donderdag 2 juli 2026

Can Erik

Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn. Gelukkig voor haar gezin doet ze wel concessies voor degenen die die liefde niet delen.

Soms hebben we gesprekken over recepten. N. leerde me hoe je tabouleh maakt, peterseliesalade met bulgur. Ik leerde haar hoe je pannenkoeken bakt. Een tijdje geleden vertelde ze dat ze altijd zo dol was op onrijpe pruimen, gedoopt in zout. Ze had nooit moeite om dingen met anderen te delen, maar een zakje van die zure, groene vruchten hield ze lekker voor zichzelf.

Ik begreep niet meteen waar ze het over had, want ze wist alleen het Syrische woord ervoor. Maar met plaatjes en veel uitleg er omheen begreep ik dat het om onrijpe pruimen moest gaan. In Nederland kun je ze moeilijk krijgen. In het seizoen zijn ze er soms even in de Arabische winkel, maar dan zijn ze duur en snel uitverkocht.

Ik ging online op zoek en vond wel het Turkse woord: Can Erik, maar kwam er niet achter of het om een speciaal ras ging of dat je meerdere pruimensoorten op die manier onrijp kunt eten.

Nu ken ik iemand, B., die een jaar geleden een huis gekocht heeft in het buitengebied, waar een boomgaardje bij zit met pruimenbomen van diverse soorten. Hij wil er niks commercieels mee, maar gebruikt een deel van de vruchten zelf en geeft er ook veel weg. Ik vertelde B. over mijn vriendin en haar geliefde snack en hij zei dat we best langs mochten komen in z’n boomgaard.

Vorige week leek een goed moment. De pruimen beginnen eruit te zien zoals op de plaatjes van de Turkse Can Erik. Met de auto haalde ik N. en haar achtjarige dochtertje T. op om op pruimenjacht te gaan. We werden ontvangen met een glas fris en nieuwsgierige vragen over de onbekende manier om pruimen te eten.

Door het hoge gras wandelden we naar de pruimenbomen. N. proefde van verschillende soorten, knikte ernstig, zei dat deze misschien over een week goed waren, die van een volgende boom ook. Maar bij de derde boom werd ze blij. Deze waren goed! B. haalde een trap en ging aan het ‘dunnen’. Als je van iedere kluit vruchten een paar weghaalt, blijft er meer ruimte voor de andere om te groeien, dus het mes sneed aan twee kanten.

T. proefde van de groene zure pruimen en spuugde haar hapje meteen weer uit. Zij kreeg een handvol zoete kersen. Ik proefde een klein hapje, maar kon er niet enthousiast van worden. Maar N. was blij met haar grote zak onrijpe pruimen. Ik hoop dat ze er thuis, met een bakje zout erbij, erg van geniet.  

vrijdag 26 juni 2026

Ochtendje repaircafé

Twee handen houden een geopende SMEG melkopschuimer gekantelt om het binnenwerk te laten zien.

"Vind je het leuk om samen naar het repair-café te gaan?" vraagt vriendin A. in een appje.
"Trakteer ik je meteen op een kopje koffie ergens voor je verjaardag.”
Ik hou van het concept repair-café en ik heb A. al te lang niet gesproken, dus ik typ meteen “Ja, leuk!” terug.  

We spreken af op zaterdag om 11 uur, meteen als het repareren begint. Dat blijkt een goed idee, want als we een paar minuten over 11 binnenkomen, zijn er al vijftien wachtenden voor ons. Dat betekent helemaal niet dat we eindeloos moeten wachten. Met haar kapotte melkopschuimer moet A. bij Jasper zijn en die heeft nog geen ‘klanten’. Na het inschrijven kunnen we meteen bij hem terecht.

Jasper is een opgewekte jongeman met een degelijke gereedschapset en genoeg zelfspot. Terwijl hij met de schroevendraaier van A. (“handig, hoef ik niet te zoeken!” de SMEG opendraait, zegt hij: “Ik doe net of ik er verstand van heb, maar dat zegt niet zoveel hoor.”

Een klein uur kijken we op z’n vingers terwijl hij een kluwen draden en fliepjes uit het apparaat trekt die niet bedoeld zijn om het daglicht te zien. Bij alles wat hij doet, geeft hij uitleg en steeds houdt hij voorzichtig een slag om de arm om A. niet blij te maken met een dooie mus.

Tenslotte haalt hij het motortje los, waarvan hij vermoedt dat het niet meer werkt. Het lijkt op een verzwaard waxinelichtje met in plaats van een lont een ijzeren staafje middenin. Jasper meet het dingetje door en constateert dat het is overleden. Een nieuwe heeft ie natuurlijk niet paraat. Samen met A. zoekt hij op internet naar eenzelfde motortje dat ze dan zelf kan kopen.

Nog eens waarschuwt hij: “Het kán nog aan iets anders liggen.” Maar A. wil zeker zo’n waxinelichtje gaan aanschaffen en daarmee later terugkomen. Jasper propt de hele dradenboel zo netjes mogelijk terug en wij gaan eindelijk de beloofde koffie drinken, wat inmiddels op een lunch uitdraait.

Die avond appt A. me dat ze via via een mail kreeg van Jasper. Ze had haar schroevendraaier laten liggen en hij nam helemaal de moeite om haar op te sporen en te mailen. 

De melkopschuimer doet het nog steeds niet, maar we hadden een supergezellige ochtend + lunch. En al wordt het uiteindelijk niks met dat motortje: Jasper kan bij ons niet meer stuk.


maandag 22 juni 2026

Teunisbloem

Zondagavond. Na een erg warme dag is het tegen tienen ’s avonds heerlijk om nog even buiten te zitten. Ik zit met een glas koude limonade aan de stenen tafel met m’n rug naar de achtertuin te niksen. Als ik omkijk omdat ik iets hoor, zie ik juist hoe een grote, gele bloem zich in één keer ontvouwt.

 Teunisbloem om 21.58 uTeunisbloem om 22.18 u.

De teunisbloem is een avondbloem. Overdag ziet ie er een beetje verflenst uit, vooral als het zonnig en warm is. Als het begint te schemeren (of als het flink bewolkt is) laat ie z’n knalgele bloemen zien. Soms duurt het een tijdje voordat een bloem zich blaadje voor blaadje ontrolt, maar soms gaat het soepel in één keer.

Ik zet m’n stoel andersom en kijk. Waar je meestal time-laps filmpjes voor nodig hebt, die versneld laten zien wat er in een paar uur (of veel langer) gebeurt, zie je bij de teunisbloem gewoon live de verandering van de slapende knoppen in stralende bloei. 

We hebben ze op verschillende plekken in de tuin staan. De planten die genoemd zijn naar Sint Antonius van Padua. Dat is vanwege de bloeitijd die rond zijn naamdag op 13 juni begint. Bij ons komt ie niet veel hoger dan een meter, maar je komt ze wel tegen die manshoog zijn. Gewoon in de berm.
Ik weet dat zo’n avondbloem veel nachtvlinders zou moeten trekken, maar als ik van dichtbij ga kijken, zie ik weinig leven. Eén snuitkevertje is alles. Het zal nog te vroeg zijn voor de echte nachtbrakers. 

Meteen na de eerste pop-up bloem heb ik een foto gemaakt. Twintig minuten later staat de hele plant heldergeel te stralen. Op de tweede foto lijken de bloemen licht te geven in de avondlucht. 

Je kunt in je vakantie op safari gaan naar geweldige natuurreservaten. Je kunt tijdens een stedentrip prachtige, beroemde gebouwen gaan bekijken. Je kunt naar een museum gaan om je te laven aan mooie kunstwerken. Maar na een fietsdag tijdens een hittegolf is er weinig zo ontspannend als het kijken naar het kalmpjes openklappen van de gewone teunisbloem.

 

dinsdag 16 juni 2026

Knipperlichtvakantie

We hebben vakantie. Kan dat als je gepensioneerd bent? Nou en of. Het clichébeeld van de genietende pensionado aan een warm palmenstrand in een ligstoel en met een cocktail in de hand heeft ons nooit erg aangestaan. Ja, die cocktail wel, maar de rest niet.

Het is leuk om nuttige dingen te doen als vrijwilliger, vinden we allebei, en dat doen we dan ook. Vooral H. heeft het als voorzitter van de vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer druk. Hij heeft zich er met zoveel enthousiasme in gestort, dat het zo’n beetje een volledige baan is. 

Maar nu hebben we dan toch een ruime week vrij genomen om op fietsvakantie te gaan. Helaas is er per ongeluk tóch een afspraak midden in die week terechtgekomen, waar H. niet onderuit kan (en wil). We waren toch al niet van plan om heel ver weg te gaan, maar nu bedachten we dat het dan maar een knipperlichtvakantie moest worden.

Overdag op stap en ’s nachts in ons eigen huis logeren. We hebben de vroegere slaapkamer van dochter E. ingericht als B&B, ter verhoging van het vakantiegevoel. Onze vriend J. lachte ons vriendelijk uit: “Net een kinderfeestje,” vond hij. Maar daar trekken we ons niets van aan. We ontbijten aan een andere tafel, gebruiken ander serviesgoed en vieren lekker vakantie.

De eerste dag bezochten we de Open Tuinendag in Nijmegen. We bezochten verschillende tuinen en hadden geweldig leuke gesprekken met de eigenaren ervan. De tweede en derde dag maakten we fietstochtjes in Duitsland. Morgen is de vierde dag en behalve dat het weer nog niet helemaal meewerkt, zijn we heel tevreden over onze knipperlichtvakantie. 

We gaan deze week een paar keer naar de bioscoop, drinken koffietjes met taart, gaan een keer ernstig luxe uit eten en af en toe maken we voor onszelf een cocktail. Als het goed is, wordt het weer steeds zonniger. Wie weet zitten we de laatste dag van deze vakantieweek op een ligstoel op een terrasje in de zon met een cocktail in de hand. En daarna is het dan weer afgelopen met het luie-pensionado bestaan. Dan mag er gewoon weer gewerkt worden. Tenslotte kun je als je geen verplichtingen hebt ook nergens vakantie van nemen. 



maandag 8 juni 2026

Een afscheid als kennismaking


M. is dood. Een maand geleden zat ze in de serre terwijl wij van haar man J. een rondleiding door hun tuin kregen. Voordat we weer vertrokken, maakten we even een praatje met haar. Over de mooie tuin en welke planten het dit jaar goed deden en wat een heerlijk plekje die serre was. 

Ik had haar eerder wel een paar keer gesproken, maar kende haar niet goed. Haar man ken ik wél. Hij zit samen met H. in het bestuur van Vrijwillig Landschapsbeheer, is regelmatig bij ons thuis en werkt mee met de dinsdaggroep waar ik ook in zit. J. weet geweldig veel over bomen, struiken en planten en ik leer veel van hem. Altijd als er een extra klus, overleg of bijeenkomst is, is J. daarbij. Over thuis heeft hij het niet vaak. 

Een paar weken geleden liet hij weten dat hij met M. in het ziekenhuis was, waar ze met ernstige pijnklachten was opgenomen. Het ging niet goed. Een week was hij dag en nacht bij haar. Toen wij aan het werk waren in een parkje, kwam hij op de fiets even langs. Hij moest er even uit. Het ziekenhuis zou bellen als er ontwikkelingen waren. 

veld met wilde bloemenNu zitten we in het Crematorium om afscheid te nemen van M. Maar we zijn hier nog meer voor de achterblijver J. 
“We vinden het fijn als je een onverpakte veldbloem meebrengt,” staat op de rouwkaart. Dat doen we. Allebei één, met een mooie, lange steel. Voor de ingang van het Crematorium neemt een jongeman al die veldbloemen in ontvangst. Het is al druk in de aula en het stroomt steeds voller. We zoeken een groepje bekenden op en even later mogen we de zaal in, waar we in stilte wachten.

De uitvaartleider vraagt ons om te gaan staan en er klinkt muziek. Langzaam wordt de kist binnengedragen door de directe familie. Om de eenvoudige kist is een band gespannen met lusjes eraan en in elke lus zijn veldbloemen gestoken. Ik ken de muziek niet, maar die raakt me, net als die bloemenzee-kist. De tranen springen in mijn ogen. 
Ik probeer ze tegen te houden. Vreemd eigenlijk, dat ik het gevoel heb dat ik hier niet mag huilen omdat het niet mijn verdriet is. Omdat ik de overledene maar zo oppervlakkig kende. 

Een uur later ken ik haar wél. Schoonzussen, haar dochter, haar kleinkinderen, een vriendin, vertellen over M. Met brokken in hun keel, soms tussendoor snikkend, of juist glimlachend om een herinnering. Intussen worden foto’s geprojecteerd waarop we haar en onze vriend J. zien: eerst jong, dan middelbaar en ten slotte als zeventigers. 

Zo maken we tijdens het afscheid van M. pas goed kennis met haar. Ze was vrolijk, lief, aandachtig en sprankelend. Ook al had ze pijn. Ook al liep ze slecht. Wat jammer dat we haar niet wat langer hebben gekend. We zullen J. zo goed mogelijk steunen nu hij haar moet missen.





maandag 1 juni 2026

'Op de golven van de stad'

Gebouw De Dageraad
In museum Het Schip kochten we een paar maanden geleden het boekje ‘Op de golven van de stad’, met fietsroutes langs gebouwen van de Amsterdamse School. Dit weekend zijn we in het appartement van vrienden in Slotermeer (Amsterdam) en we hebben het boekje én onze fietsen meegenomen. 

Op zaterdagmorgen fietsen we eerst naar het Roelof Hartplein, waar één van de routes begint. We besluiten daar de fietsen neer te zetten en lopend te beginnen, want er zijn zóveel gebouwen die we moeten bekijken, dat het met de fiets vooral op- en afstappen zou worden.

Meteen al op het plein is het fraaie café-restaurant Wildschut uit 1922, ‘Huize Lydia, voor vrouwen, uit 1927 en ‘Het Nieuwe Huis’ dat in 1928 gebouwd werd ‘voor alleenstaanden’. Een deel ervan is nu Openbare Bibliotheek. Er moet een beeld in de entreehal staan, dus we lopen even naar binnen om dat te bekijken.

Een beeld zien we niet. Wel een vriendelijke jongeman die vraagt wat we zoeken. Hij weet waar het beeld staat en loopt met ons naar buiten om een volgende deur in het gebouw te wijzen. “Als je aanbelt, mag je wel binnen kijken,” zegt hij. We kijken door de raampjes en nog voordat we aanstalten maken om te bellen, gaat er een deur open.

“Wat zoeken jullie?” Alweer een aardige man, die ons binnenlaat. Hij zegt niet zo veel maar laat ons rustig rondkijken. We zijn in een hal van een deel van het gebouw dat nog steeds uit woningen bestaat. 
“Zijn het nog steeds woningen voor alleenstaanden?” vraagt H. en de man zegt dat dat officieel inderdaad zo is. Het beeld in de hal vind ik lelijk, maar het gebouw is mooi. Met veel glas-in-lood ramen en mooi afgewerkte details. 

De bouwstijl van de Amsterdamse School zit vol kleine verrassingen. Bakstenen die in allerlei verschillende patronen zijn gemetseld, grappige uitbouwtjes en randjes, gestileerde huisnummers, sierlijke hijsbalken. Veel gebouwen zijn huizenblokken in opdracht van woningbouwverenigingen. Behalve al die kleine details zijn er ook klokkentorens, beeldhouwwerken aan gevels en soms is een heel gebouw een topstuk, zoals het Dageraadcomplex. Gewoon een complex met woningen, maar bijzonder om te zien, met gegolfde muren, beelden op de hoeken en een sierlijke poort onder het hele gebouw door. 

Uiteindelijk blijven onze fietsen op het Roelof Hartplein staan terwijl we (bijna) de hele route lopend doen. We komen langs een kleine honderd Amsterdamse-school-gebouwen en dit was pas één van de zes routes. Er is dus nog veel meer, maar nu is het even helemaal genoeg. Het volgende gebouw dat we bezoeken is nóg een keer het mooie café Wildschut, maar nu om er lekker op het terras te gaan zitten en een drankje te bestellen 

maandag 25 mei 2026

Theetuinen

Boven, in een van onze vele boekenkasten, staat een hele rij fietsboekjes. Het zijn lange-afstands-routes die we wel eens gefietst hebben, maar ook verzamelingen van dagtochtjes. In een bepaalde streek, in een stad, met een thema. Zo staat er ook ‘De theetuinen fietsgids van Nederland’. Vorig jaar gekocht maar we hebben er nog niet één route uit gefietst.

Pinksterzondag is het prima fietsweer en ik haal het theetuinenboekje tevoorschijn. We zoeken een route die niet al te ver weg begint maar wel langs plekken komt die we nog niet kennen. Het wordt een rondje Betuwe. 

We starten in het kleine dorpje Ommeren, vlakbij het iets grotere Lienden. In het routeboek worden de fruitboomgaarden en het rivierenlandschap genoemd, maar wat ons vooral opvalt is dat hier heel veel boomkwekerijen zijn. Voor de bloeiende fruitbomen zijn we net te laat, maar van de bermen worden we vrolijk. Die zijn op veel plaatsen niet gemaaid en staan vol hoge grassen en wildbloemen. 

Het koninklijke stadje Buren kennen we wel. Een mooi, oud stadje, waar we volgens ons boek het Oranjemuseum kunnen bezoeken en een stadswandeling kunnen maken. We doen geen van beide, maar fietsen wel dwars door het centrum. 

We zijn al voorbij Zoelmond als we ons realiseren dat daar een theetuin had moeten zijn. Niet gezien! We gaan ook niet op zoek, want het is nog wat vroeg voor een pauze. De tweede theetuin van de route vinden we wél; een flink eind verderop, in Maurik. Het is een knusse plek, gewoon in de tuin bij een woonhuis. Maar dan wel een gróte tuin.

Een vriendelijke dame komt bestellingen opnemen. Ze is vermoedelijk de eigenares en de man die later onze drankjes komt brengen zal haar man zijn. Ik schat in dat de theetuin háár idee was en dat hij daar goedmoedig, maar iets minder enthousiast, in mee is gegaan. Het eigengemaakte sapje is lekker.
 
De twee stellen die iets verderop zitten zijn in een ruzieachtig gesprek verwikkeld. Ik hoor iemand bozig zeggen: “Liefdesverdriet zegt ie. Kom nou, iemand van tachtig hééft geen liefdesverdriet.” Een gespreksflard waar ik nog een tijd over na blijf denken. Eén van de twee mannen staat abrupt op. “Waar ga je naartoe?” vraagt een van de anderen. “Even wég!” zegt de man. Als wij even later de tuin verlaten, staat hij een eind verderop met de eigenaar te praten.
 
We fietsen verder en voor we het weten zijn we terug in Ommeren, waar de auto staat. De derde theetuin die we hier hadden moeten passeren is nergens te zien. 
52 kilometer staat op de teller. En dat klopt dan weer precies met wat er in het boekje staat. Tóch leuk, deze theetuinenroute.

Can Erik

Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn....