zaterdag 24 juli 2021

Invasieve exoot

Midden op het fietspaadje staat een moeder met een klein meisje. Als ze mij op de fiets zien aankomen, trekt de moeder het kind achter zich, maar gaat zelf nauwelijks opzij. Ze kijkt aandachtig naar iets op het pad. Ik fiets ze voorzichtig voorbij en kijk dan nieuwsgierig om, om te zien wat er zo interessant is. Tien meter verderop stop ik, ik loop met de fiets een stukje terug.

‘Een rivierkreeftje’, zeg ik tegen de moeder.
Ze knikt, terwijl ze met een lange rietstengel zachtjes tegen het beestje aanduwt. Haar dochtertje jammert een beetje:
‘Ik wil dit niet’.
‘Ja, nog even wachten. Ik wil hem even van het fietspad afhebben.’
Ze wendt zich naar mij: ‘Waar ik eerst woonde, hadden we er zó veel! Soms zag je er wel tien tegelijk. Ik probeer hem de berm in te krijgen, maar oppakken gaat me te ver.’
Geduldig leidt ze het donkerrode rivierkreeftje naar de kant.
‘Dat snap ik,’ zeg ik en denk aan de berichten die ik over deze ongewenste invasieve exoten heb gelezen.
‘Ik weet wel dat het eigenlijk helemaal niet goed is dat ze hier zijn,’ zegt ze alsof ze mijn gedachten raadt. ‘Maar ik breng hem tóch in veiligheid.’
Ik lach naar haar. ‘Ja, we moeten ze eigenlijk opeten.’
‘Nou, daar voel ik toch weinig voor,’ ze kijkt fronsend naar het beest. ‘Een grote kreeft vind ik nog wel lekker, maar dit…’
Ik ben het met haar eens. Erg aantrekkelijk ziet ie er niet uit met z’n minuscule lijf en z’n grote scharen. Intussen heeft de vrouw hem bijna bij de berm gekregen
 ‘Als je weg bent, kruipt ie waarschijnlijk meteen het pad weer op,’ zeg ik opgewekt.
‘Sja,’ ze geeft hem een laatste duwtje. ‘Dan moet ie het zelf maar weten.’ Dan zit de kleine exoot in het gras.
‘Zo,’ zegt de vrouw, ‘m’n goede daad voor vandaag gedaan.’
Het meisje, dat gestopt is met jammeren en van achter haar moeder toekijkt, knikt opgelucht.
‘Nu gaan we naar huis.’ Ze zegt het half tegen haar moeder en half tegen mij.

Ik wens ze een fijne dag en draai me om om verder naar het dorp te fietsen. Daar doe ik een snelle boodschap en een kwartier later ben ik terug op dezelfde plek. Ik fiets langzaam en kijk of ik het rivierkreeftje nog ergens zie. Maar dat is verdwenen. Waarschijnlijk in het slootje langs het pad. Om daar de boel kaal te vreten, want dat schijnen invasieve exoten te doen.
Ach, zolang het hier bij een enkel exemplaar blijft, maak ik me er niet druk over.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...