woensdag 29 april 2015

Toeristen uit Peru

Wat wil je allemaal zien als je als toerist drie dagen in Nederland bent? Vier Peruanen kwamen toevallig via via in Beuningen terecht, een gewone plaats in Gelderland, in de buurt van Nijmegen (wat dan weer wel de oudste stad van Nederland is).

Op koningsdag slapen ze uit. Ze hebben een vermoeiende reis achter de rug met veel vertragingen, omwegen en misverstanden, waardoor ze pas vrij laat in de avond aankwamen. Toen volgde er ook nog een kennismaking met ons, hun gastgezin voor drie dagen, waarbij Belgische en Nederlandse kloosterbieren geproefd werden zodat het nog veel later werd.
Uitslapen dus. En om elf uur een uitgebreid ontbijt.
We zijn van plan om ze mee te nemen naar de kindervrijmarkt in het dorp en daarna naar Nijmegen. We kunnen ze de beroemde Nederlandse dijk laten zien, hier vlakbij langs de Waal. Of misschien vinden ze het leuk om een paar uur rond te kijken in de tuinen van Appeltern.

We beginnen met de dorpskern. Daar sjouwen we tussen de kraampjes door, komen een sambagroep tegen waar de Peruaanse dames spontaan van beginnen te dansen en dan willen ze wel een Nederlandse supermarkt door wandelen.
Het is verrassend hoe in een gewone winkel de historie van een land is terug te vinden. H. geeft in de Albert Heijn uitleg als een goede gids. ‘Je ziet dat er veel Indonesische producten in de schappen staan. Dat komt omdat Indonesië 135 jaar lang een kolonie van Nederland is geweest’. Verderop geeft ook de chocolade aanleiding tot een informatief verhaal: Amsterdam is een internationaal centrum van handel in cacaobonen. De verwerking tot cacaopoeder en -boter gebeurt voor een groot deel in Nederland. Veel daarvan wordt dan weer naar België, Duitsland en Zwitserland vervoerd waar ze er chocoladeproducten van maken.
Onze toeristen willen weten welke chocolade in deze winkel typisch Nederlands is. Prompt krijgen ze – in het Engels - antwoord van een medewerkster van de winkel die net langskomt. ‘Het is eigenlijk allemaal Belgische chocola. Niet Nederlands, maar Belgisch, want daar kunnen ze de lekkerste chocolade maken.’ Dan loopt ze weer verder.
Wij kijken nog even goed naar alle verpakkingen en vinden behalve Belgische bonbons ook rijen Verkaderepen en een vak met Tony’s Chocolonely uit Nederland, twaalf soorten Rittersport uit Duitsland en Milka uit Zwitserland…

Natuurlijk moeten er stroopwafels gekocht worden en verschillende frisdranken die ze in Peru niet kennen. Met een tas vol inkopen gaan we de winkel weer uit en iets verderop weer naar binnen bij de slijterij. Daar kopen onze gasten een fles Pisco om daarmee de klassieke Peruaanse welkomstcoctail te maken: Pisco sour.

Zodra we terug zijn met de boodschappen gaan de mannen de keuken in waar ze energiek alle ingrediënten verzamelen voor de coctail. Citroenen, eieren, suiker, ijsblokjes en pisco. Alles moet in een strikte volgorde in de blender en wordt tot een schuimige massa geklopt. Iedereen krijgt een glas vol schuim en dan proosten we in het Engels, in het Spaans en in het Nederlands.

Van de rest van ons programma komt weinig terecht. De Peruaanse traditie schrijft twee Pisco sours voor als welkomsttraditie en daarmee vallen de opties af waarvoor we met de auto weg moeten. In plaats daarvan maken we gewoon een wandeling door de buitenwijken van Beuningen, waar onze gasten van alles te vragen hebben: over de bouw van de huizen, waarom ze allemaal van kale baksteen zijn (in Peru zijn de huizen kleurig), wie de speeltuintjes aanlegt waar we langs komen en of het water wel eens zo hoog staat dat het de huizen in komt.

In de vroege avond vaar ik met de beide dames een rondje in de kano. Ze genieten en zijn zwaar onder de indruk. Na het eten (we maken gadogado want dat vinden we lekkerder dan Hollandse erwtensoep) doen we nog een klein rondje salsadansen en dan zit hun eerste dag Nederland er op.

Morgen gaan ze naar Amsterdam. Want zo’n dagje Beuningen mag dan heel gezellig en onverwacht cultureel zijn; als je niet in Amsterdam geweest bent is je bezoek aan Nederland niet compleet.



zondag 26 april 2015

Bed, bad, brood en een schoon huis voor de Peruanen

Zou talent voor huishouden iets zijn dat in je genen zit? Mijn moeder was een rommelkont. Ze vond veel andere dingen leuker en belangrijker dan een keurig huis waar alles glom. Toen ze met mijn vader trouwde, werd ze niet meteen enthousiast ontvangen. De omgeving vond haar niet huishoudelijk genoeg. Het kwam goed. Later was ze een gewaardeerd dorpsgenoot. Maar niet vanwege haar gaven op het gebied van poetsen, stoffen en opruimen.

Het is dus verklaarbaar dat ik ook geen uitblinker ben op dat gebied, of het nou vanwege die genen is of gewoon door het ‘slechte’ voorbeeld. Omdat mijn huisgenoten allebei fulltime werken en ik parttime, is het redelijk dat ik het meeste doe in huis. Maar om nou hele dagen aan een schoon huis te besteden is toch niet mijn roeping. Een paar dingen hou ik echt wel bij, zoals badkamer en toilet. Stofzuigen gebeurt ook wel met enige regelmaat, maar er zijn in mijn huis altijd stoffige hoekjes, vensterbanken die nodig eens een sopje moeten hebben en vooral overal stapels boeken, tijdschriften, post en andere papieren.

Onze redding van de algehele vervuiling is onze gastvrijheid. Als we vrienden of buren uitnodigen om bij ons te komen eten, is dat een goede reden om al het rondzwervende papier weer eens van de tafels en stoelen te halen; en als er mensen komen logeren betekent dat een stevige schoonmaaksessie, want je wilt toch altijd een beetje een goede indruk maken.
Deze week pak ik in etappes verschillende slaapkamers aan, want we krijgen vier gasten uit Lima. Het zijn de ouders van een Peruaanse vriendin van onze dochter en nog een echtpaar. Ze doen een trip door Europa en hadden die zó gepland dat ze toevallig op 26 april op Schiphol aankomen. Dat geeft een praktisch probleem bij het boeken van een hotel: A) De prijzen (toch al hoog in Amsterdam) zijn extra hoog. B) Alles is al volgeboekt vanwege Koningsdag. Vandaar de vraag van onze lieve dochter of ze dan niet bij ons mochten logeren.


Natuurlijk mogen ze bij ons logeren. We houden van gasten, vooral uit verre buitenlanden. Als ze het leuk vinden kunnen we ze iets van ‘het gewone leven’ in Nederland laten zien. Een gewone, landelijke feestdag op 27 april bijvoorbeeld. We hoorden dat ze al geïnstrueerd waren om oranje T-shirts mee te nemen. Verder kunnen we onze beroemde, Hollandse dijk laten zien langs de Waal. Een paar molens zijn in de buurt ook nog wel te vinden.

We zullen ze hier met open armen ontvangen en niet alleen bed, bad en brood bieden, maar ook gezelschap, cultuur en vriendelijkheid. Ze krijgen zelfs een dag echte Hollandse erwtensoep als ze dat lusten. Het huis is schoon. Laat de Peruanen maar komen!

zaterdag 25 april 2015

Kruiden van bij het beekje en bouillabaisse uit een tuitpotje

Meestal kieper ik de mailtjes van aanbiedingensite Groupon meteen in de virtuele prullenbak. Maar ik kies er wel voor om ze te blijven ontvangen, want af en toe zit er een leuk etentje bij. Begin dit jaar had ik een bon gekocht voor een zeven gangen verrassingsdiner bij Het Koetshuis in Bennekom. Het werd tijd om die eens te gebruiken en we reserveerden vrijdagavond een tafel voor twee.
Het leuke is dat de bon al lang betaald is en dat mijn hersens me dan wijsmaken dat het etentje niets kost – behalve de drankjes, waar we dan weer niet zuinig over doen, want het is ten slotte het enige dat we hoeven af te rekenen.

In een sterrenrestaurant word je ontvangen alsof je een speciale, zeer welkome gast bent. Jas aangenomen, tafeltje gewezen, stoel achteruit getrokken en dat is dan nog maar de binnenkomst. Op tafel staat een kaart waarop onze zeven gangen staan vermeld. Daarom weten we dat het eerste kleine voorafje extra is. Het is een flinterdun gefrituurd kunstwerkje van cassave, geserveerd op een bakje met grint (ja, steentjes!) met daarbij een piepklein stenen karafje met rood wortelsap.

Ik hou ervan dat de serveerster die je bedient bij elke gang even vertelt wat er op de borden, schaaltjes of plankjes ligt. Ieder gerechtje komt op een ander stuk serviesgoed en het bekijken van de creaties hoort bij het genieten van dit diner. Een tweede en een derde amuse bevatten veel gember waar ik niet dol op ben, maar zijn prachtig om te zien, wat veel goed maakt. Pas bij de vierde ronde krijgen we nummer 1 van de zeven gangen.

Op een rechthoekig, wit bordje ligt een klein stukje makreel naast gegrilde kropsla, gegarneerd met kleine blauwe, witte en paarse bloemetjes. Het meisje dat ons bedient, schildert er met een sausje een sierlijke krul omheen en vertelt intussen dat de ze de kruiden vanmorgen met z’n allen vers geplukt hebben bij het beekje. Ik zie voor me hoe het voltallige personeel gezellig naar het beekje wandelt en daar geconcentreerd de mooiste wilde kruiden verzamelt. Het heeft iets vertederends. Respectvol eten we alle bloemetjes op. Een lekker gerechtje trouwens, maar dat ligt vooral aan de gegrilde slaharten en de makreel.

Er volgen nog twee visgerechten. Op de huid gebakken zeebaars met ringetjes inktvis en paprika op drie manieren en bouillabaisse met scampi’s. De vissoep wordt aan tafel uit een potje met een tuit in het diepe bord over de scampi’s geschonken. Op de brede rand van het bord ligt een mini-naanbroodje met knoflookmousse. Het zit daar slim vastgeplakt met een klein beetje aardappelpuree.

Na de vis komen er twee gerechtjes met vlees. Eerst boterzacht buikspek en dan een mals, rood plakje black angus. Net als de vis, zijn de porties gelukkig klein zodat we alles op kunnen eten zonder dat we ons veel te vol proppen.

De laatste twee gangen zijn toetjes, waarvan ik het eerste na een klein hapje doorschuif naar H., want van gebakken geitenkaas met een suikerig korstje word ik niet heel blij. Als de serveerster de bordjes komt weghalen en net als bij elk ander gerecht vraagt of het gesmaakt heeft, antwoord ik eerlijk dat ik geen liefhebber ben. Ze vraagt of ze me dan misschien iets anders zal brengen. Ik voel me ongelofelijk verwend en wimpel het aanbod vriendelijk af. Kan gebeuren als je een verrassingsdiner kiest, dat niet alles je smaak is. De afsluiter bestaat uit rood fruit met vlierbloesemijs, dat een geweldige combinatie blijkt te zijn.  

Het is al behoorlijk laat als we onze drankjes afrekenen en begeleid worden naar de hal. Daar helpt onze serveerster ons in onze jassen en houdt de deur open. Zo is het helemaal af.
Wat een luxe. Hierna doen we weer een tijdje gewoon. Maar ik hou de Groupon aanbiedingen wel in de gaten. Als er weer zo’n zoveel-gangen diner van Het Koetshuis langs komt, verzinnen we wel een aanleiding om die te kopen en te boeken. Heerlijk!



zaterdag 18 april 2015

Lekker warm jasje

Sinds december heb ik een nieuwe naaimachine. Toen ik die kocht, nam ik me meteen voor om er meer mee te gaan doen dan ik de laatste jaren met m’n oude deed. Na een voorzichtig begin met een dekbedhoes en twee kussenslopen probeerde ik een paar t-shirts. Dat lukte goed en ik besloot het nu serieus aan te pakken en een jasje te maken. Ik vond een patroon dat me beviel en kocht eerst maar eens een goedkoop stofje om een proefmodel te maken. Met een katoentje uit m’n lappenmand voor de voering en een rits die ik nog ergens had liggen, kon ik me aan de kosten in elk geval geen buil vallen.

Op een donderdagavond legde ik de laatste hand aan het werkstuk: een donkerrood fleece-jasje meteen gestippelde voering. De volgende dag was het twintig graden. Mijn nieuwe, lekker warme jasje moest nog even aan z’n hangertje blijven. Ik besloot dat het nu tijd was om hetzelfde jasje nog eens te maken, maar dan in een lichte zomerversie.

Als je een paar kledingstukken hebt gemaakt, ben je nog lang geen expert. In de stoffenwinkel koos ik een stevige katoen uit voor een jasje en een dunnere lap voor de voering. Voor alle zekerheid vroeg ik of de stof geschikt was voor dat doel. “Nee”, zei de verkoopster. “Daar moet je voeringstof voor nemen, dat is antistatisch.” Ze wees me waar ik de rollen voeringstof kon vinden en ik ging op zoek naar een goede kleur. Ik wilde liever niet van dat gladde, glanzende spul en pakte iets verderop een matte rol in een mooi, passend kleurtje om mee naar de kassa te gaan.

“M’n lieve schat, nou zal ik toch even met je meelopen”, zei de verkoopster toen ik met mijn stofjes aankwam. Ik had een rol gepakt die net niet meer bij het rek met de voeringstoffen hoorde. “Hiermee krijg je echt problemen”, zei ze stellig. “Je krijgt zo’n jasje haast niet aan en dat zit straks helemaal niet goed.” Ik ging opnieuw op zoek en vond iets niet al te glimmends in een passende kleur. Bij de kassa stond intussen een andere verkoopster.
“Kan ik je helpen of word je al geholpen?” vroeg ze toen ik m’n rollen stof op de brede toonbank deponeerde. “Eh, niet méér…” zei ik, want de andere dame zag ik niet meer.
“Niet meer?” ze trok haar wenkbrauwen op.
“Ik werd wel geholpen,” legde ik uit, “maar ik had nog wat extra tijd nodig om te zoeken.”
Opgewekt mat de tweede verkoopster de stof af die ik wilde hebben en terwijl ik mijn pincode intoetste, wees ze naar de trap achter me: “Daar komt ze weer aan.” Het was haar collega. “Jammer, anders had ik haar verteld dat je boos was weggelopen.” Ze lachte vrolijk en deed een tasje om mijn aankoop. “Veel succes ermee”

Op weg naar huis vroeg ik me af of het echt zo fout zou gaan als je voor een voering katoen gebruikt in plaats van officiële voeringstof. Op een dag, dacht ik, ga ik m’n eigen regels maken. Maar voorlopig ben ik nog een beginner en werk ik nog even netjes volgens het boekje.

zaterdag 11 april 2015

Voelen aan een Van Gogh


Eigenlijk is het werk, maar op zaterdagmorgen rondlopen op deze beurs is ook heel gezellig. Samen met twee collega’s ben ik bij de Expo in Houten. We zijn er rond half elf en meteen als we binnen zijn, lopen we langs een groot schilderij met zonnebloemen van Van Gogh. Het is een replica die er opgesteld staat om de aandacht te trekken. Wat in een museum nooit mag, mag hier wel: met je vingers aan het schilderij komen, zodat je de dik aangebrachte verfstreken kunt voelen. Heel apart. Als we ons beraden welke kant we op zullen lopen, worden we aangesproken door een vriendelijke dame, die vertelt dat er over tien minuten een salsa-les zal starten. Ze wijst hoe we naar het zaaltje kunnen lopen waar dat gebeurt. “En om twaalf uur is er wéér een les.” We bedanken haar en besluiten de eerste les in elk geval over te slaan. Misschien gaan we kijken bij die van twaalf uur.

Ik kom een facebookvriendin tegen die ik nog niet in levenden lijve ontmoet had en ze vertelt enthousiast over een pilot waar ze aan meedoet: het coachen van mensen die wmo-keukentafelgesprekken moeten voeren. Als ervaringsdeskundige weet ze wat er nodig is, willen mensen elkaar in zo’n gesprek goed begrijpen.
We worden begroet door een styliste en een visagiste die in hun stand adviezen geven over kleur, stijl en presentatie. Ze hebben het druk, maar kunnen ons wel even snel vertellen dat het goed loopt en dat ze onder andere een van onze tijdschriften uitdelen waar zij zelf met een reportage in staan.

Bij de stand van een datingbureau krijgen we een roos aangeboden en dan vinden we het tijd voor koffie met appeltaart. De tweede ronde salsadansen komt in zicht en we lopen in de richting van de kleine zaal, waar nu nog een muziekoptreden bezig is. Naast het podium staat een tassenmaakster waar ik graag even kennis mee wil maken. Ik ken haar stem van een telefonisch interview. Iets verderop ontmoeten we een schrijfster van wie we op onze afdeling twee boeken hebben liggen. Op het podium is intussen de salsa-les begonnen. Het is nog even droog-oefenen, zonder muziek. Een duidelijke stem vertelt wat de danspassen zijn. We kijken even uit de verte, maar voelen ons toch niet zo geroepen om mee te doen.

Op verschillende plaatsen voeren we gesprekjes, wisselen gegevens uit en kijken een beetje rond. Ik blijf een tijd hangen bij de stand van het Wintercircus, waar een maquette staat van de ruimte waar afgelopen winter een speciale voorstelling werd gehouden. Dan drinken we nog een keer koffie. Vanaf onze plek aan een tafeltje zien we de beursgangers hun weg zoeken. Hand in hand lopende stellen, mensen met honden, gezinnen, mensen met witte taststokken. Sommigen gaan aarzelend langs de geleidelijnen, anderen lopen vastberaden van de ene naar de andere stand. Honden herkennen elkaar en slepen hun baasje mee naar iemand die ze dan ook blij begroeten.

De Ziezo beurs met hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden draait echt niet alleen om technische hulpmiddelen bij het overleven. Er is ook een heleboel te vinden om het leven leuker te maken. Dansen, kunst beleven, daten, sporten, jezelf mooi maken en goed presenteren… en lezen natuurlijk.
De coach, de tassenmaakster, de schrijfster, het mooie meisje naast de styliste, ze hebben een visuele handicap, maar daarnaast zijn het vooral mensen die goed zijn in wat ze doen. Het was inspirerend om ze vandaag allemaal te ontmoeten.

zaterdag 4 april 2015

Kraambezoek met interview


Voordat ik naar Dordrecht vertrek, kijk ik op google maps. Ik wil niet alleen de route weten, maar kijk met Street view ook hoe het stationsgebouw er uit ziet. Als ik bij het echte station aankom, voelt het daardoor meteen een beetje vertrouwd, al heb ik nog steeds geen idee waar ik de auto even stil kan zetten om te wachten op mijn collega en haar hond. Er staat wel een bordje ‘Kiss & Ride’ met een pijl, maar die wijst ergens heen waar ik niet in kan rijden. Ik rij een stukje door, draai verderop naar links en kom op een taxistandplaats terecht. Op mijn vraag waar ik even op iemand kan wachten, wijst een taxichauffeur naar voren: ‘Daar bij het tweede rijtje vlaggen.’ Het is dezelfde plek waar de Kiss & Ride pijl heen wees, maar daar kan ik toch echt niet in. Ik maak nog een rondje en besluit dan maar op de taxistandplaats te wachten. Daar krijg ik een berichtje van E. dat ze is aangekomen en voor het station staat. In de verte zie ik een figuurtje met een grote, lichte hond. Zou dat haar nieuwe blindengeleidehond kunnen zijn? Ik bel haar en vraag om even enthousiast te zwaaien. Het figuurtje met de hond in de verte steekt haar arm in de lucht. Ze is het. ‘Blijf maar staan’, zeg ik, ‘ik kom je oppikken’.
Ik rij voor haar langs en omdat er nog auto’s achter me rijden, wijk ik maar gewoon naar rechts uit, een flauw stoepje op. Even later maak ik kennis met een grote, blonde golden retriever die op de achterbank springt en me met een vriendelijke lik begroet. E. komt op de passagiersplaats zitten en we rijden door naar onze bestemming verderop in Dordrecht. We gaan op kraambezoek bij collega A.

We hadden de afspraak al eens verzet en de baby is inmiddels al drie maanden. Een zoet meisje dat wakker rondkijkt. Haar grote broer van bijna drie wordt haast ondersteboven gelopen door de blonde hond, die enthousiast z’n zwarte collega begroet: de hond van A. Het jochie is er even door van slag. Hij zet het op een huilen. Maar tien minuten later is ie al aan de bezoekers gewend. We bewonderen de baby, praten bij, laten de honden uit en dan is het tijd voor het werkgedeelte van dit kraambezoek: een interview over baby’s en wat daarbij komt kijken.

Zodra de microfoon te voorschijn komt en E. de eerste vraag stelt, begint het zoontje van A. aan mama te trekken om haar aandacht te vragen. Ik leid hem af met zijn blokkenwagen, maar als hij enthousiast alle blokken omver gooit, probeer ik iets geruislozers: ik maak een paar foto’s van hem en ga die samen met hem bekijken. Dat vindt ie leuk.
Als ik hem nog een keer probeer te fotograferen, lukt dat niet omdat hij de hele tijd op het schermpje wil kijken wat er gebeurt. Dan maar in de selfie-stand. Ik maak een serie selfies en die gaan we bekijken. Met z’n kleine vingertje tikt hij voorzichtig tegen zijn eigen gezicht op m’n mobieltje. Er verschijnt onder in beeld een overzicht van de gemaakte foto’s. na een paar seconden verdwijnt de reeks minifotootjes en dat vindt ie zó grappig dat hij het hardop uitschatert. Nog een keer tikken op het schermpje. De kleine fotootjes zijn er weer – en verdwijnen even later. Weer een schaterlach. Mijn collega’s gaan onverstoorbaar door met het interview. Het geschater op de achtergrond zal niet zo’n probleem zijn. Nieuwe baby’s hebben nou eenmaal vaak een grote broer of zus.

Een uurtje later zet ik E. en haar hond weer af bij het station. Volgende week stuurt ze me het interview en zal ik het monteren. Ik heb niet veel van het gesprek meegekregen en heb dus geen idee wat ik binnen ga krijgen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ze er wat goeds van gemaakt hebben. Het was in elk geval een gezellig bezoek en ik heb er een hele serie grappige foto’s aan overgehouden. 

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...