Als we bij het Cultureel Centrum De Lèghe Polder aankomen, staat er al een grote groep mensen voor de ingang te wachten.
“Daar moeten we zijn,” zegt H. “Bij de fietsen.”
We hebben ons ingeschreven voor ‘Het zomers ommetje’. Het is een route met onderweg op vier plaatsen een concert of ander optreden. Er zijn drie versies en wij hebben de fietsroute gekozen.
Om
half acht gaat er een toeter en vertrekken alle groepen. Een gedrang
van fietsen en wandelaars in heel veel groepen van ongeveer 15 personen
met voor en achteraan een gids in een geel of oranje hesje. Tenminste,
dat is de theorie. Er is meteen al verwarring, want op het eerste adres
komen we samen met een halve andere groep aan.
Er treedt een bandje op van een gitarist, een drumster en twee
zangeressen, die overbekende evergreens laten horen en ons hartelijk
uitnodigen om mee te zingen. Op de achtergrond is geharrewar over wie
bij welke groep hoort en waar zou moeten zijn. We zijn nog niet heel
enthousiast.
Toen we vertrokken, begon het een beetje te
regenen. Nu we over de dijk naar het tweede adres fietsen, wordt de bui
wat serieuzer. Jammer, want kunstenaar Ronald Tolman, waar we nu
heengaan, kan ons nat en wel niet in z’n atelier toelaten; het zou z’n
etsen kunnen ruïneren. Maar de tuin is ook geweldig. Vanaf de dijk kun
je veel van zijn beelden wel zien staan, maar van dichtbij en met uitleg
zijn ze nog mooier.
Verder over de dijk, nog steeds in de regen,
gaan we naar B&B Bed of Flowers. Daar zingt een acapellagroep van
zes vrouwen, waaronder een goede kennis. Hier hou ik van. Serieuze
muziek, veelstemmig met mooie klanken. Behalve de liederen krijgen we
muntwater en een petit-four. Dan gaan we de regen weer in, maar op dit
laatste stuk wordt die steeds minder.
Het laatste adres is in
het dorp. Singer-songwriter Ilse Rooyackers speelt op de vleugel en
zingt drie nummers. Tussendoor vertelt ze iets over de liedjes op een
kalme manier. Knap hoe ze communiceert met de groep in dat kwartiertje.
Het
is droog. We fietsen terug naar het uitgangspunt, waar we een drankje
nemen en nog een tijdje napraten met een aantal mensen terwijl er een
jazzbandje speelt. Gezellig. Het was een leuk zomer-ommetje. Dit moeten
we vaker doen!
zondag 30 juni 2024
Cultureel ommetje
zondag 19 november 2023
Ierse pub meets concertzaal
Je hoeft maar twee minuten te kijken naar de musici van het Nederlands Blazersensemble en je wordt al vrolijk. Het plezier spat er vanaf. De violiste die tussen de toetsenist en twee blazers in staat, keert zich afhankelijk van de melodie waar ze op dat moment in meegaat van links naar rechts. Ik denk aan de gelegenheidskoren waar ik regelmatig in meezing. De dirigent wijst ons op lijnen die samengaan: “hier zingen de alten met de tenoren mee en bij dit stuk volgen ze de baslijn: luister naar elkaar.” De violiste luistert niet alleen, maar communiceert met haar hele lijf. En zo zie je ook andere muzikanten steeds tijdelijke bondjes maken.
Bij dit Ierse programma heeft het ensemble een paar Ierse gasten.
Een virtuoos op de bodhrán, een enkele trommel waaruit hij de klanken van een volledig drumstel weet te krijgen. Hij demonstreert het in een solo die eindigt met een herkenbare melodie: O when the Saints. En een piepjonge bespeler van de ‘uilleann pipes’, een soort doedelzak, die in een aantal nummers de hoofdrol krijgt met opzwepende dansmuziek.
De grootste verrassing vind ik de Ierse zanger Piaras Ó Lorcáin. Twintig is ie pas, en hij ziet er uit als een schooljongetje. Maar zijn stem gaat regelrecht mijn ziel in. Met als begeleiding niet veel meer dan twee eindeloos lang aangehouden tonen van de doedelzak, zingt hij heel zacht in een perfect afgestelde microfoon. Ik versta er geen woord van, maar oh, wat is dit mooi!
Melancholieke klanken wisselen af met vrolijke. Muzikanten en publiek genieten er evenveel van. Het applaus aan het einde houdt maar niet op. En het ensemble ook niet. Na het officiële concert doen ze in de aula nog een uitgebreide, feestelijke toegift. We staan erbij met een biertje en een paar vrienden die we hier toevallig tegenkwamen. En net als na de eerste keer dat we een concert van deze club meemaakten, weten we zeker dat dit niet de laatste keer is.
zondag 9 juli 2023
Muziek, diversiteit en (wel erg) volle zalen
Toen we op het idee kwamen om dit jaar naar North Sea Jazz te gaan, was de zaterdag al uitverkocht. Veel was er nog niet bekend over het programma, dus kozen we op de gok voor vrijdag. Dat is dus al maanden geleden, en nu is het dan zover. Vrijdag 7 juli rijden we naar Rotterdam, waar we de auto op een park&ride parkeerplaats zetten en met een bus naar de Ahoy worden gebracht.
Veel van de artiesten kennen we niet, maar via de website van North Sea Jazz kun je van iedereen stukjes beluisteren. Zo stelden we ons programma samen. Naar sommige dingen zijn we nieuwsgierig en een paar willen we echt graag horen.
We beginnen met een bekende: Ben l’oncle Soul. We hebben de Franse soulzanger eerder gehoord. Jammer genoeg zingt hij nu alleen nog Engels, wat hem minder onderscheidend maakt, maar het blijft lekkere muziek. Naast ons staan een paar super-enthousiaste mannen te dansen en mee te zingen; daar word je alleen al vrolijk van.
Door naar The Diaspora Suite. Het Metropool Orkest zit al klaar op het grote podium en iemand kondigt een hele reeks artiesten aan, die allemaal iets met het thema ‘160 jaar afschaffing van de slavernij’ doen. Het is heel divers. Vrouwen met geweldige stemmen, saxofoonsolo’s, voorgelezen teksten, rappers, allemaal begeleid door het Metropool, dat zich moeiteloos aan alle stijlen aanpast. De vrouw die me de tranen in de ogen zingt, heet Arooj Aftab, zoek ik later op. We blijven de volle vijf kwartier luisteren.
Daardoor komen we pas midden in het programma binnen bij Kika Sprangers, de Nijmeegse saxofoniste die we al kennen. Na een broodje falafel en een drankje wordt het lastiger. Zaal Murray is vol, dus kunnen we niet naar Danielle Ponder. Er zijn meer grote zalen vol en na een tijdje ronddwalen, komen we bij zaal Missouri, waar percussionist Vernon Chatlein ons meeneemt in de oude volksmuziek van Curaçao. Het is vrolijk, onderhoudend en leerzaam en hij krijgt de hele zaal aan het zingen.
Tenslotte hebben we gekozen voor The Teskey Brothers. Toen we daar op de site een stukje van beluisterden, zeiden we allebei meteen ‘Daar gaan we heen’. Een kwartier voordat het begint, is het in de grote Maas-zaal al bijna vol. We vinden nog een staplaats met redelijk zicht op het podium. De zingende Teskey broer heeft inderdaad een goeie stem. Maar na vier nummers vinden het toch wel eentonig worden. En na zes nummers beginnen we naar de uitgang te schuifelen. Viel toch een beetje tegen.
We nemen nog een duur drankje, nemen een kijkje bij de megapopulaire rapper Stormzy, die juist aan de zaal vraagt om met de mobieltjes in de lucht te zwaaien. Dan begint er ook nog een achtergrondkoortje met vervormde hoge stemmetjes.
Ik wil weg! En H. wil gelukkig wel mee.
Ergens op een binnenplein staat een blije big band te spelen, zodat we toch weer goedgehumeurd de deur uit lopen. Om achteraan te sluiten bij de lange rij voor de pendelbus.
zaterdag 11 maart 2023
Concert in de vorm van een peer
Het genieten begint al met het programmaboekje met een leesbare, geestige uitleg over Eric Satie en zijn wonderlijke denkbeelden over muziek en artistieke vrijheid. Satie als uitvinder van de achtergrondmuziek, muzak, door hem ‘meubileringsmuziek’ genoemd. Een uitspraak van hem is dat muziek vooral zichzelf is en desnoods de vorm van een peer kon hebben.
We zijn ruim op tijd in de zaal en hebben alle gelegenheid om te kijken naar de beelden die levensgroot op een doek achter het podium geprojecteerd worden. Het is een oliebollenkraam in Amsterdam, met mensen die in de rij staan, aan komen lopen of langslopen. Alles in slow motion. We vragen ons hardop af waar in Amsterdam de kraam staat en de vrouw voor ons draait zich om en zegt: ‘Wij denken dat het op het Leidseplein is.” Daar lijkt het wel op.
Dan verschijnen er ineens muzikanten in beeld. Mensen met een klarinet, een hobo, een saxofoon in hun handen rennen en huppelen in slow motion achter elkaar langs de oliebollenkraam. Achter het doek begint een muziekstuk van Erik Satie en terwijl de laatste blazer uit beeld danst, komen met vertraagde bewegingen de eerste leden van het Nederlands blazersensemble het podium op ‘hollen’.
Een projectie van Erik Satie zelf kijkt toe hoe zijn pianomuziek, bewerkt voor blazers wordt uitgevoerd. Met veel humor. Zowel in de muziek zelf als op het grote achterdoek, waar regelmatig droge teksten van Satie verschijnen, maar ook een langs wandelende, witte rat en af en toe een schoonmaker met een schort vol ruches, die met een plumeau de theatergordijnen afdoet, een selfie maakt, op een trapje klimt.
Wie een beetje pianospeelt, kent de gnossiennes van Satie. Je hoort ze trouwens ook regelmatig voorbij komen in films of documentaires. Het blazers ensemble speelt met die bekende muziek. Instrumenten reageren op elkaar, schmieren elkaar na of maken er met z’n allen een potje van. ‘In Saties werk doen ernst en spel verstoppertje met elkaar’, staat in het programmaboekje, en dat is precies wat we horen en zien. Na het laatste nummer, dat eindigt met een idioot lange reeks slotakkoorden, wordt in de zaal hardop gelachen en volgt een staande ovatie.
Als toegift spelen ze hetzelfde stuk als waarmee ze begonnen. Na een halve minuut staat een klarinettist op en begint achteruit in slow motion het podium af te lopen. Een tweede blazer volgt - en zo verdwijnen de muzikanten één voor één zoals ze zijn opgekomen, maar dan ‘teruggespoeld’.
Dan het is het nog niet helemaal afgelopen. Als we in de foyer een biertje staan te drinken, spelen dezelfde muzikanten nog even door, In twee- en drietallen op een klein podium. Vrolijke, gevarieerde muziek. Het voelt als een feestje en het is veel te snel afgelopen. Wát een gezellige avond. Ik heb er een nieuwe favoriet bij waar ik vaker naar wil gaan luisteren: het Nederlands Blazers Ensemble.
maandag 27 februari 2023
Kippenvel
Requiem eternam, dona eis requiem …
De hele dag zingen er Latijnse teksten in mijn hoofd. Het afgelopen weekend stond in het teken van de requiemliederen. Over een paar weken is de eerste uitvoering met het projectkoor waar ik in meezing en zaterdag hadden we een hele oefendag.
Ging het goed? Sommige liederen wel, maar niet alles. Het kan beter, strakker, met meer dynamiek. Onze dirigent Wilbert werkt hard aan ons. Soms zie je hem haast proberen de juiste tonen er uit te trekken bij een moeilijk akkoord; de timing er in te sláán – door nadrukkelijk te dirigeren wel te verstaan.
Er wordt op zo’n dag serieus gezongen, maar af en toe slaat de meligheid ook even toe. Als Wilbert voor de zoveelste keer een lied onderbreekt net nadat hij gezegd heeft: nu zingen we het een keer achter elkaar door. Of als hij ons weer eens in de beste kooropstelling probeert te krijgen: jij een stapje meer naar links, nee, nog een beetje. Jij wat naar achteren.
Na een ochtend repeteren in de koude zij-zaal, gaan we ’s middags de opstelling in de eigenlijke kerk uitproberen. Daar is het nog veel kouder! Met dikke jassen aan en sjaals om staan we op het podium achter een blok spreekgestoelte dat niet weg mag. Of kunnen we er toch beter voor gaan staan?
Of we er nu voor staan of er achter, de akoestiek in de kerk is heerlijk voor een koor. Ineens horen we hoe mooi het allemaal gaat klinken.
En dat is maar goed ook, want op 19 maart staan we hier voor publiek te zingen. Het requiem van Wilbert Friederichs. Als je komt luisteren kan ik je aanraden om een warme jas aan te trekken; behalve dat het koud is in de Dominicuskerk, gaan de liederen je kippenvel bezorgen.
zondag 15 januari 2023
Elkaar verrassen: een avondje Rufus Wainwright
We kennen elkaar al heel lang, verloren elkaar een tijdje bijna uit het oog, vonden elkaar terug bij een oudejaarsfeest en sindsdien zien we elkaar een of twee keer per jaar. Dan eten we samen en daar maken we dan ook altijd iets speciaals van.
‘Hebben jullie zin om mee te gaan naar een concert van Rufus Wainwright?’ vroegen DJ en A. tijdens zo’n etentje, een kleine twee jaar geleden. Ze vertelden enthousiast over een eerder, soortgelijk concert en het leek ons het proberen waard. Helaas gooide corona roet in het eten.
Gisteravond was eindelijk de herkansing. ‘Breder dan klassiek: Rufus Wainwright en het Amsterdam Sinfonietta. In Arnhem. Wij wisten niet zo goed wat we ervan moesten verwachten. We kenden de artiest voornamelijk van naam en omdat het de zoon is van Kate McCarrigle, waar we jaren geleden wel naar luisterden.
We googelden een paar liedjes van hem en vonden het oké maar niet geweldig. Maar wie weet hoe het uit zou pakken met een half orkest erbij.
Om het meteen maar te verklappen: het pakte geweldig uit. Het concept van de concertenreeks ‘Breder dan klassiek’ is het verenigen van pop, rock en klassiek. Dat leverde een speellijst op van héél verschillende nummers, maar wel allemaal gezongen door Wainwright en begeleid door strijkers. Beginnend met de Danse macabre (nou ja, die is dus zonder zang), langs nummers van Prince, Marlene Dietrich, Paul Simon, Rufus zelf en zijn moeder, zijn tante en z’n vader, maar ook met pure (Italiaanse) operanummers, die hij fantastisch zong.
Je zag en voelde het plezier van de muzikanten over deze samenwerking. En bij het publiek. Een staande ovatie en drie nummers toegift als afronding. En daarna een glaasje wijn in de foyer. Onze vrienden keken ons verwachtingsvol aan: en? Wij keken blij terug: geslaagd avondje! En ter plekke besloten we dat dit een traditie moet worden: (minstens) een keer per jaar nodigen we elkaar uit voor een verrassend concert. Gaan we doen!
zondag 7 augustus 2022
Concert Radio Kootwijk 2 (East meets West)
Om half acht gaat de deur open en zonder duwen en dringen wandelt het verzamelde publiek naar binnen. Over een smalle trap met art deco- tegeltjes en leuningen naar boven en daar de ruime, hoge zaal in. Er zijn twee vlakken met rijen stoelen. De voorste gewoon op de vloer, de achterste oplopend naar boven. Wij lopen helemaal door om een plekje op de voorste rij te kiezen.
Vóór het orkest loopt een trap naar beneden, naar de ruimte waar de orkestleden zich hebben voorbereid en waar vandaan nu de dirigent naar boven komt. Een kleine man in een blauw pak: Tom Cohen. Energiek klimt hij op de verhoging, draait zich om naar het publiek en neemt met een kleine buiging het applaus in ontvangst.
Tom Cohen blijkt een levendige, enthousiaste dirigent te zijn die tussen de verschillende nummers door (in Engels met een zwaar Israëlisch accent) interessante informatie geeft. Hij vertelt uit de losse pols, geestig en ernstig tegelijk; het gaat over internationale verbinding. Waar tussen verschillende landen politiek allerlei blokkades zijn, verbindt de muziek.
Meteen het eerste nummer is een dans, met Arabische klanken, vrolijk en ritmisch. Het is leuk om te zien hoe de baardige percussionist vlak voor ons verschillende instrumenten afwisselt en met snelle, soepele handen roffelt, slaat, tikt en strijkt. Eén van de cellisten speelt niet alleen met zijn armen en handen, maar ook met z’n wenkbrauwen. Tom Cohen staat af en toe letterlijk te dansen terwijl hij dirigeert.
Er zijn solo’s met de ud, de tar en de duduk, oude instrumenten uit de Oosterse wereld. Bij de laatste solist vertelt de dirigent geëmotioneerd dat dít de enige plaats is waar een musicus uit Iran kan en mag spelen samen met een dirigent uit Israel. Er zijn jazzy solo’s met blazers, een piano, een gitaar. Tussendoor is er een prijsuitreiking door Freek en Hella de Jonge voor een talentvolle jonge musicus. De toespraak is in het Nederlands. Naast ons zitten de Spaanse ouders van een orkestlid aan wie H. vertelt wat er gezegd is.
Als het concert is afgelopen, is het tegen elven. Het eindigde met een lange toegift na een staande ovatie. ‘East meets West’ heette het concert en ja, het voelde als een ontmoeting. Een muzikale ontmoeting die nog een tijd blijft doorzingen in je hoofd.
Concert Radio Kootwijk 1
We hebben een nieuwe Tomtom. De oude begaf het en H. wilde niet overstappen naar mevrouw Google maar bestelde een nieuw Tomtom. In het rijtje keuzemogelijkheden voor de stem staat onze eigen vertrouwde Bram, dus die kiezen we weer. Hij klinkt een beetje anders. Iets hoger, lijkt het. En tussen sommige woorden is een pauzetje van een nanoseconde ingelast, waardoor het net iets robot-achtiger klinkt dan vroeger. Raar. Maar ach, het zal wel wennen.
Kort voordat we vertrekken naar een concert bij Radio Kootwijk, checkt H. nog even de afstand en de tijd. We blijken een kwartier extra rijtijd te hebben omdat de A50 is afgesloten. Oeps, heel snel iets eten dan maar en op weg. Radio Kootwijk is een bijzondere locatie. Je rijdt er niet gewoon naartoe, maar bij het kaartje voor het concert bestel je meteen een rit met de pendelbus vanaf carpoolplaats Apeldoorn-Agrifirm. We hadden gepland om met de bus van kwart voor zeven mee te gaan en H. rijdt stevig door om dat te halen.
We zijn op tijd, maar het parkeerterrein is vol. Geagiteerd maakt H. een rondje om alle auto’s en wil het terrein af rijden, maar ik heb gezien dat achteraan een doorgang is naar een stuk grasland waar ook geparkeerd kan worden. H. gelooft me niet, maar na enig aandringen doet hij tóch een tweede rondje en er blijkt een zee van ruimte te zijn.
De pendelbus staat al klaar, twee dames in gele ‘NJO Muziekzomer’ shirts controleren de kaartjes - zonder apparatuur. Het is zo’n schoolreisjesbus met hoge stoelen aan weerszijden van een smal middenpad. De passagiers zijn gemiddeld minstens twee keer zo oud als de jonge musici waar we straks naar gaan luisteren. Pas als de bus vol zit, vertrekken we, langs een stukje snelweg terug en dan het bos in.
Langs smalle weggetjes met hoge verkeersdrempels rijden we, door het dorpje Radio Kootwijk en verder naar het hoge, betonnen art-deco gebouw van het voormalige zendstation. Het staat midden in een natuurgebied op de Veluwe, omringd door zand en heidestruikjes. Een grote, vierkante vijver weerspiegelt het gebouw en de door de avondzon geel-oranje gekleurde lucht. Mooie plek. Hier binnen gaan we luisteren naar het Jong Metropole. Het zal een concert worden waarin westerse en Arabische muziek samenkomen.
Maar eerst lopen we een rondje om het gebouw en sluiten we achteraan de brede rij om te wachten tot de deur open gaat.
zondag 15 mei 2022
Bombarie
Op zaterdagmorgen 10 uur gaat mijn telefoon.
“Hij staat erop! Bombarie staat op Spotify,” roept een enthousiaste Bas Bons in
mijn oor. “Je bent de eerste die ik het vertel!”
“Ha leuk! Dan ga ik luisteren. En het van de daken roepen!”
Tot een jaar geleden was ik eindredacteur van luistertijdschrift Klinkklaar (9-11 j) Elke maand was er een thema, waar onder andere muziek bij moest worden gezocht. Op een dag begon vrijwillig voorlezer Bas Bons (muzikant) passende liedjes te maken bij de onderwerpen. Leuk voor het tijdschrift, leuk voor hem zelf, omdat het hem op nieuwe ideeën bracht.
Toen hij door tijdnood een keer niet aan een liedje toe kwam, schreef ik een tekst waar hij in een handomdraai een melodie bij maakte. Dat deden we daarna vaker zo. Een samenwerking waar we een hoop lol in hadden. Na een paar jaar was er een verzameling ontstaan van een kleine veertig liedjes en daar wilden we wat mee.
Het had heel wat voeten in de aarde voordat er een concreet plan was, maar toen werden er 12 liedjes uitgekozen die met echte instrumenten in een echte studio werden opgenomen en piccobello gemixt tot ze nog véél mooier waren dan de ruwe versie die in het audiotijdschrift te horen was.
Drie teksten zijn van mij; dat moet je maar geloven, want om auteursrechtelijk-technische redenen wordt dat niet op het album vermeld. Het is de vieste, de snelste en de ontroerendste. En nog een halve eenbenige. Ga nu zelf maar op Spotify luisteren welke dat zijn. Bas Bons, Bombarie. En vertel het vooral verder!
vrijdag 13 augustus 2021
Tien vrouwen
‘Anders hebben m’n collega’s verderop niks meer te doen.’
Buiten het grote, oude fabrieksgebouw staat rechts een tafel met aan beide korte kanten iemand in een geel vrijwilligershesje. Aan de linkerkant staat een groep mensen, allemaal in het wit gekleed. Er stijgen een paar saxofoonklanken op.
Wij gaan naar rechts, waar we nu wél de kaartjes moeten laten zien en dan door een enorme, lege hal wandelen, waarna we in een nog grotere ruimte komen die voor de helft met stoelen is gevuld. Op ruime afstand van elkaar, zodat we op de vijfde rij oneindig ver van de lege helft af zitten, waar straks de voorstelling zal zijn.
Gekleurd licht geeft de fabriekshal een wonderlijke uitstraling.
Niet veel later komen een voor een de wit geklede jonge vrouwen binnen die we eerder bij de ingang zagen. Ze verspreiden zich, zetten her en der hun muziekstandaard neer en na een tijdje klinkt er heel zacht een gezongen toon, waar zich andere tonen bijvoegen, tot een kluwen van dissonante klanken de ruimte vult. Steeds luider. En ineens zit er stiekem een saxofoon doorheen die overal bovenuit stijgt.
‘Ik droomde dat ik langzaam leefde,
Langzamer dan de oudste steen’
Het gedicht ‘Tijd’ van Vasalis zet de toon en komt later afrondend terug…
Saxofoniste Kika Sprangers speelt samen met negen zangeressen de voorstelling ‘Dochter.’ Een afwisseling van zang, instrument en voorgedragen teksten. Poëtisch, abstract, mooi om te zien en met negen stemmen die van zacht en lieflijk tot wringend en schreeuwend de hele ruimte vullen. En natuurlijk die saxofoon. Het past wonderlijk goed bij elkaar.
In de aankondiging van de voorstelling werd iets verteld over het verhaal dat achter de voorstelling zit, maar ik onderga eigenlijk gewoon wat er te horen en te zien is. Een uur is snel voorbij en dan staan we met z’n allen heel hard te klappen. Tegen de tijd dat we teruggelopen zijn naar de ingang/uitgang, staan de tien jonge vrouwen al weer buiten. H. roept naar ze dat het mooi was. ‘HEEL MOOI!’ Als ze omkijken en ‘dank je wel’ zeggen steekt hij twee duimen op. ‘Echt héél mooi!!’ roept hij nog harder. Ze lachen en zwaaien.
In de auto terug naar huis zijn we het er over eens dat het een geslaagde avond was. Op grond van de beschrijving hadden we maar een vaag idee van de voorstelling, maar het was echt mooi. Fijn dat dit soort dingen weer kunnen!
vrijdag 30 oktober 2020
Pianospelen
Nu H. met pensioen is, wordt de ene na de andere praktische klus in huis aangepakt. Toen hij een oude tafel had opgeknapt, geschuurd en gelakt, bekeken we hoe die een plek kon krijgen in de kamer.
“We zouden de piano weg kunnen doen,” opperde H.
Maar hoewel ik er al jaren niet echt op gespeeld heb, ben ik toch wel gehecht aan dat instrument. Ik wil hem niet kwijt. Wel besloten we hem te verplaatsen. En zoals dat gaat als je iets ergens anders neerzet: je kijkt er ineens niet meer overheen, maar zíet het.
Ik besloot om weer te gaan spelen.
En als ik me zoiets serieus voorneem, doe ik dat ook.
Ik haalde mijn oude pianoboeken tevoorschijn, bladerde ze door, probeerde wat fragmentjes en vond stukken terug die ik ooit graag en veel speelde.
Het geheugen is een wonderlijk labyrint. Terwijl ik speel, lijkt het soms in mijn vingers te zitten. Zelfstandig wandelen ze door een regel muziek, om bij een lastig akkoord ineens te staken. Dan moet mijn hoofd het werk weer doen. Welke noten staan daar nou?
Ik hoor H. op de achtergrond mee neuriën.
“Heb je er last van als ik speel?” vraag ik soms.
“Helemáál niet!” zegt hij. “Leuk juist.”
Vandaag heb ik een afspraak gemaakt met een pianostemmer. Ik weet al heel lang dat dat nodig een keer moet gebeuren, maar nu lijkt het ineens de moeite en het geld waard.
Na een half uurtje spelen, doe ik de klep van de piano dicht en begin met het schrijven van deze blogpost.
H. loopt door de kamer. Hij zoekt een tijdje, mompelt tevreden en stopt dan een cd in de speler. Ik glimlach als ik hoor wat hij heeft opgezet: Gnossiennes; pianostukken van Erik Satie.
zondag 9 februari 2020
Een mooie kooropstelling
Dan gaan we aan de slag. Een requiem, waar echt lastige stukken tussen zitten. Sommige akkoorden zijn zó spannend, dat ze in het begin nergens naar klinken. Als na een paar herhalingen dan alles op z’n plek valt, wordt het ineens mooi. En dan roept W. “Ga nu maar allemaal door elkaar staan.” Iedereen komt in beweging en zoekt een andere plek; ik ga tussen een bas en een tenor staan. Nu moet iedereen z’n eigen stem zingen zonder de steun van de eigen stemgroep. Hier hou ik van! En ik ben niet de enige. Je hoort nu beter het geheel en daardoor gaat iedereen meer op elkaar inspelen.
“Ja, het begint te komen,” zegt W. tevreden. Dan bekijkt ie een beetje verbaasd de opstelling die nu ontstaan is. “Nou zitten we iedere keer zó moeilijk te doen over twee nette rijen,” zegt hij, “en als ik dan zeg dat iedereen door elkaar moet staan, wordt het spontaan een kooropstelling!” Maar lang duurt dat niet, want voor het volgende lied gaan we er eerst maar eens bij zitten, want met dit nummer beginnen we vandaag voor het eerst. Daar gaat ie weer: een lastige melodielijn van de bassen wordt apart genomen, een stukje waar de alten niet uitkomen, een moeilijk akkoord oefenen we net zo lang tot het goed zit…
“Met de eeuwigheid verweven,” heet het requiem dat we instuderen. Een ernstige titel voor een ernstig muziekstuk. Maar al zou je het misschien bij zo’n stuk niet denken, er wordt soms behoorlijk hard gelachen tijdens de repetities. Of gegniffeld, als we weer eens op de centimeter precies neergezet worden. En genoten, vooral als we juist helemaal door elkaar staan.
maandag 14 oktober 2019
Zo kan een koor dus ook klinken
Als de laatste tonen van een weer melodieuzer lied zijn weggestorven, krijgt het Nederlands Kamerkoor een staande ovatie. Even later lopen we een beetje confuus de kerk uit. Wát een muziek. Om een tijdje helemaal stil van te zijn.
Fascinating Gershwins
Het zijn meestal vooral oudere mensen die komen kijken en luisteren naar de musici tijdens de Muziekzomer Gelderland, al mikken ze op een br...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...







