zondag 27 februari 2022

De 'huiselijk-geweld' look

Ik sta voor de spiegel.

‘Een klassiek beeld,’ mompel ik. ‘Als in een film een vrouw door haar man is mishandeld, ziet dat er meestal zó uit.’
H. grinnikt: ‘Heb jij even een goed verhaal.’
Maar het is allesbehalve waar. Integendeel! H. heeft zonder blikken of blozen naar m’n hoofd gekeken en rustig gezegd dat ik daarmee naar de eerste hulp moest. ‘Het is een diepe snee, die moet gehecht worden.’

Ik zat op de grond naast m’n fiets. Toen ik rechtsaf wilde waar we linksaf moesten, en onze sturen elkaar raakten, ging ik onderuit. Ergens op een weggetje vlakbij een bos. Maar gelukkig stond er een huis vlakbij, waar we konden aanbellen.
De bewoners schrokken een beetje van al het bloed, maar waren vriendelijk, kalm en heel erg behulpzaam. De man bood aan om ons naar het ziekenhuis te brengen en haalde samen met H. de fietsen van de weg, terwijl ik een beetje bibberig met – bij gebrek aan beter – een mondkapje tegen m’n oog gedrukt, op een stoel was neergezet. De vrouw haalde verbandgaas en tape en tien minuten later waren we op weg naar de Spoedeisende Hulp.

‘Hebben jullie een afspraak gemaakt?’ vraagt de vrouw bij de balie. ‘Nee, ik heb een schuiver gemaakt.’ Ik hang met m’n elleboog op de rand van de balie en voel m’n benen bibberen.
Bezorgd zegt ze dat het toch al zo druk was, maar er moet maar iets geregeld worden. Ze neemt een paar gegevens op en dan mogen we in de wachtruimte gaan zitten.
Het duurt lang en ik maak me zorgen over onze redder, die in de auto wacht op het parkeerterrein.
We hebben hem voorgesteld om een taxi te nemen als ik klaar ben, maar hij wuifde het weg en zei dat ie wel zou wachten.
Als ik eindelijk bij de dienstdoende huisarts wordt geroepen, bekijkt ze de wond en zegt meteen dat ik ermee naar de chirurg moet. ‘Of de plastisch chirurg,’ voegt ze er aan toe. Ze onderzoekt of er verder nog iets mis is (gekneusde ribben waarschijnlijk, maar in elk geval niks gebroken!) en stuurt ons dan ‘naar de overkant’, naar de ziekenhuisafdeling.

Terwijl ik weer voor een loket hang, gaat H. naar de parkeerplaats om afspraken te maken met de redder. Telefoonnummers en adres worden uitgewisseld en H. wil hem geld geven, maar dat weigert de man. ‘Hou je dan van een wijntje?’ vraagt H. en dat mag wél. Vanavond zal hij de fietsen ophalen en wij gaan straks met de bus naar huis.

Het is een stervormige wond ‘tot op het bot.’ Zeggen ze. Ik ben zelf de enige die het niet gezien heeft, maar het lijkt me best eng. Vier mensen komen het bekijken, en één van hen, een SEH arts in opleiding, gaat het zorgvuldig en netjes hechten. Ze vertelt me precies wat ze doet en waarom en vraagt de hele tijd of ik pijn heb. Dat valt erg mee. Als het klaar is, maakt H. een foto, zodat ik het ‘borduurwerkje’ kan bewonderen. Het ziet er netjes uit. Maar een paar uur later is, zoals voorspeld, m’n oog dik en komt er een blauwe rand onder. De ‘huiselijk geweld’ look.

Pijn heb ik nauwelijks aan het oog. Maar wél aan m’n ribben. Paracetamol en de rest van de middag netflixen. En morgen zien we wel verder. Het thuiswerken heeft als groot voordeel dat niemand je kan zien…  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...