woensdag 27 december 2017

Een spectaculair toetje

“Ik wil graag het toetje verzorgen!” zegt mijn dochter. Ze is voor de kerst een paar dagen bij ons en op eerste kerstdag eten we thuis. Met z’n vieren, want haar broer is er ook.
“Er kan eigenlijk van alles in, maar het gaat vooral om de presentatie.”
Ze legt uit wat ze wil maken; ze heeft het gezien op instagram en het is best spectaculair. Je smelt au bain-marie een flink stuk donkere chocolade, daar rol je voorzichtig één kant van een opgeblazen ballon door. Dat laat je goed afkoelen en als je dan de ballon doorprikt, heb je een dunne, ronde kom van chocola.
Maar dan komt het: die kom of stolp zet je óver het toetje heen – dat bijvoorbeeld uit tropisch fruit bestaat. Voor het opdienen maak je een warme chocoladesaus door weer een stuk chocola au bain-marie te smelten en er wat slagroom door te roeren. Dit giet je óver de chocoladebol, waardoor die over het fruit heen ‘instort’.
Het klinkt geweldig.

Op eerste kerstdag vraagt ze me om bij dit bewerkelijke toetje te helpen. We blazen vier ballonnen op en gaan aan de slag met pannetjes en chocola. Al gauw begint de hele keuken heerlijk naar gesmolten chocolade te ruiken. E. zet een bakblik klaar met bakpapier en daar lepelen we de donkerbruine smurrie op. Nu moeten daar voorzichtig de ballonnen doorgehaald worden om een chocoladen helm te krijgen. Met een steelpan met water in m’n ene hand en een lepel in de andere, sta ik naast haar om te kijken of het lukt.
PANG
De eerste ballon is bijna klaar als ie spontaan uit elkaar klapt. De chocoladespetters vliegen in het rond.
“Oooh …. de keuken….”
Geschrokken kijken we elkaar aan en schieten meteen in de lach. Ik zie donkere chocoladesproeten op het gezicht van mijn dochter en zij ziet chocoladevegen op het mijne.
“Oh nee … onze kleren…..”

Een paar seconden staan we met onze handen in de lucht te kijken naar de ravage. Waar moeten we beginnen met opruimen? Dan besluiten we dat eerst de kleren in het water gezet moeten worden.
Even later zijn we aan het poetsen. Op de knieën de spetters van de vloer wrijven. Languit reiken naar het plafond, waar je beter niet aan de kleine, donkerbruine sproetjes kunt komen, want je veegt ze alleen maar groter. Met een scherp mesje de opgedroogde chocoladespatten van de muur schrapen… Na een uur ziet alles er weer toonbaar uit.
“Ik was er al bang voor,” zegt H., die niet vrolijk wordt van al die bruine spetters. “Ballonnen en hete chocola…”
“Had dat dan gezegd!” roepen wij.

We beginnen tamelijk laat aan het kerstdiner en sluiten het af met een heerlijk toetje. Tropisch fruit met ruige brokken donkere chocolade. Iets minder mooi dan de bedoeling was, maar spectaculair was het allemaal zeker.

dinsdag 19 december 2017

Mijn blogs in ballen

We hebben op het werk met de bovenverdieping lootjes getrokken voor Secret Santa. De spelregels zijn summier: verras je collega met iets aardigs. In deze laatste week voor kerst moest het gebeuren en afgelopen weekend heb ik me het hoofd gebroken over een leuke verrassing. Ik bedacht uiteindelijk iets waar ik wel tevreden over was. De kunst is om het vervolgens anoniem bij de betreffende collega bezorgd te krijgen. Dat lukte en nu ben ik heel benieuwd hoe mijn cadeautje ontvangen is. Maar ik vergat eigenlijk om erover na te denken hoe ik zelf verrast zou worden. 

Dinsdag. Ik zit aan mijn bureau te werken aan de laatste loodjes van een draaiboek dat morgen voorgelezen moet worden. Ik hoef deze keer niet te stressen, want het is al voor een groot deel klaar. Vroeg in de middag komt de directiesecretaresse me – op verzoek van iemand - iets geven: een grote, doorzichtige kerstbal. Er zit een briefje in met een recept. Grappig. Ze verdwijnt weer naar beneden.
Vijf minuten later komt er iemand anders van beneden me nog zo’n bal brengen. Deze keer met een gedichtje en chocolaatjes erin. En nog voordat hij weer weg is, komt er weer een collega met een doorzichtige kerstbal. In het volgende kwartier blijven er ballen komen. Gebracht door collega’s van afdelingen op de benedenverdieping.
In elke kerstbal zit iets waar ik ooit een blogje over heb geschreven. Een potje kruiden met Arabisch opschrift, een playmobiel scooter met poppetje, een bolletje zwarte wol, bloembollen voor in de tuin, een papieren bootje. Mijn blogs in ballen, zoals in een gedichtje werd aangekondigd.

Tenslotte wandelt de directeur himself binnen met de laatste bal. Nieuwsgierig blijft hij kijken als ik hem openmaak. Er zit een briefje in met een citaat van Roald Dahl. Met een paar Tony Chocolonely chocolaadjes. Dat komt niet uit een blogje: op de redactie hebben we een special over Roald Dahl gemaakt waarbij we voor de eerste 100 bestellers een reep chocola mochten weggeven.

Ik leg alle kerstballen op de vensterbank. Ik ben er blij mee. Iemand heeft er echt veel moeite voor gedaan om me zo te verrassen. Vanmiddag gaan ze mee naar huis, de kerstboom in, waarover ik schreef toen ie nog leeg en kaal was. Hij is niet leeg meer, maar er is zeker nog wel wat ruimte voor deze speciale ballen van mijn Secret Santa.

 

zondag 17 december 2017

Het oplossen van een moord


We kennen onze vrienden al bijna 20 jaar. Onze kinderen zaten bij elkaar in de klas op de basisschool en speelden samen. Ook toen de jongens al lang niet meer gehaald of gebracht hoefden te worden, bleven we elkaar opzoeken. We delen allemaal een voorliefde voor woorden, taal en oeverloos geouwehoer, en houden ook allemaal van wijn en lekker eten.

Toen we het nieuwe spel ‘Sherlock Holmes’ kochten, waarin je met z’n allen een misdaad moet oplossen, leek het ons een goed idee om dat samen met hen te spelen. Voorafgegaan door lekker eten en wijn natuurlijk. Hoewel de kleine jongetjes van vroeger inmiddels grote mannen zijn, die allemaal studeren en op kamers wonen, kwamen de twee zonen mee. Ze waren het weekend thuis.
Het eten moest dus niet alleen lekker zijn, maar ook véél. H. en ik bedachten een hoop leuke gerechtjes en leefden ons uit in de keuken. En onze gasten deden de maaltijd eer aan. Zeven mensen aan tafel voerden voortdurend minstens drie gesprekken en soms deed ik er – vanuit het midden -aan twee tegelijk mee. Druk en gezellig.

Toen we ons gezelschapsspel tevoorschijn haalden, besloot de jeugd dat zeven spelers te veel zou zijn voor één misdaad. Het voorstel om in twee groepen twee verschillende misdaden op te lossen, stuitte op praktische bezwaren. Dus de jongens vertrokken naar het andere adres en lieten het raadsel van de moord op Courtney Allen aan ons over.

Bij het Sherlock Holmes spel, speel je niet tegen elkaar, maar samen. Wie een hekel aan lezen heeft, kan beter niet meedoen, want er moeten flinke lappen tekst gelezen worden (in het Engels). Eerst wordt verteld wie waar wanneer vermoord is en nog wat bijzonderheden. Dan moet je op zoek naar aanwijzingen. Ook leeswerk. Op een kaart van Londen in de 19e eeuw kun je relevante plaatsen opzoeken en uit kranten uit achttienzoveel is aanvullende informatie te halen.

Dit is geen typisch bordspel, geen dobbelstenen en geen geluk, het is een test van je mentale kracht,” staat in de spelbeschrijving. Om een uur of 12 is onze mentale kracht een beetje opgebruikt en gaan we kijken of we de juiste moordenaar te pakken hebben. JA, het klopt. Het slechte nieuws is, dat we wel érg veel aanwijzingen nodig hadden en dat we ook een hele verhaallijn gemist hebben. Maar nu snappen we wel hoe het spel in elkaar zit en hoe je het beter kunt aanpakken.

Er zijn nog negen andere misdaden op te lossen en over een paar dagen is het kerstvakantie. We hoeven ons niet te vervelen.

dinsdag 12 december 2017

Vroeg op

Het is nog donker als ik aanbel bij m’n Syrische taalmaatje en vriendin N. Even voor zevenen in de ochtend. Ze doet meteen open. Op pantoffeltjes, in haar dikke badjas met tijgerprint, een wollige hoofddoek om, haar zwangere buik ver vooruit stekend. Achter haar staat haar man H. Ze begroeten me blij en lopen voor me uit naar de kamer.
Binnen zitten de kinderen op de bank voor de televisie. Jassen aan, schoenen aan, rechtop naast elkaar. Ze zien er een beetje slaperig en onwennig uit.
“Wil je koffie?” vraagt H., maar het is me nog te vroeg voor koffie.
“Thee misschien?”
“Ja, lekker.”

Ze lopen allebei ongedurig heen en weer tot de bel weer gaat. Daar is de vriendin die ze naar Nijmegen zal brengen. Koffertje mee…
“Heb je niets anders voor aan je voeten?”
De pantoffeltjes worden ingeruild voor laarzen. De kinderen worden allebei drie keer geknuffeld en ik krijg ook een knuffel. Ik zie N. een traantje wegpinken maar ze lacht dapper, roept nog een keer dag en dan gaan ze. Met de auto naar het ziekenhuis, waar de baby met een keizersnee geboren zal worden.

Daar zitten we dan op de bank. Een tijdje zitten de twee kleine kinderen zwijgend naar de televisie te kijken. Dan komt het meisje naar me toe met een speelbeestje dat ze over mijn handen laat lopen. De jongen zapt heen en weer op zoek naar iets leuks op TV. Ik praat een beetje tegen ze. Dat vandaag hun zusje geboren wordt. Spannend hè, en of in hun rugtasjes eten zit, en fruit en een beker. Dat we straks naar school gaan lopen door de sneeuw. Ze geven netjes antwoord, maar blijven wat stilletjes. Het is ook wel vreemd allemaal.

Om kwart voor acht vraag ik of er nog iemand plassen moet, want we gaan naar school. Ze komen meteen in beweging. De TV gaat uit, de rugzakjes om en terwijl ik in de gang mijn schoenen aantrek, worden netjes alle lichten uitgeknipt. Het is een flink eind lopen naar de school. A. wijst vastberaden welke kant we op moeten; over het brede fietspad. Het is niet de kortste route, maar ik laat hem de weg maar bepalen.

Terwijl we door de sneeuw lopen, komen ze los. D. houdt mijn hand vast en vertelt van alles in een mix van Nederlands en Arabisch. A. schopt brokken sneeuw kapot en wordt een beetje baldadig. Ik vraag hem of hij net als zijn zusje twee juffen heeft, en hij roept: “nee, zes juffen.”
Dan zijn we bij de school. Ik loop met ze mee naar binnen en lever ze bij hun klas af. 

Een half uur later ben ik thuis en begin ik aan een gewone werkdag thuis. Nou ja, gewoon… halverwege de middag krijg ik een fotootje toegestuurd van een gaaf, rond babykoppie op een roze dekentje.

zondag 10 december 2017

Helemaal niks

Een blote kerstboom staat voor het raam te roepen dat ie nog lichtjes moet. En ballen. Maar ik heb even geen zin. De dikke laag sneeuw buiten bezorgt me een gevoel alsof ik op slot ga. In de wintermodus. Binnen zitten, stom spelletje op de i-pad spelen, tijdschrift doorbladeren. Niks.

De hele middag heb ik me ertegen verzet. Gestofzuigd, kamer opgeruimd, meubels op een andere plek gezet en tenslotte de (nep)boom neergezet. Maar toen ik even met een kop thee in een luie stoel ging zitten, was de knop om. Ik laat de lichtjes, de slingers en de kerstballen liggen tot morgen.
Geen zin.
Het is zondagnamiddag en ik hoef even helemaal niks meer. Alleen nog even een blogje schrijven, maar helaas, ook dat komt er niet van. Jammer dan.

zaterdag 2 december 2017

Van schaap naar vest

Half april was het, toen ik met een vuilniszak vol zwarte wol thuiskwam. Onbewerkt, ongewassen, sterk ruikend naar schaap en een beetje naar schapenmest. Ik haalde m’n spinnewiel uit z’n stofhoekje en begon opgewekt met mijn project vest.
Een project dat geen haast had, de winter was nog ver en er zijn altijd nog zoveel andere dingen die je wilt en moet doen. Maar tussen de bedrijven door veranderde steeds meer ruwe wol in draad. 

Eerst een enkele, dunne draad, dan twee daarvan in elkaar gedraaid (getwijnd) tot een dubbele draad. (Weet je dat je van de lanoline die in schapenwol zit, heel zachte handen krijgt?)
In september had ik vijf strengen klaar. Die gingen uitgebreid in bad. Wassen en spoelen, wassen en spoelen, tot de hevige schapengeur er zo goed mogelijk uit is.

Toen ze droog waren, maakte ik er bollen van.

Ik wist hoe het vest er uit moest zien, maar moest een paar keer een stuk overdoen, omdat een achterpand toch te smal uitviel, omdat de kop van een mouw toch minder schuin moest lopen. Vijf strengen wol bleken nét niet genoeg en weer moest er gesponnen worden. En toen… was ie helemaal klaar. Nog één keer wassen, rits erin zetten en voila: net nu het er buiten echt winters begint uit te zien, met rijp in de tuin en dichte autoruiten, is project vest afgerond.
 
In arbeidsuren is ie onbetaalbaar, maar als bijproduct van een hobby is het een cadeautje. En ik ben er best trots op.

zondag 26 november 2017

Vernieuwde kamer

“Komen jullie binnenkort een keer kijken?” vraagt mijn broer aan de telefoon. “We zijn de boel helemaal aan het verbouwen. Het wordt mooi, hoor!”
Bij mijn broer en zijn gezin thuis is het altijd een vrolijke bende. Met een Amerikaanse bully, drie chihuahua’s, altijd wel minstens één nest jonge poesjes en vaak nog wel wat kleine, meer of minder exotische beestjes. In een hoek van de kamer groeide het terrarium van m’n neefje de laatste jaren uit tot een vier verdiepingen hoog gevaarte. Toen vond z’n vader het ineens genoeg geweest, vertelde hij. En nu gaat dat bakbeest de deur uit, net als de oude kast en de bank. Er komt een nieuw wandmeubel en de hele kamer krijgt een fris, nieuw kleurtje. Mijn broer beschrijft enthousiast de nieuwe aankoop (en de onderhandelingen erover) en tijdens ons telefoongesprek zie ik de ruime, vernieuwde kamer voor me.

Dus zijn we zaterdagmorgen op weg naar Den Ilp. Onderweg kopen we een chocoladetaartje, dat H. bijna laat vallen als hij enthousiast begroet wordt door hond Charlie. Schoenen in de hal op een hoge plek, zodat ze niet per ongeluk stukgebeten worden, en dan de kamer in. Daar is weliswaar van alles van plaats veranderd, maar de beschreven verandering is nog niet helemaal gelukt. Bij het in elkaar zetten van een kast, bleek namelijk een paneel flink beschadigd en nu moeten ze vier weken wachten op een nieuw. Dus ligt alles even stil. De tafel is midden in de kamer geparkeerd, want die moet komen waar de oude kast nog staat. En zo moet er nog een en ander op z’n plek gezet worden.

We gaan gezellig om de centrale tafel heen zitten met koffie en chocoladetaart. Precies genoeg voor ons, mijn broer, schoonzus, neefje, nicht, hun oma en de kleine logé Bear, die ons even verlegen bekijkt, maar zich al gauw enthousiast op een stuk taart stort. “Z’n lievelingstaart!” zegt schoonzus T. lachend. Even later zitten we met z’n allen een bordspel te doen, dat extra spelregels krijgt omdat Bear vindt dat er auto’s mee moeten rijden met de pionnen. Als hij aan de beurt is, telt iedereen hardop mee omdat hij zelf eigenlijk nog niet kan tellen.

We eten lekkere broodjes, kijken naar een gek televisieprogramma waarin mensen tijdens een ritje in de achtbaan een gerecht moeten klaarmaken; we aaien honden en katten en maken een afspraak om elkaar met kerst weer op te zoeken. Zou de nieuwe inrichting dan helemaal klaar zijn?
“Natuurlijk!” roept iedereen.
Dus gaan we over een maandje in de herkansing. En of de verbouwing dan helemaal gelukt is of niet, gezellig wordt het toch wel daar in Den Ilp.

zaterdag 18 november 2017

Mopperen met de media

Mijn vader was geen levensgenieter. Integendeel; hij was vaak boos en verontwaardigd over alles wat er in de wereld gebeurde. Het leek wel alsof hij er genoegen in schiep om te mopperen. Las hij de krant, dan kon je er vergif op innemen dat er iets instond waar hij eens flink over tekeer moest gaan. Keek hij naar het journaal – en dat sloeg hij zelden over – dan werd er luidkeels gescholden op welke politicus er dan ook op dat moment in het nieuws was. Het kwam de sfeer niet ten goede en ik heb er heel wat keren ruzie over gehad met hem.

De laatste jaren van zijn leven was hij wat milder. Maar een gezellige, positieve man was hij nooit, en dat maakte zijn eigen leven en dat van de mensen om hem heen er niet makkelijker op. Voor mij is het een voorbeeld van hoe ik níet wil zijn. Toch is er van dat gemopper en die verontwaardiging over dingen wel iets in mijn genen meegeslopen. Ik kan me soms opwinden over iets dat ik in de krant lees en met plezier aan m’n omgeving uitleggen dat iets complete onzin is. Of hoe onbegrijpelijk een actie/ aanslag / bewering is. Soms denk ik dan als ik mezelf hoor praten: nou zeg, ik lijk m’n vader wel! En dan hou ik vlug m’n mond.

Deze week stond er in het AD een artikel over ‘het nationaal salaris onderzoek’. Er bleek uit dat vrouwen nog altijd minder verdienen dan mannen, maar dat vrouwen desondanks vaker tevreden zijn met hun salaris. Terwijl ik het artikel las, voelde ik mezelf steeds kwaaier worden. Maar denkend aan mijn vader, hield ik m’n mond dicht. In stilte googelde ik hoogleraar psychologie Jaap van Muijen, de deskundige eikel die in dit artikel aan het woord komt om te beweren dat het allemaal aan de vrouwen ligt en dat ze actie moeten ondernemen. Bijvoorbeeld een cursus onderhandelen volgen.

Ik ontdekte dat meneer Van Muijen als nevenfunctie docent is bij een duur opleidingsprogramma voor Future Female Leaders. Jaja, en dan als psycholoog deze oplossing aandragen voor de ongelijkheid in beloning. Ik merk dat ik net als m’n vader kan zwelgen in de verontwaardiging over zo’n figuur. Maar er is een elegantere manier om daar iets mee te doen dan mopperen en schelden. Ik schrijf het op. Op de verhalenwebsite Tallsay, in een lekker schmierend commentaar. Wie het lezen wil, is welkom, maar mijn omgeving ga ik er verder niet mee lastig vallen.

zaterdag 11 november 2017

Snelle trein

We spreken om kwart voor 11 af in Rotterdam. Dan kan ik Vanuit Nijmegen de Intercity naar Schiphol van 9 uur nemen en reis ik met 40% korting. Waar ik even niet aan had gedacht is dat de trein om twee minuten vóór 9 vertrekt, wat betekent dat voor de hele reis geen dalurenkorting geldt. Trouwens, als ie om 9 uur zou vertrekken, moest ik ook op z’n minst een paar minuten eerder door het poortje met hetzelfde resultaat.

Onderweg kom ik erachter dat de overstap in Utrecht niet gaat werken, want “er zijn inspectiewerkzaamheden aan het spoor”. Reizigers naar Rotterdam wordt aangeraden door te rijden naar Schiphol en daar over te stappen. Dus stuur ik een whatsapp berichtje dat ik vertraging heb en neem op Schiphol de eerste trein naar Rotterdam. Dat blijkt een Intercity Direct te zijn.

Op elke deur van de trein staat met grote letters dat voor deze trein een toeslag betaald moet worden, maar ik denk: het was niet mijn eigen keus om via Schiphol te reizen en het lijkt me niet nodig om voor deze vertraging ook nog eens extra te betalen. Ik zie wel wat er gebeurt als er controle komt. Ik hoor het stel dat voor me zit, praten over tien euro toeslag en bedenk wat ik tegen de controleur ga zeggen. 

Ze komen met z’n tweën, één links en één rechts. Die van onze rij staat stil bij de mensen voor me. Ze vragen iets dat ik niet versta doordat de trein door een tunnel raast. Wél hoor ik de NS man opgewekt zeggen: “U bent op weg naar Dúitsland!” Huh? Ik schrik en zie de vrouw voor me ook schrikken. Tegelijk komt de tweede controleur naast mijn stoel staan: “Vervoersbewijs alstublieft.”

Ik geef hem m’n OV-kaart en doe mijn mond open om over de toeslag te beginnen, maar hij is me voor: “O, ik zie dat je vanaf Nijmegen komt. Dan hoeft die toeslag niet.” De trein gaat gewoon naar Rotterdam. Om vier minuten over 11 ben ik op het nieuwe, glazen Centraal Station. Dat valt mee; zo’n Intercity Direct is echt snel. Maar een tientje toeslag lijkt me toch echt overdreven. Later googel ik het en zie dat het 2,40 extra kost. Hm, ik zal het onthouden voor als ik ooit met grote haast van Schiphol naar Rotterdam moet. Of naar Breda, dat kan ook. Maar Nijmegen zit niet in het traject van die snelle trein. Pech gehad.

maandag 6 november 2017

Rust zacht, tante

“OPSTAAN! Zonde van ’t mooie weer!!”
Mijn tante hield er niet van als je je tijd verlummelde door uit te slapen, ook al was het vakantie. Ze joeg ons ’s morgens gewoon het bed uit; eigen kinderen én logerende nichtjes. Als je te laat aan het ontbijt verscheen, was de thee op.

Zeven kinderen hadden m’n oom en tante in Froombosch, een neef en zes nichten, waarvan ik met de middelste drie optrok. Maar er was altijd ruimte voor een paar logé’s in de zomervakantie. Ik herinner me de ruimte om het doe-het-zelf huis, dat met de tuin met kersenbomen er omheen een eiland op het Groningse platteland vormde. Om er te komen, moest je eerst een kilometer (of was het meer?) over een pad tussen korenvelden door lopen. Vlakbij was de beroemde gasbel van Slochteren, waarvan je de vlam altijd hoog bovenuit een pijp kon zien branden.

We droegen dezelfde kleren, mijn nichtjes en ik. We hielpen tuinbonen plukken in de grote moestuin, die we daarna open maakten om de boontjes uit hun fluwelen bedjes te rissen. Van de dubbeltjes die we daarvoor kregen, gingen we in het dorp negerzoenen kopen. Of we plukten kersen en aten die tot we er buikpijn van kregen.

Mijn tante zwaaide de scepter. Van haar moest ik net zo goed meehelpen met tafeldekken en afwassen als haar eigen kinderen. Streng was ze en niet altijd even vriendelijk. Maar humor had ze altijd wel en ik kon het goed met haar vinden.

De tijd van de zomerse logeerpartijen ging voorbij. Het contact verflauwde, maar ze bleef wel een van m’n favoriete tantes. Op haar negentigste verjaardag kwam ik naar het feest in het dorpshuis van het kleine, Groningse dorp waar ze woonde. De zaal puilde uit; en niet alleen met familie. Het hele dorp kende deze bijzondere, reislustige vrouw die nooit een blad voor de mond nam.

Niet veel later begreep ik van haar kinderen dat ze geestelijk achteruit begon te gaan. De laatste jaren raakte ze flink de weg kwijt, maar, zeiden mijn nichten, ‘ze werd ook lief, en dat was een cadeautje voor iedereen.’ Want voor haar eigen kinderen was het bij tijden knap lastig geweest om zo’n recht-toe-recht-aan moeder te hebben die zich weinig liet gezeggen.

Vandaag is ze begraven. De sporthal waar we bij elkaar kwamen voor het afscheid, zat vol. Behalve de grote familie waren er vroegere buren, dorpsgenoten, vrienden van m’n tante. Vierennegentig is ze geworden. Een kleine, broze vrouw met een grote persoonlijkheid. Rust zacht, tante.

zondag 5 november 2017

Verbannen naar buiten

Een of twee keer per jaar komt R. bij ons eten. Hij is verstandelijk beperkt en toen hij een tiener was en zijn vader verloor, heeft H. vanuit z’n werk tijdelijk een soort vaderrol voor hem vervuld. Intussen is R. een volwassen man, maar eigenlijk blijft ie altijd een kind.

Als hij komt eten gaat dat altijd volgens hetzelfde stramien. H. haalt hem op, in de keuken eten we – macaroni of pizza – en dan wassen we samen af. We praten over het werk van R., over huisgenoten die we al of niet van vroeger kennen en misschien over zijn nieuwe schoenen of zoiets. Daarna drinken we koffie bij de televisie en kijken naar GTST. Om een uur of negen staat hij op en zegt dat hij nu wel naar huis wil. Dan brengt H. hem weer naar zijn woongroep.

Woensdag a.s. staat er weer een eetafspraak met hem op de kalender en dat heeft grote gevolgen voor onze aanloopkat Salomon. R. is namelijk allergisch voor katten. Het betekent dat onze grijze haarbal al een week niet naar binnen mag. We weten niet precies hoe lang de allergene stoffen in huis blijven hangen, maar nemen het zekere voor het onzekere. Ik ben met de stofzuiger extra grondig het hele huis door geweest, stoelen waar Salomon op heeft gelegen zijn afgesopt en het beestje is tot na komende woensdag naar buiten verbannen.

We krijgen het hem niet uitgelegd. Elke dag staat hij bij de achterdeur geduldig te wachten. Af en toe mauwt ie en zet z’n pootjes tegen de ruit. We vinden het zó sneu. Dit weekend zijn allebei de kinderen thuis en als ik zelf met m’n rug naar de achtertuin zit, vertelt mijn dochter me precies hoe zielig hij naar binnen zit te kijken. In de regen!

Gisteren liep hij met me mee de schuur in toen ik m’n fiets naar binnen zette. Hij weet dat je ook vanaf díe kant ons huis in kunt. Ik heb hem liefdevol opgepakt, een knuffel gegeven en weer buiten gezet. Aaaaaach. Maar we houden vol. Nog drie dagen. En als R. dan zonder niezen en tranen op bezoek geweest is, gaat de deur weer open voor Salomon. Ik hoop dat ie intussen niet boos vertrekt naar een ander aanloopadres.

woensdag 25 oktober 2017

Vijf kilometer duwen.

TAK! Ik voel het meer dan ik het hoor. Eerst denk ik dat ik over iets heen reed dat wegsprong. Een steen of een takje. En dat m’n scooter vaart mindert omdat ik in een reflex de handle terughield. Maar ik blijf vaart minderen ondanks dat ik van een helling af rij. Gas geven helpt niet. Ik hoor de motor wel gehoorzaam brommen, maar dat levert geen beweging meer op in m’n achterwiel.

Langzaam rol ik de flauwe helling af tot ik stilsta. Ik zet de scooter op de standaard en denk na. Doordat ik altijd fanatiek m’n fietsafstanden bijhoud, weet ik dat het vanaf hier nog vijf kilometer is naar huis. Om te beginnen zet ik m’n helm af en graaf ik in mijn tas. Vandaag hoefde ik alleen de ochtend te werken. Voor alle zekerheid had ik een boterham meegenomen. Daar ben ik nu blij mee. Dan doe ik de helm in het bakje onder m’n zadel en begin te duwen.

Na een halve kilometer bedenk ik dat er een klein kansje is op hulp. Mijn vriend de garagekabouter is ZZPer en heeft een busje waarmee je motoren – en dus ook een scooter – kunt vervoeren. Als hij thuis is en misschien even tijd kan maken…. Ik bel hem, maar zijn telefoon wordt opgenomen door zijn PSTD (persoonlijke secretaresse tevens dochter); hij is er niet. Ik vermoei haar niet met de reden van mijn telefoontje en duw dapper verder.

De weg is lang en leeg. Het miezert een beetje en alles wat me passeert zijn een paar scholieren en een groep oudere dames. Niemand die me ook maar een blik waardig keurt terwijl ik moeizaam met de scooter tegen een viaduct op loop. Wat zou het fijn zijn als iemand het spontaan deze tweehonderd meter van me overnam.

Na vier zware kilometers kom ik in de bewoonde wereld. De slingerende weg vol verkeersdrempels die naar mijn wijk leidt. Een wat oudere man met een hond ziet me zwoegen en vraagt
“is ie kapot?”
“Ja,” knik ik, “maar ik hoef nog maar een kilometer.”
Hij steekt een duim op en wenst me succes.
Niet dat het me nou echt helpt, maar toch geeft zo’n vriendelijk gebaar me een goed gevoel.

Nog iets verderop word ik gepasseerd door een jonge man op een sportfiets.
“Is ie kapot?” vraagt hij in het voorbijgaan
“Ja,” zeg ik weer.
Hij stopt en vraagt of ik ook weet wát er kapot is.
“Heeft een scooter een v-snaar?” vraag ik en leg uit wat er onderweg gebeurde.
“Ja, dat klinkt alsof de aandrijfriem geknapt is,” zegt ie.
“Dáár kan ik je zo onderweg niet mee helpen helaas.”
Terwijl hij dan maar doorfietst, loop ik te glimlachen.

En ook al moet ik ook de laatste halve kilometer nog zelf m’n scooter naar huis duwen, ik ben niet eens chagrijnig als ik thuiskom. Een beetje vriendelijkheid doet wonderen. Bij mij wel in elk geval.

zondag 22 oktober 2017

Oorlogshelden

Mijn schoonouders waren helden. Niet lang voor hun dood werd dat officieel. Na een jarenlange procedure kregen ze een Yad Vashem onderscheiding omdat ze met gevaar voor eigen leven in de oorlog een Joods echtpaar in hun huis lieten onderduiken.

Sinds ze allebei overleden zijn, houden we jaarlijks een ‘broersdag’ en dit jaar zijn we uitgenodigd in Haarlem. Broer J. heeft daar een bezoek gepland aan het Corrie ten Boom museum. Het is een huis met een wonderlijke indeling, veel kleine kamertjes en trappetjes en een verborgen ruimte waar veel onderduikers bij razzia’s tijdelijk verscholen hebben gezeten. Het doet denken aan het Anne Frank huis, maar het is minder bekend en de rij ervoor is korter. Maar een rij is er wel.

Na een ochtend koffiedrinken en bijpraten komen we om kwart voor twee aan bij het kleine museum. Mijn zwager heeft een afspraak gemaakt en als tegen tweeën de deur open gaat, mogen wij met z’n negenen langs de rij naar binnen. Daarna wordt de groep aangevuld met wachtenden en gaan we langs twee smalle trappen naar boven, waar een vriendelijke dame ons welkom heet. Ze vindt het heel speciaal dat de kinderen van twee Yad Vashem helden hier aanwezig zijn. “Vijf procent van de Nederlanders zat in het verzet,” vertelt ze. “Negentig procent deed niets – en nog eens vijf procent sloot zich aan bij de NSB.”

Dan vertelt ze het verhaal van Corrie ten Boom. Ze was al tegen de vijftig en woonde met haar vader en ongetrouwde zus in dit huis. Een zeer gelovige familie die altijd klaarstond om mensen te helpen die dat nodig hadden. Toen de oorlog uitbrak waren er zéker mensen die dat nodig hadden. Omdat het huis bestond uit twee samengevoegde woningen, kon er een schuilplek gemaakt worden. De vertelster vraagt om zes vrijwilligers die proberen om na een alarmsignaal zo snel mogelijk door een luik in een kast in de smalle ruimte tussen twee muren te kruipen.

 Doordat er nu een gat in de muur is gemaakt, kunnen we zien hoe krap het is. En terwijl de zes ‘onderduikers’ op elkaar gepakt meeluisteren, vertelt ze hoe op zeker moment in de oorlog zes andere mensen daar 48 uur hadden moeten doorbrengen, zonder water en zonder te weten hoelang het nog zou duren. Heel beeldend.   Het bijzondere van Corrie ten Boom was, dat ze het concentratiekamp overleefde en na de oorlog de wereld rondreisde om te vertellen over haar geloof en hoe dat haar geholpen had.

Na de rondleiding lopen we met z’n allen een stuk door het centrum van Haarlem. We krijgen bij de organiserende broer en zijn vrouw thuis allerlei heerlijke hapjes en we blijven met elkaar praten tot het hoog tijd is om terug naar huis te rijden. Als afscheid krijgen we een boek mee: “De schuilplaats” door Corrie ten Boom. De nagedachtenis aan deze vrouw doet ons natuurlijk ook allemaal denken aan de dappere ouders van H. en zijn broers. Een mooi slot aan deze familiedag.

vrijdag 20 oktober 2017

Diploma Japanstudies


Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nemen. Maar voor deze belangrijke gebeurtenis moet het toch wel lukken. En jawel, donderdagmiddag om drie uur zitten we in Leiden in het klein auditorium. Pal boven het groot auditorium waar op hetzelfde moment Onno Blom promoveert op zijn biografie van Jan Wolkers.

De kleine zaal waar we achterin zitten, puilt uit omdat niet iedereen zich braaf aan de regel heeft gehouden niet meer dan twee mensen mee te brengen. Een kleine, kalende man stelt zich voor als de voorzitter van de examencommissie. Hij zal de ceremoniemeester zijn. Hij spreekt zacht, slecht articulerend en af en toe naast de microfoon. Gelukkig geeft hij al gauw het woord aan een van de docenten. Die benadrukt dat ‘Japanstudies’ een bijzonder pittige opleiding is en dat al deze bachelors trots mogen zijn dat ze hun bul hebben gehaald.

De plechtigheid begint. Een voor een worden de studenten opgeroepen om naar voren te komen en hun bul in ontvangst te nemen. Degenen die Cum Laude geslaagd zijn, krijgen een toespraak van hun studiebegeleider. Bij elke naam die de ceremoniemeester opnoemt, vertelt hij ook de titel van de scriptie. Lange titels, meestal in het Engels. Behalve doordat hij zacht, snel en onduidelijk spreekt, weet hij de meeste titels totaal onverstaanbaar te maken door zijn strategie:

Hij noemt de naam van een student en laat een pauze vallen. De zaal applaudisseert en midden in dat applaus begint hij de scriptietitel op te lezen. Hij zegt iets over de volgende student die hij zal oproepen, kijkt daarbij opzij naar de begeleider van deze student en heeft voordat hij z’n mond weer bij de microfoon heeft, de halve scriptietitel daarnaast gemompeld. Hij noemt een naam, zegt net voordat een applaus begint ‘en haar scriptie is getiteld’ … pauzeert dan alsnog en als de studente met klakkende hakken naar voren komt lopen raffelt hij zachtjes een lange titel af.  Als J. tenslotte aan de beurt is om zijn bul op te halen, is het een van de zeldzame keren dat naam en scriptietitel hoorbaar worden uitgesproken. Een lange titel, en helemaal in het Japans…

Dan heeft toch eindelijk iedereen z’n kostbare getuigschrift en worden er beneden drankjes geschonken. We blijven niet lang, maar gaan de stad in om het te vieren met sushi en een glaasje pruimenwijn.
“Ik ben blij dat jullie allebei gekomen zijn,” zegt J.
En dat zijn wij ook. Blij - en trots op een zoon met een BA Japanstudies.

woensdag 18 oktober 2017

Leipzig

(13 oktober 2017)
Leipzig heeft een fantastisch centrum voor topografische kneuzen. Het is aan vier kanten afgebakend door een vrij brede autoweg, waardoor het onmogelijk is om er te verdwalen. Het appartement waar we drie nachten verblijven, is net buiten dit centrum. Als H. ’s avonds geen zin heeft om nog iets te doen, ga ik in m’n eentje de stad in en ontdek dat ik hier niet bang hoef te zijn om de weg kwijt te raken.

Ik kom in één straat drie schilderachtige antiquariaten tegen en er zijn allerlei hofjes en passages. Morgenmiddag komen we hier terug om die te gaan bekijken. Maar eerst gaan we naar de Hundertwasser Experience in centrum Kunstkraftwerk. Het is een oude fabriek waar ook nog twee andere tentoonstellingen zijn. Veel met licht en projecties. Ik hou van zo’n oude fabriek en ik hou van Hundertwasser. We ‘doen’ de experience twee keer achter elkaar. Een onderdompeling in kleur en geluid.

Leipzig is de stad van Luther en van Bach. Die twee komen we dan ook overal tegen. De St. Thomaskerk was een van de broedplaatsen van de Reformatie. In dit Lutherjaar 2017 wordt het 500-jarig jubileum van die Reformatie gevierd. In diezelfde kerk was Johann Sebastian Bach 27 jaar lang dirigent van het beroemde jongenskoor van Leipzig (Thomanerchor), dat nog steeds bestaat.

Voor 2 euro kunnen we om 18.00 u. in de St. Thomaskerk een motet bijwonen. Orgelmuziek op het orgel dat door veel beroemde musici bespeeld is. Tegenover de kerk drinken we een glas wijn en om kwart voor zes steken we over om te gaan luisteren. Het blijkt om een hele kerkdienst te gaan, compleet met preek. Die (Duitse) preek is gelukkig niet erg lang. De muziek is indrukwekkend, maar zo’n kerkorgel brengt toch al gauw een brij van geluid voort. Meer bijzonder dan echt mooi. Toch hoort het wel heel erg bij een bezoek aan Leipzig.

Net als een bezoek aan de tentoonstelling over muziekinstrumenten in het Grassi-museum. Zo hebben we in deze paar dagen Leipzig wel genoeg cultuur gesnoven. De laatste middag genieten we buiten van het zeldzaam zachte nazomerweer. Morgen weer naar huis.

dinsdag 17 oktober 2017

Dresden

(9 oktober 2017)
Als je in Dresden rondloopt, kun je niet om de oorlog heen. Het is tegenstrijdig dat in een stad die zo kapotgebombardeerd is zo veel oude gebouwen staan. Ze zijn opnieuw opgebouwd uit de brokstukken. De frisse, lichte kleuren verraden waar nieuw materiaal gebruikt is.

We bekijken van alle kanten de beroemde Frauenkirche. Lang was het een geblakerde ruïne die als een herinnering aan het bombardement in 1945 midden in de stad was blijven staan. Maar in de negentiger jaren werd de kerk hersteld, waarbij zo veel mogelijk van het oude materiaal gebruikt werd. Die oude steenbrokken zijn zwart. Niet doordat de stad ooit in brand stond, zoals we eerst dachten, maar omdat het zandsteen oxideert in de buitenlucht. Daardoor zie je in de binnenstad makkelijk wat écht oud is en wat opnieuw gebouwd. Het geeft een bijzonder effect.

Het Militär Historisches Museum in Dresden moet heel bijzonder zijn. “Zelfs als je geen liefhebber bent van oorlogsmusea”, las ik ergens. “De manier waarop de verschillende tentoonstellingen je aan het denken zetten over oorlog en vrede is verrassend.” Dus we gaan erheen, al ben ik geen liefhebber van oorlogsmusea.

Het gebouw is indrukwekkend. Dwars door het oorspronkelijke, 19e eeuwse gebouw waarin het museum gevestigd is, steekt een enorme scherf van staal en glas. Het symboliseert het bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Binnen lopen we langs de Duitse Militaire geschiedenis vanaf de Middeleeuwen tot het heden. Wapens, overzichten van troepenbewegingen, harnassen, afbeeldingen van heldenmomenten. Ik kan er niet enthousiast van worden.

Terwijl H., die wél erg van dit soort musea houdt, zijn tijd neemt, ga ik een tijdje zitten kijken naar het bewegende kunstwerk ‘love – hate’. Hoe langer je kijkt naar de projectie die alleen maar uit die woorden love en hate bestaat, hoe meer je ziet. Pas na minuten zie ik dat er mensfiguren gevormd worden die opstaan, lopen en weer verdwijnen.

De verrassende invalshoeken uit de boekjes vallen me over het algemeen een beetje tegen, maar voor liefhebbers is het een mooi museum. H. voelt zich een beetje schuldig dat ik op hem heb zitten wachten, hoewel ik het geen probleem vond. “Morgen mag jij kiezen”, zegt hij.

Dat doe ik. De volgende dag gaan we naar het Deutsches Hygiëne-Museum Dresden omdat daar een tentoonstelling is over Het Gezicht. Maar voordat we bij die tentoonstelling aankomen, zwerven we al een halve dag door het museum langs “het avontuur Mens” in al z’n facetten. Van de eerste schetsen van het spierenstelsel door Leonardo da Vinci tot de grenzen van de plastische chirurgie.  En tenslotte ook nog Het Gezicht.

Als je ooit naar Dresden gaat, en je hebt na het bekijken van de stad zelf nog een dag over, denk dan aan het Hygiëne-Museum. Het klinkt als iets over schoonmaken, maar het blijkt een geweldig leuk, interactief museum te zijn over mensen. Je kunt er een hele dag rondlopen zonder je te vervelen

woensdag 4 oktober 2017

Voor het gemak geboren

“Je bent niet voor het gemak geboren, zeiden ze vroeger wel. Maar ík ben wél voor het gemak geboren.” zegt onze zeilinstructeur. Het is een stevige man met een vrolijk voorkomen. Bij alles wat hij ons vertelt over zeilen, benadrukt hij dat je het op de meest gemakzuchtige manier moet aanpakken. “Laat de wind het werk maar doen. Zet het touw in de klem, dan hoef je geen energie te verspillen met trekken. Als je aan het roer zit, delegeer je de werkzaamheden. Geef maar opdrachten.”

We zijn een weekend in Friesland om te zeilen. Voordat we van wal steken, vraagt instructeur J. aan iedereen wat ie dit weekend wil leren. Ik wil leren om zelf te kunnen zeilen, als schipper van een kleine open boot, een Valk. H. wil weten hoe je een tocht moet uitzetten en varen en de derde cursist op onze boot wil vooral lekker oefenen met zeilen.

Op zaterdag is het weer rustig en maken we een kleine tocht, waarbij we op het Slotermeer oefenen met gijpen. Als je precies met de wind in de rug vaart, kun je bij weinig wind rustig het zeil van links naar rechts zetten. Staat er een stevige wind, dan kan een gijp gevaarlijk zijn. Doe je iets fout, dan slaat het zeil als je pech hebt met grote kracht van de ene naar de andere kant, zodat de boot zelfs om kan slaan. Maar op deze dag met windkracht één à twee kan er niet veel verkeerd gaan.

Als we ergens zitten te lunchen, begint het te regenen en het houdt de hele middag niet meer op, zodat we rond vijf uur verkleumd bij de zeilschool terugkomen. Gelukkig is het binnen warm en droog en hebben we genoeg schone kleren mee.
Op zondag staat er meer wind en is het droog. Prima weer voor een wat langere tocht. Onderweg komen we alles tegen wat je als plezierzeiler moet leren. Meewind en tegenwind, meertjes met vaargeulen (waarin het botenverkeer voorrang heeft), smalle sloten, bruggen waarvoor de mast neergehaald moet worden, steigertjes waar aangelegd en weer afgevaren moet worden, luwte bij hoge bomen, zodat we moeten bomen of op de motor varen… 

Ik dacht dat ik nu wel een beetje kon zeilen, maar bij windkracht vijf heb ik moeite om koers te houden omdat het zeil zo hard trekt. De instructeur met zijn gemakstheorie zegt dat ik in zo’n geval gewoon iemand anders opdracht moet geven het grootzeil te bedienen. Hij neemt het zeil over zodat ik alleen het roer recht hoef te houden. Maar dat voelt toch niet alsof ik de zaken onder controle heb. Later probeer ik het tóch weer zelf. Gelegenheid genoeg om te oefenen, zo’n hele dag.

Zondagavond rijden we naar huis. Rozig van twee hele dagen buiten en met een gevoel alsof we heel lang weg geweest zijn. Dit jaar zal het er niet meer van komen, maar in het voorjaar gaan we vast en zeker met z’n tweeën een keer een bootje huren. Dat durven we nu wel aan, als het maar niet te hard waait.

vrijdag 29 september 2017

Drup, drup, drup


Ik hou van ons blauwe huis met het gebogen dak en een heerlijk ruime woonkamer. Maar dat gebogen dak brengt de laatste tijd wel wat problemen met zich mee. Een jaar of drie geleden begon het steeds meer te bobbelen en toen we lekkage kregen, maakte de dakdekker daar een alarmerende reeks foto’s van. Er was bij de bouw iets niet helemaal slim bevestigd, waardoor de boel nu los begon te trekken. Het zou verstandig zijn om het hele dak te laten vernieuwen.
Na rijp beraad en twee offertes deden we dat.

Eén van de mannen die meewerkte aan de klus, viel niet veel later ergens anders van een dak naar beneden en overleed. Het was de zoon van de eigenaar. Een drama, temeer omdat de vader werd aangeklaagd wegens nalatigheid. Het bedrijf ging failliet.
Voor ons had dat alles weinig gevolgen, want een andere dakdekker nam de zaak over, inclusief de garantie op ons nieuwe dak.

Met dit nieuwe bedrijf hangen we sinds een maand bijna dagelijks aan de telefoon. We hebben namelijk last van een hardnekkige lekkage. En nu er een periode met serieuze regenbuien is aangebroken, zijn we niet de enigen die een dakdekker nodig hebben.
“U wordt teruggebeld,” was de boodschap na een eerste melding van de lekkage door H. Toen hij na een paar dagen nog niet gebeld was, belde hij zelf weer en vroeg wannéér er dan gebeld zou worden. Tot drie keer toe werd er een loze belbelofte gedaan en steeds kribbiger liet H. dagelijks van zich horen, tot er eindelijk een afspraak gemaakt was.

Twee mannen kwamen kijken wat er aan de hand was, deden iets met het dak, meldden dat het onder de garantie viel en vertrokken weer. De eerstvolgende hoosbui maakte duidelijk dat het lek niet verholpen was. Er volgde weer een week met belsessies en een tweede bezoek van dakdekkers. Ook tevergeefs. Intussen lag er een rekening van de reparatie die onder de garantie viel. Die lieten we voorlopig even liggen.

We hadden er al op gerekend: toen het weer ging regenen, regende het binnen mee. Nu mocht ik gaan bellen, want H. had er schoon genoeg van. Een zuchtende dakdekker beloofde te bellen. Ik hoefde maar één keer extra na te bellen en een paar dagen later zat er weer een man op het dak, die niet echt een lek vond, maar toch een poging deed om een eind aan de lekkage te maken.

Dat was de afgelopen week. Toen het gisteravond weer begon te regenen, spitste ik mijn oren en jawel, na een tijdje hoorde ik het bekende plok plok geluid van druppels op de linoleumvloer boven.
De emmers stonden al klaar. We drapeerden er verse handdoeken omheen en vanmorgen was mijn eerste taak: de dakdekker bellen.

Door ervaring wijs geworden, wilde ik meteen weten op welke termijn ik actie kon verwachten. Ons dak is intussen een hoofdpijndossier geworden. Dinsdag of woensdag komt er weer iemand langs, werd me beloofd. Ik ben benieuwd. Maar nog benieuwder ben ik of het nu dan ook eindelijk opgelost wordt. Want een fijn huis is toch het allerfijnst als het waterdicht is.
 

woensdag 27 september 2017

Beetje nazomeren


Twintig graden, zonnig en ik heb de middag voor mezelf.
Ik verzin dingen die ik buiten kan doen. Eindelijk die zwarte, deelbare rits kopen waarvoor ik naar een winkeltje vier kilometer verderop moet. Wat boodschappen halen in het centrum. Een beetje in de tuin werken. Een boeketje maken van wat er nog bloeit...Dat is trouwens nog heel wat.
Een stukje achter het terras staat een muur van paars bloeiende herfstasters. Er komen veel vlinders op af. De Oost-Indische kers staat nog steeds woest te bloeien nadat ik een paar weken geleden flink wat stukken met luis heb weggeknipt. Hier en daar knalt nog een roze phlox in een tweede bloei.
Toch merk je goed dat het al laat in het jaar is. De dagen beginnen met mist en het wordt in de namiddag al vroeg kil en vochtig buiten.
Helaas zijn de verwachtingen voor het komende weekend een stuk minder vriendelijk dan het weer wat we nu hebben. Kouder, buien en meer wind. Dat laatste is dan wel weer gunstig, want we gaan naar Friesland voor ons terugkomweekend zeilen. Dat wordt warme vesten in de koffer en waterdichte regenpakken mee. Eens zien hoe enthousiast we dan nog zijn voor onze teruggevonden liefhebberij zeilen. 
In elk geval hebben we er vooraf heel veel zin in. Zeilen op de Friese meren. Voor de tweede keer in een paar maanden. Wie weet worden we er nog echt goed in. Kan toch?

 

vrijdag 22 september 2017

Nomadenstam in het Amstelgebouw

“Ik heb een afspraak met Eduard Schaepman”, zeg ik tegen de dame aan de balie.
“Ik ben iets te vroeg.”
Ze wijst dat ik verderop aan de bar kan wachten.
“Met een lekker glas fruitwater of muntwater.”
Ik heb hem al zien zitten, de CEO van het grote bedrijf Tribes. Druk in gesprek aan een ronde tafel binnen een rek van houten palen. Behalve dat ik zijn foto heb opgezocht op Linkedin, is hij niet te missen in zijn karakteristieke ruitjespak.

Aan de bar staan hoge krukken die ongemakkelijk zitten. Ik tap een glaasje muntwater en kijk rond. De open ruimte lijkt op een café en er zit hier en daar iemand met een laptop te werken. Achter de bar hangt een groot scherm waar beelden getoond worden van zwarte mensen in kleurige kleding. Schotellippen, uitgerekte oorlellen, veel bloemen. Dit kantoor is geïnspireerd op de Suri, een nomadenstam uit Ethiopië. Daarom zit er veel paars in de inrichting, hoor ik later. En ook dat de houten palen om de ronde tafel staan voor de stokken van het stokvechten, een ritueel van de stam.

Na een kwartiertje komt de man in het ruitjespak naar me toe, schudt mijn hand en loopt voor me uit naar de ronde tafel, waaraan nog twee mensen met een laptop zitten.
“Het gaat om een audio-opname”, vertel ik hem, “daar is deze ruimte met achtergrondmuziek niet zo geschikt voor…”
Meteen staat hij weer op.
“Dan gaan we naar één van de kantoren.”

Belangstellend luistert hij naar mijn uitleg over het luistertijdschrift waar ik voor kom. Een audio-interview is nieuw voor hem. Hij had gedacht het gesprek aan de hand van een videopresentatie te doen, maar zonder beeld is dat vooral storend. Ik ga dus gewoon vragen stellen.
En Eduard Schaepman geeft antwoord. Met veel enthousiasme vertelt hij over het concept om moderne kantoorgebruikers te zien als een soort nomaden. Ze kunnen eigenlijk overal werken als er maar internet is. Hij biedt inspirerende ruimtes op inmiddels 20 locaties, die allemaal gebaseerd zijn op een van de 34 vrije nomadenstammen die de wereld nog heeft.

Behalve in het verhaal erachter, ben ik vooral geïnteresseerd in hoe alles eruitziet. We maken een rondje door het gebouw, dat wil zeggen een déél van het gebouw, want Tribes heeft maar liefst vijf verdiepingen in gebruik. Beginnend bij de buitendeur beschrijft Eduard alle ruimtes waar we door lopen. Beschrijven doet hij net zo enthousiast als vertellen over de opzet van zijn bedrijf. Als we terug zijn in het kantoor waar we het gesprek hadden, vraagt hij of het zo goed was.
Zeker. Ik heb genoeg materiaal voor een leuke reportage.
Tevreden loop ik naar buiten de najaarszon in.
Leuk werk is dit.



vrijdag 15 september 2017

Salomon

Salomon is een Britse Korthaar die eigenlijk Diesel heet. De stevige, grijze kat met z’n platte gezicht en z’n superzachte vacht loopt al jaren hier in de buurt rond. Onze tuin hoorde al lang bij z’n territorium, maar pas de laatste jaren komt hij ook binnen.

Hoe dat komt, begreep ik dit voorjaar pas, toen ik een praatje maakte met z’n baas, die aan de overkant van de straat woont. Hij vertelde dat de kat slecht kan opschieten met de hond die ze sinds een paar jaar hebben. Zó slecht, dat één van de twee naar het tuinhuis verbannen moest worden. Dat was dus de kat. En nu zoekt ie dus bij ons (en waarschijnlijk ook bij andere adresjes) een beetje huiselijkheid. Bij deze gelegenheid hoorde ik ook dat ie Diesel heet, maar wij hadden hem intussen Salomon gedoopt.

Deze hele zomer kwam de kat zo’n beetje elke dag wel even kijken of we thuis waren. Door de openstaande achterdeur wandelde hij naar binnen. Liefst rond etenstijd. Salomon schooit heel beleefd. Geen gemauw of opdringerig geduw tegen je benen. Nee, hij gaat netjes op een kruk bij de tafel zitten, kijkt en wacht. Soms legt hij een pootje op de tafel, maar als ik dan waarschuwend EH! Zeg, trekt hij dat weer weg. Zitten wij aan tafel te eten dan kiest Salomon meestal een kruk naast H., die hem dan af en toe een stukje kip of vis geeft, of als we vegetarisch eten een plakje spek voor hem in kleine stukjes snijdt. Zwijgend volgt hij elke hap die H. in z’n mond steekt. 

Ik wist niet dat katten zó welopgevoed konden zijn. Of misschien is Salomon niet zo opgevoed, maar is ie van nature zo bescheiden en beleefd.
Na het eten krult ie zich op een stoel en ligt ie daar gezellig te verharen.
Op schoot komt Salomon nooit, maar hij vindt het wel prima om geaaid te worden. Dan begint ie tevreden te snorren. Ergens halverwege de avond vindt hij het tijd om naar z’n tuinhuis te gaan. Ook dan geeft hij geen kik, maar loopt op kousevoeten naar de achterdeur, waar hij naar buiten gaat zitten kijken. Als het lang duurt voordat iemand de deur voor hem opent, zet ie z’n poten tegen de deur of begint aan de mat te krabben.

Eigenlijk is het een ideale situatie. We hebben elk ons eigen huis, geen verantwoordelijkheden, alleen een beetje kroelen en aaien en af en toe een stukje spek. Ik kan het iedereen aanraden, zo’n lat-relatie met een huisdier

zaterdag 9 september 2017

Kleurenpaspoort

“Je straalt altijd iets uit. Ook als je niets zegt of doet. Dat was wel een eye-opener voor me,” zegt W. als hij vertelt over kleur- en stijladviezen die hij kreeg. Ik glimlach over de eye-opener, want W. is blind. Daarom was het voor hem ook niet zo vanzelfsprekend dat je voor de zienden om je heen echt wel aanwezig bent, ook al zwijg je.

Ik ben bij hem thuis voor een interview. W. krijgt vandaag zijn persoonlijke kleurenpaspoort uitgereikt. Het resultaat van een uitgebreide sessie waarin gekeken is welke stijl en welke kleuren het best bij hem passen en wat voor effect dat dan heeft. In het paspoort zijn de kleuren opgenomen die hem worden aangeraden, niet alleen zichtbaar als kleine staaltjes stof, maar ook met een voelbaar kleurensysteem dat voor hem zelf herkenbaar is.

De consultant die W. de adviezen geeft, heeft hem gevraagd als proefpersoon, omdat werken met blinde klanten voor haar nieuw is. De twee kunnen dus van elkaar leren en ik mag er met m’n opnamemicrofoon bij aanwezig zijn. Sterker nog, in deze situatie, die voor iedereen een beetje onwennig is, neem ik door vragen te stellen haast vanzelfsprekend de regie.
Ik vraag hoe ze aan elkaar komen en W. blijkt al langer op zoek naar zekerheid over hoe hij op anderen overkomt. Vooral sinds hij af en toe in het openbaar moet spreken. Zijn vrouw is zeer slechtziend en hoewel ze duidelijk wel een mening heeft over bepaalde kleding van haar man, is uiterlijke verschijning voor haar ook een lastige zaak.

W. is blij met zijn kleurenpaspoort. Hij gaat het zeker meenemen als hij weer op pad gaat om kleding te kopen en hij vindt het prettig om zo minder afhankelijk te zijn van het oordeel van verkopers. Als ze daarna nog even de truien in zijn kledingkast doornemen, ben ik ervan onder de indruk hoe goed hij weet hoe alles er uitziet.
“O ja, dit is die donderbruine trui met streepjes van eh… bordeauxrood en donkergeel geloof ik. Ja, deze heeft hier van die knoopjes en van dat mooie, zachte materiaal langs de hals.” Hij weet ook bij welke broek de trui goed combineert. Die herkent hij aan een voelbaar kleurenlabel.
Met de uiterlijke verschijning van W. komt het helemaal goed. En zijn vrouw is ook enthousiast. Zij wordt de volgende kandidaat voor zo’n speciaal kleurenpaspoort. 

Ik ga de deur uit met meer dan genoeg materiaal om een leuke reportage van te maken. En met de bevestiging van wat ik al vaker heb gemerkt: kleding en mode mag dan een triviaal onderwerp lijken, maar voor mensen met een visuele beperking kan het veel zelfvertrouwen geven als ze weten dat ze goed gekleed zijn. Want al zie je zelf niks, je straalt altijd iets uit.

zondag 3 september 2017

Perentaart


“We gaan vandaag je peren roven,” zet ik in een whatsappje aan mijn buurman. Hij appt terug dat dat een prima plan is.
De perenboom staat in de tuin van onze buren, maar er hangen takken vol peren over naar onze kant. Jaren geleden ontdekten we al dat het lekkere peren zijn als je ze maar lang genoeg laat rijpen.

Aan onze kant plukten we. Aan de buurkant zagen we de peren aangevreten worden door eksters en kauwtjes, door de voetballende buurjongen neergehaald worden (meestal per ongeluk, soms expres), en aan het eind van het seizoen jammerlijk overrijp in de boom opdrogen of onder de boom uit elkaar spatten. Omdat we dat niet om aan te zien vonden, hebben we inmiddels de afspraak dat wij de peren plukken. Af en toe brengen we een pot ingemaakte peren, een pot jam of iets anders perigs mee om de buurman te laten proeven wat ie allemaal laat hangen of vallen. Hij vindt het prima.

Vandaag plukken we dus peren. We beperken ons tot de mooiste en laten de kleintjes en die met plekjes hangen voor alles wat vliegt en van peren houdt. Het eerste perenproject dat we uitvoeren, is perentaart. We maken er twee. Eentje met walnoten erdoor en een met verse hazelnoten uit onze eigen tuin. Honderd gram hazelnoten heb ik ervoor nodig en het is een aardig klusje om dat bij elkaar te kraken. Maar het is wel een leuke klus. Aan het eind van de middag halen we twee geurige taarten uit de oven. Het eerste project is klaar (op het opeten na)

 In de schuur staat een krat vol mooie peren en in de voorraadkast wachten een paar pakken goedkope, zoete wijn op project 2: inmaken. Maar nu even niet; voor vandaag heb ik genoeg peren gezien, geplukt, geschild en verwerkt. Nu is er nog maar één ding dat ik ermee wil doen: van allebei de taarten een klein stukje proeven. Lekker.

vrijdag 25 augustus 2017

Een goed team


Ze strijden om voorrang in mijn hoofd: de Calvinist en de Flierefluiter:
“Doe iets zinvols met je leven!” zegt de Calvinist. “Laat je aandacht niet zo versplinteren door Facebook en Twitter en al die oppervlakkige dingen zoals tuinieren, muziek maken, gedichtjes schrijven.”
“Maar tuinieren ís toch zinvol,” zegt de Flierefluiter als het mooi weer is. “Als ik niks aan de tuin doe, wordt het een wildernis. En die gedichtenwebsite is best serieus en zinvol Ik heb gemiddeld minstens honderdvijftig bezoekers per dag.”
“Ja, maar als je daar écht serieus iets van wilt maken, moet je meer focussen. Ga eens uitzoeken hoe je er geld mee kunt verdienen. Dan stelt het pas wat voor.”

De Flierefluiter trekt zich terug. Schaamt zich. En de Calvinist maakt op de ‘vrije’ vrijdag doe-lijstjes:
*Uitzoeken hoe ik mijn website kan verbeteren
En ook:
*Taalcoachsessie (15.00 u)
Maar dan bemoeit nummer drie zich ermee, de Praktische geest.
“Eerst de wc schoonmaken, dat moet ook gebeuren.”
En behalve die wc komt er bovenaan het lijstje een witte was te staan, en
*Kamer stofzuigen
Als er tien dingen op het lijstje staan, houdt iedereen zich koest en hoef ik alleen maar aan de slag. Afstrepen tot ik bij de grootste taak ben aangekomen:
* Uitzoeken hoe ik mijn website kan verbeteren
Maar dan is het bijna drie uur en moet ik op pad naar m’n Syrische taalmaatjes. En daarna moet er gekookt en gegeten worden. Na de gezamenlijke afwas wint de Flierefluiter het: nu mag ik wel even gewoon iets leuks gaan doen. Krantje lezen, even op Facebook kijken…
En zo is er weer een dag voorbij zonder dat ik gefocust aan een serieus, groot project ben begonnen. Gelukkig heb ik mijn werk om de Calvinist in mij tevreden te houden.
En hoe zit het eigenlijk met deze weblog? Puur flierefluiterswerk, maar wel met een calvinistische regelmaat. Zou ik dan toch een goed team zijn?

zaterdag 19 augustus 2017

Zeilen deel 2


Voor het eerst sinds minstens vijftien jaar zijn we aan boord van een zeilbootje. Het is
maandagmorgen negen uur; de eerste dag van een week zeilcursus. Onwennig staan we met z’n vieren in de kuip. H. en ik en twee anderen. We schudden handen en stellen ons voor. Dan onderzoeken we de boot en wat we er met z’n allen van weten. We mogen alles uitproberen, is ons verteld. Het enige waar we niet aan mogen komen, is de pelikaanhaak, waarmee de mast omhoog gehouden wordt.

We maken alvast het een en ander los. Iets teveel, blijkt als onze instructeur even later aan boord stapt. De zeiltouwtjes moeten weer vast en we varen op de motor naar een goede plek om het zeil te hijsen. Het is een mooie dag met net genoeg wind om heel veel fouten te kunnen maken zonder dat er iets mis kan gaan. De laconieke instructeur laat ons aanrommelen, vertelt van alles en heeft zo zijn eigen opvattingen over regels waar je je al of niet aan moet houden.

Heel anders is dat bij de instructrice die we een dag later hebben. Zij hecht aan regels en veiligheid, maar laat ons ook midden op het meer met ogen dicht voelen waar de wind vandaan komt en dan puur op gevoel overstag gaan (van richting veranderen en het zeil naar de andere kant van de boot) Op dag drie hebben we weer een andere instructeur die net weer andere dingen belangrijk vindt en zo komen er in vijf zeildagen steeds andere aandachtspunten langs.


Bij de een moeten alle persoonlijke spullen aan bakboord opgeborgen worden, terwijl stuurboord voor de spullen van de boot zijn. De ander haalt daar de schouders over op, maar is wel heel precies in de volgorde van bepaalde handelingen. Bij de een wordt de regel geoefend om éérst het zeil te laten vieren en dán pas van de wind af te sturen. De ander vindt dat meteen het roer om moet en dat het zeil dan volgt. Ik pik ervan op wat me handig lijkt en probeer zo veel mogelijk te oefenen.

Op de vierde dag is het weerbericht somber. Vooral in de middag wordt er veel regen voorspeld, maar in de praktijk blijft het bij een paar kleine buitjes. Wel staat er wind kracht vier en wordt het allemaal wat spectaculairder. Bootje schuin en af en toe een flinke plens boegwater over je heen. Zo hebben we de regenpakken niet voor niets aan gedaan.
 
Na vijf zeildagen krijgen we een heus diploma: CWO 1. We zijn een week helemaal van de wereld geweest, hebben veel geleerd en een paar leuke mensen leren kennen. Het was echt een goed idee, deze zeilweek. De slimme eigenaar van de zeilschool biedt in het najaar terugkomweekenden aan met korting voor ex-deelnemers. Zullen we? JA!
Vreemd, het mag dan heel zen zijn om de hele dag op het water in een bootje te zitten, maar je wordt er ook best fanatiek van.

zaterdag 12 augustus 2017

Zeilen


Wat is ook al weer de klauwval en wat de piekeval? Wat de kraanlijn, de halstalie en de grootschoot? Ik bekijk de plaatjes in de oude “Leidraad voor zeilers” en herken een hoop dingen wel weer. Maar het is voor ons allebei toch wel erg lang geleden dat we ooit gezeild hebben.
Volgende week gaan we zeilen op de Friese meren en omdat onze zeilvaardigheid zo roestig is, doen we voor alle zekerheid een cursusweek. We hebben geboekt voor boothuur, cursus en verblijf in de accommodatie bij de zeilschool. De eerste ‘all inclusive’ vakantie van ons leven. Maar een luie week zal het zeker niet worden. Toen H. alle informatie bij elkaar zocht en doornam, las hij hardop voor dat het programma ’s morgens om acht uur begon met een ontbijt. Dan de hele dag varen, met onderweg een lunchpauze. En ’s avonds vanaf acht uur theorielessen! 
Om een beetje beslagen ten ijs te komen, groeven we in de boekenkast, waar nog een zeilhandboek moest liggen. Het zal verouderd zijn, maar de basisprincipes blijven natuurlijk gelden. Terwijl ik door het zeilhandboek blader, weet ik weer hoe het voelt om met de wind in je haren aan het roer te zitten, of als fokkemaatje het voorzeil precies strak genoeg aan te trekken om de wind er goed in te houden. Ik krijg steeds meer zin in de cursusweek. Nou maar hopen dat het weer ook een beetje meewerkt, maar voor de eerste dagen zien de voorspellingen er redelijk uit. Morgen inpakken en overmorgen het water op. Friesland, we komen er aan.

zondag 6 augustus 2017

Openlucht opera

Zaterdag is een grijze dag. Een groot deel van de middag regent het en we vragen ons af of het nog iets wordt vanavond. We hebben kaartjes voor de openlucht-opera Hänsel und Gretel. Het is een voorstelling van de ‘NJO Muziekzomer.’ NJO is het Nederlands Jeugd Orkest en zij organiseren jaarlijks een serie concerten in Gelderland. Heel diverse voorstellingen op allerlei meer of minder bijzondere plaatsen.
Vanavond in het openluchttheater in Velp (bij Arnhem). Na een natte, donkere middag breekt in de vroege avond zowaar nog even de zon door en we gaan vol goede moed op weg. Voor alle zekerheid nemen we paraplu’s mee en ook - volgens de aanwijzingen in de mail - vuilniszakken om op te zitten.
Vanaf de parkeerplaats staan verschillende medewerkers de weg te wijzen: oversteken, paadje over, trappetje op, langs een clubhuis, schuin over een (kunstgras) voetbalveld en dan het bos in. Op een open plek is het sfeervolle theater, waar we op onze vuilniszakken op de derde rij houden bankjes gaan zitten. Bij de ingang heeft iedereen een dekentje en een poncho uitgereikt gekregen.
Onder een enorm doek staan stoelen klaar voor het orkest. Een glanzende harp en een aantal contrabassen staan in de vochtige avondlucht te wachten. Om halfnegen komen de jonge musici door het bos aanlopen, nemen plaats onder het doek en stemmen hun instrumenten. 
Van het traditionele sprookje is eind 19e eeuw een opera gemaakt. We zien zes solisten: Hans en Grietje, hun ouders, de heks en een kind. Vóór het orkest is een smalle strook gras, waar het stuk gespeeld wordt. Mezzo Hansel en sopraan Gretel dollen met elkaar als echte kinderen terwijl ze zingen alsof het vanzelf gaat. Ik verbaas me over het fysieke spel. Ze duwen elkaar om in het nattige gras, likken uit een kan pap die even later omvalt. Op de knieën van Hans zitten grasvlekken en aan de jurk van Grietje zit yoghurt. Ook de ouders rollen over de grond (dronken pa doet z’n broek naar beneden om ma te pakken). Dat alles terwijl er serieuze partijen gezongen worden. Knap.
Als de kinderen in het bos verdwaald zijn geraakt en op de grond in slaap vallen, is het pauze.
We gaan een kop koffie halen en als we terugkomen, horen we dat er volgens buienradar regen komt. De pauze wordt verlengd tot na de bui. Her en der worden poncho’s aangetrokken en als het vijf minuten later inderdaad begint te regenen, zien we om ons heen mensen wegduiken onder plastic en paraplu’s. De harp is vlug ingepakt net als de lampen die het voetlicht verzorgen.
Ik klim over het bankje voor me om een foto te maken van H. Mijn buurvrouw biedt aan om de foto te maken zodat we er allebei opstaan (leuker dan een selfie). Daarna maak ik foto’s van háár met de kleurige bloemen die ze heeft meegenomen voor de dirigent, waar ze bevriend mee is.
Twintig minuten later is het weer droog.
Het orkest neemt weer plaats. De meesten hebben nu een rood dekentje omgeslagen over de nette zwarte kleding. Er moet opnieuw gestemd worden en de opera gaat verder. Met een heerlijke gemene, schmierende heks die natuurlijk uiteindelijk in de enorme oven verdwijnt. Vader en moeder vinden Hans en Grietje terug, eind goed al goed.
Echt een sfeervolle muziekavond. Een leuke voorstelling om naar te kijken en te luisteren, vooral ook omdat de spelers er zoveel plezier in leken te hebben. En met z’n allen in plastic verpakt wachten tot de bui over is, verhoogt alleen maar het vakantiegevoel. Volgende week gaan we naar een andere voorstelling van de NJO Muziekzomer. Ik heb er nu al zin in.

vrijdag 4 augustus 2017

Vloggen zonder kokette, behaagzieke maniertjes

Op youtube kun je talloze filmpjes vinden van
vloggers. Er zijn hele grappige bij en hele saaie; professioneel opgenomen filmpjes en geklooi waarbij mensen amper verstaanbaar zijn. Heel veel mensen beginnen met grote plannen en geven het na twee of drie filmpjes op … en dan heb je natuurlijk ook een stel hele grote vloggers die miljoenen volgers hebben.

Een populair thema is de ‘morning routine’. Vooral vlogsters met veel volgers hebben allemaal wel een paar filmpjes gemaakt over hoe ze opstaan. Er wordt ook echt om gevraagd door de fans. Ik kan me voorstellen dat je het leuk vindt om een kijkje achter de schermen te krijgen bij je idool. Die succesvolle persoon komt net als jij gewoon ’s morgens een beetje verkreukeld uit bed en wankelt slaapdronken naar de wc. Het ‘ze-zou-je-buurmeisje-kunnen-zijn’ effect.

Alleen komen er meestal weinig kreukelmomenten in beeld. In het gemiddelde morning-routine filmpje zie je eerst een smetteloos wit bed; er gaat een wekker. Dan komt er een wilde haardos in beeld en vervolgens zie je de vlogster vaak op de rug terwijl ze elegant in haar gezellige sloffen stapt en haar i-phone gaat checken (verplicht nummer).

Gewoon onflatteus wakker worden is er meestal niet bij, net als een gewone boterham en een pot thee of een beker melk niet bij het ochtendritueel van echte vlogsters horen. Ontbijtjes zijn bewerkelijk en nadrukkelijk gezond. Fruit, granen, groentesapjes, smoothies. Verder komen er heel veel verpakkingen, potjes, tubes en spullen met merknamen in beeld. Kortom: dit heeft niet zoveel met het gewone buurmeisje te maken. 

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Zo’n uitzondering is Marina Katarina Kovac. Ze is 12 jaar,vlogt sinds haar tiende en heeft meer dan 10.000 volgers. In tegenstelling tot veel leeftijdgenoten, doet Marina niet na wat iedereen doet. Zij laat heel andere dingen zien. Marina stapt uit bed, begroet haar hond (waar ze bijna over struikelt) en gaat op zoek naar een appel om mee te ontbijten, want soms, vertelt ze, heeft ze geen zin in brood.

Dan zien we haar handen in de koelkast de groentela opentrekken en tasten. Een komkommer, een halve paprika, en ha, hier is een appel. De koelkast gaat dicht en de camera zwerft door de keuken. Het beeld zwiept naar de kat, die geknuffeld wordt. Hij is vandaag jarig. ‘Nu ga ik even naar buiten om te voelen wat voor weer het is,’ vertelt Marina en daarna zoekt ze op de tast haar kleren uit. Een joggingbroek, want dat is makkelijk voor de MRIscan. Al die tijd kletst ze tegen haar volgers.

Marina is blind. Ze vlogt om te laten zien dat blind zijn geen belemmering hoeft te zijn. “Ik rij paard, ik fiets (zonder zijwielen) en ik geniet van mijn leven,” staat in haar welkom-tekst. En dat doet ze in haar filmpjes. Het monteren en uploaden doet haar moeder, maar verder maakt Marina haar filmpjes zelf. Niet gehinderd door ongeschreven wetten over vloggen. Dus zie je bij haar geen kokette, behaagzieke maniertjes, en is een morningroutine bij haar gewoon dat wat ze ’s morgens doet. Ze zou je buurmeisje kunnen zijn. Een blind buurmeisje dan wel, maar daardoor laat ze zich niet belemmeren. 


zaterdag 29 juli 2017

Studeerkamer

Als ik het tegen mensen over onze ‘studeerkamer’ heb, moet ik altijd denken aan het spel Cluedo. Dat speelt zich af in een groot huis met 10 verschillende vertrekken, waaronder een studeerkamer. De onze heet gewoon zo omdat daar een vaste computer staat waar regelmatig iemand aan zit te werken. Er is nog nooit een moord gepleegd, al ziet het er vaak uit alsof er een bom is ontploft.

Behalve een groot bureau met stapels boeken en papieren staan er in de studeerkamer twee grote boekenkasten en een heleboel dingen die nou eenmaal ergens moeten staan. Een naaimachine bijvoorbeeld en een grote mand met stofjes. Een strijkplank, een paar lijsten waar ooit schilderijen in zaten, een grote verzameling oude snoertjes, opladers, batterijen en meer van dat spul en een ladenkastje met hangmappen.

Op huishoudelijke dagen ga ik regelmatig even met de stofzuiger door deze ruimte, maar echt schoonmaken is er al lang niet van gekomen. Daar komt vandaag verandering in.
“De studeerkamer is echt een puinhoop,” zeg ik tegen H. als we de tafel afruimen na een relaxed zaterdagochtend-ontbijtje. Hij kijkt me een beetje verrast aan.
“Dat was ik nou juist van plan vandaag. Echt waar, ik had bedacht dat we dat daar wel eens konden gaan opruimen vandaag.”

We gaan meteen aan de slag. Stofzuiger in de aanslag, emmertje sop klaargezet. En terwijl H. een berg oude administratie wegwerkt, maak ik de stiekeme hoekjes leeg waar zich stof, spinrag en spinnenpoepjes hebben verzameld. Schoonmaken is niet mijn hobby, maar als je een ruimte zo ziet opknappen, wordt het bijna leuk. Onder het bureau ga ik vieze randjes en smoezelige hoeken te lijf en we gooien allerlei rommel weg die al jarenlang zinloos bewaard werd.

In een la vinden we een hele verzameling floppy’s. Weet iemand nog wat dat zijn? We komen boeken tegen met antieke computercursussen en gebruiksaanwijzingen van apparaten die al lang weggedaan zijn. Een vuilniszak vol onzin en een grote doos oud papier gaan de kamer uit. Om drie uur ’s middags kijken we tevreden rond. Er staat nog van alles midden in de kamer dat teruggezet moet worden (als de uitgesopte hoekjes goed droog zijn), maar alles is helemaal schoon en het is een stuk ruimer zo.

En nu hebben we er ook helemaal genoeg van. We gaan een eindje fietsen, want ongemerkt is het buiten lekker weer geworden. Opruimen doen we later wel, nu gaan we lekker naar buiten. Dat hebben we echt verdiend.

zaterdag 22 juli 2017

Sangria

“Hou je dát aan?” vraagt mijn dochter en ze kijkt kritisch naar mijn outfit. Een korte broek en een zomerhemdje met spaghettibandjes. Het is lekker zomerweer en ik ben net terug van een stukje fietsen. Nu gaan we samen naar het winkelcentrum om wat spullen in te kopen.
“Ja,” zeg ik. “Is dat een probleem?”
“Hm…” ze kijkt nog eens opzij.
“Ik zou óf een langere broek aandoen óf een wat minder bloot hemdje. Dit is net of je op de camping zit.”
“Camping achtertuin,” zeg ik. “Ga je mee?”
Ze haalt haar schouders op en we lopen naar de schuur om de fietsen te pakken.
“Mag ik op jouw fiets? Ik vind een fiets met een stang zo lastig.”
“Oké,” ik pak de fiets van H. en zwaai mijn been over het zadel.
“Je boft maar dat ik zo lief ben om je op mijn fiets te laten gaan,” zeg ik en zij antwoordt koeltjes: “anders had ik met de auto gewild.”
Ze weet hoe een hekel ik eraan heb om de anderhalve kilometer naar het centrum met de auto te rijden en kijkt triomfantelijk opzij.
“Wat ben je toch een loeder,” zeg ik moederlijk. “Steeds als je een paar weken niet thuis geweest bent, vergeet ik dat weer.”
Ze lacht me uit en maakt vaart.
Het is een maand geleden dat m’n dochter een weekend bij ons was. We bellen en whatsappen regelmatig, maar het is fijn om haar weer eens hier te hebben. Vanmiddag gaan we samen sangria maken om mee te nemen naar een barbecue bij een vriendin in de buurt. We halen een fles wijn en vers zomerfruit en als we terug zijn, staan we in de keuken gezellig sinaasappels te persen, aardbeien schoon te maken en versgeplukte bramen uit de tuin te sorteren. Er gaat een forse hoeveelheid rum in de sangria. Als we dit vanavond allemaal opdrinken, is het maar goed dat we op loopafstand van huis zijn.
Drank of geen drank, gezellig wordt het toch wel. Barbecueën op een zomeravond in goed gezelschap. En aangezien we niet op de camping zitten, zal ik me straks voordat we op pad gaan even fatsoenlijk kleden, zodat mijn dochter zich niet voor me hoeft te schamen.


zaterdag 15 juli 2017

Geloei, geraas en gedender

Op zaterdagmorgen hoor ik zoon J. rond halftien de trap af komen. Zwijgend gaat hij naast me aan de ontbijttafel zitten. Op mijn “goeiemorgen” antwoordt hij met wat gebrom en als ik opzij kijk zie ik dat z’n gezicht op oorlog staat.
“Wat is er aan de hand?” vraag ik en hij barst los: “Wáárom moeten die buren hierachter zo nodig élk weekend de heg knippen. Het is nu al zéker een uur bezig en dan is het steeds na tien minuten even stil en net als je denkt dat het klaar is, begint het weer!”

In een wijk waar iedereen een flinke achtertuin heeft, horen dit soort geluiden erbij. Op een zonnige zondag is er altijd wel iemand binnen gehoorafstand bezig met een elektrische heggenschaar, een grasmaaier of een kettingzaag.

Maar inderdaad, je kunt ook overdrijven. Ergens schuin achter ons huis, achter het water, woont een buur die een hartstochtelijke relatie met lawaai-apparaten lijkt te hebben. En zo te horen gaat hij voor het serieuze werk: alles lekker snoerloos met degelijke benzinemotoren.
Het hoeft er buiten maar een beetje op te lijken dat het mooi weer wordt en er klinkt van achter de manshoge ligusterhagen geloei, geraas of gedender. Zitten wij in de vroege avond nog lekker even op het terras, dan moeten we harder praten om een grasmaaier of heggenschaar te overstemmen. Is het twee dagen later een mooie zaterdag om in de achtertuin bezig te zijn, dan moet er alwéér een heg geknipt worden. Met een geraas dat je tot in de volgende wijk kunt horen. Weten we een dag later zeker dat die heg nu toch klaar moet zijn, dan wordt er een oorverdovende kettingzaag aangezet en is het zagen na een tijdje blijkbaar gedaan, dan volgt na een halfuurtje rust het geratel van een hakselmachine. Zo gaat het al een aantal weken achter elkaar.

We hebben besloten ons er niet aan geloei, geraas en gedender te ergeren, want begin je je aan zoiets eenmaal te storen, dan gaat het je steeds meer tegenstaan. Maar ik begrijp dat J. ervan baalt.

Terwijl ik op deze zaterdagmiddag met de deur open dit blogje schrijf, realiseer ik me dat ik al zeker een uur geen machine gehoord heb. Ergens zingt een merel en er koert een duif. Ze komen helder door zonder storende achtergrondgeluiden. Zou de tuin van de achterburen dan toch eindelijk een keer helemaal geknipt en geschoren zijn? Dan wordt het hoog tijd om naar buiten te gaan en daar van de stilte te genieten.

zondag 9 juli 2017

De beste voorlezers


Toen ik op de Universiteit het vak Literatuurdidactiek volgde, werd er in ieder lesblok door één van de studenten een stuk voorgelezen uit een roman naar keuze. Van de hele groep (ongeveer 25 mensen) was er maar één vrouw die het fragment zó voorlas dat ik het hele boek wel door haar voorgelezen wilde hebben. (Het was “De minaar” van Marguerite Duras, en ik heb het kort na de voorleessessie gekocht en gelezen.)

Het voorlezen van een roman – als luisterboek - is een vak apart. Er zijn verschillende opvattingen over hoe je dat doet. Kort door de bocht is er een kamp “zo neutraal mogelijk” versus een kamp “zeer levendig”. De waarheid zal ergens in het midden liggen. Ik ken blinde mensen die liever brailleboeken lezen omdat een voorlezer altijd zelf een interpretatie meegeeft en dat kan ik me goed voorstellen.

Voor het audiotijdschrift dat ik maak (voor blinde en slechtziende kindern), wil ik voorlezers die klinken alsof ze de voorgelezen tekst ter plekke uit hun mouw schudden. Als de technicus de opname stilzet omdat iemand heel overtuigend een bedoelde blooper voorleest, ben ik blij. En de twee vrijwilligers die Klinkklaar al jarenlang lezen, kunnen dat. Regelmatig roep ik van de daken dat ik de beste voorlezers van het hele bedrijf heb.

Natuurlijk hebben we een heleboel prima voorlezers, maar de meesten van hen zijn meer presentatoren. Zij lezen al zo lang allerlei serieuze teksten voor, dat ze een eigen toon hebben ontwikkeld. Als zo iemand een keer komt invallen voor mijn tijdschrift, is het lastig om die toon los te laten en een beetje meer te schmieren en te spelen.

Eén van mijn twee vaste voorlezers is muzikant van beroep. Als singer/songwriter heeft hij hoge ogen gegooid bij de wedstrijd van Giel Beelen en zat hij in De Wereld Draait Door. Gelukkig blijft hij gewoon komen voor de maandelijkse leessessie. Sterker nog, hij is nu begonnen speciale liedjes voor Klinkklaar te maken. Het leek hem een leuke uitdaging om voor elk thema een liedje te schrijven en ik vond dat een prima plan!

Afgelopen week kwam hij met het eerste lied. Het thema was VIS en Bas had een prachtig, gevoelig liedje geschreven over vissen met opa. Hij had voor volgende thema’s ook al een en ander klaarliggen, zei hij. Zelf is hij enthousiast over de onverwachte onderwerpen die hij op deze manier aangereikt krijgt. En ik ben er blij mee: nu heb ik niet alleen de beste lezers voor m’n tijdschrift, maar ook een singer/songwriter die er unieke liedjes op maat voor schrijft. Mooi toch!

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...