zondag 30 december 2018

Oliebollen voor China

De bel gaat. Door het keukenraam zie ik een jongen voor de deur staan en ik neem aan dat hij met een kaartje van een of ander bezorgbedrijf in z’n hand wacht tot hij mij plichtmatig een gelukkig nieuwjaar kan wensen. Ik hoef niet naar m’n portemonnee te zoeken want in de meterkast liggen wat losse euro’s voor wensende bezorgers.

Maar deze jongen heeft geen nieuwjaarswens. Hij heeft oliebollen te koop. Netjes stelt hij zich voor, zegt dat hij op het Dominicus College zit en dat ze voor een project naar China willen gaan. Daarom zamelen ze nu met een oliebollenverkoop geld in voor ‘de goede doelen in China’.
Eh… de goede doelen in China?

Ik denk een heleboel dingen tegelijk.
Bijvoorbeeld dat het zo’n onzin is dat middelbare scholieren voor een project naar China moeten. Realiseert de school zich niet dat je in deze tijd beter terughoudend kunt zijn met vliegen en dat je met zo’n project een ander signaal afgeeft?
En dat China me nu niet het meest voor de hand liggende land lijkt om geld voor op te halen.
Maar ook dat mijn eigen zoon dolgraag naar Japan gegaan zou zijn toen hij op het Dominicus College zat (daar was toen een uitwisseling mee).
En dat deze jonge zo keurig en beleefd is.

Daarom vraag ik hem niet kritisch wat die goede doelen dan wel zijn, maar vertel gewoon de waarheid:
‘We zijn uitgenodigd op een oliebollenparty en daar hoeven geen extra oliebollen meer bij.’
‘Maar ze blijven wel drie dagen goed, hoor,’ probeert hij nog.
Ik schud vriendelijk mijn hoofd: ‘We kunnen echt geen oliebollen gebruiken.’ En ik wens hem nog succes verder.

Hij groet netjes en loopt naar het buurhuis om het daar te proberen. Ach, je gunt zo’n vriendelijke jongen toch een mooi project in China. Maar je gunt hem ook dat de wereld over dertig jaar nog een beetje leefbaar is.  Misschien had ik hem dát gewoon moeten vertellen.

zaterdag 22 december 2018

Loketten



 
“U had een afspraak om kwart voor elf. Maar het is nu kwart óver elf. Dat is te laat!” zegt de dame achter de balie streng tegen de donkere jongeman die vóór ons aan de beurt is.
N. kijkt me ongelovig aan. Gaan ze hem wegsturen?
Het verschil tussen kwart vóór en kwart óver is niet makkelijk als je de taal niet goed spreekt. Net als andere tijdsaanduidingen. Daar zijn wij zelf ook een paar keer tegenaan gelopen. Dan kwam ik om half 11 aan de deur en had zij begrepen dat dat half 12 zou zijn.
Gelukkig is de man die óók achter de balie zit minder streng. Hij laat de jongeman door en belt ‘naar achteren’ dat er nu iemand met een petje aan komt “zonder afspraak”.

We zijn bij de IND (Immigratie en Naturalisatie dienst) in Den Bosch om het nieuwe identiteitsbewijs voor N. te  halen. Beiden moeten we ons aan de balie identificeren, maar zij komt juist omdat ze geen ID heeft. Ze moet het proces verbaal laten zien dat bewijst dat haar tas gestolen is. Dan mogen we door.
Achter de glazen deur is een ruimte met negen genummerde loketten, maar we moeten eerst naar een centrale balie om een nummertje te halen. Op een groot scherm verschijnt al vrij snel dat nummer met daaronder het nummer van het loket waar N. zich moet melden. Maar voordat ze het plastic pasje in ontvangst mag nemen, moet er eerst betaald worden, aan weer een ander loket.

132 euro kost het pasje, waar ze tien weken op heeft moeten wachten en waarvoor we vandaag (om 11.20 u) helemaal naar Den Bosch moeten. Als N. het in haar hand heeft, zegt ze tegen me dat ze het thuis gaat bewaren en dat ze het nooit meer in haar tas mee zal nemen.

Voordat we weer terug rijden, ga ik even naar het toilet. Aan de binnenkant van de deur zit een sticker met pictogrammen die duidelijk maken dat het niet de bedoeling is om gehurkt op de rand van de wc plaats te nemen om te plassen. Een plaatje daarnaast betekent blijkbaar dat wc-papier hier gewoon ín de toiletpot mag. Maar wat mij betreft lijkt de boodschap te zijn: “gooi die rol er maar in.” Ik grinnik.

N. is in gesprek geraakt met een wachtende man. Als ze me terug ziet komen, groet ze hem vriendelijk en pakt haar tas. We lopen langs de andere wachtenden, door de glazen deur, langs de balie bij de ingang waar de strenge dame inmiddels verdwenen is. Dan rijden we door de stromende regen terug naar Beuningen. “Ik houd van regen”, zegt N., “en ik hou van Beuningen.” Ze is blij dat ze weer een ID heeft. Dan kan ze tenminste over twee weken weer een examen gaan doen. Nu nog even goed oefenen! 

vrijdag 14 december 2018

Interview over Europese vrouwen

Het is koud, maar als ik op Amsterdam Centraal uit de trein stap, schijnt de zon. Mijn interview-afspraak in Amsterdam Noord is pas over een uurtje en ik besluit een OV fiets te huren. Lang geleden dat ik dat deed.

Vanaf de pont over het IJ is het nog geen twee kilometer fietsen. Ik moet even zoeken naar het goede huisnummer en sta een tijdje te worstelen met het slot van de blauw-gele fiets. Dan bel ik een kwartier te vroeg aan.

Het is een knus huisje waar M. woont. Ze biedt me koffie aan die ze even ‘aan de overkant’ moet gaan halen, zodat ik een minuut of tien alleen in haar kamer ben. Nieuwsgierig bekijk ik de titels in de open boekenkast en zie dat ze, net als ik, een allesvreter is. Van Harry Mulisch tot Sofie Kinsella.

Als we met elk een grote, kartonnen beker koffie aan tafel gaan zitten, zijn we al meteen in gesprek.
Over mijn werk en dan over haar website.
Wacht. Nu moet ik meteen de opname aanzetten, anders moet M. straks alles voor de tweede keer vertellen en daar wordt een audio-interview meestal niet beter van.
Ik kom met haar praten over haar website womenofeurope.eu. Daar verzamelt ze verhalen van gewone vrouwen uit Europese hoofdsteden met daarbij mooie fotoportretten. Zeven willekeurige vrouwen uit elke hoofdstad van Europa, is de bedoeling. M. heeft nu zeven steden gehad, dus ze kan nog even vooruit.

Het is een leuk gesprek. De site is een persoonlijk project van M., die werkt als freelance journaliste. Ze vindt het leuk dat in dit interview met haar andere vragen gesteld worden dan meestal. Ik vraag haar om beschrijvingen te geven van de foto’s op de website, die we nu samen bekijken.
Als ik het opnameapparaat heb uitgezet, blijven we nog een tijdje doorpraten. ‘Leuk werk hebben we allebei,’ concluderen we na een tijdje. Dan beloof ik haar een presentexemplaar van de cd waar het interview op komt en we nemen afscheid.

Opgewekt stap ik weer op de fiets en onderweg naar huis bedenk ik weer eens dat het toch wel bijzonder is dat zo’n gezellige ontmoeting met iemand in Amsterdam gewoon als werk telt.
Leuke baan toch!

vrijdag 7 december 2018

Koffie op doktersadvies

Het regent en waait, maar ik heb mezelf beloofd om op de fiets te gaan vanmorgen. Je moet je conditie toch ook in de donkere maanden een beetje op peil houden. Dus ik trek een regenpak aan en fiets naar de bloedbank in Nijmegen.

Na een kilometer kom ik een omleiding tegen. Vaak kun je dan met de fiets nog wel ergens  tussendoor kruipen, maar als ik dat sta te overwegen, lees ik onder aan het bord: “Geldt ook voor – en dan een plaatje van een fietser en een voetganger.”                             
Oké. Een kilometertje extra dan.

In Nijmegen loopt de weg omhoog en ik bedenk tevreden dat dat terug dus lekker omlaag is.
Mijn regenpak is van binnen beslagen als ik het uittrek en aan de kapstok hang bij Sanquin.
Ik vul de gebruikelijke vragenlijst in, krijg het gebruikelijke vervelende vingerprikje en m’n ijzergehalte is weer eens op het nippertje hoog genoeg.
“Je bloeddruk is een beetje aan de lage kant. Drink je koffie? Dan raadt ik je aan tijdens de donatie een kop koffie te drinken.”
Ik moet lachen: “Dat is dan de eerste keer van m’n leven dat ik op doktersadvies koffie drink.”

Terwijl ik naast het apparaat vol slangen op een ligbed plaatsneem, krijg ik een cappucino aangereikt. En een broodje kaas. Alles voor de goedgeefse donor.
Een uur later maak ik m’n fiets los. Het regent niet meer en de weg loopt het eerste stuk omlaag. Maar halverwege moet het regenpak toch weer aan en heb ik de vlagerige wind veel meer tegen dan ik had verwacht. Ik denk aan het bordje dat ik een keer bij de bloedbank las: “zware lichamelijke inspanning tijdens de eerste 24 uur na de bloeddonatie wordt afgeraden.”

In een lage versnelling ga ik langzaam tegen de wind in. Het duurt een tijd voordat ik de schuurdeur van het slot draai en hijgend m’n fiets naar binnen duw.
Zo, dat is ook weer gedaan. De laatste bloeddonatie van dit jaar. En nu wordt het tijd om de kerstboom te gaan versieren.


Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...