vrijdag 17 augustus 2018

Leren fietsen

Ik heb een Engelse sleutel meegenomen om het zadel van de fiets lager te kunnen zetten. N. is een stuk kleiner dan ik, en bovendien is het beter als ze met allebei haar voeten bij de grond kan komen. Een volwassene leren fietsen is lastiger dan een kind. Kinderen zijn minder bang om te vallen; ze vallen ook van minder hoog, en zullen minder snel iets breken.

Op internet vond ik een website waar aanwijzingen gegeven werden. Dit zijn de spelregels die ik me daar heb ingeprent: 
Rechte rug
Hoofd omhoog
Vooruit kijken
Zadel op goede hoogte
Stuur op goede hoogte
Veilige locatie

Als de baby bij papa op schoot is geïnstalleerd en N. haar hoofddoek heeft omgedaan, gaan we naar buiten. De twee grotere kinderen vinden het reuze interessant dat mama gaat leren fietsen. Ze kijken op m’n vingers als ik het zadel omlaag zet en lopen vlak naast de fiets mee als N. om te beginnen, zittend op het zadel, een stuk loop-fietst om een beetje gevoel voor evenwicht te krijgen.

Op een doodlopend stuk van de straat gaan we het nu voor echt proberen. Omdat A. vlak voor de fiets uit blijft lopen, wijs ik hem tot waar z’n moeder nu gaat proberen te fietsen. “Ga daar maar vast staan. Bij die lantaarnpaal.” Dan zet N. een voet op de hoogste trapper, tellen we af: drie, twee, één - en gaat ze. Ik hou haar aan de bagagedrager in evenwicht, maar ze vergeet te sturen en helt naar links. Niks aan de hand, haar voet kan bij de grond.

Nog een keer. “Deze voet op de grond, die op de trapper,” commandeer ik. “Niet naar je voeten kijken, maar recht vooruit!” En dan: “Sturen, sturen sturen!” Ze blijft steeds naar links afwijken en kijkt fronsend naar het stuur. “Misschien is het stuur niet goed?” Ik lach haar uit: “Het ligt echt niet aan de fiets. Jij moet sturen.” En we proberen het nog een keer. Als de fiets weer linksaf wil, stelt A. voor dat ze rondjes gaat rijden, maar dat was niet helemaal de bedoeling.

Na een heleboel pogingen lukt het eindelijk om twintig meter rechtdoor te fietsen. Ik moet wel helpen om haar rechtop te houden, maar het begint ergens op te lijken. Dan zijn we allebei moe. Ik van achter de fiets aan rennen, zij van het gespannen knijpen in het stuur. Nog één keer en dan mag A. een rondje op de grote fiets. Trots laat hij zien dat híj er wel op kan rijden.

N. zucht. We zullen nog heel wat moeten oefenen. Maar wat zal het handig zijn als ze over een tijdje gewoon even op de fiets boodschappen kan doen in plaats van lopend. Ook dit is inburgeren in Nederland, ja toch!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...