zaterdag 15 januari 2022

Bomen planten

Er staat een grote vrachtwagen op de weg vlak voor de ingang van de Waalgaard. Ik zie dat er een paar perenbomen met kluit op staan. Die zijn dus verkocht en worden nu opgehaald. Dat is goed, want deze perenboomgaard is bezig omgevormd te worden tot een voedselbos.
Voorzichtig begin ik langs de lange, lage laadbak te fietsen over het smalle stukje weg dat er over is. Maar dan begint de vrachtwagen te rijden en blijf ik staan. Ik zie de chauffeur in de spiegel, dus hij moet mij ook kunnen zien, maar ik weet niet zeker of hij oplet en ben bang mezelf klem te rijden.

Gelukkig rijdt hij alleen maar een paar meter vooruit. Daarna gaat het portier vóór me open en stapt er een man uit. Hij slaat de deur weer dicht, loopt er langs en kijkt om naar mij.
‘Rij maar door hoor. Je kunt er zo wel langs met je fiets. Sorry, we zijn hier bomen aan het opladen.’
Ik rij er langs en een paar meter verderop stap ik weer af om door een modderige afrit met m’n fiets naar het parkeerterreintje te hobbelen. Ik kan nog net voor de kleine machine langs die een boom met ingepakte kluit naar de vrachtwagen rijdt.

Nog voordat ik ook maar iets gedaan heb, zitten m’n schoenen onder de natte klei. Het is 1 uur en de ochtendploeg vrijwilligers is bezig af te ronden. Vers bloed is welkom en ik kan samen met M. aan de slag. Nieuwe bomen planten. Vlak bij de ingang staan een paar honderd (schat ik) jonge boompjes in clusters bij elkaar gebonden. Elke soort heeft een label met de naam en een nummer. De nummers corresponderen met nummers aan bamboestokjes die op de plaats staan waar de bomen moeten komen.

Ook de rijen in de boomgaard zijn genummerd. Rij 7 staat nog vol perenbomen, maar van deze zijn de meeste zijtakken afgezaagd. Zo is er ruimte gemaakt om de nieuwelingen er tussen te zetten en blijft er ook nog een deel perenoogst voor het komende jaar. De nieuwe boompjes brengen de variatie die een voedselbos moet hebben. Ik herken niet veel namen, maar zie dat er in elk geval pruimenbomen tussen zitten en waarschijnlijk appelbomen.

Samen sjouwen we de boompjes naar de goede plek. Daarna komt de stevige klus om ze te planten. Met de hand moeten er kuilen in de zware klei gegraven worden. Diep en wijd genoeg voor de wortels. Boom erin en de aarde terug scheppen en aandrukken. Sommige wortelkluiten zijn maar klein, voor anderen is een flinke kuil nodig. We werken tot vier uur door en dan hebben we, samen met nog een paar andere vrijwilligers, de klus voor vandaag af. Een stuk of tien boompjes heb ik geplant en ik voel m’n rug.

Maar ik voel me ook tevreden. De bomen die we vandaag geplant hebben zullen misschien deze zomer al vruchten dragen. En anders zeker volgend jaar. Ik kan niet wachten om te zien hoe ze groen worden en dan in bloei komen. In de voedselbos. Ik hou van dat concept.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...