vrijdag 29 juni 2018

Plaatselijk nieuws

Eén ochtend in de week ben ik voorlezer. Niet verkeerd als je de rest van de week draaiboeken in elkaar zet voor andere voorlezers. De afdeling studio’s werkt heel gestructureerd; dat moet wel als er voortdurend een leger lezers verdeeld moet worden over 11 studio’s. Op een elektronisch bord zie ik waar ik ingepland ben en wat ik moet lezen. 135 minuten van “De Limburger”.

Van een hele serie (landelijke en regionale) kranten wordt bij ons elke week een weekselectie gemaakt en ingesproken. Ik stel me voor dat de abonnees hiervan vooral wat oudere slechtziende mensen zijn, die niet zo makkelijk de weg vinden op het internet.

“De Limburger” heb ik de laatste tijd vaker voorgelezen. Zo leer ik van alles over bosbranden in Overloon, een samenscholingsverbod in Venray, het tennistoernooi in Heugem en het toerisme in de regio Maasduinen. En omdat ik het een beetje raar vindt, dat ik meer van de regio Midden-Limburg weet dan van mijn eigen gemeente, gaan tegenwoordig de regionale krantjes die ik krijg, niet meer regelrecht de papierbak in. Ik lees eerst even wat er in de buurt allemaal te doen is.

Het lezen van 135 minuten (netto) krant of tijdschrift, kan net mooi in 4 uur (met een kwartier pauze ertussen). Maar dan moet er niet veel misgaan. Wil de computer bijvoorbeeld even niet meewerken of is er een artikel zoek, zitten er in je leesvoer veel ingewikkelde termen of moet je achter de uitspraak aan van een paar buitenissige namen, dan loop je al gauw uit.

“De Limburger” is geen ingewikkelde klus. Het lukt deze keer zelfs ruim binnen de vier uur. Dat komt goed uit. Heb ik weer net iets meer tijd om het interview voor te bereiden dat ik straks voor ons bedrijfsblad ga afnemen. Da’s weer een heel andere klus. Wie weet schrijf ik daar ook nog wel eens een stukje over …

vrijdag 22 juni 2018

Gras eten

Omdat mijn oog langer blijft prikken en jeuken dan voor een oogontsteking te verwachten is, heb ik toch maar een afspraak gemaakt met mijn huisarts. Dokter T. is een prettige arts. Hij legt altijd rustig uit waarom hij iets vermoedt of vindt en neemt zijn patiënten (mij tenminste) serieus.

Bovendien heeft hij bij onze allereerste ontmoeting mijn hart gestolen door fronsend naar mijn gegevens te kijken en te constateren dat er een fout gemaakt moest zijn. Dit kon niet mijn geboortedatum zijn want ik was toch veel jonger. (Maar het klopte dus wel)

Vandaag stelt hij me gerust over mijn oog. Het is niet abnormaal dat het nog irriteert, hij vermoedt zelfs dat de zalf die ik vorige week bij de dokterspost kreeg, het geprik en gejeuk kan veroorzaken. “Maar die zalf heeft wel geholpen,” zeg ik. “Na twee dagen was m’n oog al veel minder dik en had ik minder last.” Hij antwoordt: “Je had ook gras kunnen eten, dan was het na twee dagen misschien ook beter gegaan.” Daarna haast hij zich om uit te leggen dat dat bij wijze van spreken is, want zijn patiënten moeten natuurlijk niet denken dat hij gras als medicijn voorschrijft. 

Als afsluiting van het consult zegt dokter T dat ik, als de klachten toch blijven of verergeren, natuurlijk weer kan bellen. Hij glimlacht: “Je loopt bij mij de deur niet plat, dus je hebt nog wel wat ruimte.” Over die zin blijf ik een tijdje nadenken.
 Toen ik vorige week ’s avonds laat de huisartsenpost belde omdat ik binnen een uur uit het niets een dik, pijnlijk, tranend oog kreeg, vroeg ik me af of het eigenlijk wel onder ‘spoed’ viel. Blijkbaar wel, want ik kreeg meteen een afspraak. En ook vanmorgen voelde ik me een beetje als een aansteller om nu met een geïrriteerd oog bij mijn huisarts te zitten.

Maar uit wat hij zegt, begrijp ik dat hij me niet als een zeur-patiënt beschouwt. Ik heb nog wat ruimte. Fijn om te weten, en ik ben zeker van plan om dat voorlopig zo te houden. Wat dat oog betreft, gaat dat ook vast lukken, want na een zalfloze dag voel ik er nu al bijna niks meer van.

zaterdag 16 juni 2018

Kleinschalig feestje

Om kwart voor twee gaat de telefoon. M’n neef staat op het station in Nijmegen en ik heb beloofd hem op te halen. Een kwartiertje later stapt ie in. Drie zoenen: gefeliciteerd! We gaan m’n verjaardag vieren vandaag. Het wordt een bijzonder, piepklein feestje, want M. is vandaag de enige gast.

Twee weken geleden plaatste ik een open uitnodiging in de neven- en nichtengroep op facebook. Verschillende mensen vonden het een leuk idee, maar … vakantie, werk, afspraken. Juni is een drukke maand. Alleen M. schreef meteen dat hij de uitdaging wel aan wilde gaan; “dat wil zeggen de reis-uitdaging, als niet-automobilist.”
De neven- en nichtengroep is best groot. Mijn moeder kwam uit een gezin van negen. Als kind zag ik een aantal van hen regelmatig, maar dat is lang geleden. Via de facebookgroep is er sinds een paar jaar weer contact en in 2016 hadden we zowaar een reünie. Daar sprak ik mijn neef M., die ik me van vroeger herinnerde als baby en van wie ik eigenlijk alleen maar wist van welke tante en oom hij “er eentje was” en dat hij ooit een zwaar auto-ongeluk had overleefd. En nu komt ie dus op mijn verjaardag.

Een feestje met één gast doet me denken aan een verhaal van Toon Tellegen. Maar waar de dieren in zijn verhalen ongemakkelijk bij elkaar zitten, hoef ik me met M. geen moment af te vragen waar we het eens over zullen hebben. Hij heeft zóveel te vertellen, dat ik hem na een uur onderbreek om hem te herinneren aan de afspraak dat we zouden gaan roeien: een VIP-rondleiding door de Beuningse vaarten.

Praten kan in een boot ook. Dat doen we. En we stoppen regelmatig voor een foto, want M. is een enthousiast fotograaf. Voor hem is dit een onbekende wereld en ik vind het leuk om alles te laten zien. De fuut die onderduikt en op een heel andere plek weer boven komt, de zwaan die koninklijk dichterbij komt voor een portretfoto, de meerkoet met een jonkie dat pas net uit z’n ei is, en alle mooie bruggetjes en eilandjes.

Als we terugkomen, is het al tegen vijven. H. heeft beloofd om voor ons te koken en terwijl wij kijken of de foto’s goed gelukt zijn, gaat hij aan de slag met pizzadeeg. We eten met z’n vieren, want zoon J. is ook thuis. Lekkere pizza, lekkere tiramisu en een kop koffie toe. En ineens moeten we ons haasten voor de trein van 8.43 u. Ik breng m’n neef weer naar het station. In de auto terug zit ik te glimlachen. Toen ik een open uitnodiging deed voor een verjaardagsfeestje, had ik me een ander resultaat voorgesteld. Maar deze middag op het water was helemaal oké!

zaterdag 9 juni 2018

Babysitten in de wachtkamer

“STILTE!  Wilt u zachtjes praten? Er zijn mensen bezig examens te maken.”
Op wel tien plekken in de wachtruimte hangen A4-tjes met die boodschap. Ik kijk naar de slapende baby in de kinderwagen voor me en hoop dat ze nog even blijft slapen. N. heeft me instructies gegeven over flesjes en fruithapjes en er staat een tas klaar voor alle mogelijke noden van haar baby. We hebben elkaar omhelsd toen ze zenuwachtig naar de examenzaal ging voor haar inburgeringsexamen leesvaardigheid: “Heel veel succes!”

Ik heb me voorbereid op een pittige dag met een boze, huilende baby, die van niemand iets wil weten behalve van haar moeder. Zo was het de afgelopen keren dat ik bij ze thuis kwam. Maar als ze vijf minuten later wakker wordt, ligt ze een tijdje vriendelijk rond te kijken en dan met een rood aangelopen koppie te persen.

Een schone luier dus. Maar de toiletten zijn vlak naast de examenzaal en een aankleedtafel heb ik er niet gezien. Ik vraag het meisje achter de balie of er een plek is waar ik een baby kan verschonen en leg uit dat ik bang ben voor geluidsoverlast. “Huilt ie erg als je hem een schone luier geeft?” vraagt het meisje en ik zeg dat ik dat niet weet, omdat ik het nog nooit gedaan heb.

Een vriendelijke jonge vrouw vraagt in gebroken Nederlands of ze kan helpen. “Ik heb twee kinderen,” zegt ze. Maar dat is het probleem niet. Ik lach: “ik heb ook kinderen, dat komt wel goed.” Het balie-meisje wijst naar de andere kant van de rustige wachtruimte. “Heb je iets om hem op te leggen? Ik dank dat dáár niemand er last van heeft.” Okee… op de grond dan maar. Ik pak in het voorbijgaan mijn regenjas van de kapstok en ze vraagt een beetje verschrikt: “Is dat uw eigen jas?”

Als ik baby T. begin uit te pellen, begint ze te huilen, maar als ik de volle poepluier heb verwijderd, laat ze zich rustig schoonpoetsen en een frisse, nieuwe luier aandoen. Het stinkpakketje gooi ik in de vuilnisbak naast de koffie-automaat. Het zal niemands koffiebeleving verpesten, want er komt toch alleen maar heet water uit de automaat, en bij wijze van cappucino een plasje waterige melk.

Met een schone baby in de kinderwagen ga ik buiten een stukje wandelen. Na een tijdje valt ze weer in slaap en als we terug zijn, komt N. de examenzaal uit. Zuchtend. Het was moeilijk, maar wie weet, heeft ze het toch gehaald. Ze kijkt naar haar slapende kind. “Is ze helemaal niet wakker geweest?”

’s Middags moet N. nóg een examen doen. Baby T. blijft in een goed humeur vandaag. Ik had een beetje tegen deze dag opgezien, maar het valt me erg mee. Dat geldt voor N. ook. Dat ze deze twee examens geprobeerd heeft, vind ik heel dapper, want met twee jonge kinderen en een baby heeft ze heel weinig gelegenheid om te studeren. Ik hoop dat ze het goed gedaan heeft. We zullen zien.

zaterdag 2 juni 2018

Bibbeldy Boop

Er ligt een serieus uitziende vensterenvelop op de mat, geadresseerd aan Bibbeldy Boop, op dit huisadres. Bibbeldy Boop… een grapje misschien om de aandacht te trekken? Ik kijk naar het logo op de enveloppe en herken een studentenverzeraar. Het ligt me bij dat die een tijd geleden mijn zoon wel eens bestookt hebben met ludieke werfpost.

Ik open de envelop en lees de brief die erin zit: “Beste Bibbeldy”, begint die, “Je wordt binnenkort 18 jaar …” Jaja, Bibbeldy zal zelf haar/zijn financiële zaken moeten regelen, waaronder een zorgverzekering. Dat kan natuurlijk het best bij deze verzekeraar.

Ik grinnik en vraag me nieuwsgierig af hoe ze erbij komen dat op dit adres iemand met deze naam woont, die binnenkort 18 wordt. Ik bel zoon J.: “Heb jij je misschien ooit online ergens geregistreerd onder de naam Bibbeldy Boop?” Ik leg uit waarom ik dat vraag en hij denkt een tijdje na. Hij kan het zich niet herinneren, maar het ís iets dat hij gedaan zou kunnen hebben. Net als ik heeft hij er namelijk een hekel aan om voor een of ander wissewasje op het internet alle persoonlijke gegevens die gevraagd worden braaf in te vullen.

Het is natuurlijk helemaal niet belangrijk; die brief kan gewoon bij het oud papier. Maar op de een of andere manier heb ik er lol in dat de handel in persoonlijke gegevens dit soort gekke dingen kan opleveren. Een poging om een niet bestaand persoon over te halen een verzekering te nemen.  Je zou d’r bijna aanmelden voor de gein. Maar dat is me teveel gedoe. Bibbeldy Boop gaat nú de papierbak in. Onverzekerd.

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...