Posts tonen met het label tante. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tante. Alle posts tonen

maandag 6 november 2017

Rust zacht, tante

“OPSTAAN! Zonde van ’t mooie weer!!”
Mijn tante hield er niet van als je je tijd verlummelde door uit te slapen, ook al was het vakantie. Ze joeg ons ’s morgens gewoon het bed uit; eigen kinderen én logerende nichtjes. Als je te laat aan het ontbijt verscheen, was de thee op.

Zeven kinderen hadden m’n oom en tante in Froombosch, een neef en zes nichten, waarvan ik met de middelste drie optrok. Maar er was altijd ruimte voor een paar logé’s in de zomervakantie. Ik herinner me de ruimte om het doe-het-zelf huis, dat met de tuin met kersenbomen er omheen een eiland op het Groningse platteland vormde. Om er te komen, moest je eerst een kilometer (of was het meer?) over een pad tussen korenvelden door lopen. Vlakbij was de beroemde gasbel van Slochteren, waarvan je de vlam altijd hoog bovenuit een pijp kon zien branden.

We droegen dezelfde kleren, mijn nichtjes en ik. We hielpen tuinbonen plukken in de grote moestuin, die we daarna open maakten om de boontjes uit hun fluwelen bedjes te rissen. Van de dubbeltjes die we daarvoor kregen, gingen we in het dorp negerzoenen kopen. Of we plukten kersen en aten die tot we er buikpijn van kregen.

Mijn tante zwaaide de scepter. Van haar moest ik net zo goed meehelpen met tafeldekken en afwassen als haar eigen kinderen. Streng was ze en niet altijd even vriendelijk. Maar humor had ze altijd wel en ik kon het goed met haar vinden.

De tijd van de zomerse logeerpartijen ging voorbij. Het contact verflauwde, maar ze bleef wel een van m’n favoriete tantes. Op haar negentigste verjaardag kwam ik naar het feest in het dorpshuis van het kleine, Groningse dorp waar ze woonde. De zaal puilde uit; en niet alleen met familie. Het hele dorp kende deze bijzondere, reislustige vrouw die nooit een blad voor de mond nam.

Niet veel later begreep ik van haar kinderen dat ze geestelijk achteruit begon te gaan. De laatste jaren raakte ze flink de weg kwijt, maar, zeiden mijn nichten, ‘ze werd ook lief, en dat was een cadeautje voor iedereen.’ Want voor haar eigen kinderen was het bij tijden knap lastig geweest om zo’n recht-toe-recht-aan moeder te hebben die zich weinig liet gezeggen.

Vandaag is ze begraven. De sporthal waar we bij elkaar kwamen voor het afscheid, zat vol. Behalve de grote familie waren er vroegere buren, dorpsgenoten, vrienden van m’n tante. Vierennegentig is ze geworden. Een kleine, broze vrouw met een grote persoonlijkheid. Rust zacht, tante.

zaterdag 8 september 2012

De oudste inwoonster van Rottum.

“Bestemming bereikt”, zegt mijn Tom-tom. Ik parkeer naast de lage muur waarachter het kerkhof ligt. Precies tegenover het huisje van m’n tante. Er staat een bord in de tuin: Te Koop.
“Je bent nog net op tijd”, zegt ze als we elkaar begroet hebben. “over twee weken ga ik verhuizen.” Nooit eerder heb ik haar bezocht hier in het Groningse dorpje Rottum, maar nu ben ik blij dat ik het hele eind gereden heb. De zus van mijn moeder is 89, vitaal en eigengereid.
Ik loop achter haar door de achterdeur naar de keuken. Daar zet ze koffie en dan krijg ik een kleine rondleiding door het huisje. Kamer, slaapkamer, zijkamertje, “en deze trap gaat naar de zolder. Daar mag jij vannacht slapen.” De trap is smal en steil. Voorzichtig klimt ze voor me uit naar boven. “Loop jij maar achter me, dan kun je me opvangen”, grinnikt ze.
Ik moet een emmer meenemen, want ze wil me niet van die trap horen stommelen vannacht. Als de slaapplaats geregeld is, eten we pittige soep. Daarna haalt ze een mondharmonica te voorschijn om liedjes van vroeger te spelen. Na een tijdje stel ik voor om een spelletje te doen. De hele avond wint ze glansrijk van me, en daar heb ik geluk mee want ze kan niet tegen haar verlies, zegt ze nogal triomfantelijk.

Het slapen op zolder is om zeven uur afgelopen; mijn tante is een ochtendmens en ik pas me aan. Achter de rollator gaat ze me na het ontbijt voor door het dorp. “Hier woont het mannetje met de garage. Hij woonde eerst in dat huis daar, maar daar woont nu X, die een zoon is van Y. Die heeft me geholpen met m’n schuurtje. En hier links is het huis van m’n loodgieter. Zij moet deze week m’n waakvlam even aandoen, want dat lukt me zelf niet meer.” We kuieren het dorp uit over een landweggetje. Na twee kilometer draait ze abrupt de rollator om. “Ik wil niet te lang wegblijven, want misschien komt één van de kinderen langs vanwege mijn verhuizing.”
Als we bij het huisje terugkomen, is er buiten bedrijvigheid. Het is open monumentendag en de kerk is geopend. Langs het muurtje bij het kerkhof staat een marktkraam. Er hangen zelfgemaakte tassen met een bordje erbij: “Gemaakt door de oudste inwoonster van Rottum.”
We zijn er al langs als een vrouw naar mijn tante roept: “Hoe vind je je tassen d’r bij hangen?” Ze draait de rollator weer om en we kijken hoe de spulletjes uitgestald worden. Trots wijst ze op de tassen en vertelt over de verschillende stoffen en waar ze vandaan komen.

In haar kleine achtertuin drinken we koffie en dan gaat ze iets te eten maken voordat ik weer in de auto stap. Mijn aanbod om te helpen slaat ze af. “Ik wil het op m’n eigen manier doen. Ga maar wat lezen.” Na het eten loopt ze mee naar m’n auto. “Ben je niks vergeten?” Ik omhels m’n broze, taaie tantetje en zwaai met m’n arm uit het open raam. Voordat ik de bocht om ben, heeft ze zich al omgedraaid om weer naar binnen te gaan.

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...