Posts tonen met het label verzorgingshuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verzorgingshuis. Alle posts tonen

zondag 14 november 2010

Op bezoek

Op zaterdag gaan we met z’n vieren naar Alkmaar. We zetten gastzoon M. op het station af, waar hij met een vriendin heeft afgesproken. Zoon J. gaat mee naar opa, die hier in een verzorgingshuis woont.
M’n schoonvader is niet zo helder. We gaan met hem naar een rustige zithoek, maar hij zwalkt achter zijn rollator. “Pas op hier”, waarschuwt een verzorgster, “hij ramt tegenwoordig deze deur.” We sturen hem een beetje bij.
H. bladert in een fotoboek en wijst zijn vader foto’s aan. Soms is er herkenning, dan zakt z’n hoofd weer even voorover en valt hij in slaap. Komt het van de antibioticakuur die hij gehad heeft? Of vaagt hij gewoon langzaam weg? Hij articuleert moeizaam en als H. hem iets vraagt, moet hij zo lang over het antwoord denken dat hij intussen weer wegzakt.
J. heeft een eigen boek meegenomen en zit daarmee aan een hoekje van de tafel. Hij zegt niet veel, maar we vinden het toch fijn dat hij er bij is. Hoe vaak zal hij z’n opa nog zien?
Er wordt een kom pap gebracht. Mijn schoonvader slikt de laatste weken moeilijk, en pap lukt beter dan brood. “Zal ik je helpen pa?” H. voert zijn vader aandachtig, tot die zegt: “Eet jij de rest maar op hoor”.
Na alle hazenslaapjes is het tijd voor een echte middagdut. We lopen terug naar de huiskamer en deze keer gaat de rollator nergens tegen aan. Helder kijkt pa ons aan als we afscheid nemen. “De groeten aan je vader”, zegt hij tegen me en dan pas weet ik dat hij goed in de gaten heeft wie er bij hem op bezoek was. Alleen gaan we deze keer niet door naar mijn vader, maar naar vrienden in IJmuiden.
M. gaat mee, we pikken hem weer op bij het station.
Het zijn goede vrienden die we veel te weinig zien. Aan de keukentafel praten we vrolijk bij terwijl de jongens met een zoon des huizes in een computerkamer verdwijnen. Intussen wordt er een stevige linzensoep gebrouwen waarmee we het bezoek afronden.
Na een hartelijk afscheid gaan we terug naar huis. We zijn tevreden over beide dagdelen. Zo verschillend, maar samen waren ze de twee uur rijden meer dan waard.

zaterdag 29 mei 2010

Metamorfose

Twee en een halve week woont mijn schoonvader nu op z’n nieuwe plek. Toen we hem kort na zijn verhuizing bezochten leek hij wel tevreden, maar de berichten van familie dichter bij waren niet zo rooskleurig. Hij is onrustig, in de war, hij is boos, wil naar huis. Maar langzamerhand lijkt het toch te wennen.
Vandaag gaan we weer op bezoek. Als we binnenkomen tegen half twaalf zit pa soep te eten. H. loopt naar hem toe en hij kijkt op. “Goeiemorgen”, zegt hij een beetje wazig, en tegen mij “Dag Annie”. Hij weet niet wie we zijn. We vragen of hij straks mee naar buiten wil. “Ja, dat is goed”, zegt hij braaf en gaat door met soep eten.
We gaan een rolstoel halen en intussen maakt de ‘gastvrouw’ een broodje voor hem klaar.

Behoedzaam helpt H. zijn vader in de rolstoel en we nemen hem mee naar het restaurant beneden. “Vind je het goed als we eerst even koffie drinken pa? We hebben net een eind gereden. Vanaf Beuningen”. “O ja, wonen jullie in Beuningen?” “Ja, in het blauwe huis, weet je nog? Daar heb je nog voor ons geschilderd.” Hij knikt vaag.

Als we op de lift wachten zegt hij: “Ik blijf hier niet lang meer. Morgen ga ik naar huis.” Wij knikken zonder veel commentaar. Even later lopen we buiten. Om de beurt duwen we de rolstoel. Het is lekker weer en er zijn leuke weggetjes in de omgeving. “Kijk pa, de waterlelies komen uit.” “Ja… mooi”. Hij lijkt wakkerder te worden. We gaan een onbekend smal paadje in en horen een haan kraaien. Verderop zien we felgekleurde speeltoestellen en ineens staan we voor de ingang van een kinderboerderij. Achter een gaashek hipt een Vlaamse Reus heen en weer. Pa lacht als hij het enorme konijn ziet. We wijzen hem op een groep jonge ganzen en de kraaiende haan roept zelf al om zijn aandacht. Bij een kleine kiosk kun je voer voor alle dieren kopen. H. koopt twee zakjes en geeft er één aan z’n vader. Meteen drommen er vier geiten om hem heen. Ze proberen op de rolstoel te klimmen en ik hou m’n hart vast voor die broze oude man. Maar hij vindt het leuk. Hij lacht. H. giet beetjes voer in z’n hand, die hij moeizaam openhoudt.

Het is een mooi gezicht. Pa in de rolstoel en H. ernaast. Om hen heen een groep enthousiaste geiten, kippen, eenden en een kalkoen die allemaal graag mee willen eten. H. strooit één van de zakjes over de grond uit zodat de kluit een beetje verspreid raakt. Het andere zakje is ook snel leeg en dan maken we een rondje langs alle beesten. We lopen terug naar het verzorgingshuis en drinken nog een kop koffie. Dan brengen we hem naar zijn afdeling. “Doe de groeten aan je vader”, zegt hij als we afscheid nemen. Want we doen nog een tweede vaderbezoek vandaag. “Zal ik doen.” Twee zoenen en daar gaan we. De lift in, met een rolstoel vol restjes kippenvoer.

zaterdag 15 mei 2010

Gesloten

Mijn schoonvader is verhuisd. In het huiskamerproject waar hij woonde, konden ze hem niet genoeg zorg meer bieden vanwege nachtelijke valpartijen. Jammer, hij leek er zo op z’n plaats.
Twee dagen na zijn verhuizing gaan we kijken. Op het ergste voorbereid door een somber telefoontje van zwager B.
Bij de receptie van het verzorgingshuis krijgen we een code mee om de gesloten afdeling weer af te kunnen.

In de brede gang loopt een vrouw met een lege blik heen en weer. Verderop zit een andere vrouw op een stoel. Ze knikt ons vriendelijk toe als we haar groeten. Door een groot raam zien we pa zitten aan een lange tafel vol mensen. In een aangepaste ligstoel een vrouwtje opgekruld. Ogen dicht, mond wijd open, kleine, verkrampte blote voeten. Verderop een bed waarin een andere vrouw stil naar het plafond staart. Rond pa aan tafel zitten stille, oude mensen. “Goeiemorgen”, we knikken in het rond als we binnenkomen en geven pa een zoen, Hier en daar komt een knikje terug, iemand mompelt een groet.
Een vriendelijke Zaanse in verpleegstersuniform komt een hand geven. “Gezellig dat u bezoek kraigt”, zegt ze tegen pa. We vragen of hij mee naar buiten wil en zij gaat een rolstoel halen. “Neem maar lekker de taid hoor”, zingt ze. “We bewaren wel een boterhammetje voor u.”
Het is lekker weer. De omgeving is park-achtig en we kijken samen naar uitbottende bomen en struiken, een brutale ekster, waterhoentjes. “Wat voor bomen zijn dit pa?” Het zijn iepen, weet hij na een lange stilte. Even later vertelt hij dat hij door deze straat vroeger wel fietste. Je moet goed luisteren als hij praat, want zijn stem is versleten. Niet alleen zijn stem. Pa lijkt soms ver weg. Als je hem iets vraagt, komen de woorden langzaam. Meestal duurt het zo lang voor hij reageert, dat de vrager zelf al met een mogelijk antwoord komt.

We genieten van ons rondje buiten.
Dan zijn we terug en duwen we pa weer naar zijn gesloten afdeling. Is hij al een beetje gewend? Ja hoor, dat gaat best, zegt hij. Daar is de Zaanse gastvrouw met een kop soep. Pa heeft er trek in. En ook in de dobbelsteentjes brood met hagelslag daarna. Hij eet langzaam en geconcentreerd.
Bij een tafelgenoot wordt een slab af gedaan. “Wat een mooie blouse heeft u aan”, zegt de gastvrouw lief. “Met borduurwerk. Heeft u dat vroeger ook gedaan, borduren?” Het witte hoofd boven de mooie blouse schudt nee. “Ik ook niet hoor. Ik had een hekel aan handwerken. Breien kon ik ook niet.” Een lichte beweging van de buurvrouw. “U wel? Heeft u veel gebreid?” “Jaaa, heel veel”. “Wat breide u dan allemaal?” Ik hoor met bewondering hoe deze gastvrouw de stille mensen tot praten verleidt. “O, vanalles”. Ze neemt er geen genoegen mee. “Wat dan vanalles?” En de breister gaat het opnoemen.

Een kwartiertje later zeggen we pa gedag. Twee zoenen en dan nog even zwaaien door het raam. Tot de volgende keer! “Dag”, zijn hand blijft in de lucht hangen. We lopen de brede gang weer door en H. vist de code uit zijn zak. Vier cijfers intoetsen en we kunnen de zware deur naar buiten open doen.

vrijdag 8 januari 2010

Benjamin

Vrouwen worden gemiddeld vijf jaar ouder dan mannen. In het verzorgingshuis waar mijn schoonvader woont, is hij de enige man van het huiskamerproject. Vanuit de gang kijken we door het raam van de gezamenlijke huiskamer of hij daar is. Vijf vrouwen zitten om de lage tafel thee te drinken, en in een hoekje zien we het witte hoofd van pa, die in z’n stoel zit te dutten.
We lopen naar binnen en groeten de dames. Op de bank de zus van pa, samen met haar teruggevonden jeugdvriendin, die ze blij voor de vierde keer aan ons voorstelt. Daarnaast in haar rolstoel de slechthorende mevrouw uit Friesland. We geven handen en komen dan bij pa, die we voorzichtig wakker maken. Het duurt een paar minuten voor hij weet welke zoon hij voor zich heeft en dan pas ik ook weer in het plaatje.
We vinden een plaatsje in de kring en krijgen thee. “Koekje erbij?” vraagt de verzorgster. “Och, ik geloof niet dat ik veel in huis heb”, zegt tante zorgelijk. Ze wordt vriendelijk gerustgesteld: er zijn koekjes voor de gasten. Een vlotte twintiger helpt een zesde bewoonster naar binnen en gaat knus tussen de twee vriendinnen op de bank zitten.
“Je gaat steeds meer op je vader lijken”, zegt tante tegen H., die prompt ter vergelijking zijn hoofd vlak naast dat van z’n vader houdt. Er wordt over het weer gepraat. Sneeuw en ijs. Aan de wand hangt de Friese vlag en H. vraagt de Friese mevrouw of ze vroeger veel geschaatst heeft. Nou en of! Ze heeft haar kinderen moeten beloven om niet achter haar rollator het ijs op te gaan. Tante en haar vriendin geven de jonge verzorger een compliment over zijn nieuwe spijkerbroek en tante vindt dat H. toch wel erg op z’n vader gaat lijken. “Jawel”, zegt H. “maar ik ben wel een jonkie hè, ik kom pas kijken.” De dames giechelen. De één is 96, de ander 98. “Dan is pa ook nog een Benjamin hier”, constateert H., “die is pas 91.”
Pa lacht. Hij zegt niet zo veel, maar vindt het allemaal best.
H. is in zijn element tussen de oude dames. Tante vindt hem eigenlijk best op z’n vader lijken, maar dan zonder bril, waarop H. een leesbril uit zijn binnenzak haalt en op zet. Nu vindt iedereen de gelijkenis nog sprekender!
Als we na een uurtje weer opstappen om naar mìjn vader te gaan, geeft m’n schoonpa de groeten mee. We schudden iedereen weer de hand en vertrekken. Zes dames wensen ons een goede terugreis en zwaaien tot we uit zicht zijn. In het hoekje zakt pa z’n witte hoofd weer langzaam op zijn borst.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...