maandag 29 november 2010

9292 ov deel 2

De winter is uitgebroken. Ik mag me vanaf vandaag verheugen op het comfort en de dienstverlening van het openbaar vervoer om naar en van mijn werk te komen.
De heenreis verloopt soepel. Helemaal volgens het boekje mis ik mijn aansluiting op 2 minuten en wacht 25 minuten op de volgende bus. Het is koud.
Het ongezellige, maar warme wachtlokaal van twee jaar geleden is inmiddels een gezellig cafetaria geworden met op de deur de tekst “consumptie verplicht”.
Maar de bus rijdt op tijd en de rit is net lang genoeg om weer op te warmen.

Terug kan ik met een collega meerijden, die me op een strategisch tijdstip afzet op overstaphalte Dukenburg.
Ik zie op één van de zes haltes aangegeven staan dat lijn 11 over twee minuten komt! Als ik nog een keer kijk, is de mededeling verdwenen. Zonder dat er een bus is geweest.
Ik zoek een plek in de luwte met zicht op alle haltes. Er rijden bussen af en aan die soms wel en soms niet corresponderen met wat op de halteborden staat.
Achter elkaar arriveren er twee exemplaren met “999 geen dienst” voorop. Als de eerste optrekt, loopt er een meisje heen dat iets aan de chauffeur vraagt. De bus rijdt door en zij zegt tegen haar vriendin: “Het is de elf.” “Wat?”roep ik, “is het de elf??” “Naar Nijmegen” vult ze aan. Da’s dus niet de goede.
De andere 999 blijkt lijn 6 te zijn.
Een derde meisje zegt tegen de vriendinnen dat ze naar Beuningen moet. “Wij ook”, zeggen ze, “maar het gebeurt zó vaak dat de elf gewoon niet komt!”
Ik begin m’n tenen te voelen…
Dan floept er een 11 tevoorschijn op een van de borden. Lijn 11 naar Beuningen. Over 12 minuten zou hij moeten komen. Dat is te overzien. Nou maar hopen dat de mededeling klopt.
Dat doet ie niet helemaal. De bus is er al na twee minuten. Nog een kwartier later ben ik thuis. Totale reistijd: 5 kwartier.
En dat voor een afstand van hemelsbreed 15 kilometer. Even rekenen: 12 kilometer per uur. Niet gek toch? Lopend haal ik dat niet.

zondag 28 november 2010

Kano

Nog niet zo lang geleden, op een zonnige nazomerdag, hebben we mijn kano geschuurd en gelakt. De bankjes zijn er af geschroefd en staan in de kamer, uitbundig glanzend met drie stevige lagen bootlak. De rand van de boot zelf heeft pas twee laagjes, maar ik heb hem beloofd dat er in het voorjaar nog een laag bij komt.
Al een paar weken zijn we van plan om de boot voor de winter op de kant te leggen. Een klus waar ik erg tegenop zie, want de kano is zwaar en onhandelbaar en past maar net op ons terrasje, zodat het een griezelig wankel karweitje is langs de waterkant.
Vanmorgen zag ik dat het behoorlijk had gevroren. Nu moet het echt gebeuren! Gastzoon M. wil H. wel helpen tillen, maar dan moet ik eerst zorgen dat de laag water uit de boot is. Ik besluit te wachten tot halverwege de middag in de hoop dat het ijslaagje nog wat smelt.
Het is al bijna donker als ik me mijn voornemen herinner. Ik schiet in de warmste jas die ik kan vinden, doe beenwarmers aan en rubberen tuinhandschoenen. Gewapend met een hamer en een kan heet water ga ik naar het schemerige waterterras. De laag ijs in de boot blijkt dikker dan ik dacht, maar met de hamer krijg ik hem wel klein. Ik maak een flink wak. De stukken ijs van wel twee centimeter dik leg ik verderop. Dan schep ik met een emmer zo goed en zo kwaad als het gaat het water uit de kano. Het gaat lastig, want omdat de bankjes er uit zijn, moet ik vanaf de kant naar beneden scheppen. Ik zit op m’n knieën en hoos. Zo kan de laag ijs in elk geval niet dikker worden vannacht.
Intussen is het flink donker geworden.
Toch roept H. een half uur later dat we de boot op de kant gaan trekken. Nu hebben we een zaklamp nodig, maar de twee mannen hebben het klusje snel geklaard. Als de kano op de kant ligt gooien we de rest van de brokken ijs er uit. Volgend weekend zullen we hem omdraaien en afdekken, maar nu kan ie in elk geval niet in de sloot vastvriezen.
Tevreden lopen we terug naar ons lichte, warme huis. Zonder om te kijken laten we het vaarseizoen achter ons. Het wordt winter.

maandag 22 november 2010

9292ov

Het is pas 22 november, maar volgens de weersvoorspellingen is de winter al in aantocht. Voor het eind van deze week worden temperaturen van onder nul voorspeld en sneeuw!
Met een scooter als vervoermiddel voor het woon- werkverkeer is dat slecht nieuws.
Sneeuw betekent glad, want strooien doen ze voornamelijk voor auto’s. En onder nul betekent koude handen. Ik kan me inpakken als een michelin-mannetje, maar als de kou door m’n motorhandschoenen komt, kan ik figuurlijk inpakken. Tegen koude handen is geen kruid gewassen.
Kon ik vorige winter vaak meerijden met H., nu heeft hij een andere baan en is dat geen optie meer. Zuchtend besluit ik om alvast te kijken naar de busdienstregeling. Die valt niet mee.
9292ov.nl biedt een ruime keus aan mogelijkheden om van Beuningen naar Grave te komen. Ik kan kiezen uit de volgende, kleurrijke reis-ideeën:
1. De snelle rit: Vertrek om twee minuten voor half negen, aankomst om twee minuten over negen. Praktisch probleempje met deze reis is, dat de aankomsttijd van bus A gelijk is aan de vertrektijd van bus B. Theoretisch een prachtige aansluiting, praktisch negen van de tien keer mis.
2. De bewerkelijke rit: Vertrek om een minuut voor acht, aankomst om een minuut over negen. Met twee overstappen, inclusief één droom-aansluiting zoals hiervoor genoemd en 16 minuten looptijd.
3. De extra lange rit: Vertrek om drie minuten over half acht, aankomst om een minuut over negen. Met een nette negen minuten overstaptijd en een sportieve vijfentwintig minuten looptijd.
4. De reële rit: Vertrek om half acht, aankomst om vijf voor half negen.

Goed, een klein uur reistijd is vrij normaal voor de moderne, werkende mens, maar als het met de scooter binnen een half uur kan, is het toch even doorbijten.
Ik zal een bloknootje in m’n tas stoppen, dan kan ik m’n reistijd nuttig gebruiken en onderweg m’n blogjes schrijven.

zondag 14 november 2010

Op bezoek

Op zaterdag gaan we met z’n vieren naar Alkmaar. We zetten gastzoon M. op het station af, waar hij met een vriendin heeft afgesproken. Zoon J. gaat mee naar opa, die hier in een verzorgingshuis woont.
M’n schoonvader is niet zo helder. We gaan met hem naar een rustige zithoek, maar hij zwalkt achter zijn rollator. “Pas op hier”, waarschuwt een verzorgster, “hij ramt tegenwoordig deze deur.” We sturen hem een beetje bij.
H. bladert in een fotoboek en wijst zijn vader foto’s aan. Soms is er herkenning, dan zakt z’n hoofd weer even voorover en valt hij in slaap. Komt het van de antibioticakuur die hij gehad heeft? Of vaagt hij gewoon langzaam weg? Hij articuleert moeizaam en als H. hem iets vraagt, moet hij zo lang over het antwoord denken dat hij intussen weer wegzakt.
J. heeft een eigen boek meegenomen en zit daarmee aan een hoekje van de tafel. Hij zegt niet veel, maar we vinden het toch fijn dat hij er bij is. Hoe vaak zal hij z’n opa nog zien?
Er wordt een kom pap gebracht. Mijn schoonvader slikt de laatste weken moeilijk, en pap lukt beter dan brood. “Zal ik je helpen pa?” H. voert zijn vader aandachtig, tot die zegt: “Eet jij de rest maar op hoor”.
Na alle hazenslaapjes is het tijd voor een echte middagdut. We lopen terug naar de huiskamer en deze keer gaat de rollator nergens tegen aan. Helder kijkt pa ons aan als we afscheid nemen. “De groeten aan je vader”, zegt hij tegen me en dan pas weet ik dat hij goed in de gaten heeft wie er bij hem op bezoek was. Alleen gaan we deze keer niet door naar mijn vader, maar naar vrienden in IJmuiden.
M. gaat mee, we pikken hem weer op bij het station.
Het zijn goede vrienden die we veel te weinig zien. Aan de keukentafel praten we vrolijk bij terwijl de jongens met een zoon des huizes in een computerkamer verdwijnen. Intussen wordt er een stevige linzensoep gebrouwen waarmee we het bezoek afronden.
Na een hartelijk afscheid gaan we terug naar huis. We zijn tevreden over beide dagdelen. Zo verschillend, maar samen waren ze de twee uur rijden meer dan waard.

zondag 7 november 2010

Trein

De trein naar Amsterdam heeft 20 minuten vertraging. Ik mis mijn aansluitende bus en ook de volgende, wat de vertraging op een half uur brengt. Jammer. M’n vader vindt het tóch altijd al zo kort voor ik weer terug ga.
Hij loopt met me mee naar de bushalte, voetje voor voetje, en zwaait me na. Twee bussen naar het Centraal Station en daar wacht ik op de intercity naar Nijmegen.
Terwijl ik m’n tas op de grond zet, hoor ik op het spoor achter me een hoop gepiep en geraas. Als ik omkijk, zie ik een trein langzij komen. Ik draai me om om beter te kunnen kijken, want dit is geen gewone trein, maar een glanzend zwarte. Achter de ramen zie ik schemerlampjes en opengetrokken gordijnen. Van buiten zijn de wagons versierd met goudkleurige randjes. Langzaam piept en knarst de trein voorbij. Steeds langzamer, zodat ik nu de goudkleurige sierletters kan lezen: Oriënt Express.
Met een vage verwondering denk ik: bestaat dat nog? Ik dacht dat dat een historisch museumstuk was. Tussen de wachtenden op het perron door maak ik een paar foto’s.
Op goed geluk; het is al vrij donker en de trein rijdt nog steeds. Dan zie ik dat de intercity naar Nijmegen er al staat en stap vlug in.
Ook op de terugweg hebben we 20 minuten vertraging. Ik baal als ik in het donker aankom in een regenachtig Nijmegen. Thuis is het warm en droog en de televisie staat aan. Het journaal. Ineens hoor ik: “De wereldberoemde Oriënt Express vertrekt vandaag bij hoge uitzondering uit Amsterdam.” Dezelfde trein die vroeger van Parijs naar Istanbul reed, gaat nu met een exclusief gezelschap eenmalig van Amsterdam naar Venetië.
Ik stel me voor hoe lang het luxe, zwarte voertuig erover deed naar Istanbul en besluit dat twintig minuten vertraging toch eigenlijk niet zoveel voorstelt. “Ik heb em gezien!” roep ik triomfantelijk naar mijn huisgenoten en dan eet ik tevreden de soep die ze voor me warm gehouden hebben.

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...