maandag 22 juni 2026

Teunisbloem

Zondagavond. Na een erg warme dag is het tegen tienen ’s avonds heerlijk om nog even buiten te zitten. Ik zit met een glas koude limonade aan de stenen tafel met m’n rug naar de achtertuin te niksen. Als ik omkijk omdat ik iets hoor, zie ik juist hoe een grote, gele bloem zich in één keer ontvouwt.

 Teunisbloem om 21.58 uTeunisbloem om 22.18 u.

De teunisbloem is een avondbloem. Overdag ziet ie er een beetje verflenst uit, vooral als het zonnig en warm is. Als het begint te schemeren (of als het flink bewolkt is) laat ie z’n knalgele bloemen zien. Soms duurt het een tijdje voordat een bloem zich blaadje voor blaadje ontrolt, maar soms gaat het soepel in één keer.

Ik zet m’n stoel andersom en kijk. Waar je meestal time-laps filmpjes voor nodig hebt, die versneld laten zien wat er in een paar uur (of veel langer) gebeurt, zie je bij de teunisbloem gewoon live de verandering van de slapende knoppen in stralende bloei. 

We hebben ze op verschillende plekken in de tuin staan. De planten die genoemd zijn naar Sint Antonius van Padua. Dat is vanwege de bloeitijd die rond zijn naamdag op 13 juni begint. Bij ons komt ie niet veel hoger dan een meter, maar je komt ze wel tegen die manshoog zijn. Gewoon in de berm.
Ik weet dat zo’n avondbloem veel nachtvlinders zou moeten trekken, maar als ik van dichtbij ga kijken, zie ik weinig leven. Eén snuitkevertje is alles. Het zal nog te vroeg zijn voor de echte nachtbrakers. 

Meteen na de eerste pop-up bloem heb ik een foto gemaakt. Twintig minuten later staat de hele plant heldergeel te stralen. Op de tweede foto lijken de bloemen licht te geven in de avondlucht. 

Je kunt in je vakantie op safari gaan naar geweldige natuurreservaten. Je kunt tijdens een stedentrip prachtige, beroemde gebouwen gaan bekijken. Je kunt naar een museum gaan om je te laven aan mooie kunstwerken. Maar na een fietsdag tijdens een hittegolf is er weinig zo ontspannend als het kijken naar het kalmpjes openklappen van de gewone teunisbloem.

 

dinsdag 16 juni 2026

Knipperlichtvakantie

We hebben vakantie. Kan dat als je gepensioneerd bent? Nou en of. Het clichébeeld van de genietende pensionado aan een warm palmenstrand in een ligstoel en met een cocktail in de hand heeft ons nooit erg aangestaan. Ja, die cocktail wel, maar de rest niet.

Het is leuk om nuttige dingen te doen als vrijwilliger, vinden we allebei, en dat doen we dan ook. Vooral H. heeft het als voorzitter van de vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer druk. Hij heeft zich er met zoveel enthousiasme in gestort, dat het zo’n beetje een volledige baan is. 

Maar nu hebben we dan toch een ruime week vrij genomen om op fietsvakantie te gaan. Helaas is er per ongeluk tóch een afspraak midden in die week terechtgekomen, waar H. niet onderuit kan (en wil). We waren toch al niet van plan om heel ver weg te gaan, maar nu bedachten we dat het dan maar een knipperlichtvakantie moest worden.

Overdag op stap en ’s nachts in ons eigen huis logeren. We hebben de vroegere slaapkamer van dochter E. ingericht als B&B, ter verhoging van het vakantiegevoel. Onze vriend J. lachte ons vriendelijk uit: “Net een kinderfeestje,” vond hij. Maar daar trekken we ons niets van aan. We ontbijten aan een andere tafel, gebruiken ander serviesgoed en vieren lekker vakantie.

De eerste dag bezochten we de Open Tuinendag in Nijmegen. We bezochten verschillende tuinen en hadden geweldig leuke gesprekken met de eigenaren ervan. De tweede en derde dag maakten we fietstochtjes in Duitsland. Morgen is de vierde dag en behalve dat het weer nog niet helemaal meewerkt, zijn we heel tevreden over onze knipperlichtvakantie. 

We gaan deze week een paar keer naar de bioscoop, drinken koffietjes met taart, gaan een keer ernstig luxe uit eten en af en toe maken we voor onszelf een cocktail. Als het goed is, wordt het weer steeds zonniger. Wie weet zitten we de laatste dag van deze vakantieweek op een ligstoel op een terrasje in de zon met een cocktail in de hand. En daarna is het dan weer afgelopen met het luie-pensionado bestaan. Dan mag er gewoon weer gewerkt worden. Tenslotte kun je als je geen verplichtingen hebt ook nergens vakantie van nemen. 



maandag 8 juni 2026

Een afscheid als kennismaking


M. is dood. Een maand geleden zat ze in de serre terwijl wij van haar man J. een rondleiding door hun tuin kregen. Voordat we weer vertrokken, maakten we even een praatje met haar. Over de mooie tuin en welke planten het dit jaar goed deden en wat een heerlijk plekje die serre was. 

Ik had haar eerder wel een paar keer gesproken, maar kende haar niet goed. Haar man ken ik wél. Hij zit samen met H. in het bestuur van Vrijwillig Landschapsbeheer, is regelmatig bij ons thuis en werkt mee met de dinsdaggroep waar ik ook in zit. J. weet geweldig veel over bomen, struiken en planten en ik leer veel van hem. Altijd als er een extra klus, overleg of bijeenkomst is, is J. daarbij. Over thuis heeft hij het niet vaak. 

Een paar weken geleden liet hij weten dat hij met M. in het ziekenhuis was, waar ze met ernstige pijnklachten was opgenomen. Het ging niet goed. Een week was hij dag en nacht bij haar. Toen wij aan het werk waren in een parkje, kwam hij op de fiets even langs. Hij moest er even uit. Het ziekenhuis zou bellen als er ontwikkelingen waren. 

veld met wilde bloemenNu zitten we in het Crematorium om afscheid te nemen van M. Maar we zijn hier nog meer voor de achterblijver J. 
“We vinden het fijn als je een onverpakte veldbloem meebrengt,” staat op de rouwkaart. Dat doen we. Allebei één, met een mooie, lange steel. Voor de ingang van het Crematorium neemt een jongeman al die veldbloemen in ontvangst. Het is al druk in de aula en het stroomt steeds voller. We zoeken een groepje bekenden op en even later mogen we de zaal in, waar we in stilte wachten.

De uitvaartleider vraagt ons om te gaan staan en er klinkt muziek. Langzaam wordt de kist binnengedragen door de directe familie. Om de eenvoudige kist is een band gespannen met lusjes eraan en in elke lus zijn veldbloemen gestoken. Ik ken de muziek niet, maar die raakt me, net als die bloemenzee-kist. De tranen springen in mijn ogen. 
Ik probeer ze tegen te houden. Vreemd eigenlijk, dat ik het gevoel heb dat ik hier niet mag huilen omdat het niet mijn verdriet is. Omdat ik de overledene maar zo oppervlakkig kende. 

Een uur later ken ik haar wél. Schoonzussen, haar dochter, haar kleinkinderen, een vriendin, vertellen over M. Met brokken in hun keel, soms tussendoor snikkend, of juist glimlachend om een herinnering. Intussen worden foto’s geprojecteerd waarop we haar en onze vriend J. zien: eerst jong, dan middelbaar en ten slotte als zeventigers. 

Zo maken we tijdens het afscheid van M. pas goed kennis met haar. Ze was vrolijk, lief, aandachtig en sprankelend. Ook al had ze pijn. Ook al liep ze slecht. Wat jammer dat we haar niet wat langer hebben gekend. We zullen J. zo goed mogelijk steunen nu hij haar moet missen.





maandag 1 juni 2026

'Op de golven van de stad'

Gebouw De Dageraad
In museum Het Schip kochten we een paar maanden geleden het boekje ‘Op de golven van de stad’, met fietsroutes langs gebouwen van de Amsterdamse School. Dit weekend zijn we in het appartement van vrienden in Slotermeer (Amsterdam) en we hebben het boekje én onze fietsen meegenomen. 

Op zaterdagmorgen fietsen we eerst naar het Roelof Hartplein, waar één van de routes begint. We besluiten daar de fietsen neer te zetten en lopend te beginnen, want er zijn zóveel gebouwen die we moeten bekijken, dat het met de fiets vooral op- en afstappen zou worden.

Meteen al op het plein is het fraaie café-restaurant Wildschut uit 1922, ‘Huize Lydia, voor vrouwen, uit 1927 en ‘Het Nieuwe Huis’ dat in 1928 gebouwd werd ‘voor alleenstaanden’. Een deel ervan is nu Openbare Bibliotheek. Er moet een beeld in de entreehal staan, dus we lopen even naar binnen om dat te bekijken.

Een beeld zien we niet. Wel een vriendelijke jongeman die vraagt wat we zoeken. Hij weet waar het beeld staat en loopt met ons naar buiten om een volgende deur in het gebouw te wijzen. “Als je aanbelt, mag je wel binnen kijken,” zegt hij. We kijken door de raampjes en nog voordat we aanstalten maken om te bellen, gaat er een deur open.

“Wat zoeken jullie?” Alweer een aardige man, die ons binnenlaat. Hij zegt niet zo veel maar laat ons rustig rondkijken. We zijn in een hal van een deel van het gebouw dat nog steeds uit woningen bestaat. 
“Zijn het nog steeds woningen voor alleenstaanden?” vraagt H. en de man zegt dat dat officieel inderdaad zo is. Het beeld in de hal vind ik lelijk, maar het gebouw is mooi. Met veel glas-in-lood ramen en mooi afgewerkte details. 

De bouwstijl van de Amsterdamse School zit vol kleine verrassingen. Bakstenen die in allerlei verschillende patronen zijn gemetseld, grappige uitbouwtjes en randjes, gestileerde huisnummers, sierlijke hijsbalken. Veel gebouwen zijn huizenblokken in opdracht van woningbouwverenigingen. Behalve al die kleine details zijn er ook klokkentorens, beeldhouwwerken aan gevels en soms is een heel gebouw een topstuk, zoals het Dageraadcomplex. Gewoon een complex met woningen, maar bijzonder om te zien, met gegolfde muren, beelden op de hoeken en een sierlijke poort onder het hele gebouw door. 

Uiteindelijk blijven onze fietsen op het Roelof Hartplein staan terwijl we (bijna) de hele route lopend doen. We komen langs een kleine honderd Amsterdamse-school-gebouwen en dit was pas één van de zes routes. Er is dus nog veel meer, maar nu is het even helemaal genoeg. Het volgende gebouw dat we bezoeken is nóg een keer het mooie café Wildschut, maar nu om er lekker op het terras te gaan zitten en een drankje te bestellen 

maandag 25 mei 2026

Theetuinen

Boven, in een van onze vele boekenkasten, staat een hele rij fietsboekjes. Het zijn lange-afstands-routes die we wel eens gefietst hebben, maar ook verzamelingen van dagtochtjes. In een bepaalde streek, in een stad, met een thema. Zo staat er ook ‘De theetuinen fietsgids van Nederland’. Vorig jaar gekocht maar we hebben er nog niet één route uit gefietst.

Pinksterzondag is het prima fietsweer en ik haal het theetuinenboekje tevoorschijn. We zoeken een route die niet al te ver weg begint maar wel langs plekken komt die we nog niet kennen. Het wordt een rondje Betuwe. 

We starten in het kleine dorpje Ommeren, vlakbij het iets grotere Lienden. In het routeboek worden de fruitboomgaarden en het rivierenlandschap genoemd, maar wat ons vooral opvalt is dat hier heel veel boomkwekerijen zijn. Voor de bloeiende fruitbomen zijn we net te laat, maar van de bermen worden we vrolijk. Die zijn op veel plaatsen niet gemaaid en staan vol hoge grassen en wildbloemen. 

Het koninklijke stadje Buren kennen we wel. Een mooi, oud stadje, waar we volgens ons boek het Oranjemuseum kunnen bezoeken en een stadswandeling kunnen maken. We doen geen van beide, maar fietsen wel dwars door het centrum. 

We zijn al voorbij Zoelmond als we ons realiseren dat daar een theetuin had moeten zijn. Niet gezien! We gaan ook niet op zoek, want het is nog wat vroeg voor een pauze. De tweede theetuin van de route vinden we wél; een flink eind verderop, in Maurik. Het is een knusse plek, gewoon in de tuin bij een woonhuis. Maar dan wel een gróte tuin.

Een vriendelijke dame komt bestellingen opnemen. Ze is vermoedelijk de eigenares en de man die later onze drankjes komt brengen zal haar man zijn. Ik schat in dat de theetuin háár idee was en dat hij daar goedmoedig, maar iets minder enthousiast, in mee is gegaan. Het eigengemaakte sapje is lekker.
 
De twee stellen die iets verderop zitten zijn in een ruzieachtig gesprek verwikkeld. Ik hoor iemand bozig zeggen: “Liefdesverdriet zegt ie. Kom nou, iemand van tachtig hééft geen liefdesverdriet.” Een gespreksflard waar ik nog een tijd over na blijf denken. Eén van de twee mannen staat abrupt op. “Waar ga je naartoe?” vraagt een van de anderen. “Even wég!” zegt de man. Als wij even later de tuin verlaten, staat hij een eind verderop met de eigenaar te praten.
 
We fietsen verder en voor we het weten zijn we terug in Ommeren, waar de auto staat. De derde theetuin die we hier hadden moeten passeren is nergens te zien. 
52 kilometer staat op de teller. En dat klopt dan weer precies met wat er in het boekje staat. Tóch leuk, deze theetuinenroute.

dinsdag 19 mei 2026

"Ben je nu chagrijnig?"

Een jaar geleden hebben we twee straten achter ons huis een park aangelegd met buurtgenoten en Vrijwillig Landschapsbeheer. Er zijn onder andere twee ‘vogelbosjes’ aangeplant, driehoeken met allerlei inheemse struiken die voor vogels aantrekkelijk zijn. Er is ook een groot veld met wildbloemen en die komen nu ook tussen die struikjes zó hoog op, dat de vogelbosjes haast niet terug te vinden zijn.

Vandaag gaan we onze aanplant redden van de verdrinking in de bloemenzee met de dinsdaggroep van Vrijwillig Landschapsbeheer. Twee mensen gaan met de bosmaaier het veld in om gedeelten kort te maaien. Er moet genoeg blijven staan voor de insecten en om zichzelf weer uit te zaaien. 

Ik ga met G. en D. naar vogelbosje één. 
“Help, ik herken geen planten en struiken hoor!” roept G. en ik krijg de taak om instructie te geven over hoe we te werk gaan. Het is even wennen, maar al gauw weet iedereen hoe je de houtige stammetjes van de struiken kunt herkennen tussen grassen, bloemen en stevige distels. 

Als we tien minuten aan het werk zijn, komt er een nieuwe vrijwilliger bij. F., een jonge jongen, die er bleekjes en een beetje afwezig uitziet. Ik vertel hem wat de bedoeling is en hij zegt: 
“Ik heb er helemaal niks van begrepen.” Dus vertel ik het wat rustiger en duidelijker nog een keer. Onzeker pakt hij de grote heggenschaar aan. 
“Kan het niet met zo’n kleine snoeischaar?” 

Ik wijs hem een overwoekerde struik en laat zien hoe die vrijgemaakt moet worden. Voorzichtig gaat hij aan de slag. Ik zie dat F. heel precies werkt en een beetje moeite heeft met waar wel en waar niet. Wel begrijpt hij gelukkig dat de struikjes moeten blijven staan. Ik blijf een beetje bij hem in de buurt en wijs hem af en toe iets aan. Dan vertelt hij me ineens dat hij een drankprobleem heeft en dat hij het nogal moeilijk vindt om met anderen en zichzelf om te gaan. Intussen werkt hij langzaam en zorgvuldig verder. 

Om half 11 is er koffie met taart, want we hebben een jarige. F. blijft liever doorwerken, zegt hij. Ik zoek hem na de koffie weer op en vraag hoe het gaat. “Het ene moment goed en het andere moment waardeloos,” zegt hij. Hij vertelt hoe labiel hij zich voelt en over hoe vervelend hij zichzelf vindt. 
“Ben je nu chagrijnig?” vraagt hij als ik een tijdje stil blijf.
“Helemaal niet!” 
Ik heb met de jongen te doen. Wat een ellende als je jezelf zo in de weg zit. 

Niet veel later zegt hij dat hij wil stoppen voor vandaag. Dat is prima. Ik vertel hem dat hij goed gewerkt heeft en dat ik hoop dat hij volgende week weer komt. 
Hij zal het proberen, zegt hij. 
Netjes ruimt hij het gereedschap op dat hij gebruikt heeft en dan gaat hij stilletjes weg.
“Tot volgende week!” roep ik. 
Hij kijkt achterom. 
“Ja,” roept hij terug. “Tot volgende week.”

zondag 17 mei 2026

Swingen met Chopin

Het concert waar we vanmiddag met vrienden naartoe gaan, heeft een inleiding vooraf. Dat is leuk, want je krijgt dan vaak aanwijzingen waardoor je extra goed op bepaalde dingen gaat letten. We gaan luisteren naar het Nederlands Blazers Ensemble en vooral naar hun gast-blazer Maite Hontelé, die het programma mocht samenstellen.

Van het NBE zijn we fan. Het is een enthousiaste groep muzikanten die overal voor in is. We hebben ze al vaker gehoord, met altijd heel verschillende programma’s en muziekstijlen. Vandaag wordt het Latin, want Maite Hontelé is lange tijd een gevierde muzikant geweest in Colombia. 

De inleiding is leuk en levendig, met onder andere een live interview met twee gastmuzikanten die Maite heeft meegebracht. Ze vertellen soepel (in het Engels) over hun instrumenten (piano en percussie) en ze hebben duidelijk zin in het concert. Wij ook.

Om drie uur zitten we verwachtingsvol in de zaal en achter ons horen we de muziek binnenwandelen. Letterlijk, het is een complete fanfare. En behalve de beroepsmuzikanten zijn er twintig amateurblazers uit de omgeving bij die zich hebben kunnen opgeven. Zij spelen het eerste nummer mee en zullen later terugkomen voor de afsluiting. 

Maite Hontelé heeft voor deze voorstelling muziek uitgekozen waar zij van houdt. Ze vertelt over haar leven en vooral over de muziek. Dat ze al jong naar het NBE luisterde (het ensemble bestaat al 65 jaar) en hoe ze in Colombia haar stijl vond, beroemd werd en haar plezier in het spelen kwijtraakte. Ze borg haar trompet een tijd op maar kwam terug.

Intussen horen we na de startfanfare een swingend Zuid-Amerikaans nummer, een bewerking van een Chopin-prelude, een Spaans feestlied, een stuk Matthäus Passion en zo wisselen spetterende nummers en subtiele bewerkingen van klassiek of anders zich af. Maite is het middelpunt. Ze staat ontspannen te vertellen en de sterren van de hemel te spelen. Je kunt je goed voorstellen dat ze haar eigen band leidde. Maar ze eist niet alle aandacht op; ze geeft gul ruimte aan (solo’s van) anderen. 

Het is muziek waar je vrolijk van wordt, maar soms ook raakt het je door prachtige verstilde fragmentjes. Het is het laatste concert van deze reeks en de muzikanten maken er een feestje van. En het publiek doet mee. We worden uitgenodigd om mee te klappen, op te staan en een stukje mee te zingen en er wordt enthousiast geroepen en geapplaudisseerd.

Na de officiële voorstelling gaan de musici nog even door in de foyer. Wij nemen een drankje en praten nog even na voordat we weer afscheid nemen. En we zijn het er zonder meer over eens. Het was een superleuk concert! 

Teunisbloem

Zondagavond. Na een erg warme dag is het tegen tienen ’s avonds heerlijk om nog even buiten te zitten. Ik zit met een glas koude limonade aa...