zaterdag 28 januari 2012

Post

Met een bons valt de post op de mat. Ik pak de vijf enveloppen en het pakketje in plastic dat de bons veroorzaakte. Zit er wat leuks voor me bij? Hm, de enveloppen zijn allemaal bankzaken. Eén voor m’n zoon, een paar voor H. en één die niet voor ons bestemd is maar voor de buren. VERTROUWELIJK staat er met hoofdletters boven het adres gedrukt.
Het pakketje is een zware reisgids met reizen naar Canada, Alaska, Australië en Nieuw-Zeeland. Oh? Zijn we zoiets van plan dan? Fronsend bekijk ik het adres: straatnaam en nummer kloppen, maar de postcode niet, en: aha, dit pakje had naar Arnhem gemoeten!
Door het raam zie ik de bezorger aan de overkant lopen en even overweeg ik hem aan te spreken op de fouten. Maar ik doe het niet.
Terwijl ik de vertrouwelijke bankenvelop bij de buren in de brievenbus gooi, denk ik aan mijn Franse schoonzoon. Hij had vorige week een sollicitatiegesprek bij TNT. In het Nederlands, en daar was hij behoorlijk zenuwachtig over. Voor zijn studie in Den Haag heeft hij de taal niet nodig, en omdat iedereen in zijn omgeving goed Engels spreekt, komt het er niet van om serieus Nederlands te leren. Nu hij een nieuw baantje zoekt, werkt dat hem flink tegen.
Net voor zijn gesprek bij TNT had hij toevallig het woord “beschikbaar” opgezocht, en dat was maar goed ook. “Welke dagen ben je beschikbaar?” werd hem gevraagd.
In het gesprek bleek de baan zes uur per week te garanderen (in plaats van de 10 uur waar in de advertentie sprake van was), die verdeeld werden over drie dagen. Wel werd van hem verwacht dat hij op die drie werkdagen beschikbaar was tussen 11.00 en 17.00, voor het geval zijn dienst verschoven moest worden. De riante verdiensten waren iets minder dan 6 euro per (gewerkt) uur.
T. heeft besloten nog even verder te zoeken. Voor deze baan is hij niet wanhopig genoeg. Er is vast nog wel ergens een Frans restaurant waar hij gewoon zes uur hard kan werken in plaats van ‘beschikbaar’ te zijn.
Aan dat alles denk ik terwijl ik de postbezorger verderop iets in een brievenbus zie stoppen. Als dit je arbeidsvoorwaarden zijn, hoeveel betrokkenheid kun je dan opbrengen? Waar haal je de motivatie vandaan om je werk secuur en foutloos uit te voeren?
Als ik weer binnenkom, zit H. op de bank in de reisgids te bladeren. “Die is niet voor ons”, vertel ik hem. “Weet ik”, zegt hij, “maar ik ga em echt niet naar Arnhem brengen.”
Ik zucht. Dit is niet helemaal in de haak. Maar de laatste maanden krijgen we zó vaak verkeerd bezorgde post. Je voelt je een beetje Gekke Gerritje door dat elke keer weer braaf in de brievenbus te gaan gooien.
Die bezorger is ook maar een schooljongen die in weer en wind wat bijverdient. Zijn werk verdient geen schoonheidsprijs, maar klagen kan ik beter bij TNT. Ik denk dat ik dat maar doe. Per mail dan natuurlijk, want van een brief weet je niet of ie wel aankomt.

zondag 22 januari 2012

Tuinvogeltelling

“Daar in de verte. Drie kraaien! Of zijn het kauwtjes?”
We doen mee aan de tuinvogeltelling. Voor het eerst. Vanaf half 11 zitten we klaar met de lijst van meest voorkomende soorten. Maar in onze rommelige tuin, waar meestal wel een paar merels of roodborstjes rondscharrelen, mezen aan een vetbol hangen of winterkoninkjes in de schutting schuilen, is nu geen vogel te bekennen.
Het is dan ook geen weer om buiten te zijn. Alleen wat robuustere soorten, zoals kraaien, eksters en meeuwen, zien we af en toe in een windvlaag voorbij stuiteren. Maar de spelregels zijn duidelijk: alleen wie gaat zitten, telt mee.“Ze vliegen over. Dat telt niet.”
Ik zucht: “Zul je net zien. Als wij gaan tellen, hebben die vogels allemaal koffiepauze.”
“Ja, ik heb eigenlijk wel zin in koffie. Jij ook?”
H. verlaat zijn post en ik tel een tijdje alleen. Eén ekster heb ik genoteerd. Eigenlijk zat ie op het dak van de buren, maar je moet toch wát tellen.
Ik zie de regen op onze stenen tuintafel vallen. Lange takken van de braam zijn van de schutting losgewaaid en zwiepen heen en weer. Achter in de tuin schudt een onwinters groene struik hertshooi nee in de wind: nee, nee, niks.
“Een kauwtje!” H. zet koffie voor me neer en pakt een verrekijker. “Het zijn er twee. En ze zitten!”
Nog vijf minuten, dan is ons half uur tellen om. Het is bijna opgehouden met regenen en ik zie iets bewegen onder een struik. In de laatste minuut ontdek ik het roodborstje en H. heeft twee koolmezen gespot. En dat was het dan.
Zes vogeltjes in het hele half-uur.
“Waarom doen ze zo’n telling dan ook niet in maart of april.” mopper ik.
Dan ga ik naar de computer om onze telresultaten door te geven. Ik kijk een beetje rond op de website en loop dan weer naar het raam. Een troepje mussen danst boven de schutting langs. Bij de achterburen op de pergola zit een merel de regendruppels uit z’n staart te schudden. Z’n snavel als een lange neus deze kant op.
Wacht maar. Volgend jaar tellen we weer!

vrijdag 20 januari 2012

Ouderwets vakmanschap


Midden in de kamer staan twee vers geschilderde open kastjes met planken. H. heeft ze gemaakt voor onze dochter, die in haar nieuwe huis niet zo veel bergruimte heeft. Als je goed kijkt, zie je dat er één een tikkeltje scheef is. Maar ze zijn met veel liefde en plezier gemaaktFronsend duwt H. tegen het scheve kastje. “Het lijkt simpel”, zegt hij, “maar het is toch moeilijker dan je denkt om alles precies recht te krijgen.” Ik weet het. Toen dezelfde dochter klein was, heb ik voor haar een kinderstoel gemaakt, die aanzienlijk schever was dan dit werkstuk. Gelukkig was ze toen nog niet zo kritisch, en stevig was de stoel wel.
Terwijl ik toekijk hoe H. de laatste symbolische handelingen verricht met een schuurpapiertje en een klein kwastje, denk ik aan mijn vader. Maar goed dat hij de amateur niet bezig ziet. In zijn jonge jaren is hij timmerman geweest, en in de tijd van de kinderstoel heeft hij een paar mooie dingen gemaakt voor z’n kleindochter. Dat ik die stoel zelf wilde maken was pure eigenwijsheid en wat hij daar ooit van gevonden heeft, ben ik vergeten. Waarschijnlijk heb ik het verdrongen, want ik weet wat hij vindt van vrouwen met een hamer.
Een miniatuur kast voor barbiekleren en een tweepersoons barbiebed staan boven in een kast op de vroegere kamer van E. Toen ze zestien was, wilde ze die kinderachtige spulletjes wegdoen, maar dat vond ik niet goed. Nu opa in het verpleeghuis op een tweede nieuwe heup wacht, en niet zo veel meer kan, zijn die barbiemeubels kostbaar geworden. Met het zorgvuldig gemaakte beslag en de perfect passende laadjes is zo’n kast een voorbeeld van ouderwets vakmanschap.
Misschien wil ze hem nog wel eens terug om ergens neer te zetten.
Maar nu heeft ze meer behoefte aan de praktische kastjes van haar vader. Binnenkort gaan we ze brengen, met liefde en plezier.

vrijdag 13 januari 2012

Zakelijk Flirten

“Leuke stropdas”, zegt mijn ene collega tegen de andere. We grinniken een beetje. Niemand heeft een stropdas om, maar we hebben net een cursus ‘Zakelijk Flirten’ gehad.Het was een verrassingsonderdeel van een verplichte personeelsdag en mijn eerste reactie was; “O, nee hè!”

In een mooi gebouw met een beroerde akoestiek en te weinig toiletten waren we met zo’n 120 collega’s in een soort aula bij elkaar. De ruimte was informeel ingericht, met comfortabele banken en leuke designstoeltjes om lage tafels. Alleen waren het er veel te weinig.
“Je mag rustig op de grond gaan zitten.” Zei de dagvoorzitster gul, maar dat deed niemand. Ik ook niet. Ik stond met nog een paar mensen achter een bank tegen de muur geleund. Een beetje kribbig. En na de aankondiging van het ‘Zakelijk Flirten’ hoorde ik om me heen zachtjes zuchten.
De cursusleidster begon met wat vragen aan iedereen, waarop argwanende stiltes volgden. Maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Met een paar simpele opdrachten kreeg ze ons in beweging en daarna gaf ze uitleg over de naam van de cursus. Zakelijk Flirten bleek eigenlijk hetzelfde te betekenen wat mijn chef ons altijd voorhoudt: als je een goed interview wilt houden, zorg dan dat de persoon die je interviewt een beetje verliefd op je wordt.
Er moet een klik zijn, wil je met iemand samen kunnen werken. Tja, dat kun je flirten noemen.
Ze deed het goed, onze cursusleidster. Ze wist het onwillige publiek op haar hand te krijgen. Vertelde ons over eerste indrukken, lichaamstaal, verschillen tussen mannen en vrouwen, soorten handdrukken en hoe je kunt proberen die klik met iemand tot stand te brengen. Allemaal niet wereldschokkend, maar de praktijkvoorbeelden werkten en de sfeer veranderde.
Mensen kwamen met elkaar in gesprek en na een uur cursus liep iedereen complimenten uit te delen aan z’n collega’s.
De rest van de dag werd er in groepen gewerkt. Een lange dag, die van iedereen behoorlijk wat concentratie en inzet vroeg. Maar de toon was gezet en bleef zachtjes rondzingen. En tegen het eind van de middag kon je nog steeds af en toe iemand vriendelijk horen zeggen: “Leuke stropdas!”

maandag 9 januari 2012

Schoonmaak

Als ik vroeg op m’n werk kom, zijn de schoonmaaksters soms nog bezig. Vandaag ben ik vroeg en staat bij mijn bureau één van de schoonmaakdames. Druk in gesprek met een nog vroegere collega haalt ze automatisch keer op keer een doekje over de hoek van mijn bureau. Ik heb haar nog niet vaak gezien en denk dat ze nog maar pas bij ons werkt.
Ik groet en zeg vrolijk dat dít hoekje nou wel heel erg schoon is.
“Nee hoor”, zegt de mevrouw serieus. “We stonden even te praten over de kerstversiering.”
Mijn collega had het gesprek net afgerond, excuseert zich en loopt even naar een andere afdeling. Terwijl de schoonmaakster haar ronde langs de bureaus afmaakt, zet ze het kerstversieringgesprek met míj voort: “Ik zeg net tegen A. dat ik de kerstversiering gisteren heb weggehaald. Toen mijn man nog leefde, wilde hij het altijd op 1 januari weg hebben, maar nu kan ik het gewoon net zo lang laten hangen als ik zelf wil. Het is toch nog wel een tijdje gezellig hè, die lichtjes in huis met dat donkere weer. Maar nu heb ik het er toch maar afgehaald.”
Ik heb mijn computer aangezet en wacht op beeld. “Dat is ook wel weer lekker opgeruimd hè”, antwoord ik, “al die kerstspullen weer weg”.
“Ik heb ze nog op de overloop staan hoor”, zegt ze. “Ik had geen zin meer om ze gisteravond nog helemaal weg te bergen. Het is ’s morgens weer vroeg dag... Als ik straks thuiskom, doe ik alles wel naar de zolder. Ach, niemand heeft er last van als het een dagje op de overloop staat.”
Ik vraag voorzichtig of het al lang geleden is, dat haar man is gestorven.
Ze is even stil en zegt dan: “Ruim een jaar.”
“Dat is nog niet lang”, zeg ik een beetje verbaasd.
“Ach”, zegt ze, “je moet door hè.” En ze neemt de laatste vensterbank af. Kordaat loopt ze naar de deur. “D’r zit niks anders op. Gewoon doorgaan en niet stil blijven zitten.” En weg is ze.
Ik blijf een tijdje nadenken over dit drama in een notendop. Zou ze echt opgelucht zijn dat die dwingeland dood is en de kerstversiering niet meer prompt op 1 januari weg hoeft? Dan was het een vreselijk huwelijk. Of is het gewoon haar manier om met het verlies om te gaan: proberen er de positieve kant van te zien?
Hoe dan ook, nu ik dit over de schoonmaakster weet, zal ik ’s morgens een klein beetje anders naar mijn vers schoongemaakte bureau kijken.

dinsdag 3 januari 2012

Hufters

In de auto luister ik naar Radio 1.
Naar aanleiding van alle ongeregeldheden met oudejaarsnacht maakt de presentatrice een belrondje door Europa. Hoe is die nacht verlopen in Nederland en hoe in omringende landen.
Er komen correspondenten aan het woord in Amsterdam, in Parijs, in Berlijn en in Antwerpen. Wij Nederlanders komen niet best uit de vergelijking. Nergens anders wordt zo fanatiek (illegaal) vuurwerk afgestoken, met zo veel ongelukken tot gevolg. Nergens anders worden zoveel hulpverleners geschoffeerd.
“Hoe komt dat nou?” vraagt de presentatrice aan een gedragswetenschapper.
Hij legt uit dat wij een zelfbewust volkje zijn, een beetje doorgeschoten in onze assertiviteit. Dat klinkt best vriendelijk, maar goed beschouwd betekent het dus eigenlijk dat de Nederlandse volksaard tamelijk egoïstisch en hufterig is.

Mijn broer verwijt me dat ik niet genoeg voor mijn vader doe. Die revalideert in een verzorgingshuis en ik bezoek hem één dag in de week. Als contactpersoon draait mijn broer op voor allerlei praktische dingen die ik uit de verte niet even snel geregeld krijg. Bovendien bezoekt hij pa trouw elke dag. Ik heb daar bewondering voor, maar weiger mijn eigen gezin en werk op te geven om mijn oude vader te gaan verzorgen. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die er zo mee omgaat, maar aan wie spiegel ik me? Mijn referentiekader zijn vooral mijn zelfbewuste en assertieve Nederlandse vrienden en kennissen.
Zijn we nou echt allemaal hufters?

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...