Dus fietsen we zondagmorgen om kwart over negen door een nog rustige stad richting museumplein. De fatbikers zijn gelukkig nog niet wakker en zelfs voor het Van Gogh Museum staat nog geen lange rij.
Behalve de vaste collectie, heeft het museum een tijdelijke tentoonstelling over James Whistler: “Dandy en dwarsdenker”. Whistler was niet geïnteresseerd in de werkelijkheid. Het ging hem alleen maar om de schoonheid van wat hij in zijn schilderijen vastlegde. Art for arts sake; kunst staat los van het onderwerp en de echte wereld.
“Ironisch,” merkt H. op, “dat de tentoonstelling dan begint met een uitgebreide film over zijn leven.”
Om te benadrukken dat de onderwerpen van zijn werken er niet toe doen, krijgen ze abstracte, aan muziek ontleende namen. “Symphony in white”, “Harmony in Red”, “Arrangement in Grey and Black”, het zijn de titels van portretten van zijn vriendin, zijn vrouw, zijn moeder. Vrij beledigend, lijkt me. Naar het leven geschilderde vrouwen, maar gereduceerd tot een kleurennaam.
Hoewel Whistler me steeds meer voorkomt als een arrogante, onsympathieke man, vind ik sommige van zijn schilderijen erg mooi. Dat is alvast mooi meegenomen in dit museum waar ik eigenlijk niet naar toe wilde.
De vaste collectie bestaat natuurlijk voornamelijk uit werk van Vincent van Gogh. Ik weet de welbekende verhalen over zijn leven. Weinig succes, weinig geld, correspondentie met broer Theo die hem onderhoud, de gekte, het oor. Toch is het interessant om zijn levensverhaal aan de hand van de schilderijen te volgen. Zijn zoektocht naar kleur, van de grauwe aardappeleters tot zijn kleurige slaapkamertje.
Als het maar niet zo druk was! In elke zaal is het schuifelen en wachten tot er zeven anderen klaar zijn met het kijken van een schilderij en het lezen van de informatie. Op zo’n manier een museum door wachten vind ik zo vervelend dat ik nooit naar de superpopulaire knaller-tentoonstellingen wil. Daarom sla ik Yayoi Kusama in het Stedelijk Museum over, al zou ik haar werk best willen zien.
H. is blij. Hij had al bij drie eerdere Amsterdam-weekenden voorgesteld om naar het Van Gogh te gaan en nu heeft ie het er gewoon doorgedrukt. Ik heb geen spijt dat ik ben meegegaan. Er was toch wel veel dat ik nog niet wist over de beroemde schilder. En de tentoonstelling over Whistler was interessant. Maar voor ons volgende weekend Amsterdam zorg ik dat ik H. voor ben en dan doe ík gewoon een guerilla-reservering.
Appelpunt
dinsdag 3 november 2026
Van Gogh Museum
zondag 25 oktober 2026
Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn
Terwijl we aan de ontbijttafel zitten klaart het op en om tien uur komt zowaar de zon door. Ik besluit een rondje te gaan fietsen. Gewoon om even buiten te zijn, en wie weet kom ik nog ergens wat walnoten tegen. Het waait wel hard, dus ik ga niet al te ver weg.
Als ik door het park rij, zie ik een man die bukkend onder een boom iets verzamelt.
Nieuwsgierig stap ik af en wandel door het natte gras naar de verzamelaar toe om een praatje te maken. Het zijn peren die hij raapt en als ik vraag wat hij ermee doet, zegt hij dat hij er perenmoes van maakt, zoals hij van valappels vaak appelmoes maakt.
Ik vertel dat ik vorig jaar tot in december rode appels van een boom verderop kon halen en we constateerden dat daar dit jaar weinig van terechtkwam. Hij wees naar nog een andere boom en zei tot mijn verbazing dat dat een nashipeer was.
Toevallig ken ik de nashipeer, want in de voedselboomgaard waar ik vrijwilligerswerk doe, hebben we die (van oorsprong) Aziatische peertjes ook. Maar dat er hier al jaren een staat in dit park waar ik regelmatig kom, heb ik nooit geweten. Veel vruchten zitten er niet meer aan, maar ik vind drie gave peertjes in het gras die ik meeneem.
Tegen de wind in fiets ik verder langs een pad waarlangs een paar notenbomen staan, maar ik vind er niets. Wel zie ik een enorme afgebroken tak liggen onder een hoge, verwaarloosde wilg. Iemand moet hem de berm in gezeuld hebben, want hij ligt een eind vanaf de plek waar hij aan de boom zat. Brr, je zult er net onderdoor fietsen als al die kilo’s naar beneden komen.
Weer thuis schil ik een van de ronde nashiperen. Hij is knapperig en sappig zoals het hoort, maar als ik erop kauw, wordt de hap steeds vezeliger tot ik em nauwelijks meer door kan slikken. Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn. Nee, dit zijn echt geen lekkere peren. Ze gaan in de compostbak.
PING, zegt mijn telefoon. Er komt een whatsapp berichtje binnen van de wandelgids die net terug is van de tocht over de afvalberg. De helft van de deelnemers kwam niet opdagen, waarschijnlijk vanwege het dreigende weerbericht. Maar met de rest heeft ie een mooie wandeling gemaakt – en het was droog!
zondag 18 oktober 2026
Filmpje maken
door je mond. Eind augustus waren de besjes nog niet rijp, maar nu wel. We plukken ze voordat er veel regen komt die ze onbruikbaar zou maken.
Verderop tingelt iemand met de bel die de koffiepauze aankondigt. Is het alweer zó laat? Het kratje met pepertjes gaat in de oogstkraam. Bij de picknicktafel in het centrum van de voedselboomgaard komen uit verschillende hoeken de vrijwilligers bij elkaar. Er staat een kan koffie op tafel en er zijn verschillende soorten vruchten om te proeven.
“Dit is een ananasreinette,” vertelt Joke, onze coördinator op vrijdag. Wie wil een stukje proeven? Met een zakmes snijdt ze het appeltje in proefpartjes. We proeven ook twee soorten peren en er worden recepten uitgewisseld om er jam van te maken. Na een klein half uurtje gaan we weer aan de slag.
“Heb je zin om een filmpje te maken over de fazantenbes?” vraagt Joke. Ik heb nog nooit van die bes gehoord, maar filmpjes maken vind ik erg leuk, dus lopen we samen naar de rij waar deze bessen staan. Op internet vinden we genoeg informatie voor een één-minuut-filmpje. De fazantenbes heet ook wel choco-bes of ‘grootmoeders oorbel’ en hij smaakt een beetje naar chocola en karamel.
Voordat we gaan filmen proef ik de bes. De karamel proef ik niet zo, maar jawel, het besje smaakt naar donkere chocola! Heel vreemd. Goed om het van te voren te weten. “Kunnen we?” vraagt Joke. Ze telt af. Uit de losse pols vertel ik wat ik weet over de fazantenbes terwijl zij filmt. Ik proef nog een keer voor de camera en opper dat je de besjes bij een toetje met vanille-ijs kunt toevoegen.
Samen kijken we naar het resultaat en nog dezelfde middag zet Joke het filmpje in de app voor oogstgenoten van de voedselboomgaard. Best kans dat volgende week iemand me aanspreekt om te vragen waar die gekke bessen precies staan. Dan zal ik uitleg geven als een expert.
zaterdag 10 oktober 2026
Wie wat bewaart, heeft wat
In een van de laden van onze vriezer liggen nog bramen en rode bessen. Daar wil ik jam van gaan maken, zodat er meer ruimte komt voor andere dingen. Ik haal voortvarend drie zipzakken met bevroren fruit tevoorschijn, maar in één ervan blijken geen bramen, maar zwarte bessen te zitten.
Het zijn niet heel veel zwarte bessen, en als ik het fruit allemaal mix, zal de cassis-smaak waarschijnlijk een beetje verdwijnen in het bramengeweld. Ik besluit dus om er bessensap van te maken. Opzetten met extra water, tien minuten laten koken, door een zeef gooien en dan nog eens door een doek zeven om het sap helder te maken.Het is meer werk dan ik dacht en ik hou behalve het sap ook een bakje zwarte-bessen-moes over waar de pitjes al uitgezeefd zijn. Dat vraagt om een gebruiks-idee. Ik bedenk dat ik het in een cake kan verwerken. Dus blijf ik nog even bezig in de keuken en ik maak een zwarte-bessen-cake.
Tijdens het bakken van de cake is eindelijk ook het laatste beetje sap door de doek gesijpeld en nu heb ik een kleine halve liter helderrood sap. Ik laat H. het flesje zien: “Dit is een buitengewoon arbeidsintensief, dus dúúr flesje sap,” vertel ik.
“Is het ook lekker?” vraagt hij.
Het sapje is niet erg zoet, maar H. ziet meteen een leuke toepassing: laten we er een cocktail mee maken.
En zo drinken we vandaag een zelf ontworpen cocktail met wodka, vanillesiroop, citroen en zwarte-bessen sap. Hij is verrassend lekker. En het plakje versgebakken cake dat we er naast eten past er uitstekend bij. Het mag, want het is weekend!
zaterdag 3 oktober 2026
Wormen tellen als burgerwetenschap
Twee tasjes met testmaterialen … check.
O ja, en een fles water.
We staan op het punt om aan de slag te gaan als burgerwetenschappers; op drie plekken zullen we grond- en watermonsters nemen om de kwaliteit ervan in verschillende natuurgebieden te meten.
Behalve de bodem en het water testen we ook het
testmateriaal. Dit weekend worden door verschillende groepen tests uitgevoerd
en als alles goed werkt, gaat het ook op grotere schaal gebeuren.
Met z’n vijven staan we in een parkje uit te vinden hoe het
allemaal werkt. H. heeft de app gedownload met de vragen en opdrachten. Een
boekje met extra informatie moet meer duidelijkheid geven, maar brengt ons
juist in de war omdat het niet dezelfde volgorde geeft als de app.
We overleggen over die volgorde. En dan over de vraag wat
voor weer het vandaag is (overwegend zonnig) en welke begroeiing hier
hoofdzakelijk is (op deze vierkante meter? Of in het hele park?). We steken een
blokje van 20x20 cm. grond uit en overleggen hoe het voelt (glad? korrelig? of
er tussenin). We tellen hoeveel wormen erin zitten (21) en welke soorten
(vergelijkend met plaatjes uit het boekje).
Bij een testbuisje met water voegen we twee theelepels aarde
om met een teststrookje te kijken hoeveel fosfaat en nitraat erin zit. Doen we
het goed? Er verandert niets aan de kleuren op het strookje. Mensen die met hun
hond door het parkje wandelen kijken nieuwsgierig wat we aan het doen zijn.
Volgens de instructies zouden we met één locatie ongeveer
een half uur bezig zijn. Zoals we van te voren al dachten, duurt het veel
langer. Na de eerste test houden we een koffiepauze en daarna gaan we met vier van
de vijf burgerwetenschappers verder naar een volgende plek. En kijk, de tweede
keer snappen we hoe het allemaal werkt en zijn we binnen drie kwartier klaar. Dan
is het genoeg voor vandaag. We stoppen de hele zooi in onze fietstassen en
spreken af om morgenochtend naar de derde locatie te gaan.
Een rare nieuwe hobby? Nou ja, het is heel leuk om te doen, maar de bedoeling is nogal serieus. Deze drie voorbeeldtestjes stellen natuurlijk niet zo veel voor, maar als er straks door honderden mensen kleine stukjes natuur in kaart gebracht worden, hopen we dat dat kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. En bovendien houdt het ons pensionado’s van de straat. Mooi toch?
zondag 27 september 2026
Zinvol werk
H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan zijn kant van het gesprek dat het een bestuurslid is van VLB, de vereniging waarvan H. de voorzitter is. Ze zijn enthousiast, want het is net bekend geworden dat een subsidie van 150.000 euro is toegekend, die VLB gaat beheren.
H. zet het gesprek op speaker. Ze spreken een
spoedvergadering af voor vanmiddag en omdat ik verantwoordelijk ben voor de
communicatie, word ik ook uitgenodigd.
Om vier uur fietsen we naar het thuishonk van de vereniging, de houtwerf, een
kleine kilometer vanaf ons huis. H. stopt een fles bubbels in de fietstas.
Het wordt een vrolijke, maar ook efficiënte vergadering. Er
worden snelle afspraken gemaakt over wie wanneer wat moet doen en mijn taak is
om een persbericht te verzorgen en een artikel op onze website te zetten.
Er zijn een hoop instanties bij de aanvraag en uitvoering
van de subsidie betrokken en als ik me in dat doolhof de weg laat wijzen,
blijkt dat ook het bestuur soms niet helemaal helder heeft wat al die partijen
doen. Maar het lukt toch om er nog dezelfde avond een leesbaar stuk over te
schrijven.
Leuk, zo’n spoedklus. En nog leuker is het dat H. twee dagen
later gebeld wordt door een journalist van de Gelderlander. We zijn dan juist
onderweg naar een excursie in de uiterwaarden, ook al met vrijwilligers van
VLB. De journalist schrijft er dezelfde middag een uitgebreid stuk over, dat meteen
in onze appgroep wordt gedeeld.
Het is best lekker om met pensioen te zijn en niet elke dag vroeg
op te hoeven om te gaan werken. Maar af en toe is het heerlijk om wél vroeg op
te staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vooral als je het gevoel hebt dat
dat werk ertoe doet. Door bijvoorbeeld kale stukken gras te beplanten met
struiken en bomen die meer natuurleven aantrekken.
Of door meer vrijwilligers enthousiast te maken om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld door erover te schrijven, in persberichten en op websites. Wat dat betreft lijkt het soms net of ik weer een leuke baan heb gevonden.
vrijdag 18 september 2026
Een koffer met geschiedenis
We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat.
Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen.
Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.
De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.
De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.
Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is.
We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.
Van Gogh Museum
“Ik heb voor zondagochtend kaartjes gereserveerd in het Van Gogh Museum,” deelt H. mee. Ik weet eigenlijk niet of ik daar blij mee ben, want...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...





