Posts tonen met het label baby. Alle posts tonen
Posts tonen met het label baby. Alle posts tonen

woensdag 19 augustus 2020

Voor alle zekerheid

Negen dagen oud is het kleine zwartharige jochie. Hij heeft uitgebreid bij mama gedronken en nu ligt ie zoet op de bank. Ogen wijd open om nieuwsgierig naar de wereld te kijken. Er valt ook heel wat te zien. Twee zusjes die met een grote bal heen en weer gooien, een vader die even komt knuffelen, een moeder die niet van hem af kan blijven en het bezoek: ik.

Een week geleden heb ik moeder en kind van het ziekenhuis naar huis gereden. Het is de vierde van N., dus ik zou denken dat ze een ervaren moeder is. Toch vraagt ze mij, moeder van twee inmiddels volwassen mensen, om raad. In Nederland werkt alles dan ook anders dan in Syrië, waar ze haar eerste twee kinderen ter wereld bracht.

De nuchtere Hollandse houding om bij kleine pijntjes even af te wachten is aan N. niet besteed. Zij wil bij elk huiltje dat er actie ondernomen wordt. En zelfs als er niet gehuild wordt, staat ze klaar met medicijn. De kleine A. valt niet in slaap na zijn voeding. Ook in de kinderwagen blijft ie klaarwakker rondkijken, maar hij geeft geen kik. Toch loopt z’n moeder bezorgd rond met het flesje druppeltjes tegen krampjes.

“Zal ik hem een klein beetje geven?” vraagt ze mij.
Ik vraag waarom. Hij lijkt niets te mankeren, nergens last van te hebben.
“Misschien gaat hij dan slapen.”
Vader H. steekt zijn handen in de lucht.
“Ik word gek van haar. Zo gaat het de hele dag. Altijd bang.”
Ik moet lachen. “Als hij niet huilt, ga je hem toch geen medicijn geven,” zeg ik tegen N.

Het flesje gaat toch maar weer in de kast. Maar het zou me niet verbazen als ze hem straks als ik naar huis ben toch wat druppeltjes geeft. Voor alle zekerheid.

zaterdag 9 juni 2018

Babysitten in de wachtkamer

“STILTE!  Wilt u zachtjes praten? Er zijn mensen bezig examens te maken.”
Op wel tien plekken in de wachtruimte hangen A4-tjes met die boodschap. Ik kijk naar de slapende baby in de kinderwagen voor me en hoop dat ze nog even blijft slapen. N. heeft me instructies gegeven over flesjes en fruithapjes en er staat een tas klaar voor alle mogelijke noden van haar baby. We hebben elkaar omhelsd toen ze zenuwachtig naar de examenzaal ging voor haar inburgeringsexamen leesvaardigheid: “Heel veel succes!”

Ik heb me voorbereid op een pittige dag met een boze, huilende baby, die van niemand iets wil weten behalve van haar moeder. Zo was het de afgelopen keren dat ik bij ze thuis kwam. Maar als ze vijf minuten later wakker wordt, ligt ze een tijdje vriendelijk rond te kijken en dan met een rood aangelopen koppie te persen.

Een schone luier dus. Maar de toiletten zijn vlak naast de examenzaal en een aankleedtafel heb ik er niet gezien. Ik vraag het meisje achter de balie of er een plek is waar ik een baby kan verschonen en leg uit dat ik bang ben voor geluidsoverlast. “Huilt ie erg als je hem een schone luier geeft?” vraagt het meisje en ik zeg dat ik dat niet weet, omdat ik het nog nooit gedaan heb.

Een vriendelijke jonge vrouw vraagt in gebroken Nederlands of ze kan helpen. “Ik heb twee kinderen,” zegt ze. Maar dat is het probleem niet. Ik lach: “ik heb ook kinderen, dat komt wel goed.” Het balie-meisje wijst naar de andere kant van de rustige wachtruimte. “Heb je iets om hem op te leggen? Ik dank dat dáár niemand er last van heeft.” Okee… op de grond dan maar. Ik pak in het voorbijgaan mijn regenjas van de kapstok en ze vraagt een beetje verschrikt: “Is dat uw eigen jas?”

Als ik baby T. begin uit te pellen, begint ze te huilen, maar als ik de volle poepluier heb verwijderd, laat ze zich rustig schoonpoetsen en een frisse, nieuwe luier aandoen. Het stinkpakketje gooi ik in de vuilnisbak naast de koffie-automaat. Het zal niemands koffiebeleving verpesten, want er komt toch alleen maar heet water uit de automaat, en bij wijze van cappucino een plasje waterige melk.

Met een schone baby in de kinderwagen ga ik buiten een stukje wandelen. Na een tijdje valt ze weer in slaap en als we terug zijn, komt N. de examenzaal uit. Zuchtend. Het was moeilijk, maar wie weet, heeft ze het toch gehaald. Ze kijkt naar haar slapende kind. “Is ze helemaal niet wakker geweest?”

’s Middags moet N. nóg een examen doen. Baby T. blijft in een goed humeur vandaag. Ik had een beetje tegen deze dag opgezien, maar het valt me erg mee. Dat geldt voor N. ook. Dat ze deze twee examens geprobeerd heeft, vind ik heel dapper, want met twee jonge kinderen en een baby heeft ze heel weinig gelegenheid om te studeren. Ik hoop dat ze het goed gedaan heeft. We zullen zien.

woensdag 7 februari 2018

Verkouden kindje


Er komt een snotterig geluidje uit de schommelwieg. Twee piepkleine handjes gaan met gespreide vingertjes omhoog. Wordt de baby wakker?
Nee. Ze slaapt door.

Op de ronde tafel staat een flesje voor als ze wil eten. Ik zit op de bank in de warme kamer en voel me een beetje machteloos.
N. belde me op mijn werk. Ze wist het even niet meer. Haar man was voor een afspraak naar het ziekenhuis gegaan en moest onverwacht blijven. Zij is thuis met een koortsige baby en twee schoolkinderen. Zelf nog moe en emotioneel, nog geen twee maanden na de geboorte van haar jongste. Bezorgd om haar man, bezorgd over de baby die ze liever niet mee wil nemen naar buiten, waar het flink koud is. Een auto of rijbewijs heeft ze niet en ook geen fiets. Alles moet lopend en de school is bijna twee kilometer verderop.

Ik ben zo snel mogelijk hierheen gekomen. N. deed open met een vlekkerig gezicht. Haspelde alle Nederlandse woorden door elkaar. Kon ik misschien een tas met spullen naar het ziekenhuis brengen? Maar eerst moest ze nog wat dingen halen in het dorp. En de kinderen ophalen, die na school met een vriendin meekonden. Gehaast zette ze een flesje klaar, liep heen en weer, zei dat ze snel terug zou zijn.
Het enige wat ik nu kan doen, is op de baby passen en wachten tot N. terug is.

Er is weer beweging in de wieg. Weer die handjes in de lucht. Uitrekken. En ja, dan is ze wakker en huilt. Het kleine meisje is verkouden. Als ik haar de fles geef, moet ze steeds stoppen met drinken om naar adem te happen. En te huilen, want zo is drinken natuurlijk helemaal niet fijn.
Na het flesje loop ik een half uurtje met haar rond. Pratend tegen haar, zingend. Ze strekt zich achterover alsof ze buikpijn heeft. Huilt, snottert, kijkt met grote ogen, is weer even stil.

Tenslotte gaat ze rustiger ademen en beginnen haar ogen dicht te vallen. Als N. terugkomt met de twee grotere kinderen, ligt de baby te slapen met een klein glimlachje om haar mond.
Ik laat ze alleen voor mijn volgende taak: een rolkoffertje vol noodzakelijke spullen naar het ziekenhuis brengen.

dinsdag 12 december 2017

Vroeg op

Het is nog donker als ik aanbel bij m’n Syrische taalmaatje en vriendin N. Even voor zevenen in de ochtend. Ze doet meteen open. Op pantoffeltjes, in haar dikke badjas met tijgerprint, een wollige hoofddoek om, haar zwangere buik ver vooruit stekend. Achter haar staat haar man H. Ze begroeten me blij en lopen voor me uit naar de kamer.
Binnen zitten de kinderen op de bank voor de televisie. Jassen aan, schoenen aan, rechtop naast elkaar. Ze zien er een beetje slaperig en onwennig uit.
“Wil je koffie?” vraagt H., maar het is me nog te vroeg voor koffie.
“Thee misschien?”
“Ja, lekker.”

Ze lopen allebei ongedurig heen en weer tot de bel weer gaat. Daar is de vriendin die ze naar Nijmegen zal brengen. Koffertje mee…
“Heb je niets anders voor aan je voeten?”
De pantoffeltjes worden ingeruild voor laarzen. De kinderen worden allebei drie keer geknuffeld en ik krijg ook een knuffel. Ik zie N. een traantje wegpinken maar ze lacht dapper, roept nog een keer dag en dan gaan ze. Met de auto naar het ziekenhuis, waar de baby met een keizersnee geboren zal worden.

Daar zitten we dan op de bank. Een tijdje zitten de twee kleine kinderen zwijgend naar de televisie te kijken. Dan komt het meisje naar me toe met een speelbeestje dat ze over mijn handen laat lopen. De jongen zapt heen en weer op zoek naar iets leuks op TV. Ik praat een beetje tegen ze. Dat vandaag hun zusje geboren wordt. Spannend hè, en of in hun rugtasjes eten zit, en fruit en een beker. Dat we straks naar school gaan lopen door de sneeuw. Ze geven netjes antwoord, maar blijven wat stilletjes. Het is ook wel vreemd allemaal.

Om kwart voor acht vraag ik of er nog iemand plassen moet, want we gaan naar school. Ze komen meteen in beweging. De TV gaat uit, de rugzakjes om en terwijl ik in de gang mijn schoenen aantrek, worden netjes alle lichten uitgeknipt. Het is een flink eind lopen naar de school. A. wijst vastberaden welke kant we op moeten; over het brede fietspad. Het is niet de kortste route, maar ik laat hem de weg maar bepalen.

Terwijl we door de sneeuw lopen, komen ze los. D. houdt mijn hand vast en vertelt van alles in een mix van Nederlands en Arabisch. A. schopt brokken sneeuw kapot en wordt een beetje baldadig. Ik vraag hem of hij net als zijn zusje twee juffen heeft, en hij roept: “nee, zes juffen.”
Dan zijn we bij de school. Ik loop met ze mee naar binnen en lever ze bij hun klas af. 

Een half uur later ben ik thuis en begin ik aan een gewone werkdag thuis. Nou ja, gewoon… halverwege de middag krijg ik een fotootje toegestuurd van een gaaf, rond babykoppie op een roze dekentje.

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...