zaterdag 13 oktober 2018

Frustrerende gebeurtenissen

Mijn wekelijkse bezoek aan de Syrische familie kan deze week niet op woensdag. Ik heb N. een whatsapp berichtje gestuurd of het oké is als ik vrijdagmiddag kom. Haar antwoord komt pas na een tijdje en is een beetje chaotisch. De laatste zin is: “Ik heb mijn tas in de markt gestolen en al mijn geld daarin en mijn identiteit is niet gevonden.”
Ik bel haar op en vraag of ik kan helpen. Misschien wil ze aangifte doen. Maar ze hebben al met de politie gesproken en die zei dat ze naar het gemeentehuis moet voor een nieuwe ID. Er is een afspraak gemaakt.

Als ik vrijdagmiddag aanbel, ziet N. er bleekjes uit. Ik vraag naar het voorval met de tas. Die is niet letterlijk gestolen, maar ze is hem kwijtgeraakt in de Hema in Nijmegen. Ze waren met het hele gezin in de stad om winterkleren voor de kinderen te kopen. Daarvoor had ze een flink bedrag contant geld in haar tas. Die had ze even neergezet misschien, of hij was van haar arm gegleden toen ze met de baby bezig was.. hoe dan ook, toen ze net de winkel uit waren, miste ze de tas. Ze gingen terug om te zoeken en te vragen, maar niemand had iets gevonden.

Terwijl ze vertelt, wordt N. weer boos. Ze verhaspelt opgewonden haar woorden en gooit er Engels tussendoor.
“Waarom?” vraagt ze een paar keer. Zij zou gevonden geld nooit zelf houden. Zij leert haar kinderen om iets dat ze vinden niet mee te nemen, maar naar de juf te brengen.
“Waarom?” Mensen in Nederland komen toch niets tekort? Als je zo’n tas vindt met een portemonnee vol geld en je ziet daarin de naam en de foto van een Syrisch gezin, dan begrijp je toch dat dat geen mensen zijn die dat makkelijk kunnen missen!
“Waarom?”

Dan zakt ze een beetje in elkaar en vertelt dat het zo vaak mis gaat in haar leven. Als kind verloor ze haar ouders. Ze heeft hard gestudeerd en gewerkt en toen kwam de oorlog om haar alles af te nemen. Wég studie, hier in Nederland kan ze er niets mee. Kortgeleden is haar broer onder onduidelijke omstandigheden gestorven in Syrië… Ze heeft nooit geluk.  En nu weer dít. Er staan tranen in haar ogen.
“Waarom?”

Ik weet het ook niet. Ga op de leuning van haar stoel zitten en sla een arm om haar heen. Ik vertel haar hoe mooi en lief haar kinderen zijn. Dat ik haar vriendin ben en wil helpen. Ik bied aan om winterkleren voor de kinderen te betalen en als ze dat weigert, druk ik ze op het hart om hulp te vragen als ze echt in de financiële problemen komen.

Maar daar gaat het niet om. Ze is gewoon gefrustreerd door de oneerlijkheid van het leven en van de mensen. Ik kan het me voorstellen, maar dit is het enige dat ik voor haar kan doen. Ik hoop dat ik haar een klein beetje vertrouwen terug kan geven in de mensheid. En zin toch stiekem op een manier om ze wat geld toe te kunnen stoppen, want al gaat het daar niet om, ze zouden het heel goed kunnen gebruiken.

1 opmerking:

  1. Ik hoop echt dat er nog iets van het geld teruggevonden wordt. En ik begrijp haar frustratie. Zeg dat maar tegen N.

    BeantwoordenVerwijderen

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...