zondag 18 april 2021

Nederlands spreken

Vorige week hadden ze een coronaverdenking, maar na een negatieve test staat het sein weer op groen en kom ik woensdagmiddag voor m’n wekelijkse bezoekje bij N. en haar gezin. Nu het ineens weer koud is, zitten ze veel binnen en vooral haar man H. baalt ervan. De kapperszaak waar hij werkt, heeft door de corona te weinig klandizie, dus er is geen werk voor hem.
Terwijl veel Nederlanders dan gaan klussen of in de tuin werken, is dat voor H. ondenkbaar. In Syrië laat je voor ieder klusje iemand komen die gespecialiseerd is in wat er dan ook moet gebeuren. Vooral toen ze hier nog maar pas waren, verbaasden ze zich erover dat hier in Nederland iedereen van alles zelf doet en kan.

Het is ramadan, maar ik krijg, ondanks protesten, toch koffie met een stukje zelfgebakken cake. De baby slaapt. In een hoekje van de kamer zit driejarige T. te kleuren. Haar grote zus holt heen en weer door de kamer, komt me een tekening brengen, klimt tegen de deurstijlen omhoog, springt op de bank, rent naar de gang… N. zucht dat ze zo druk is en zo weinig eet. Zo blijft ze altijd klein, dun en bleek. Moet ze zich zorgen maken?

Ze vertelt dat T. juist rustig is. ‘Niet roestieg’ klinkt uit het hoekje. En om dat te bewijzen springt T. op en begint net als haar zus door de kamer te rennen. Die spreekt haar in het Arabisch toe, waarop het antwoord verrassend in het Nederlands komt:
‘Boeie’.
 Zus D. pakt plagend een bal af die T. in haar handen heeft en die roept nog een keer ‘boeie’, ze draait zich uitdagend naar mij en haar moeder en herhaalt ‘boeie’. En dan ‘Shit’.
‘ooh,’ zegt haar zus en T. doet er nog een schepje bovenop: ‘shit, what the fuck!’


Nu pakt haar moeder haar bij de arm, kijkt haar aan en vertelt haar ernstig iets in het Arabisch; waarschijnlijk dat ze dat niet mag zeggen. Even zit ze op de grond te spelen met een paar plastic poppetjes. Dan pakt D. haar een popje af en roept ze in duidelijk Nederlands: ‘Hou op!’ En nog een keer ‘HOU OP’.

N. heeft zich vaak tegen me beklaagd dat T. zo weinig gelegenheid krijgt om Nederlands te leren. Ze weigert naar het kinderdagverblijf te gaan (zie Eigenwijze peuter) en haar oudere broer en zus spreken met elkaar wel Nederlands, maar met haar alleen Arabisch.
Als ik haar vandaag bezig hoor, denk ik dat ze binnenkort, als er veel buiten gespeeld wordt in de buurt, snel genoeg bijleert. Misschien wel meer dan haar moeder lief is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...