vrijdag 5 juni 2020

Specht

Specht van internet, (eigen foto niet gelukt)
Tik tik – tik tik tik
“Het lijkt wel of ik een specht hoor,” zegt H. Het is vroeg in de avond na een zonnige dag en we zitten buiten op ons terras.
Ik betwijfel het. Van spechten ken ik een ander geluid; een snel, roffelend getik. Niet dit aarzelende zachte. Maar vijf minuten later wijst H. en fluistert “ja hoor, daar zit ie.”
Ik tuur in de richting waarin hij wijst, naar de vijgenboom in de buurtuin. Eerst zie ik niks, maar dan ineens een beweging en daar vliegt iets zwartwits met een klein vlekje felrood weg. Een bonte specht. Wat leuk! Zou hij nog terugkomen?
Ik stuur een appje naar m’n buurman die niet thuis is. “We zagen net een bonte specht in je vijgenboom zitten.”
“Gaaf,” appt hij terug, “Jammer dat ik em gemist heb.”

Een dag later zien we de specht weer. In de vroege avond, tikkend tegen de vijgenboom. “Tjep,” zegt ie af en toe. Zou ik een foto kunnen maken? Maar als ik voorzichtig richting buurtuin sluip, camera in de aanslag, is de vogel alweer gevlogen.

“Tjep, tjep,” ik begin z’n geluid te herkennen. Tik tik tik. Het is nog steeds een bescheiden, aarzelend getik op de vijg. Al googelend leer ik dat spechten om drie redenen op bomen hameren. Als het is om hun territorium af te bakenen, is het een snelle, ratelende hamer. Dat is wat ik ken van boswandelingen. Maar hij hamert ook om een nestholte te maken en om insecten uit de boombast te peuren. Dat laatste doet ie ongetwijfeld in de vijgenboom, want voor een nest is het te laat in het jaar.
Elke dag zie ik hem nu wel een tijdje zitten, verborgen tussen de bladeren, verdwijnend achter de boomstam om aan de andere kant weer tevoorschijn te komen. De buurman is voor een paar weken naar zijn vriendin vertrokken, dus van hem heeft de vogel geen last.

Op tweede pinksterdag ben ik een groot deel van de dag buiten. Ik hoor de specht tikken, zie hem langs de stam scharrelen en dan wegvliegen. Of nee, hij is er nog. Wat zag ik dán met een rode flits wegvliegen? Even later zie ik dat ze met z’n tweeën zijn! Elk aan een kant van de stam, er omheen, stukje omhoog, naar een andere boom… Ik blijf maar kijken.
De volgende dag is er een feestje bij de achterburen. Vanaf vier uur ’s middags is er muziek en in de vroege avond vrolijk geschreeuw en geplons in het zwembad in hun achtertuin. De spechten zijn nergens te bekennen.

En ze blijven weg. Na bijna drie weken lijkt de vijg kaal zo zonder specht. Ze hebben vast met z’n tweeën een betere plek gezocht, bedenk ik. Ergens niet zo dicht bij de mensen. Jammer is het wel, maar ik geef ze geen ongelijk

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nat

De eerste keer vond ik het nogal griezelig. Het gebeurde ’s morgens, op weg naar m’n werk. Ik naderde een rood verkeerslicht, remde af en ze...