vrijdag 6 maart 2020

Betrokken schoonouders

Op de Facebook pagina van mijn neef Ad wemelt het van de complimenten, bedankjes en andere blije berichten van mensen met schilderachtige namen. Meestal in meer of minder gebrekkig Nederlands en soms in andere talen. Dat is eigenlijk niet de bedoeling, want de pagina hoort bij zijn taalschool, waar Nederlands als tweede taal wordt onderwezen. En volgens de spelregels wordt daar in het Nederlands gecommuniceerd. De naam van mijn neef is alom bekend en zijn lesmaterialen worden veel gebruikt.

Op een ochtend word ik gebeld door een Afghaanse vrouw, die me in goed Nederlands uitlegt dat haar schoonzus op zoek is naar hulp met Nederlandse les. Zij zelf heeft les van mijn neef gehad en haar man ook. Maar diens taalschool is in Noord-Holland en de schoonzus woont in Nijmegen. Ad had gezegd dat ik haar misschien zou kunnen helpen… Ik aarzel en leg uit dat ik niet, zoals mijn neef, een echte docent ben. Ze zegt dat dat oké is, en dat haar schoonzusje op zoek is naar een taalmaatje. Ik aarzel nog steeds en vraag om bedenktijd. Maar als ik de telefoon neerleg, weet ik eigenlijk al dat ik het ga doen.

Twee weken later bel ik op vrijdagmorgen aan bij een rijtjeshuis in een Nijmeegse buitenwijk. Een oudere man doet open, begroet me enthousiast en laat me binnen in een huiskamer, waar op een lage tafel schaaltjes met cake, chocola, dadels en nootjes staan.
“Ga zitten, ga zitten.” 
Terwijl ik op de bank plaatsneem, komt er een mooie, jonge vrouw binnen. Het is S., die een beetje verlegen mijn hand schudt en er bij komt zitten. De man is haar schoonvader en ook haar schoonmoeder voegt zich bij ons. Verwachtingsvol kijken ze naar onze kennismaking. Ik vraag S. een paar dingen. Ze is pas een paar maanden in Nederland, spreekt goed Engels en ze leert de Nederlandse taal niet op school, maar met een paar lesboeken, online materiaal en hulp van haar schoonfamilie.

Ik probeer uit te vissen wat mijn bijdrage kan zijn en maak nog een keer duidelijk dat ik wel kan helpen, maar geen docent ben. Ik vraag haar om me de boeken te laten zien en samen bekijken we wat lessen die ze al gemaakt heeft. Al die tijd zit schoonpa ernaast en loopt de schoonmoeder met thee heen en weer. Als we met de boeken aan de grote tafel gaan zitten blijft de man vanaf de bank toekijken. Ik vraag S. als oefening om me  in het Nederlands iets over haar huis te vertellen en hij souffleert: ‘slaapkamer’, ‘douche’. Ik moet lachen, kijk naar hem om, wijs op S. en zeg: “Nee, zíj moet oefenen!” O ja. Hij houdt gauw z’n mond.

Als ik in het Engels met S. overleg over wat ze van mij verwacht, zegt schoonpapa tegen me dat we beter Nederlands kunnen spreken. Jaja.
Ik spreek met S. af dat we vooral gaan oefenen met spreken. Voor volgende week zal ik wat thema’s en oefeningen verzinnen. Dan sta ik op om naar huis te gaan. Op dat moment komt schoonmama met een bord vol fruit binnen. Ik moet nog even blijven om iets te eten en schoonpa begint enthousiast over zijn volkstuin te vertellen. Hij belooft me deze zomer groente in overvloed en vertelt dat ik volgende week Afghaanse rijst krijg. Zo beleefd mogelijk hou ik het allemaal af. Kom op , we hebben pas net kennisgemaakt, laten S. en ik eerst maar eens kijken of onze samenwerking iets op gaat leveren.

Als ze heel even met me alleen in de kamer is, zegt ze zachtjes dat ze volgende week liever wil oefenen zonder haar beide schoonouders erbij. Misschien kunnen we naar de zolder gaan. Dat lijkt me een prima idee, want ze zijn echt heel lief en vriendelijk, maar een beetje ongemakkelijk voelt het allemaal wel.  Ik ben benieuwd of het lukt om volgende week ongestoord Nederlandse gesprekken te oefenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...