zaterdag 29 juli 2017

Studeerkamer

Als ik het tegen mensen over onze ‘studeerkamer’ heb, moet ik altijd denken aan het spel Cluedo. Dat speelt zich af in een groot huis met 10 verschillende vertrekken, waaronder een studeerkamer. De onze heet gewoon zo omdat daar een vaste computer staat waar regelmatig iemand aan zit te werken. Er is nog nooit een moord gepleegd, al ziet het er vaak uit alsof er een bom is ontploft.

Behalve een groot bureau met stapels boeken en papieren staan er in de studeerkamer twee grote boekenkasten en een heleboel dingen die nou eenmaal ergens moeten staan. Een naaimachine bijvoorbeeld en een grote mand met stofjes. Een strijkplank, een paar lijsten waar ooit schilderijen in zaten, een grote verzameling oude snoertjes, opladers, batterijen en meer van dat spul en een ladenkastje met hangmappen.

Op huishoudelijke dagen ga ik regelmatig even met de stofzuiger door deze ruimte, maar echt schoonmaken is er al lang niet van gekomen. Daar komt vandaag verandering in.
“De studeerkamer is echt een puinhoop,” zeg ik tegen H. als we de tafel afruimen na een relaxed zaterdagochtend-ontbijtje. Hij kijkt me een beetje verrast aan.
“Dat was ik nou juist van plan vandaag. Echt waar, ik had bedacht dat we dat daar wel eens konden gaan opruimen vandaag.”

We gaan meteen aan de slag. Stofzuiger in de aanslag, emmertje sop klaargezet. En terwijl H. een berg oude administratie wegwerkt, maak ik de stiekeme hoekjes leeg waar zich stof, spinrag en spinnenpoepjes hebben verzameld. Schoonmaken is niet mijn hobby, maar als je een ruimte zo ziet opknappen, wordt het bijna leuk. Onder het bureau ga ik vieze randjes en smoezelige hoeken te lijf en we gooien allerlei rommel weg die al jarenlang zinloos bewaard werd.

In een la vinden we een hele verzameling floppy’s. Weet iemand nog wat dat zijn? We komen boeken tegen met antieke computercursussen en gebruiksaanwijzingen van apparaten die al lang weggedaan zijn. Een vuilniszak vol onzin en een grote doos oud papier gaan de kamer uit. Om drie uur ’s middags kijken we tevreden rond. Er staat nog van alles midden in de kamer dat teruggezet moet worden (als de uitgesopte hoekjes goed droog zijn), maar alles is helemaal schoon en het is een stuk ruimer zo.

En nu hebben we er ook helemaal genoeg van. We gaan een eindje fietsen, want ongemerkt is het buiten lekker weer geworden. Opruimen doen we later wel, nu gaan we lekker naar buiten. Dat hebben we echt verdiend.

zaterdag 22 juli 2017

Sangria

“Hou je dát aan?” vraagt mijn dochter en ze kijkt kritisch naar mijn outfit. Een korte broek en een zomerhemdje met spaghettibandjes. Het is lekker zomerweer en ik ben net terug van een stukje fietsen. Nu gaan we samen naar het winkelcentrum om wat spullen in te kopen.
“Ja,” zeg ik. “Is dat een probleem?”
“Hm…” ze kijkt nog eens opzij.
“Ik zou óf een langere broek aandoen óf een wat minder bloot hemdje. Dit is net of je op de camping zit.”
“Camping achtertuin,” zeg ik. “Ga je mee?”
Ze haalt haar schouders op en we lopen naar de schuur om de fietsen te pakken.
“Mag ik op jouw fiets? Ik vind een fiets met een stang zo lastig.”
“Oké,” ik pak de fiets van H. en zwaai mijn been over het zadel.
“Je boft maar dat ik zo lief ben om je op mijn fiets te laten gaan,” zeg ik en zij antwoordt koeltjes: “anders had ik met de auto gewild.”
Ze weet hoe een hekel ik eraan heb om de anderhalve kilometer naar het centrum met de auto te rijden en kijkt triomfantelijk opzij.
“Wat ben je toch een loeder,” zeg ik moederlijk. “Steeds als je een paar weken niet thuis geweest bent, vergeet ik dat weer.”
Ze lacht me uit en maakt vaart.
Het is een maand geleden dat m’n dochter een weekend bij ons was. We bellen en whatsappen regelmatig, maar het is fijn om haar weer eens hier te hebben. Vanmiddag gaan we samen sangria maken om mee te nemen naar een barbecue bij een vriendin in de buurt. We halen een fles wijn en vers zomerfruit en als we terug zijn, staan we in de keuken gezellig sinaasappels te persen, aardbeien schoon te maken en versgeplukte bramen uit de tuin te sorteren. Er gaat een forse hoeveelheid rum in de sangria. Als we dit vanavond allemaal opdrinken, is het maar goed dat we op loopafstand van huis zijn.
Drank of geen drank, gezellig wordt het toch wel. Barbecueën op een zomeravond in goed gezelschap. En aangezien we niet op de camping zitten, zal ik me straks voordat we op pad gaan even fatsoenlijk kleden, zodat mijn dochter zich niet voor me hoeft te schamen.


zaterdag 15 juli 2017

Geloei, geraas en gedender

Op zaterdagmorgen hoor ik zoon J. rond halftien de trap af komen. Zwijgend gaat hij naast me aan de ontbijttafel zitten. Op mijn “goeiemorgen” antwoordt hij met wat gebrom en als ik opzij kijk zie ik dat z’n gezicht op oorlog staat.
“Wat is er aan de hand?” vraag ik en hij barst los: “Wáárom moeten die buren hierachter zo nodig élk weekend de heg knippen. Het is nu al zéker een uur bezig en dan is het steeds na tien minuten even stil en net als je denkt dat het klaar is, begint het weer!”

In een wijk waar iedereen een flinke achtertuin heeft, horen dit soort geluiden erbij. Op een zonnige zondag is er altijd wel iemand binnen gehoorafstand bezig met een elektrische heggenschaar, een grasmaaier of een kettingzaag.

Maar inderdaad, je kunt ook overdrijven. Ergens schuin achter ons huis, achter het water, woont een buur die een hartstochtelijke relatie met lawaai-apparaten lijkt te hebben. En zo te horen gaat hij voor het serieuze werk: alles lekker snoerloos met degelijke benzinemotoren.
Het hoeft er buiten maar een beetje op te lijken dat het mooi weer wordt en er klinkt van achter de manshoge ligusterhagen geloei, geraas of gedender. Zitten wij in de vroege avond nog lekker even op het terras, dan moeten we harder praten om een grasmaaier of heggenschaar te overstemmen. Is het twee dagen later een mooie zaterdag om in de achtertuin bezig te zijn, dan moet er alwéér een heg geknipt worden. Met een geraas dat je tot in de volgende wijk kunt horen. Weten we een dag later zeker dat die heg nu toch klaar moet zijn, dan wordt er een oorverdovende kettingzaag aangezet en is het zagen na een tijdje blijkbaar gedaan, dan volgt na een halfuurtje rust het geratel van een hakselmachine. Zo gaat het al een aantal weken achter elkaar.

We hebben besloten ons er niet aan geloei, geraas en gedender te ergeren, want begin je je aan zoiets eenmaal te storen, dan gaat het je steeds meer tegenstaan. Maar ik begrijp dat J. ervan baalt.

Terwijl ik op deze zaterdagmiddag met de deur open dit blogje schrijf, realiseer ik me dat ik al zeker een uur geen machine gehoord heb. Ergens zingt een merel en er koert een duif. Ze komen helder door zonder storende achtergrondgeluiden. Zou de tuin van de achterburen dan toch eindelijk een keer helemaal geknipt en geschoren zijn? Dan wordt het hoog tijd om naar buiten te gaan en daar van de stilte te genieten.

zondag 9 juli 2017

De beste voorlezers


Toen ik op de Universiteit het vak Literatuurdidactiek volgde, werd er in ieder lesblok door één van de studenten een stuk voorgelezen uit een roman naar keuze. Van de hele groep (ongeveer 25 mensen) was er maar één vrouw die het fragment zó voorlas dat ik het hele boek wel door haar voorgelezen wilde hebben. (Het was “De minaar” van Marguerite Duras, en ik heb het kort na de voorleessessie gekocht en gelezen.)

Het voorlezen van een roman – als luisterboek - is een vak apart. Er zijn verschillende opvattingen over hoe je dat doet. Kort door de bocht is er een kamp “zo neutraal mogelijk” versus een kamp “zeer levendig”. De waarheid zal ergens in het midden liggen. Ik ken blinde mensen die liever brailleboeken lezen omdat een voorlezer altijd zelf een interpretatie meegeeft en dat kan ik me goed voorstellen.

Voor het audiotijdschrift dat ik maak (voor blinde en slechtziende kindern), wil ik voorlezers die klinken alsof ze de voorgelezen tekst ter plekke uit hun mouw schudden. Als de technicus de opname stilzet omdat iemand heel overtuigend een bedoelde blooper voorleest, ben ik blij. En de twee vrijwilligers die Klinkklaar al jarenlang lezen, kunnen dat. Regelmatig roep ik van de daken dat ik de beste voorlezers van het hele bedrijf heb.

Natuurlijk hebben we een heleboel prima voorlezers, maar de meesten van hen zijn meer presentatoren. Zij lezen al zo lang allerlei serieuze teksten voor, dat ze een eigen toon hebben ontwikkeld. Als zo iemand een keer komt invallen voor mijn tijdschrift, is het lastig om die toon los te laten en een beetje meer te schmieren en te spelen.

Eén van mijn twee vaste voorlezers is muzikant van beroep. Als singer/songwriter heeft hij hoge ogen gegooid bij de wedstrijd van Giel Beelen en zat hij in De Wereld Draait Door. Gelukkig blijft hij gewoon komen voor de maandelijkse leessessie. Sterker nog, hij is nu begonnen speciale liedjes voor Klinkklaar te maken. Het leek hem een leuke uitdaging om voor elk thema een liedje te schrijven en ik vond dat een prima plan!

Afgelopen week kwam hij met het eerste lied. Het thema was VIS en Bas had een prachtig, gevoelig liedje geschreven over vissen met opa. Hij had voor volgende thema’s ook al een en ander klaarliggen, zei hij. Zelf is hij enthousiast over de onverwachte onderwerpen die hij op deze manier aangereikt krijgt. En ik ben er blij mee: nu heb ik niet alleen de beste lezers voor m’n tijdschrift, maar ook een singer/songwriter die er unieke liedjes op maat voor schrijft. Mooi toch!

zondag 2 juli 2017

AFBLIJVEN


De oogst rode bessen was overvloedig en maandag nam ik voor een collega een bakje mee. Omdat zij helaas ziek was, zette ik de bessen in de koelkast-voor-algemeen-gebruik, in de kleine keuken van de kantine.
Toen ze donderdag nog steeds niet beter was, besloot ik het bakje dan maar mee te geven  aan wie ze wilde hebben. Maar wie ze wilde hebben, had niet op mijn aanbod gewacht: de bessen waren uit de koelkast verdwenen.
“O, dat gebeurt wel vaker,” zei een andere collega. “Je moet er echt een briefje op doen met AFBLIJVEN, anders kan wat je daar neer zet zomaar weg zijn.”
Nou was het maar een plastic bakje met bessen uit eigen tuin en was ik toch al van plan om ze weg te geven, maar toch vond ik het een vervelende verrassing dat ze er niet meer stonden. Ben ik nou zo naïef of is het echt normaal om alles waar geen naam op staat te beschouwen als vrij om mee te nemen?
Er is in ons bedrijf veel aandacht voor scholing en persoonlijke ontwikkeling, maar als sommige collega’s om te beginnen al de elementaire beschaafdheid missen om van andermans spullen af te blijven, is het startniveau van de scholing wel bedenkelijk. Ik hoop dat mijn collega ongelijk had en dat het een vergissing was
In elk geval weiger ik briefjes op mijn eigendommen te plakken om te voorkomen dat ze meegenomen worden. Kom op zeg, het verschil tussen wat wel en wat niet van jou is, leer je toch al in de kleuterklas!

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...