zaterdag 31 juli 2021

Tuinklompen

oude tuinklompen
De klompen met houten zolen waar ik in stap als ik in de tuin ga werken, zijn oud en afgetrapt. Niet alleen zitten er deuken en scheurtjes in het nepleer, maar ook het hout van de zolen is behoorlijk toegetakeld. Regelmatig spit ik stukjes tuin om en om de schop in de zware klei te krijgen, trap ik dan stevig op de bovenkant van het blad. Het heeft een ruig patroon van kerven achtergelaten.

In de tuin kan me dat niet schelen, maar als ik een week of zes op klompen ga doorbrengen (zie Marsfractuur), is een nieuw paar misschien geen slecht idee. Ik zoek een tijdje rond op internet. Een paar leuke felblauwe? Niet in mijn maat. Een paar zilverkleurige! Mwah, toch maar niet. Knalroze? Yek. Een paar gewone zwarte dan maar? Ik aarzel. Als ze niet goed zitten, moet ik zelf de verzendkosten betalen van het terugsturen. Ik besluit eerst eens mijn licht op te steken bij de drie schoenenwinkels die ons dorp rijk is.

‘Goeiemiddag, ik heb een heel specifieke vraag.’ Nadat ik bij de Bristol niets heb gevonden, ga ik bij schoenenwinkel Verploegen naar binnen. De vriendelijke verkoopster kijkt me nieuwsgierig aan. Ik vertel dat ik een scheurtje in m’n middenvoetsbeentje heb en dat ik nu schoenen nodig heb die zo’n stijve zool hebben, dat ik mijn voet niet kan afwikkelen. Liefst een houten zool. Meelevend zoekt ze de hele winkel door. Houten klompen zijn er niet, maar misschien deze sneakers? Die sandalen? Ze geeft me verschillende paren schoenen met stevige zolen, maar helaas, er is niets bij dat echt goed stabiliseert. Ik voel me een beetje schuldig om niets te kopen, maar ze verzekert me dat dat niet erg is en hoopt dat ik ergens anders kan slagen. Lief.

De laatste kans hier is schoenenshop Stap In. Ook daar leg ik mijn vraag voor en eigenaar Joop zegt meteen dat hij me niet zal kunnen helpen. ‘Weet je waar ze tuinklompen hebben?’ zegt hij, ‘bij de Boerenbond.’ Dat is een goed idee. Ik stel mijn plan om toch maar op goed geluk online te bestellen nog even uit. In Grave, vlak bij m’n werk, is een Welkoop, zoals de Boerenbond tegenwoordig heet. En daar moet ik morgen tóch heen.

nieuwe tuinklompen


Bij de Welkoop vind ik zonder problemen een paar houten tuinklompen. Precies zulke als ik al heb, maar dan nieuw. Wel saai, maar ik koop ze toch. Heb ik één paar om mee in de tuin te werken en één paar om mee te flaneren.
Hoe elegant.
 


woensdag 28 juli 2021

Een marsfractuur

Mijn voet deed al de hele week een beetje pijn bij het lopen, maar toen H. zondagavond voorstelde om even een rondje te wandelen, zei ik ja. Ik liep zorgvuldig, want als ik die voet maar goed recht neerzette, viel het best mee. Maar na twee kilometer had ik het toch wel een beetje gehad. Ik nam een shortcut naar huis en liet H. alleen het rondje afmaken.
De volgende dag doet het echt zeer en is m’n voet ook een beetje dik. Ik hink door het huis en ontdek dat het beter gaat als ik m’n tuinklompen met houten zolen draag. Het gaat niet vanzelf over, bedenk ik ’s avonds en besluit om de volgende ochtend de huisarts te bellen. Ik mag meteen komen, want er heeft iemand afgezegd.

‘Tja,’ zegt mijn huisarts als hij een tijdje aan mijn voet heeft gedraaid, geduwd en geklopt en precies weet waar de pijn zit. ‘Eigenlijk weet ik het niet. Het lijkt op een marsfractuur…’ Hij legt uit dat dat een scheurtje is in het middenvoetsbeentje en dat het zo genoemd wordt omdat het voorkomt bij militairen die heel lange marsen hebben gelopen. Heb ik onlangs een hele lange wandeling gemaakt? Nou nee. ‘Maar het kan best dat ik iets op m’n voet heb laten vallen wat ik niet meer weet. Zoiets gebeurt me wel eens.’
Hij grinnikt: ‘Ben je zo onhandig?’
Dan vertelt hij dat ik in het ziekenhuis een foto kan laten maken als ik wil, dan weet ik of er inderdaad een scheurtje in het botje zit. Niet ondenkbaar ook met m’n osteoporose.
‘Als dat zo is,’ zegt hij, ‘weet ik niet of ze dat spalken, maar ik denk het niet.’
Ik vertel dat m’n tuinklompen volgens mij behoorlijk als spalk werken en dat lijkt hem nog niet zo’n slecht idee. Intussen zit hij naarstig een verwijzing te typen voor het ziekenhuis.

Woensdagochtend fiets ik naar  het ziekenhuis (fietsen gaat prima), waar door een energieke dame binnen een paar minuten een foto wordt gemaakt van mijn voet. Tien minuten later komt ze me vertellen dat er een heel klein scheurtje in een middenvoetsbeentje zit.
‘Maar je hoeft er niet mee naar de eerste hulp,’ zegt ze er meteen achteraan.
Ik had geen moment gedacht dat dat wél zou moeten, en realiseer me dat dat een flinke tegenvaller geweest zou zijn. Ze zegt dat ik maar terug naar de huisarts moet gaan om te overleggen wat nu.

Dat lijkt me eigenlijk niet nodig. Ik bel de assistente om te vertellen dat er dus een scheurtje zit en dat ik met de dokter heb afgesproken om het te stabiliseren door op klompen te gaan lopen. Ze geeft nog wat aanwijzingen en dat was dat.
Een week of zes op tuinklompen, binnen en buiten. Niet ideaal maar het kan erger.

zaterdag 24 juli 2021

Invasieve exoot

Midden op het fietspaadje staat een moeder met een klein meisje. Als ze mij op de fiets zien aankomen, trekt de moeder het kind achter zich, maar gaat zelf nauwelijks opzij. Ze kijkt aandachtig naar iets op het pad. Ik fiets ze voorzichtig voorbij en kijk dan nieuwsgierig om, om te zien wat er zo interessant is. Tien meter verderop stop ik, ik loop met de fiets een stukje terug.

‘Een rivierkreeftje’, zeg ik tegen de moeder.
Ze knikt, terwijl ze met een lange rietstengel zachtjes tegen het beestje aanduwt. Haar dochtertje jammert een beetje:
‘Ik wil dit niet’.
‘Ja, nog even wachten. Ik wil hem even van het fietspad afhebben.’
Ze wendt zich naar mij: ‘Waar ik eerst woonde, hadden we er zó veel! Soms zag je er wel tien tegelijk. Ik probeer hem de berm in te krijgen, maar oppakken gaat me te ver.’
Geduldig leidt ze het donkerrode rivierkreeftje naar de kant.
‘Dat snap ik,’ zeg ik en denk aan de berichten die ik over deze ongewenste invasieve exoten heb gelezen.
‘Ik weet wel dat het eigenlijk helemaal niet goed is dat ze hier zijn,’ zegt ze alsof ze mijn gedachten raadt. ‘Maar ik breng hem tóch in veiligheid.’
Ik lach naar haar. ‘Ja, we moeten ze eigenlijk opeten.’
‘Nou, daar voel ik toch weinig voor,’ ze kijkt fronsend naar het beest. ‘Een grote kreeft vind ik nog wel lekker, maar dit…’
Ik ben het met haar eens. Erg aantrekkelijk ziet ie er niet uit met z’n minuscule lijf en z’n grote scharen. Intussen heeft de vrouw hem bijna bij de berm gekregen
 ‘Als je weg bent, kruipt ie waarschijnlijk meteen het pad weer op,’ zeg ik opgewekt.
‘Sja,’ ze geeft hem een laatste duwtje. ‘Dan moet ie het zelf maar weten.’ Dan zit de kleine exoot in het gras.
‘Zo,’ zegt de vrouw, ‘m’n goede daad voor vandaag gedaan.’
Het meisje, dat gestopt is met jammeren en van achter haar moeder toekijkt, knikt opgelucht.
‘Nu gaan we naar huis.’ Ze zegt het half tegen haar moeder en half tegen mij.

Ik wens ze een fijne dag en draai me om om verder naar het dorp te fietsen. Daar doe ik een snelle boodschap en een kwartier later ben ik terug op dezelfde plek. Ik fiets langzaam en kijk of ik het rivierkreeftje nog ergens zie. Maar dat is verdwenen. Waarschijnlijk in het slootje langs het pad. Om daar de boel kaal te vreten, want dat schijnen invasieve exoten te doen.
Ach, zolang het hier bij een enkel exemplaar blijft, maak ik me er niet druk over.

zondag 18 juli 2021

Hoog water


Zondagmorgen om half tien zetten we de fietsen buiten en draaien de schuurdeur op slot. We willen langs de Waal naar Kleve fietsen, daar koffie drinken en niet te laat in de middag weer thuis zijn.
De weg naar Nijmegen kunnen we dromen, maar aan de Waalkade ziet het er vandaag bijzonder uit. De weg is afgesloten voor auto’s vanwege het hoge water. Waar je normaal vanaf de kademuur een paar meter lager het water ziet, kabbelt het nu tot vlak onder de rand. We fietsen er langs tot we niet verder kunnen omdat het water hier brutaal tot aan de straat komt. Langs een dranghek lopen we met fiets en al een wat hoger gelegen terras over langs een glooiend grasveld. Het laagste deel is nu een strand van gras, er lopen een paar kinderen op blote voeten pootje te baden.

Iets verderop kunnen we verder fietsen. De weg loopt omhoog onder de Waalbrug door. Links beneden ons ligt de Kaai. Het feestterrein is vandaag een pierenbad van donkerbruine drab.

Wat later rijden we door de Ooypolder. Het fietspad is een eind van de rivier af, maar die is flink uitgedijd. Rijen bomen staan tot hun middel in het water. Aan een vrachtschip dat voorbij vaart, zien we welk deel van de weidse plas de Waal moet zijn. Pontjes varen niet, behalve op één plek midden in de uiterwaarden waar een verhoogd dorpje ligt – Schenkenschanz, in Duitsland. De toegangswegen verdronken.


Na twintig kilometer rivier maken we een scherpe bocht naar rechts. Een lang, recht fietspad leidt tussen bomen door naar Kleve. In het voortasje van H. zitten mondkapjes en de twee gele boekjes om te bewijzen dat we gevaccineerd zijn. De vorige keer dat we bij onze favoriete konditorei kwamen, moesten we met een koffie-to-go verderop op een bankje gaan zitten omdat we pas één (niet bewijsbare) inenting hadden gehad. Vandaag wordt nergens naar gevraagd.

De terugweg fietsen we ‘binnendoor’, maar we komen wel weer uit bij de Waalkade, waar inmiddels het hoog-water-toerisme is ontwaakt. We moeten afstappen om met de fiets aan de hand tussen iedereen door te slalommen. Mensen zitten op bankjes met aan hun voeten het water met voorbij spoelende stukken hout en andere rommel. En de terrassen zijn gezellig druk. Wij vinden één terrasbezoek wel genoeg en fietsen door naar huis.

Om twee uur zijn we terug. Nog een hele middag voor ons. Om lekker lui in de tuin een boek te lezen, pruimen te plukken, een cocktail te drinken, een blogje te schrijven. Lekker weekend.



zondag 11 juli 2021

Vuur en as


Ik beken.
Ik heb een houtvuur gestookt in de open lucht. Niet om mezelf te beschermen tegen roofdieren in de wildernis. Niet als levensreddende warmtebron in een ijskoude poolnacht. En zelfs niet om op te barbecueën. Nee, gewoon voor de lol.

Ik weet het, het mag niet en het vervuilt de lucht met rook en fijnstof. Maar het is zo heerlijk om af en toe een vuurtje te maken.

Mijn verdediging:
De omstandigheden zijn ideaal. De buren zijn op vakantie, er is bijna geen wind, het hout is droog en het is al meer dan twee jaar geleden dat ik een fik stookte.
Zorgvuldig heb ik in de vuurschaal eerst een ondergrond van kleine, kurkdroge, makkelijk ontvlambare strootjes gelegd. Daar omheen een tentje van dunne takjes en daar omheen de dikkere blokken. 

Aansteken met één lucifer, bijna geen rook, af en toe met een pook een groot blok verleggen om wat lucht in het vuur te krijgen. En dan in de zomerse avondlucht zitten en kijken naar de vlammen die langzaam de stukken hout weglikken. Tot er alleen nog grijze as over is die morgen in de compostbak gaat. Die as verrijkt de compost en is heel goed voor de tuingrond.
Aha, tóch nog een nuttige reden gevonden voor m’n vuur.

zaterdag 10 juli 2021

Voor het goede doel

‘Goeiemiddag!’
Er staat een opgewekte twintiger voor de deur. Aan een lint om zijn nek hangt een ID badge.
‘Heeft u wel eens gehoord van Make a Wish?’
‘Jawel,’ zeg ik, ‘En nu ga jij me vragen of ik daar donateur voor wil worden. Maar ik ga geen nieuwe donateurschappen meer aan.’
De jongen lacht vrolijk en schudt zijn hoofd.
‘Nee, het gaat niet om donateurs. Ik wil u alleen vragen om een lot te kopen voor Make a Wish.’
‘Oh,’ zeg ik zonder daar lang genoeg over na te denken. ‘Een lot wil ik wel kopen.’
‘Dat is fijn.’ Hij vertelt dat de corona een tijd lang het vervullen van wensen onmogelijk maakte. En hoe mooi het is dat ernstig zieke kinderen nu weer blij gemaakt kunnen worden…

Intussen heeft hij een tablet tevoorschijn gehaald en nu wil hij een aantal gegevens van me noteren.
Naam, geboortedatum.
Ik frons: ‘waarom moet je dát weten?’
‘Omdat we geen loten mogen verkopen aan personen jonger dan 26 jaar.’
Hm. Mijn rekeningnummer moet hij natuurlijk ook hebben.
Ik hou er niet van om al die persoonlijke gegevens rond te strooien en heb nu al spijt. Maar oké, beloofd is beloofd.

Dan blijkt het eenmalige lot toch alleen maar eenmalig als ik de overeenkomst opzeg.
‘Nou voel ik me toch wel een beetje in de maling genomen,’ vertel ik hem en hij put zich uit in verontschuldigingen en ja, zo is het systeem nou eenmaal, maar het is echt heel makkelijk om af te zeggen en niemand zal proberen om me toch over te halen…
Tja.

Zodra ik een bevestigingsmail binnen heb, wil ik de vervolgloten gaan afzeggen, maar dat blijkt pas te kunnen nadat ik een volgende mail heb gekregen waar mijn lotnummer in staat.
Als ik dat de volgende dag doe, moet ik het lotnummer opgeven dat ik wil opzeggen. Ik begrijp dat ik dan betaald heb voor een lot dat niet geldig is. Hoewel dat precies mijn bedoeling was, een eenmalige gift, vind ik het tóch niet kloppen.

Voor de zoveelste keer neem ik me voor om aan de deur niets anders meer te doneren dan gewoon anoniem geld. De goede doelen die ik wil steunen, zoek ik zélf wel op.

vrijdag 2 juli 2021

Wat heb je liever, rode of zwarte bessen?

Het is bessentijd. Vorige week plukte ik al een kilo rode, nu zijn ook de zwarte bessen rijp. Ik ga met een schaaltje de tuin in en wurm me tussen de bessenstruiken om te oogsten. Eerst moet het net eraf dat er de vogels tegen moest houden. Dat valt nog niet mee, want in de paar weken dat het net over de struiken ligt, zijn er wat takjes van de bes doorheen gegroeid, maar vooral veel haagwinde oftewel piespotjes.

Ik pluk een kleine anderhalve kilo en daarna gaat H. op jacht naar de rode bessen. Als je jam maakt, kun je maar beter een heleboel tegelijk maken, want of je nou vier potten maakt of twaalf, de hoeveelheid afwas- en opruimwerk is ongeveer gelijk.

In de schuur haal ik een stel lege potten van de plank waar in een hoekje netjes de vier potjes rode-bessenjam staan die ik vorige week maakte. De voorraad van vorig jaar is verdwenen. Net na de eerste nieuwe lichting maakten we de laatste pot bramenjam open. Goeie timing!

Bessen stuk koken, door de roerzeef, suiker erbij en opnieuw aan de kook brengen en dan voorzichtig in de schone potten gieten. Zo maken we elf potten verse jam. H. likt de pannen uit en volgens mij krijgt ie zo wel een halve pot zoete jam binnen. Ik zou er misselijk van worden, maar hij vindt het heerlijk.

Op de voorraadplank in de schuur beginnen de verhoudingen weer te schuiven. Ging het tot vorige week van ‘alles vol’ naar ‘alles leeg’, nu gaat het weer de andere kant op. Want na de bessen komen de appels en de bramen. En de peren van de buurman, en de perziken van buren verderop die er zelf niks mee doen, en de pruimen van de pruimenboompjes-in-de-buurt. 

Hoe we dat allemaal op krijgen? Een groot deel neemt zoetbek H. voor z’n rekening, maar het is natuurlijk ook altijd leuk om potjes jam weg te geven. Dus als we binnenkort een keer afspreken, weet je wat je verwachten kan. Wat heb je liever, rode of zwarte bessen?


Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...