zondag 13 september 2020

Drijvend riet

Het riet is hier gemaaid. Overal om ons heen zien we plukken drijven. Ik probeer de kano er zo goed mogelijk tussendoor te sturen, maar toch horen we regelmatig zo’n plak onder de aluminium bodem door schuren. H en ik zakken in een gehuurde Canadese kano het riviertje de Regge af. Terug naar Ommen, waarvandaan we naar het startpunt zijn gebracht.

De instructies waren simpel: gewoon met de stroom mee varen tot de Regge bij de Vecht uitkomt. En daar naar rechts, pardon Stuurboord, de Vecht op.

Zodra we afvaren zijn we omgeven door een natuurgebied waar je niets anders hoort dan de vogels en het zachte geplas van onze riemen. Af en toe zien we in een flits een ijsvogel die laag over het water scheert en dan weer verdwijnt in de struiken langs de oever.

Zwaluwen stuntvliegen in groepjes boven land en water. Een reiger landt in het riet. We roeien er kalmpjes tussendoor, speurend naar het blauw van de ijsvogeltjes. Eén keer zien we er een boven het water hangen en dan duiken naar een vis.

We zijn al ruim een uur onderweg als we tussen het drijvende riet terechtkomen. Het wordt steeds meer en we zien dat er verderop een lage barrière dwars over de rivier ligt, waar het riet achter blijft liggen. De jongen die ons met kano en al wegbracht, heeft iets gezegd over zo’n barrière: ‘als je even goed vaart maakt, kom je daar makkelijk met de boot overheen.’

Dus maken we vaart, maar in dit drijvende rietveld heeft dat weinig zin. We lopen vast. Hier komen we nooit doorheen. Met moeite wrikken we de kano achteruit en dan naar de kant. Langs de oever is een smalle opening tussen de barrière en de wal. Daar proberen we de boot doorheen te krijgen. Samen trekken we vanaf de kant aan het touw dat aan de kano zit. De boot  helt griezelig schuin over en komt dan met z’n neus in een veldje munt terecht. Maar hij is aan de andere kant.

We stappen weer in de boot en zijn nu in rietvrij water. Dat vaart een stuk makkelijker.
Een uurtje later draaien we de Vecht op om de laatste paar kilometer stroomopwaarts te roeien naar Ommen. Ruim twee en een half uur hebben we erover gedaan. Het was een prachtige tocht, maar nu is het wel erg fijn om weer rechtop te staan en de benen te strekken.


2 opmerkingen:

  1. Leuk stukje en leuk om eens zo'n impressie te lezen van iets
    wat we zo goed herkennen.
    Elk jaar komt deze tocht terug in het vaarprogramma van onze vereniging.
    We voelen ons gezegend om te mogen wonen in deze schitterende omgeving en zijn er trots op als anderen er ook van kunnen genieten.
    Mogen we deze appelpunt publiceren in ons clubblad?

    M.vr.gr. Minko Kerssies/ Kanovereniging Hardenberg-Vecht

    BeantwoordenVerwijderen

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...