donderdag 26 november 2020

Kapotte deuren

Als ik de straat in fiets voor m’n vaste woensdagmiddagbezoekje aan mijn Syrische vriendin zie ik meteen al dat de kinderen in de tuin aan het spelen zijn. De oudste zit op een stoel die bovenop een berg aarde in de tuin geplant is. Hij heeft een papieren mijter op en een rode mantel om. Om hem heen lopen zijn jongere zusjes en een vriendje uit de buurt.
Ik word luidruchtig begroet terwijl ik m’n fiets op slot zet.

“Hé, Sinterklaas,” zeg ik tegen A.
“Die komt pas op 5 december hoor,” antwoordt hij. De kinderen zijn intussen goed op de hoogte van deze Nederlandse traditie, al weet ik dat de verlanglijstjes in hun schoenen van een on-nederlandse bescheidenheid zijn. A. wil graag een spelletje en zusje D. wil pepernoten. De jongere zus weet nog niet wat een verlanglijstje is. Ze is bijna drie en verstaat goed Nederlands, maar praat alleen Arabisch.

De huisdeur staat open en binnen sleept mijn vriendin met een doos die naar buiten moet
. Te kleine kleding die naar een buurvrouw gaat. Als de doos buiten staat, laat ze zien dat het slot van de deur kapot is. Ze heeft het nog maar net ontdekt; van buitenaf kan de sleutel er wel ingestoken worden, maar open- of dichtdraaien lukt niet. Ze is blij dat ze zich niet buitengesloten heeft terwijl de baby binnen lag te slapen.

We morrelen een tijdje, maar er is geen beweging in de sleutel te krijgen. Dan roept ze dat ik binnen moet komen en gaat ze koffie maken. Even later zitten we in de kamer en zijn alle kinderen ook binnengekomen. Ze moeten me van alles laten zien en vertellen. Kleine T. in het Arabisch, af en toe vertaald door haar zus.

“Vandaag is de deur gevallen. Op mijn hoofd,” vertelt D. en wijst naar de binnendeur van de gang naar de kamer. Ik denk dat ze weer eens een fantasieverhaal vertelt, maar haar moeder knikt en laat zien dat de scharnier los aan de deur hangt. Gelukkig liep het goed af, maar er moet wel iets gebeuren met die deur. Ze zucht. “Wat doen?”

Ik herinner me dat ik ooit formulieren heb gezien van hun woningcorporatie en ga op zoek naar het telefoonnummer. Het is al laat in de middag, maar de dame die ik aan de lijn krijg, gaat meteen kijken of er nog iemand kan komen. Even later is ze terug:
“Er komt iemand langs, over een kwartiertje.”
En jawel, een tijdje later staat er een gemoedelijke man op de stoep. Het is een bekend probleem en hij lost het in no time op. En hij wil ook nog wel even naar de binnendeur komen kijken.
“Daar moet een nieuwe deur in,” zegt hij meteen en ook dat ie daar morgen voor langs zal komen. Als ik vraag of dat de familie geld gaat kosten, zegt hij dat dat wel goedkomt. Maar als hij even vluchtig rondkijkt, raadt hij wel een onderhoudsabonnement aan.

N. is opgetogen dat het zo snel geregeld is. Hoe dat werkt met een onderhoudsabonnement zoeken we volgende week wel uit, want het is nu hoog tijd dat ik naar huis ga.
“Naar huis? Waarom?” roept N. zoals elke week. “Omdat ik vandaag aan de beurt ben om te koken,” vertel ik. En dat vindt ze een goede reden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...