Appelpunt
zondag 18 oktober 2026
Filmpje maken
door je mond. Eind augustus waren de besjes nog niet rijp, maar nu wel. We plukken ze voordat er veel regen komt die ze onbruikbaar zou maken.
Verderop tingelt iemand met de bel die de koffiepauze aankondigt. Is het alweer zó laat? Het kratje met pepertjes gaat in de oogstkraam. Bij de picknicktafel in het centrum van de voedselboomgaard komen uit verschillende hoeken de vrijwilligers bij elkaar. Er staat een kan koffie op tafel en er zijn verschillende soorten vruchten om te proeven.
“Dit is een ananasreinette,” vertelt Joke, onze coördinator op vrijdag. Wie wil een stukje proeven? Met een zakmes snijdt ze het appeltje in proefpartjes. We proeven ook twee soorten peren en er worden recepten uitgewisseld om er jam van te maken. Na een klein half uurtje gaan we weer aan de slag.
“Heb je zin om een filmpje te maken over de fazantenbes?” vraagt Joke. Ik heb nog nooit van die bes gehoord, maar filmpjes maken vind ik erg leuk, dus lopen we samen naar de rij waar deze bessen staan. Op internet vinden we genoeg informatie voor een één-minuut-filmpje. De fazantenbes heet ook wel choco-bes of ‘grootmoeders oorbel’ en hij smaakt een beetje naar chocola en karamel.
Voordat we gaan filmen proef ik de bes. De karamel proef ik niet zo, maar jawel, het besje smaakt naar donkere chocola! Heel vreemd. Goed om het van te voren te weten. “Kunnen we?” vraagt Joke. Ze telt af. Uit de losse pols vertel ik wat ik weet over de fazantenbes terwijl zij filmt. Ik proef nog een keer voor de camera en opper dat je de besjes bij een toetje met vanille-ijs kunt toevoegen.
Samen kijken we naar het resultaat en nog dezelfde middag zet Joke het filmpje in de app voor oogstgenoten van de voedselboomgaard. Best kans dat volgende week iemand me aanspreekt om te vragen waar die gekke bessen precies staan. Dan zal ik uitleg geven als een expert.
zaterdag 10 oktober 2026
Wie wat bewaart, heeft wat
In een van de laden van onze vriezer liggen nog bramen en rode bessen. Daar wil ik jam van gaan maken, zodat er meer ruimte komt voor andere dingen. Ik haal voortvarend drie zipzakken met bevroren fruit tevoorschijn, maar in één ervan blijken geen bramen, maar zwarte bessen te zitten.
Het zijn niet heel veel zwarte bessen, en als ik het fruit allemaal mix, zal de cassis-smaak waarschijnlijk een beetje verdwijnen in het bramengeweld. Ik besluit dus om er bessensap van te maken. Opzetten met extra water, tien minuten laten koken, door een zeef gooien en dan nog eens door een doek zeven om het sap helder te maken.Het is meer werk dan ik dacht en ik hou behalve het sap ook een bakje zwarte-bessen-moes over waar de pitjes al uitgezeefd zijn. Dat vraagt om een gebruiks-idee. Ik bedenk dat ik het in een cake kan verwerken. Dus blijf ik nog even bezig in de keuken en ik maak een zwarte-bessen-cake.
Tijdens het bakken van de cake is eindelijk ook het laatste beetje sap door de doek gesijpeld en nu heb ik een kleine halve liter helderrood sap. Ik laat H. het flesje zien: “Dit is een buitengewoon arbeidsintensief, dus dúúr flesje sap,” vertel ik.
“Is het ook lekker?” vraagt hij.
Het sapje is niet erg zoet, maar H. ziet meteen een leuke toepassing: laten we er een cocktail mee maken.
En zo drinken we vandaag een zelf ontworpen cocktail met wodka, vanillesiroop, citroen en zwarte-bessen sap. Hij is verrassend lekker. En het plakje versgebakken cake dat we er naast eten past er uitstekend bij. Het mag, want het is weekend!
zaterdag 3 oktober 2026
Wormen tellen als burgerwetenschap
Twee tasjes met testmaterialen … check.
O ja, en een fles water.
We staan op het punt om aan de slag te gaan als burgerwetenschappers; op drie plekken zullen we grond- en watermonsters nemen om de kwaliteit ervan in verschillende natuurgebieden te meten.
Behalve de bodem en het water testen we ook het
testmateriaal. Dit weekend worden door verschillende groepen tests uitgevoerd
en als alles goed werkt, gaat het ook op grotere schaal gebeuren.
Met z’n vijven staan we in een parkje uit te vinden hoe het
allemaal werkt. H. heeft de app gedownload met de vragen en opdrachten. Een
boekje met extra informatie moet meer duidelijkheid geven, maar brengt ons
juist in de war omdat het niet dezelfde volgorde geeft als de app.
We overleggen over die volgorde. En dan over de vraag wat
voor weer het vandaag is (overwegend zonnig) en welke begroeiing hier
hoofdzakelijk is (op deze vierkante meter? Of in het hele park?). We steken een
blokje van 20x20 cm. grond uit en overleggen hoe het voelt (glad? korrelig? of
er tussenin). We tellen hoeveel wormen erin zitten (21) en welke soorten
(vergelijkend met plaatjes uit het boekje).
Bij een testbuisje met water voegen we twee theelepels aarde
om met een teststrookje te kijken hoeveel fosfaat en nitraat erin zit. Doen we
het goed? Er verandert niets aan de kleuren op het strookje. Mensen die met hun
hond door het parkje wandelen kijken nieuwsgierig wat we aan het doen zijn.
Volgens de instructies zouden we met één locatie ongeveer
een half uur bezig zijn. Zoals we van te voren al dachten, duurt het veel
langer. Na de eerste test houden we een koffiepauze en daarna gaan we met vier van
de vijf burgerwetenschappers verder naar een volgende plek. En kijk, de tweede
keer snappen we hoe het allemaal werkt en zijn we binnen drie kwartier klaar. Dan
is het genoeg voor vandaag. We stoppen de hele zooi in onze fietstassen en
spreken af om morgenochtend naar de derde locatie te gaan.
Een rare nieuwe hobby? Nou ja, het is heel leuk om te doen, maar de bedoeling is nogal serieus. Deze drie voorbeeldtestjes stellen natuurlijk niet zo veel voor, maar als er straks door honderden mensen kleine stukjes natuur in kaart gebracht worden, hopen we dat dat kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. En bovendien houdt het ons pensionado’s van de straat. Mooi toch?
zondag 27 september 2026
Zinvol werk
H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan zijn kant van het gesprek dat het een bestuurslid is van VLB, de vereniging waarvan H. de voorzitter is. Ze zijn enthousiast, want het is net bekend geworden dat een subsidie van 150.000 euro is toegekend, die VLB gaat beheren.
H. zet het gesprek op speaker. Ze spreken een
spoedvergadering af voor vanmiddag en omdat ik verantwoordelijk ben voor de
communicatie, word ik ook uitgenodigd.
Om vier uur fietsen we naar het thuishonk van de vereniging, de houtwerf, een
kleine kilometer vanaf ons huis. H. stopt een fles bubbels in de fietstas.
Het wordt een vrolijke, maar ook efficiënte vergadering. Er
worden snelle afspraken gemaakt over wie wanneer wat moet doen en mijn taak is
om een persbericht te verzorgen en een artikel op onze website te zetten.
Er zijn een hoop instanties bij de aanvraag en uitvoering
van de subsidie betrokken en als ik me in dat doolhof de weg laat wijzen,
blijkt dat ook het bestuur soms niet helemaal helder heeft wat al die partijen
doen. Maar het lukt toch om er nog dezelfde avond een leesbaar stuk over te
schrijven.
Leuk, zo’n spoedklus. En nog leuker is het dat H. twee dagen
later gebeld wordt door een journalist van de Gelderlander. We zijn dan juist
onderweg naar een excursie in de uiterwaarden, ook al met vrijwilligers van
VLB. De journalist schrijft er dezelfde middag een uitgebreid stuk over, dat meteen
in onze appgroep wordt gedeeld.
Het is best lekker om met pensioen te zijn en niet elke dag vroeg
op te hoeven om te gaan werken. Maar af en toe is het heerlijk om wél vroeg op
te staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vooral als je het gevoel hebt dat
dat werk ertoe doet. Door bijvoorbeeld kale stukken gras te beplanten met
struiken en bomen die meer natuurleven aantrekken.
Of door meer vrijwilligers enthousiast te maken om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld door erover te schrijven, in persberichten en op websites. Wat dat betreft lijkt het soms net of ik weer een leuke baan heb gevonden.
vrijdag 18 september 2026
Een koffer met geschiedenis
We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat.
Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen.
Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.
De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.
De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.
Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is.
We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.
woensdag 16 september 2026
Hijskraan
(7 september)
Toen we vanmiddag terugkwamen van een dagje Potsdam, was de
straat voor het hotel afgezet en lag er een enorm onderdeel van een hijskraan
midden over de weg. Intussen zijn er nog twee van die ijzeren raamwerken
bijgekomen en werkmannen zijn bezig ze aan elkaar te koppelen. Met een (andere)
kraan wordt zo’n stuk een eindje opgetild en zorgvuldig naar de goede plek
gedirigeerd. Dan doen ze iets onduidelijks om de boel aan elkaar te maken, wat
eindigt met galmende klappen van metaal op metaal.
Het is een flinke klus, waar ze nog steeds mee bezig zijn
als wij klaar zijn met eten en met het speelgoed-afwasje. We hangen een tijdje
uit het open raam om te kijken naar het werk. De arm van de nieuwe hijskraan is
nu helemaal in elkaar gezet en ligt languit voor ons hotel te wachten op de
volgende fase.
Het begint te schemeren en er gaan een paar bouwlampen aan.
Blijkbaar moet het karwei vandaag afgemaakt worden. We zien de mannen een tros
van vier kabels op strategische plekken aan de ijzeren arm vastmaken. Eén van
hen heft z’n hand op, wijsvinger omhoog en maakt een draaiend gebaar naar de
man op de werkende kraan. Dan wordt heel langzaam de nieuwe arm opgetild.
Het maakt een hard, mechanisch geluid dat het gerammel
overstemt van de metro, die verderop elke tien minuten een hoorbare bocht
maakt. Als het gevaarte een halve meter boven de weg hangt, gebeurt er een tijd
lang niets. Ik draai me van het raam af om een stukje te lezen over
bezienswaardigheden in Berlijn. Maar na een kwartier hoor ik het hijsen weer
beginnen en ik kan het niet laten om weer te gaan kijken.
Daar gaat ie dan. Terwijl de vier werkmannen het ding losjes
tegenhouden als het dreigt te draaien, gaat de kraan-arm hoger en hoger, tot ze
er niet meer bij kunnen. Nog wat hoger en dan stopt het. Zo’n beetje ter hoogte
van onze derde verdieping blijft de arm hangen, een waarschuwend rood lichtje
aan de top. Tot morgenochtend, blijkt, want daarna wordt alles uitgezet en
afgesloten.
De voorstelling is afgelopen en we gaan kijken waar we morgen naartoe willen in Berlijn. Wat we ook gaan doen, dit wordt in onze herinnering later vast ‘de vakantie van die kraan’. Ik zal in elk geval nooit meer op dezelfde manier naar een hijskraan kijken.
maandag 14 september 2026
Kwijt
(3 september, Berlijn)
Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. zet braaf de rugzak met onze regenjassen (want er is nattigheid voorspeld) in een kluisje. Dan gaan we de winkel in om langzaam rond te dwalen tussen al die leuke dingen die hier zo aantrekkelijk zijn uitgestald.Planet Modulor is een winkel in Berlijn die we allebei geweldig vinden. Een plek waar je alles kunt kopen wat je voor welk creatief project dan ook nodig hebt. Twee verdiepingen, 3000 vierkante meter met spullen om te tekenen, schilderen, bouwen, ontwerpen, vouwen, knutselen enzovoort. Heerlijk.
Er is een enorme wand met potloden, fineliners, stiften en pennen. Boven de schappen met koopwaar is een kunstwerk gemaakt van kleurpotloden die met de punt naar voren in de muur gestoken zijn. Over de breedte van de wand verloopt de kleur van de potloden langzaam, wat een mooi effect geeft als je er langs loopt.
Er zijn schetsboeken in allerlei formaten, gekleurd papier, soorten lijm, japans vouwpapier. Verderop zijn materialen om maquettes mee te maken. Platen karton met motiefjes van bakstenen, stucwerk, dakpannen, boompjes, piepkleine mensjes, machines om hout, foam of kunststof mee te bewerken.
We wijzen elkaar op bijzondere dingen, bestuderen wonderlijke apparaten, kopen wat kleine gadgets, gaan de trap op naar de volgende verdieping. Ineens staat H. geschrokken stil. “Waar heb ik nou m’n rugzak neergezet?” Hij denkt na, kijkt rond.“Had je hem nog toen we de tram uit kwamen?”We weten het allebei niet zeker. Lopen terug waar we allemaal geweest zijn, maar zien nergens de rugzak staan.
Ineens is het niet zo leuk meer. Bij een centrale balie is geen gevonden rugzak afgeleverd en na nog een rondje over de benedenverdieping constateren we dat ie in de metro moet zijn blijven staan. Die krijgen we nooit meer terug.
Een beetje terneergeslagen verlaten we de winkel. Buiten is het droog, maar de donkere lucht belooft regen. En onze regenjassen zijn we dus kwijt. We lopen een stukje door de stad en komen een outdoor-winkel tegen waar we naar binnen gaan. Daar koopt H. meteen maar een nieuwe rugtas en een regencape. Ik kijk besluiteloos naar de regenjassen. Nog maar even niet.
Twee straten verderop begint H. ineens te lachen. Hij staat stil en houdt iets omhoog. Een sleutel met een nummertje eraan. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt: deze sleutel is van een kluisje en ín dat kluisje … Oww, wat stóm!!!
H. besluit de nieuwe rugtas niet terug te brengen en de cape wil hij ook houden. Dus de rest van de vakantie hebben we twee rugtassen en meer dan genoeg regenkleding. En het blijkt niet eens te gaan regenen.
Filmpje maken
Voorzichtig knip ik de takjes met de kleine rode balletjes af en leg ze in een kratje. Ik ben szechuanpeper aan het oogsten in de voedselboo...
-
Er ligt een klein, hemelsblauw eitje in de tuin. Helemaal gaaf ligt het op een onbegroeid stukje grond. Mijn eerste opwelling is, het op e...
-
Het is ongeveer 10 kilometer fietsen naar Sanguin en voor alle zekerheid doe ik een regenjas aan. Als ik er bijna ben, begint het zachtjes...
-
Mijn zoon krijgt zijn bul. We schrikken een beetje van de datum want het is kort dag en voor ons allebei een onhandige dag om vrij te nem...





