zondag 26 juli 2026

Cello’s in het stadhuis van Arnhem

Op de voorgrond achterhoofden van publiek, naar beneden zie je elf cellisten en daar achter hoge, witte gordijnen..
We zetten de auto in parkeergarage Musis en dan wandelen we op ons gemak naar het stadhuis van Arnhem. We zijn zó vroeg, dat we nog een rondje extra lopen voordat we het vierkante gebouw binnengaan. Voor de ingang is een groot, stenen plein waarvan na een moderne regenbui het water nergens heen kan.

“Daar mogen wel wat tegels gewipt worden,” zegt H. Je bent landschapsbeheerder of je bent het niet. Ik ben het met hem eens. Naast het plein is dan wel weer een behoorlijk groot, goed verzorgd bloemenperk. Er staan een paar mensen bij te kijken, maar de meeste mensen die we zien, gaan regelrecht het stadhuis in.

We zijn niet de enigen die vroeg zijn. Er zijn al veel rijen bezet van de stoelen die vernuftig op een monumentale trap geplaatst zijn. De achterpoten zijn precies een traptrede korter dan de voorpoten, zodat de stoelen stevig en veilig staan. Maar het blijven van die harde, kunststof stoelen waar je een houten kont van krijgt. We gaan ergens bovenaan zitten. 

Wachtend op de twaalf cellisten waar we straks naar gaan luisteren, kijken we rond. Wat een megalomane ruimte is deze hal. Groot, leeg en hoog. Links en rechtsboven zijn kennelijk de werkplekken en vóór de trap waar wij op zitten is een uitgestrekte, betegelde leegte waar in een halve cirkel elf stoelen klaarstaan.

Ja, elf. Eén van de musici blijkt op de valreep te ziek om te spelen, zodat er nog snel aanpassingen gedaan moesten worden in het programma. Cellissimo heet het en cellist Douwe Eisses (hij is pas 21) heeft het programma samengesteld als ‘young artist in residence’ van de Muziekzomer Gelderland 2026. 

Je kunt van het gebouw vinden wat je wilt, maar de akoestiek is er goed. Ik vind de cello een mooi instrument en met de 11 cello’s kan er een heleboel. Ze spelen een militaire mars van Schubert en een quatre-mains stuk (voor piano dus eigenlijk) van Mozart, maar ook de Man with the Harmonica uit Once Upon a Time in the West en tangomuziek van Piazolla. We klappen hard genoeg om een toegift uit te lokken en dat wordt The Pink Panther. Je kunt zien hoeveel plezier de cellisten erin hebben om het te spelen. 

Dan is het afgelopen. We dalen de trappen af en steken het grote plein weer over. Padapadam, padam, neurie ik de roze panter na. Leuk zo’n avondje cellomuziek. Door de warme zomeravond wandelen we terug naar de parkeergarage. 

zaterdag 18 juli 2026

Zes geadopteerde peuters

In het gras ligt een stapeltje dunne boomstammetjes

Met twaalf liter water, verdeeld over twee fietstassen, rij ik langs het landweggetje. Ongeveer een kilometer van huis zet ik m’n fiets in de berm en met de eerste tweeliterkan waad ik door het hoge gras, brandnetels en berenklauwen ontwijkend, naar de slootkant. Er mag dan een sloot zijn; water zit er niet in. Helaas.

Anderhalf jaar geleden hebben we hier met Vrijwillig LandschapsBeheer een rij jonge wilgen neergezet. Na het knotten op een andere plek kozen we een stapeltje geschikte, polsdikke takken van zo'n 2,5 meter lang uit om te planten. Peuters noemen ze die. Je moet ze onderaan een beetje afschillen, een gat in de grond boren om ze in te zetten en dan de grond stevig aandrukken. 

We hadden de takken klaargelegd om een week later te planten. Met de onderkanten in de sloot, waar toen wél water in zat. Ongewild bleken we daarmee een snackbar voor bevers te hebben gemaakt, met als specialiteit ‘Willow-to-go”. Bijna al onze peuters waren meegenomen en wat er nog lag, was keurig ontveld. Konden we weer opnieuw beginnen. 

Wilgen zijn makkelijke groeiers, maar ze hebben wel water nodig. Vorig jaar was de zomer zo droog dat op een enkeling na al onze geplante jonkies het loodje legden. En daar hadden de bevers niets mee te maken. 

Dit voorjaar haalden we alle overleden boompjes weg en plaatsten een rij nieuwe peuters. En weer is het droog. Ik fiets vaak langs deze plek en toen ik de arme jonge wilgjes daar steeds zieliger zag verpieteren, nam ik me voor om er in elk geval een deel van te redden.
 
Twaalf liter water, dat is voor zes peuters elk twee liter. Al vier keer heb ik ze deze week zo’n extraatje toegestopt en ik hoop dat dat nét genoeg is om ze te laten overleven. Maar nog meer hoop ik dat er binnenkort een paar flinke plensbuien vallen, zodat de hele rij een kansje maakt. We zullen zien.

vrijdag 10 juli 2026

Hop, amputeren maar

twee geamputeerde pruimenbomen steken hun kale takken in de lucht. Er omheen liggen op groen gras de takken.
“Kijk nou!” We fietsen samen naar het dorp en H. wijst opzij naar de oude pruimenboomgaard niet ver van ons huis.
“Wat zonde!”
Her en der liggen grote takken op de grond. Sommige bomen zijn scheef gewaaid of liggen zelfs helemaal om. De storm van vorig weekend heeft hier stevig huisgehouden.

Een dag later vertelt H. dat er een bericht is binnengekomen in de mailbox van Vrijwillig Landschapsbeheer. De eigenaren van de gehavende pruimenbomen hebben aan verschillende partijen gevraagd wie eerste hulp kan bieden bij de stormschade. Het is een klus die past bij de vereniging. Oude boomgaarden behouden/onderhouden is een van de dingen die we doen.

De eerstvolgende dinsdagmorgen gaan we er met de vaste groenploeg naartoe. Om te beginnen gaan we alle afgewaaide takken opruimen en daarna kan een van onze snoei-experts bekijken wat er verder moet gebeuren. 

Als we aankomen, schrikken we van de aanblik van wat tot voor kort een mooie boomgaard was. Omdat er steeds takken bleven vallen, hebben de eigenaren, een echtpaar op leeftijd, er een boomzager bijgehaald. Die heeft rigoureus de zaag in alle beschadigde bomen gezet. Hop, eraf met die gebroken takken.

Wat een ravage! Was dat nou nodig? Het is als een chirurg die bij een flinke snee in de pols besluit om de hand dan maar te amputeren. Met z’n achten lopen we tussen de bomen door om alle afgezaagde takken te verzamelen en op stapels te leggen, die later afgevoerd zullen worden. Overal liggen onrijpe pruimen. Soms zoveel dat je voeten er bijna over wegrollen. 

We krijgen de klus niet in één keer af, maar aan het eind van de ochtend is er al een goed deel opgeruimd. Nog een ochtend en het is weer netjes. Op de grond dan, want voordat de geamputeerde spookbomen weer een beetje bijgegroeid zijn, gaan er nog wel een paar jaar overheen.
Jammer. 


 


donderdag 2 juli 2026

Can Erik

Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn. Gelukkig voor haar gezin doet ze wel concessies voor degenen die die liefde niet delen.

Soms hebben we gesprekken over recepten. N. leerde me hoe je tabouleh maakt, peterseliesalade met bulgur. Ik leerde haar hoe je pannenkoeken bakt. Een tijdje geleden vertelde ze dat ze altijd zo dol was op onrijpe pruimen, gedoopt in zout. Ze had nooit moeite om dingen met anderen te delen, maar een zakje van die zure, groene vruchten hield ze lekker voor zichzelf.

Ik begreep niet meteen waar ze het over had, want ze wist alleen het Syrische woord ervoor. Maar met plaatjes en veel uitleg er omheen begreep ik dat het om onrijpe pruimen moest gaan. In Nederland kun je ze moeilijk krijgen. In het seizoen zijn ze er soms even in de Arabische winkel, maar dan zijn ze duur en snel uitverkocht.

Ik ging online op zoek en vond wel het Turkse woord: Can Erik, maar kwam er niet achter of het om een speciaal ras ging of dat je meerdere pruimensoorten op die manier onrijp kunt eten.

Nu ken ik iemand, B., die een jaar geleden een huis gekocht heeft in het buitengebied, waar een boomgaardje bij zit met pruimenbomen van diverse soorten. Hij wil er niks commercieels mee, maar gebruikt een deel van de vruchten zelf en geeft er ook veel weg. Ik vertelde B. over mijn vriendin en haar geliefde snack en hij zei dat we best langs mochten komen in z’n boomgaard.

Vorige week leek een goed moment. De pruimen beginnen eruit te zien zoals op de plaatjes van de Turkse Can Erik. Met de auto haalde ik N. en haar achtjarige dochtertje T. op om op pruimenjacht te gaan. We werden ontvangen met een glas fris en nieuwsgierige vragen over de onbekende manier om pruimen te eten.

Door het hoge gras wandelden we naar de pruimenbomen. N. proefde van verschillende soorten, knikte ernstig, zei dat deze misschien over een week goed waren, die van een volgende boom ook. Maar bij de derde boom werd ze blij. Deze waren goed! B. haalde een trap en ging aan het ‘dunnen’. Als je van iedere kluit vruchten een paar weghaalt, blijft er meer ruimte voor de andere om te groeien, dus het mes sneed aan twee kanten.

T. proefde van de groene zure pruimen en spuugde haar hapje meteen weer uit. Zij kreeg een handvol zoete kersen. Ik proefde een klein hapje, maar kon er niet enthousiast van worden. Maar N. was blij met haar grote zak onrijpe pruimen. Ik hoop dat ze er thuis, met een bakje zout erbij, erg van geniet.  

Oogmeting

Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren ...