zaterdag 26 maart 2016

Eigen website gebouwd

Behalve hier op mijn eigen Appelpunt weblog, schrijf ik ook op andere plaatsen op het internet. Bijvoorbeeld op de website Plazilla. Ik begon daar met verhaaltjes, informatieve stukken en zo nu en dan een gedicht. Al gauw kwam ik erachter dat de pagina’s die het meest bezocht werden, die van de gelegenheidsgedichten waren. Absolute topper waren een aantal gedichten bij het afscheid van een collega (94.000 bezoekers). Ook gedichten bij een vijftigjarig huwelijk worden vaak bezocht. Ik vind het leuk om zulke ambachtelijke teksten te maken en blijkbaar zijn er best veel mensen naar zulke gedichten op zoek.

Al een tijd speel ik met de gedachte om mijn gedichten onder te brengen op een eigen website. En dan niet zoals Appelpunt een gastblog op een grotere site, maar echt iets dat ik helemaal zelf bedenk en maak. Zou ik dat kunnen?  Een paar jaar geleden heb ik een basiscursus HTML gedaan, wat ik erg leuk vond, maar daarmee weet ik nog lang niet hoe ik een website moet maken. Ik had geen idee hoe ik zou moeten beginnen en schoof het plan voor me uit.

Toen begon het te rommelen op Plazilla, de plek waar mijn gedichten staan. De beheerder was bezig met een nieuwe site. Vaste schrijvers stapten over of stopten met publiceren. Het leek erop dat er steeds minder bezoekers zouden komen en mijn vage plan voor een eigen plek stak de kop weer op. In januari van dit jaar nam ik me voor om er nu serieus mee aan de slag te gaan. Ik vond een website met veel nuttige informatie en bestelde daar online een minicursus website bouwen.
In zeven lessen werd ik aan het handje meegenomen bij het maken van een eigen plek voor mijn gedichten. Vanuit een basistemplate (dat dan weer wel) bepaalde ik zelf de inhoud en vormgeving. Avonden lang zat ik met veel plezier te knutselen, te zoeken en dingen uit te proberen en half februari was de eerste versie klaar van Appelpitgedichten.nl 



Maar ik was toch niet helemaal tevreden. Pas toen alles klaar was, werd het me duidelijk hoe ik het eigenlijk had willen hebben. Twee weken later begon ik opnieuw, met een andere template. Ik puzzelde net zolang tot ik wist hoe ik de kolombreedte moest aanpassen en deed een aantal dingen nét even anders. Voor de tweede keer lanceerde ik Appelpitgedichten.nl en nu ben ik (voorlopig) wél tevreden.


Daarom is nu de tijd aangebroken om het van de daken te gaan roepen. “Hé mensen, ik heb een nieuwe, eigen gedichtenwebsite!” Er staan niet alleen gelegenheidsgedichten op, maar ook grappige korte gedichtjes, lange verhalende gedichten over serieuze en maffe onderwerpen en kindergedichten en … nou ja, ga zelf maar kijken op www.appelpitgedichten.nl

vrijdag 18 maart 2016

Ge-pre-rampt

 Verzekeringstechnisch was het mijn schuld. Maar als een auto van de oprit de weg op draait, rustig de verkeersheuvel neemt en dan verder optrekt, verwacht je niet dat ie daarna ineens BOEM stilstaat. Ik zit er dus met m’n scooter te dicht achter om op tijd te remmen en mijn voorwiel verdwijnt onder de bumper van het kleine autootje.
Auw, m’n knie. Rechtop blijf ik op de scooter zitten om even te af te wachten wat die pijn gaat doen. Blijft ie of is het vals alarm? Intussen komt er een geschrokken jonge vrouw uit de auto.
“Oo, gaat het? Dit is de auto van m’n moeder weet je, ik ben em niet gewend.”
Ik probeer voorzichtig of ik mijn been kan strekken en buigen.
“Ben je gewond? Kun je van de scooter af komen?”
“Het gaat wel denk ik. Wacht.”
Ik zet allebei mijn voeten op de grond en probeer de scooter los te trekken. Na een paar pogingen lukt het. Het wiel komt los en de kap valt in stukken op straat.

Wat nu? We kijken elkaar onwennig aan. Er moeten papieren ingevuld worden, maar hoe gaat dat precies? Ze stelt voor dat we even bij haar thuis gaan uitzoeken hoe het zit. Het autootje gaat terug naar de oprit. Ik duw mijn kapotte scooter de stoep op en zet hem er broederlijk naast. De brokstukken van de kap heeft zij intussen opgeraapt en voorlopig even in de achterbak gelegd.
Haar moeder doet de deur open.
“Eh, er was een klein ongelukje met je auto…”
We leggen uit wat er gebeurde. Zij zegt dat ze iets verkeerd deed met de switch van automaat naar schakelen of andersom, maar de moeder zegt nadenkend tegen mij: “als jij achterop de auto bent gereden, ben jij toch schuldig?!”
Ik zal het niet bestrijden. We gaan gewoon opschrijven wat er gebeurd is en dan zoekt de verzekering het maar uit. Ik stel voor dat we nu gegevens uitwisselen en vanavond de papieren invullen, want die hebben we geen van beiden paraat.

M’n scooter start nog. Heel voorzichtig rij ik de driekwart kilometer naar huis, de voorlamp los op een dikke bos draden voorin. Als ie in de schuur staat, maak ik een foto. Dan wissel ik mijn motorjas in voor een andere. Geluk bij een ongeluk: H. heeft de auto niet mee vandaag. Die kan ik dus pakken om alsnog naar m’n werk te gaan.
Ondanks een blauwe knie en een paar uur schrikbibber, voel ik wonderlijk genoeg een soort opluchting. Een botsing met de scooter, en ik kom er vrijwel ongeschonden vanaf. Het geeft me een gevoel van veiligheid dat helemaal nergens op slaat. Zoiets als de man die een huis gaat bezichtigen, erbij staat als een vliegtuigje z’n neus in het dak boort en enthousiast roept: “Dit huis nemen we, de kans dat dit nog eens gebeurt, is astronomisch klein! Hier zijn we veilig.”

(Uit: De wereld volgens Garp, van John Irving)

zondag 13 maart 2016

Verrassingen in de Harbour Club

Via Groupon hebben we een bon gekocht voor een viergangen verrassingsmenu. Met z’n drieën gaan we uit eten in Amsterdam: mijn dochter E., haar huisgenote A. en ik. De Harbour Club heeft een grote, modderige parkeerplaats, waar we in de stromende regen de plassen ontwijken en vlug naar de overkapping bij de ingang lopen.
Binnen worden onze jassen aangenomen en loopt een dame voor ons uit naar een ronde tafel met een knusse ronde bank er omheen. We kijken rond in de grote, donkere ruimte. E. en A. zijn geïmponeerd en vragen zich af of ze wel netjes genoeg gekleed zijn. Ik lach ze uit omdat ze er allebei prachtig uitzien. De Harbour Club is gevestigd in een oude loods. De ruimte is groot en vrij donker. Hoog boven ons zijn de oorspronkelijke donkere balken te zien. Er zijn verschillende hoeken gemaakt en de ronde tafels met banken vormen intieme eilandjes.
De sfeer houdt het midden tussen chique en ‘jong en wild’. Eén hoek is beschilderd met woeste grafity en er hangen grote, gekleurde lampionlampen. Een muur van flessen vormt een onderbreking van de ruimte. De houding van de obers past naadloos bij het interieur. Een mix van keurig correct en amicaal. Het verrassingsmenu bestaat vooral uit vis en daar houden we alle drie van. Het restaurant valt helemaal niet tegen.

Als de dames het toilet gaan opzoeken fluistert A. me in het voorbijgaan een ideetje in dat ik meteen uitvoer: ik vertel één van de obers wat de gelegenheid van ons etentje is, namelijk de verjaardag van mijn dochter. Hebben ze iets leuks voor zo’n gelegenheid, zoals een speciale versiering van het toetje? Hij belooft me dat dat in orde komt. Even later komen E. en A. een beetje giebelend terug en is het mijn beurt om even naar de wc te gaan.

Ook de toiletruimte is groot en donker. Aan één kant is een rij dichte, zwarte deuren en aan de andere kant, tussen twee lange gootsteenbakken, is een draaitafel opgesteld waarachter een DJ muziek staat te draaien. Aarzelend loop ik de ruimte binnen en meteen schiet de DJ achter zijn tafel vandaan om met een zwaai een van de deuren voor me open te houden. Verbaasd ga ik binnen en draai de deur op slot. Een man die in het damestoilet de deur voor je openhoudt. Dat is wel de meest bizarre baan die ik ooit ben tegengekomen.

Terug aan tafel hebben we nog twee gangen te gaan.
Als een tijdje later de toetjes zijn gebracht, haast onze ober zich terug naar de keuken om daarna aan te komen met een grote schilderijlijst met feestelijk brandende sterretjes aan de hoeken. De lijst wordt klaar gehouden voor de jarige, die zo ingelijst met toetje en al op de foto mag. Een beetje opgelaten lacht ze naar mijn mobieltje.

Voordat we de deur uit gaan, wil ik eerst nog even naar de wc. Deels om praktische redenen: ik ga meteen door naar het station om de trein naar huis te nemen. Maar toch zeker ook voor een deel om nog een keer een swingende DJ de wc-deur open te zien houden. Best bijzonder.

zondag 6 maart 2016

Nattigheid

De bushalte is net om de hoek, aan de overkant. Ik loop langs een huis in aanbouw en omdat het voetpad blubberig is en half versperd door bouwmateriaal, wijk ik uit naar de autoweg. Er zijn mannen op het half afgebouwde dak in de weer met platen isolatiemateriaal. Een windvlaag krijgt zo’n plaat te makken en zwiept hem over het voetpad. Het is licht spul, maar ik ben toch blij dat ik daar niet loop.
Er begint een fijne miezerregen te vallen, maar ik ben al te dicht bij de bushalte om mijn paraplu nog uit m’n tas te vissen. In het kleine bushok staan twee mensen. Eén seconde overweeg ik toch nog de paraplu, maar dan stap ik tussen de twee in onder het afdak. Regen maakt de persoonlijke-ruimte tolerantie groter.

Aan de andere kant van de weg loopt een man naar de bouw. Hij heeft nette, zwarte puntschoenen aan en stapt daarmee zorgvuldig over een modderige grasstrook en daarna met een hupje over een plas. Het is een grappig gezicht. Ik kijk opzij of mijn medewachtenden het ook zien, maar ze zijn allebei verdiept in hun smartphone. De man verdwijnt achter een bouwkeet, maar is even later terug. Weer zoekt hij zorgvuldig de droge plekken waar hij z’n nette schoenen kan neerzetten.
Ik kijk hoe hij met een grote stap het zompige gras overwint. Na nog een hupje kijkt hij op en ziet me kijken. Hij lacht een beetje gegeneerd en ik kan een brede glimlach niet onderdrukken.
Even later rijdt hij voorbij in een grote BMW. De ruitenwissers aan, want het regent nu echt.
Dan komt de bus. In mijn kraag gedoken loop ik de zes stappen van het bushokje naar de stoeprand. Precies waar de deuren van de bus opengaan, ligt een grote plas. Met een voorzichtige, grote stap ontwijk ik die bij het instappen, zodat mijn schoenen droog blijven.

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...