zaterdag 3 oktober 2026

Wormen tellen als burgerwetenschap

afbeelding van verschillende soorten wormen met uitleg
Schop, flesje aan een stok, snoeischaar… check.
Twee tasjes met testmaterialen … check.
O ja, en een fles water.
We staan op het punt om aan de slag te gaan als burgerwetenschappers; op drie plekken zullen we grond- en watermonsters nemen om de kwaliteit ervan in verschillende natuurgebieden te meten.

Behalve de bodem en het water testen we ook het testmateriaal. Dit weekend worden door verschillende groepen tests uitgevoerd en als alles goed werkt, gaat het ook op grotere schaal gebeuren.

Met z’n vijven staan we in een parkje uit te vinden hoe het allemaal werkt. H. heeft de app gedownload met de vragen en opdrachten. Een boekje met extra informatie moet meer duidelijkheid geven, maar brengt ons juist in de war omdat het niet dezelfde volgorde geeft als de app.

We overleggen over die volgorde. En dan over de vraag wat voor weer het vandaag is (overwegend zonnig) en welke begroeiing hier hoofdzakelijk is (op deze vierkante meter? Of in het hele park?). We steken een blokje van 20x20 cm. grond uit en overleggen hoe het voelt (glad? korrelig? of er tussenin). We tellen hoeveel wormen erin zitten (21) en welke soorten (vergelijkend met plaatjes uit het boekje).

Bij een testbuisje met water voegen we twee theelepels aarde om met een teststrookje te kijken hoeveel fosfaat en nitraat erin zit. Doen we het goed? Er verandert niets aan de kleuren op het strookje. Mensen die met hun hond door het parkje wandelen kijken nieuwsgierig wat we aan het doen zijn.

Volgens de instructies zouden we met één locatie ongeveer een half uur bezig zijn. Zoals we van te voren al dachten, duurt het veel langer. Na de eerste test houden we een koffiepauze en daarna gaan we met vier van de vijf burgerwetenschappers verder naar een volgende plek. En kijk, de tweede keer snappen we hoe het allemaal werkt en zijn we binnen drie kwartier klaar. Dan is het genoeg voor vandaag. We stoppen de hele zooi in onze fietstassen en spreken af om morgenochtend naar de derde locatie te gaan.

Een rare nieuwe hobby? Nou ja, het is heel leuk om te doen, maar de bedoeling is nogal serieus. Deze drie voorbeeldtestjes stellen natuurlijk niet zo veel voor, maar als er straks door honderden mensen kleine stukjes natuur in kaart gebracht worden, hopen we dat dat kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. En bovendien houdt het ons pensionado’s van de straat. Mooi toch?

zondag 27 september 2026

Zinvol werk

vrijwilligers knotten wilgen langs een visvijver
“Het is officieel, de subsidie is binnen!”
H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan zijn kant van het gesprek dat het een bestuurslid is van VLB, de vereniging waarvan H. de voorzitter is. Ze zijn enthousiast, want het is net bekend geworden dat een subsidie van 150.000 euro is toegekend, die VLB gaat beheren.

H. zet het gesprek op speaker. Ze spreken een spoedvergadering af voor vanmiddag en omdat ik verantwoordelijk ben voor de communicatie, word ik ook uitgenodigd.
Om vier uur fietsen we naar het thuishonk van de vereniging, de houtwerf, een kleine kilometer vanaf ons huis. H. stopt een fles bubbels in de fietstas.

Het wordt een vrolijke, maar ook efficiënte vergadering. Er worden snelle afspraken gemaakt over wie wanneer wat moet doen en mijn taak is om een persbericht te verzorgen en een artikel op onze website te zetten.

Er zijn een hoop instanties bij de aanvraag en uitvoering van de subsidie betrokken en als ik me in dat doolhof de weg laat wijzen, blijkt dat ook het bestuur soms niet helemaal helder heeft wat al die partijen doen. Maar het lukt toch om er nog dezelfde avond een leesbaar stuk over te schrijven.

Leuk, zo’n spoedklus. En nog leuker is het dat H. twee dagen later gebeld wordt door een journalist van de Gelderlander. We zijn dan juist onderweg naar een excursie in de uiterwaarden, ook al met vrijwilligers van VLB. De journalist schrijft er dezelfde middag een uitgebreid stuk over, dat meteen in onze appgroep wordt gedeeld.

Het is best lekker om met pensioen te zijn en niet elke dag vroeg op te hoeven om te gaan werken. Maar af en toe is het heerlijk om wél vroeg op te staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vooral als je het gevoel hebt dat dat werk ertoe doet. Door bijvoorbeeld kale stukken gras te beplanten met struiken en bomen die meer natuurleven aantrekken.

Of door meer vrijwilligers enthousiast te maken om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld door erover te schrijven, in persberichten en op websites. Wat dat betreft lijkt het soms net of ik weer een leuke baan heb gevonden.

vrijdag 18 september 2026

Een koffer met geschiedenis

Ouderwetse, bruine koffer vol vergeelde stickers staat op z'n kant op een houten plateautje

We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat. 

Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen. 

Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.

De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.

De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.

 Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is. 

We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.

woensdag 16 september 2026

Hijskraan

(7 september)

Van bovenaf gezien ligt een gele, ijzeren hijskraan-arm op straat. Erachter een hoge flat in aanbouw.
In het piepkleine keukentje van onze hotelkamer spelen we huisje. We maken een simpele salade voor bij de broodjes met verschillende kazen die we gisteren gekocht hebben. Tussen het snijden van ui, komkommer en tomaten door lopen we af en toe naar het open raam, waar allemaal interessante geluiden door binnenkomen.

Toen we vanmiddag terugkwamen van een dagje Potsdam, was de straat voor het hotel afgezet en lag er een enorm onderdeel van een hijskraan midden over de weg. Intussen zijn er nog twee van die ijzeren raamwerken bijgekomen en werkmannen zijn bezig ze aan elkaar te koppelen. Met een (andere) kraan wordt zo’n stuk een eindje opgetild en zorgvuldig naar de goede plek gedirigeerd. Dan doen ze iets onduidelijks om de boel aan elkaar te maken, wat eindigt met galmende klappen van metaal op metaal.

Het is een flinke klus, waar ze nog steeds mee bezig zijn als wij klaar zijn met eten en met het speelgoed-afwasje. We hangen een tijdje uit het open raam om te kijken naar het werk. De arm van de nieuwe hijskraan is nu helemaal in elkaar gezet en ligt languit voor ons hotel te wachten op de volgende fase.

Het begint te schemeren en er gaan een paar bouwlampen aan. Blijkbaar moet het karwei vandaag afgemaakt worden. We zien de mannen een tros van vier kabels op strategische plekken aan de ijzeren arm vastmaken. Eén van hen heft z’n hand op, wijsvinger omhoog en maakt een draaiend gebaar naar de man op de werkende kraan. Dan wordt heel langzaam de nieuwe arm opgetild.

Het maakt een hard, mechanisch geluid dat het gerammel overstemt van de metro, die verderop elke tien minuten een hoorbare bocht maakt. Als het gevaarte een halve meter boven de weg hangt, gebeurt er een tijd lang niets. Ik draai me van het raam af om een stukje te lezen over bezienswaardigheden in Berlijn. Maar na een kwartier hoor ik het hijsen weer beginnen en ik kan het niet laten om weer te gaan kijken.

Daar gaat ie dan. Terwijl de vier werkmannen het ding losjes tegenhouden als het dreigt te draaien, gaat de kraan-arm hoger en hoger, tot ze er niet meer bij kunnen. Nog wat hoger en dan stopt het. Zo’n beetje ter hoogte van onze derde verdieping blijft de arm hangen, een waarschuwend rood lichtje aan de top. Tot morgenochtend, blijkt, want daarna wordt alles uitgezet en afgesloten.

De voorstelling is afgelopen en we gaan kijken waar we morgen naartoe willen in Berlijn. Wat we ook gaan doen, dit wordt in onze herinnering later vast ‘de vakantie van die kraan’. Ik zal in elk geval nooit meer op dezelfde manier naar een hijskraan kijken.

maandag 14 september 2026

Kwijt

(3 september, Berlijn)

Voor-aanzicht van de winkel Planet Modulor
Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. zet braaf de rugzak met onze regenjassen (want er is nattigheid voorspeld) in een kluisje. Dan gaan we de winkel in om langzaam rond te dwalen tussen al die leuke dingen die hier zo aantrekkelijk zijn uitgestald.

Planet Modulor is een winkel in Berlijn die we allebei geweldig vinden. Een plek waar je alles kunt kopen wat je voor welk creatief project dan ook nodig hebt. Twee verdiepingen, 3000 vierkante meter met spullen om te tekenen, schilderen, bouwen, ontwerpen, vouwen, knutselen enzovoort. Heerlijk.

Er is een enorme wand met potloden, fineliners, stiften en pennen. Boven de schappen met koopwaar is een kunstwerk gemaakt van kleurpotloden die met de punt naar voren in de muur gestoken zijn. Over de breedte van de wand verloopt de kleur van de potloden langzaam, wat een mooi effect geeft als je er langs loopt. 

Er zijn schetsboeken in allerlei formaten, gekleurd papier, soorten lijm, japans vouwpapier. Verderop zijn materialen om maquettes mee te maken. Platen karton met motiefjes van bakstenen, stucwerk, dakpannen, boompjes, piepkleine mensjes, machines om hout, foam of kunststof mee te bewerken.

We wijzen elkaar op bijzondere dingen, bestuderen wonderlijke apparaten, kopen wat kleine gadgets, gaan de trap op naar de volgende verdieping. Ineens staat H. geschrokken stil. “Waar heb ik nou m’n rugzak neergezet?” Hij denkt na, kijkt rond.“Had je hem nog toen we de tram uit kwamen?”We weten het allebei niet zeker. Lopen terug waar we allemaal geweest zijn, maar zien nergens de rugzak staan.

Ineens is het niet zo leuk meer. Bij een centrale balie is geen gevonden rugzak afgeleverd en na nog een rondje over de benedenverdieping constateren we dat ie in de metro moet zijn blijven staan. Die krijgen we nooit meer terug.

Een beetje terneergeslagen verlaten we de winkel. Buiten is het droog, maar de donkere lucht belooft regen. En onze regenjassen zijn we dus kwijt. We lopen een stukje door de stad en komen een outdoor-winkel tegen waar we naar binnen gaan. Daar koopt H. meteen maar een nieuwe rugtas en een regencape. Ik kijk besluiteloos naar de regenjassen. Nog maar even niet.

Twee straten verderop begint H. ineens te lachen. Hij staat stil en houdt iets omhoog. Een sleutel met een nummertje eraan. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt: deze sleutel is van een kluisje en ín dat kluisje …  Oww, wat stóm!!! 

H. besluit de nieuwe rugtas niet terug te brengen en de cape wil hij ook houden. Dus de rest van de vakantie hebben we twee rugtassen en meer dan genoeg regenkleding. En het blijkt niet eens te gaan regenen. 

zaterdag 12 september 2026

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

De Groene Citadel, caféterras
Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na een vakantie met veel mooi weer en andere mooie dingen. Zoals bijvoorbeeld de Groene Citadel: 

Maandag 31 augustus

De Groene Citadel in Maagdenburg is het laatste bouwwerk van de kunstenaar Friedenreich Hundertwasser. Zeven jaar geleden bezochten H. en ik het Hundertwasserhuis (link) in Wenen en we waren er allebei enthousiast over. Nu we in Maagdenburg zijn, willen we dan ook zeker de Groene Citadel bezoeken. Het is op loopafstand van het hotel waar we verblijven.

Terwijl we er naartoe wandelen, komen we langs een pand waar binnen een tentoonstelling is over de geschiedenis van Maagdenburg. Door de etalageruiten zien we grote foto’s en een maquette en als we voor de open deur stil blijven staan om nieuwsgierig even naar binnen te kijken, spreekt een man ons aan: de expo is vrij toegankelijk en we zijn welkom. 

We gaan naar binnen en bekijken foto’s die laten zien hoe na de DDR tijd het stadsbeeld verandert. Sombere gebouwen werden opgeknapt of vervangen. Een treurige, grauwe flat wordt op vier foto’s opgeblazen en op de lege plek verschijnt een kleurig gebouw. Het is de Groene Citadel.

De Groene Citadel, woningen/hotel
Het complex staat nog geen honderd meter verderop en we gaan er heen. Er is van alles te doen in het wonderlijke gebouw. Je kunt er koffie drinken en souvenirs kopen; het heeft een hotelgedeelte en huurwoningen. In een informatieboekje lezen we dat voor huurders een ‘vensterrecht’ geldt. Dat betekent dat ze vanuit hun eigen raam “zo ver als ze met een verfkwast kunnen reiken” zelf versieringen/ kleuren mogen aanbrengen. Ik vind het een geweldig idee. Als we (na een kop koffie) om het hele gebouw heen lopen, zoek ik rond de ramen naar creatieve uitvoeringen van het vensterrecht. Ze zijn nergens te vinden. Raar.

“Ik zou echt wel los gaan als ik huurder was,” zeg ik tegen H. Hij lacht me uit en we lachen samen om alle vrolijke kleuren, pilaren, mozaïeken en onverwachte uitbouwtjes van de Groene Citadel. Net als het Hundertwasserhaus in Wenen maakt dit gebouw ons blij.

Dit bezoek alleen al maakt het de moeite waard om een paar dagen in Maagdenburg te zijn.

maandag 24 augustus 2026

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst maken we even een rondje tuin. Die ziet er na een regenachtige week een stuk frisser uit dan in de hete periode daarvoor.

“Wat een heerlijke plek is jouw tuin,” zegt K. als we na het rondje op het achterterras zitten. “Daar word je toch helemaal rustig van.”
“Hm,” zeg ik, “ik zie hier alleen altijd zo veel wat ik nog moet dóen!”
Ze moet lachen. “Dat ken ik. Eigenlijk moet jij in mijn tuin relaxen en ik in de jouwe.”

Het tasje dat K. naast haar stoel op de grond heeft gezet, is maar klein. Dat is wel eens anders, want volgens onze vaste traditie nemen we als we elkaar opzoeken altijd boeken mee. Daaruit lezen we elkaar fragmenten voor en vervolgens lenen we ze al of niet aan elkaar uit. Het wordt wel steeds moeilijker om mooi leesvoer te vinden dat de ander nog niet kent.

“Ik kon eigenlijk niks vinden om je voor te lezen,” vertelt K. “maar op het laatste nippertje heb ik iets anders bedacht.” Ze haalt een zakje tevoorschijn en laat lachend zien wat erin zit: theezakjes. “Er staan van die vragen op de labeltjes. En nou dacht ik: als we die nou eens van elkáár proberen te beantwoorden. Es kijken hoe goed we elkaar kennen.”

Als ik twee mislukte cappucino’s en een koektrommel op tafel heb gezet, komt ze met de eerste vraag.
“Waar word je heel gelukkig van?”
“Die is niet moeilijk om voor jou te beantwoorden,” vind ik. “Eén woord: water!”
Haar antwoord voor mij bestaat na even nadenken uit twee woorden: creëren en tuinieren.

De volgende vraag is moeilijker:
“Wat was vroeger je lievelingsspeelgoed.” Van elkaars kindertijd blijken we niets te weten. Antwoord geven voor de ander kunnen we niet, maar we zitten allebei hardop te bedenken waar we zelf graag mee speelden als kind. Het levert een heel ander gesprek op dan anders. Het begint met speelgoed, maar er komen ook allerlei andere herinneringen mee.

Van die vragen op theezakjes werd ik altijd een beetje een wrevelig. Ik kreeg er zo’n ‘waar bemoei je je mee’ gevoel van. Maar kijk, dit was toch wel een grappig effect.
Nou hebben wij nooit moeite om gespreksonderwerpen te bedenken, maar ik kan me voorstellen dat een gesprek met iemand die je niet goed kent door zo’n theezakjesvraag ineens op gang kan komen.

Tussen het praten door genieten we van de lunch en het lekkere weer en voor we het weten is de halve middag voorbij en stopt K. haar theezakjes terug in de tas. We omhelzen elkaar en ze stapt in de auto om terug te rijden naar haar woonboot.
Dat was dus een bezoek zonder boeken en zonder voorleesfragmenten vandaag. Maar ook zonder boek kunnen we elkaar heel goed mooie verhalen vertellen.

Wormen tellen als burgerwetenschap

Schop, flesje aan een stok, snoeischaar… check. Twee tasjes met testmaterialen … check. O ja, en een fles water. We staan op het punt om aan...