In een van de laden van onze vriezer liggen nog bramen en rode bessen. Daar wil ik jam van gaan maken, zodat er meer ruimte komt voor andere dingen. Ik haal voortvarend drie zipzakken met bevroren fruit tevoorschijn, maar in één ervan blijken geen bramen, maar zwarte bessen te zitten.
Het zijn niet heel veel zwarte bessen, en als ik het fruit allemaal mix, zal de cassis-smaak waarschijnlijk een beetje verdwijnen in het bramengeweld. Ik besluit dus om er bessensap van te maken. Opzetten met extra water, tien minuten laten koken, door een zeef gooien en dan nog eens door een doek zeven om het sap helder te maken.Het is meer werk dan ik dacht en ik hou behalve het sap ook een bakje zwarte-bessen-moes over waar de pitjes al uitgezeefd zijn. Dat vraagt om een gebruiks-idee. Ik bedenk dat ik het in een cake kan verwerken. Dus blijf ik nog even bezig in de keuken en ik maak een zwarte-bessen-cake.
Tijdens het bakken van de cake is eindelijk ook het laatste beetje sap door de doek gesijpeld en nu heb ik een kleine halve liter helderrood sap. Ik laat H. het flesje zien: “Dit is een buitengewoon arbeidsintensief, dus dúúr flesje sap,” vertel ik.
“Is het ook lekker?” vraagt hij.
Het sapje is niet erg zoet, maar H. ziet meteen een leuke toepassing: laten we er een cocktail mee maken.
En zo drinken we vandaag een zelf ontworpen cocktail met wodka, vanillesiroop, citroen en zwarte-bessen sap. Hij is verrassend lekker. En het plakje versgebakken cake dat we er naast eten past er uitstekend bij. Het mag, want het is weekend!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten