dinsdag 24 december 2019

Beuningen on Ice


Ik hou niet van schaatsen.
Daarom heb ik ook nooit veel opgehad met Beuningen on Ice. Jaarlijks staat de ijsbaan in een enorme tent een paar weken op het terrein tegenover de kerk. Er is drukte en muziek, je kunt er wat drinken en een frietje halen, klassen met kinderen komen er schaatsen. En, zoals ik dit jaar heb ontdekt, er is in de tent ook EHBO aanwezig. 

Sinds afgelopen voorjaar ben ik in het bezit van een EHBO diploma en om dat geldig te houden, moet je lessen volgen bij de EHBO vereniging, waarmee ik dus ongemerkt lid van die vereniging ben geworden. Al tijdens de tweede herhalingsles ging er een schema rond waarop je je kon inschrijven voor Beuningen on Ice. Oeps… moest dat? Nee, het was niet verplicht, maar het werd me wel vriendelijk aangeraden. Een dienst samen met een ervaren EHBO-er om eens te ervaren hoe dat gaat. 

Oké dan, ik schreef me in voor een zondagavond. Van 18.00 tot 23.00 u.
Ik zie er tegenop, ik vind het griezelig om verantwoordelijk te zijn voor de eerste  hulp als iemand gewond raakt. In de lessen elkaar verbinden en een pop reanimeren is één ding, maar mensen met echte, bloedende wonden… ik weet of ik kalm en vaardig hulp zal kunnen bieden. Met tegenzin fiets ik door de stromende regen naar de feestelijke tent. Om zes uur is het er rustig. De twee EHBOers van de middagdienst laten me zien wat er vandaag voorbij is gekomen. Vooral schaafwonden en blaren van de gehuurde schaatsen. En iemand die hard op z’n hoofd is gevallen. Ik kan een jas, een shirt of een sweater uitkiezen om opvallend in aanwezig te zijn. Dan komt mijn maatje voor de avond binnen. L. draait al jaren mee en is een tijd voorzitter geweest bij de vereniging Ewijk-Winsen. Het stelt me gerust. 

We zitten een half uurtje te praten als de eerste patiënt zich meldt. Een jongen met een bloedende hand. Iemand is met z’n schaats op zijn vingers gaan staan. L. neemt hem mee naar de kraan om de wond schoon te spoelen en ik haal een coolpack uit de vriezer. Het is niet zo ernstig als het leek. Tien minuutjes koelen en dan krijgt ie een verbandje om z’n vinger. Even later komt een medewerker van de ijsbaan ook al met een wond aan z’n vinger. Een verbandje wil hij eigenlijk niet. Hij steekt z’n gewonde middelvinger omhoog: “Dat ziet er dan toch niet uit.” L. geeft hem toch een ‘vingerbob’, een bescheiden, blauwe verbandsok. 

“Wat hierna binnenkomt is voor jou, oké?” stelt L. voor. Het is een klein, roze meisje met een sneetje in haar vinger. Ze krijgt er van mij een roze prinsessenpleister op waar ze blij mee is.
Nu gebeurt er een tijdje niks en we lopen een rondje door de tent. Achter de ijsbaan is een kleine curlingbaan. We kijken even naar een wedstrijd en dan steekt de medewerker daar een blauwe middelvinger naar ons op. Als de curlingteams uitgespeeld zijn komt hij naar ons toe en vraagt of we ook een potje willen curlen. Dat doen we. Eén tegen één, en ik win!

Als we terug bij de post zijn, komt er nog een jongen met geschaafde enkels, een meisje dat een paracetamol wil en een moeder met een koortsig kind -ook voor een paracetamol. En dan wordt het rustig in het EHBO hok. Om tien uur sluit de schaatsbaan en om half elf komt de secretaris van EHBO Beuningen even buurten.

Om elf uur zit de dienst erop. We ruimen de boel op en ik fiets naar huis. Het was dus vooral veel aanwezig zijn, praten, wachten en een heel klein beetje eerste hulp bieden. H. vraagt of ik het geen verloren avond vindt, maar dat vind ik niet. Het is oké dat er EHBO aanwezig is op zo’n plek en al heb ik niet veel gedaan, ik ben toch een ervaring rijker. Al is het maar omdat ik voor het eerst van m’n leven een wedstrijdje curling heb gedaan.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...