“Wat zonde!”
Her en der liggen grote takken op de grond. Sommige bomen zijn scheef gewaaid of liggen zelfs helemaal om. De storm van vorig weekend heeft hier stevig huisgehouden.
Een dag later vertelt H. dat er een bericht is binnengekomen in de mailbox van Vrijwillig Landschapsbeheer. De eigenaren van de gehavende pruimenbomen hebben aan verschillende partijen gevraagd wie eerste hulp kan bieden bij de stormschade. Het is een klus die past bij de vereniging. Oude boomgaarden behouden/onderhouden is een van de dingen die we doen.
De eerstvolgende dinsdagmorgen gaan we er met de vaste groenploeg naartoe. Om te beginnen gaan we alle afgewaaide takken opruimen en daarna kan een van onze snoei-experts bekijken wat er verder moet gebeuren.
Als we aankomen, schrikken we van de aanblik van wat tot voor kort een mooie boomgaard was. Omdat er steeds takken bleven vallen, hebben de eigenaren, een echtpaar op leeftijd, er een boomzager bijgehaald. Die heeft rigoureus de zaag in alle beschadigde bomen gezet. Hop, eraf met die gebroken takken.
Wat een ravage! Was dat nou nodig? Het is als een chirurg die bij een flinke snee in de pols besluit om de hand dan maar te amputeren. Met z’n achten lopen we tussen de bomen door om alle afgezaagde takken te verzamelen en op stapels te leggen, die later afgevoerd zullen worden. Overal liggen onrijpe pruimen. Soms zoveel dat je voeten er bijna over wegrollen.
We krijgen de klus niet in één keer af, maar aan het eind van de ochtend is er al een goed deel opgeruimd. Nog een ochtend en het is weer netjes. Op de grond dan, want voordat de geamputeerde spookbomen weer een beetje bijgegroeid zijn, gaan er nog wel een paar jaar overheen.
Jammer.






