zondag 26 november 2017

Vernieuwde kamer

“Komen jullie binnenkort een keer kijken?” vraagt mijn broer aan de telefoon. “We zijn de boel helemaal aan het verbouwen. Het wordt mooi, hoor!”
Bij mijn broer en zijn gezin thuis is het altijd een vrolijke bende. Met een Amerikaanse bully, drie chihuahua’s, altijd wel minstens één nest jonge poesjes en vaak nog wel wat kleine, meer of minder exotische beestjes. In een hoek van de kamer groeide het terrarium van m’n neefje de laatste jaren uit tot een vier verdiepingen hoog gevaarte. Toen vond z’n vader het ineens genoeg geweest, vertelde hij. En nu gaat dat bakbeest de deur uit, net als de oude kast en de bank. Er komt een nieuw wandmeubel en de hele kamer krijgt een fris, nieuw kleurtje. Mijn broer beschrijft enthousiast de nieuwe aankoop (en de onderhandelingen erover) en tijdens ons telefoongesprek zie ik de ruime, vernieuwde kamer voor me.

Dus zijn we zaterdagmorgen op weg naar Den Ilp. Onderweg kopen we een chocoladetaartje, dat H. bijna laat vallen als hij enthousiast begroet wordt door hond Charlie. Schoenen in de hal op een hoge plek, zodat ze niet per ongeluk stukgebeten worden, en dan de kamer in. Daar is weliswaar van alles van plaats veranderd, maar de beschreven verandering is nog niet helemaal gelukt. Bij het in elkaar zetten van een kast, bleek namelijk een paneel flink beschadigd en nu moeten ze vier weken wachten op een nieuw. Dus ligt alles even stil. De tafel is midden in de kamer geparkeerd, want die moet komen waar de oude kast nog staat. En zo moet er nog een en ander op z’n plek gezet worden.

We gaan gezellig om de centrale tafel heen zitten met koffie en chocoladetaart. Precies genoeg voor ons, mijn broer, schoonzus, neefje, nicht, hun oma en de kleine logé Bear, die ons even verlegen bekijkt, maar zich al gauw enthousiast op een stuk taart stort. “Z’n lievelingstaart!” zegt schoonzus T. lachend. Even later zitten we met z’n allen een bordspel te doen, dat extra spelregels krijgt omdat Bear vindt dat er auto’s mee moeten rijden met de pionnen. Als hij aan de beurt is, telt iedereen hardop mee omdat hij zelf eigenlijk nog niet kan tellen.

We eten lekkere broodjes, kijken naar een gek televisieprogramma waarin mensen tijdens een ritje in de achtbaan een gerecht moeten klaarmaken; we aaien honden en katten en maken een afspraak om elkaar met kerst weer op te zoeken. Zou de nieuwe inrichting dan helemaal klaar zijn?
“Natuurlijk!” roept iedereen.
Dus gaan we over een maandje in de herkansing. En of de verbouwing dan helemaal gelukt is of niet, gezellig wordt het toch wel daar in Den Ilp.

zaterdag 18 november 2017

Mopperen met de media

Mijn vader was geen levensgenieter. Integendeel; hij was vaak boos en verontwaardigd over alles wat er in de wereld gebeurde. Het leek wel alsof hij er genoegen in schiep om te mopperen. Las hij de krant, dan kon je er vergif op innemen dat er iets instond waar hij eens flink over tekeer moest gaan. Keek hij naar het journaal – en dat sloeg hij zelden over – dan werd er luidkeels gescholden op welke politicus er dan ook op dat moment in het nieuws was. Het kwam de sfeer niet ten goede en ik heb er heel wat keren ruzie over gehad met hem.

De laatste jaren van zijn leven was hij wat milder. Maar een gezellige, positieve man was hij nooit, en dat maakte zijn eigen leven en dat van de mensen om hem heen er niet makkelijker op. Voor mij is het een voorbeeld van hoe ik níet wil zijn. Toch is er van dat gemopper en die verontwaardiging over dingen wel iets in mijn genen meegeslopen. Ik kan me soms opwinden over iets dat ik in de krant lees en met plezier aan m’n omgeving uitleggen dat iets complete onzin is. Of hoe onbegrijpelijk een actie/ aanslag / bewering is. Soms denk ik dan als ik mezelf hoor praten: nou zeg, ik lijk m’n vader wel! En dan hou ik vlug m’n mond.

Deze week stond er in het AD een artikel over ‘het nationaal salaris onderzoek’. Er bleek uit dat vrouwen nog altijd minder verdienen dan mannen, maar dat vrouwen desondanks vaker tevreden zijn met hun salaris. Terwijl ik het artikel las, voelde ik mezelf steeds kwaaier worden. Maar denkend aan mijn vader, hield ik m’n mond dicht. In stilte googelde ik hoogleraar psychologie Jaap van Muijen, de deskundige eikel die in dit artikel aan het woord komt om te beweren dat het allemaal aan de vrouwen ligt en dat ze actie moeten ondernemen. Bijvoorbeeld een cursus onderhandelen volgen.

Ik ontdekte dat meneer Van Muijen als nevenfunctie docent is bij een duur opleidingsprogramma voor Future Female Leaders. Jaja, en dan als psycholoog deze oplossing aandragen voor de ongelijkheid in beloning. Ik merk dat ik net als m’n vader kan zwelgen in de verontwaardiging over zo’n figuur. Maar er is een elegantere manier om daar iets mee te doen dan mopperen en schelden. Ik schrijf het op. Op de verhalenwebsite Tallsay, in een lekker schmierend commentaar. Wie het lezen wil, is welkom, maar mijn omgeving ga ik er verder niet mee lastig vallen.

zaterdag 11 november 2017

Snelle trein

We spreken om kwart voor 11 af in Rotterdam. Dan kan ik Vanuit Nijmegen de Intercity naar Schiphol van 9 uur nemen en reis ik met 40% korting. Waar ik even niet aan had gedacht is dat de trein om twee minuten vóór 9 vertrekt, wat betekent dat voor de hele reis geen dalurenkorting geldt. Trouwens, als ie om 9 uur zou vertrekken, moest ik ook op z’n minst een paar minuten eerder door het poortje met hetzelfde resultaat.

Onderweg kom ik erachter dat de overstap in Utrecht niet gaat werken, want “er zijn inspectiewerkzaamheden aan het spoor”. Reizigers naar Rotterdam wordt aangeraden door te rijden naar Schiphol en daar over te stappen. Dus stuur ik een whatsapp berichtje dat ik vertraging heb en neem op Schiphol de eerste trein naar Rotterdam. Dat blijkt een Intercity Direct te zijn.

Op elke deur van de trein staat met grote letters dat voor deze trein een toeslag betaald moet worden, maar ik denk: het was niet mijn eigen keus om via Schiphol te reizen en het lijkt me niet nodig om voor deze vertraging ook nog eens extra te betalen. Ik zie wel wat er gebeurt als er controle komt. Ik hoor het stel dat voor me zit, praten over tien euro toeslag en bedenk wat ik tegen de controleur ga zeggen. 

Ze komen met z’n tweën, één links en één rechts. Die van onze rij staat stil bij de mensen voor me. Ze vragen iets dat ik niet versta doordat de trein door een tunnel raast. Wél hoor ik de NS man opgewekt zeggen: “U bent op weg naar Dúitsland!” Huh? Ik schrik en zie de vrouw voor me ook schrikken. Tegelijk komt de tweede controleur naast mijn stoel staan: “Vervoersbewijs alstublieft.”

Ik geef hem m’n OV-kaart en doe mijn mond open om over de toeslag te beginnen, maar hij is me voor: “O, ik zie dat je vanaf Nijmegen komt. Dan hoeft die toeslag niet.” De trein gaat gewoon naar Rotterdam. Om vier minuten over 11 ben ik op het nieuwe, glazen Centraal Station. Dat valt mee; zo’n Intercity Direct is echt snel. Maar een tientje toeslag lijkt me toch echt overdreven. Later googel ik het en zie dat het 2,40 extra kost. Hm, ik zal het onthouden voor als ik ooit met grote haast van Schiphol naar Rotterdam moet. Of naar Breda, dat kan ook. Maar Nijmegen zit niet in het traject van die snelle trein. Pech gehad.

maandag 6 november 2017

Rust zacht, tante

“OPSTAAN! Zonde van ’t mooie weer!!”
Mijn tante hield er niet van als je je tijd verlummelde door uit te slapen, ook al was het vakantie. Ze joeg ons ’s morgens gewoon het bed uit; eigen kinderen én logerende nichtjes. Als je te laat aan het ontbijt verscheen, was de thee op.

Zeven kinderen hadden m’n oom en tante in Froombosch, een neef en zes nichten, waarvan ik met de middelste drie optrok. Maar er was altijd ruimte voor een paar logé’s in de zomervakantie. Ik herinner me de ruimte om het doe-het-zelf huis, dat met de tuin met kersenbomen er omheen een eiland op het Groningse platteland vormde. Om er te komen, moest je eerst een kilometer (of was het meer?) over een pad tussen korenvelden door lopen. Vlakbij was de beroemde gasbel van Slochteren, waarvan je de vlam altijd hoog bovenuit een pijp kon zien branden.

We droegen dezelfde kleren, mijn nichtjes en ik. We hielpen tuinbonen plukken in de grote moestuin, die we daarna open maakten om de boontjes uit hun fluwelen bedjes te rissen. Van de dubbeltjes die we daarvoor kregen, gingen we in het dorp negerzoenen kopen. Of we plukten kersen en aten die tot we er buikpijn van kregen.

Mijn tante zwaaide de scepter. Van haar moest ik net zo goed meehelpen met tafeldekken en afwassen als haar eigen kinderen. Streng was ze en niet altijd even vriendelijk. Maar humor had ze altijd wel en ik kon het goed met haar vinden.

De tijd van de zomerse logeerpartijen ging voorbij. Het contact verflauwde, maar ze bleef wel een van m’n favoriete tantes. Op haar negentigste verjaardag kwam ik naar het feest in het dorpshuis van het kleine, Groningse dorp waar ze woonde. De zaal puilde uit; en niet alleen met familie. Het hele dorp kende deze bijzondere, reislustige vrouw die nooit een blad voor de mond nam.

Niet veel later begreep ik van haar kinderen dat ze geestelijk achteruit begon te gaan. De laatste jaren raakte ze flink de weg kwijt, maar, zeiden mijn nichten, ‘ze werd ook lief, en dat was een cadeautje voor iedereen.’ Want voor haar eigen kinderen was het bij tijden knap lastig geweest om zo’n recht-toe-recht-aan moeder te hebben die zich weinig liet gezeggen.

Vandaag is ze begraven. De sporthal waar we bij elkaar kwamen voor het afscheid, zat vol. Behalve de grote familie waren er vroegere buren, dorpsgenoten, vrienden van m’n tante. Vierennegentig is ze geworden. Een kleine, broze vrouw met een grote persoonlijkheid. Rust zacht, tante.

zondag 5 november 2017

Verbannen naar buiten

Een of twee keer per jaar komt R. bij ons eten. Hij is verstandelijk beperkt en toen hij een tiener was en zijn vader verloor, heeft H. vanuit z’n werk tijdelijk een soort vaderrol voor hem vervuld. Intussen is R. een volwassen man, maar eigenlijk blijft ie altijd een kind.

Als hij komt eten gaat dat altijd volgens hetzelfde stramien. H. haalt hem op, in de keuken eten we – macaroni of pizza – en dan wassen we samen af. We praten over het werk van R., over huisgenoten die we al of niet van vroeger kennen en misschien over zijn nieuwe schoenen of zoiets. Daarna drinken we koffie bij de televisie en kijken naar GTST. Om een uur of negen staat hij op en zegt dat hij nu wel naar huis wil. Dan brengt H. hem weer naar zijn woongroep.

Woensdag a.s. staat er weer een eetafspraak met hem op de kalender en dat heeft grote gevolgen voor onze aanloopkat Salomon. R. is namelijk allergisch voor katten. Het betekent dat onze grijze haarbal al een week niet naar binnen mag. We weten niet precies hoe lang de allergene stoffen in huis blijven hangen, maar nemen het zekere voor het onzekere. Ik ben met de stofzuiger extra grondig het hele huis door geweest, stoelen waar Salomon op heeft gelegen zijn afgesopt en het beestje is tot na komende woensdag naar buiten verbannen.

We krijgen het hem niet uitgelegd. Elke dag staat hij bij de achterdeur geduldig te wachten. Af en toe mauwt ie en zet z’n pootjes tegen de ruit. We vinden het zó sneu. Dit weekend zijn allebei de kinderen thuis en als ik zelf met m’n rug naar de achtertuin zit, vertelt mijn dochter me precies hoe zielig hij naar binnen zit te kijken. In de regen!

Gisteren liep hij met me mee de schuur in toen ik m’n fiets naar binnen zette. Hij weet dat je ook vanaf díe kant ons huis in kunt. Ik heb hem liefdevol opgepakt, een knuffel gegeven en weer buiten gezet. Aaaaaach. Maar we houden vol. Nog drie dagen. En als R. dan zonder niezen en tranen op bezoek geweest is, gaat de deur weer open voor Salomon. Ik hoop dat ie intussen niet boos vertrekt naar een ander aanloopadres.

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...