kan bellen. Hij glimlacht: “Je loopt bij mij de deur niet plat, dus je hebt nog wel wat ruimte.” Over die zin blijf ik een tijdje nadenken.
 Toen ik vorige week ’s avonds laat de huisartsenpost belde omdat ik binnen een uur uit het niets een dik, pijnlijk, tranend oog kreeg, vroeg ik me af of het eigenlijk wel onder ‘spoed’ viel. Blijkbaar wel, want ik kreeg meteen een afspraak. En ook vanmorgen voelde ik me een beetje als een aansteller om nu met een geïrriteerd oog bij mijn huisarts te zitten.

Maar uit wat hij zegt, begrijp ik dat hij me niet als een zeur-patiënt beschouwt. Ik heb nog wat ruimte. Fijn om te weten, en ik ben zeker van plan om dat voorlopig zo te houden. Wat dat oog betreft, gaat dat ook vast lukken, want na een zalfloze dag voel ik er nu al bijna niks meer van.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...