Posts tonen met het label vissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vissen. Alle posts tonen

donderdag 13 september 2018

Vissen met rode vinnen

Het is een mooie nazomerdag. H. en ik hebben op deze doordeweekse donderdag allebei vrij en we gaan lekker naar buiten. Maar dan wel om aan de slag te gaan. De randen van de boot moeten voor de winter in de lak gezet worden en ook in de tuin valt er wel het een en ander te regelen.

Ik ga een stukje oerwoud in de voortuin te lijf en H. gaat de boot in. Na een uur loop ik achterom naar het water om even te buurten.
“Moet je kijken,” zegt H. “Er zitten hier een heleboel vissen.”
Een meter achter de boot zie ik ze zwemmen, dicht bij de oppervlakte van de sloot. Tientallen, misschien wel honderden visjes van tussen de vijf en vijftien centimeter lang. Ze hebben rode vinnen en staarten.

Ik gooi een kruimel brood in het water en die is meteen verdwenen. Grappig. Binnen staat nog ergens een grote pot vissenvoer. Die zoek ik op en we gooien kleine handjes van de gekleurde korrels tussen de visjes. We kijken een tijdje hoe het voer wordt opgeslokt en dan ga ik op de iPad opzoeken hoe deze vissen heten.

De meeste gewone tuinvogels herken ik wel en ook van een aantal veel voorkomende vlinders weet ik hoe ze heten. Maar met de vissen in de sloot heb ik me nog nooit beziggehouden. Af en toe zien we tijdens het varen wel eens wat donkers langs zwemmen. Zo’n hele school met kleurige vinnen heb ik hier nooit eerder gezien.

Er blijken allerlei soorten vissen met rode uiteinden te zijn, maar waarschijnlijk zijn dit blanke voorns. Ongeveer de meest voorkomende zoetwatervis van Nederland. Je kunt ze blijkbaar eten. Zo ontdek je nog eens wat. Tja, ik vind vis best lekker, maar deze laat ik liever gezellig zwemmen. Dag voorntjes, het was leuk om kennis te maken. Nu ga ik weer verder knippen in de voortuin.

vrijdag 29 juli 2011

Visjes

Als redacteur van een gesproken kindertijdschrift leer ik steeds nieuwe dingen. Voor elk thema-onderwerp waar we een nummer over maken, struin ik internet en bibliotheek af naar informatie en ideeën. Bij de zoektocht voor het thema “Vissen” kwam ik Garra Rufa of knabbelvisjes tegen. Kleine visjes die dode huidcellen eten.
Ik had er jaren geleden eens iets over gelezen in verband met huidziekten zoals psoriasis. Lijders hieraan konden zich laten behandelen door in een bad met die visjes te gaan liggen, die dan alle ongerechtigheden weg zouden knabbelen. Je moest er toen nog voor naar Turkije.
Tegenwoordig blijken de Garra Rufa visjes geannexeerd te zijn door de wellness industrie.
Schoonheidssalons in Nederland houden de visjes speciaal om hun cliënten een verwenbehandeling aan te kunnen bieden. Een soort levende scrub. Het is een trend.
Kort nadat ik dat via internet ontdekte, liep ik over de boulevard in Scheveningen. Voor een strandtentje stond een opvallend bord waarop stond dat je er massages kon krijgen en diverse behandelingen, waaronder één met knabbelvisjes. Een kwartier met je voeten tussen de vissen voor 15 euro. Binnen in de tent stond een vierkant open aquarium met helder water, waarin talloze kleine visjes zwommen. Er was weinig animo vanuit het publiek, maar dat lag misschien aan het tijdstip: vroeg in de avond. Iedereen was op weg naar een friettent of restaurant of naar huis.
Weer een paar dagen later kreeg ik van mijn kinderen een verlaat verjaarscadeautje. Een waardebon voor een dagje sauna. “Zo gezond als een vis”, heet het arrangement en één van de extraatjes is: een behandeling door Garra Rufa Visjes.
Ik kijk er naar uit.

zondag 16 januari 2011

winterslachtoffers

Toen alle sneeuw gesmolten was, aanschouwden we het slagveld:

In de vijver drijven vier dode goudwindes. Hun witte buik naar boven. Als kleine visjes van 6 centimeter hebben we ze jaren geleden gekocht. Ze zijn fors gegroeid. De koude winter van vorig jaar overleefden ze zonder problemen, maar nu hebben ze het loodje gelegd.
Ik was er al bang voor.
Onze vijver is diep genoeg om ’s winters in te overleven als je een vis of een kikker bent. Ook als het stevig vriest. Zelfs toen er weken lang een bevroren laag sneeuw op lag, maakte ik me nog niet veel zorgen. Wat de vissen volgens mij de das om deed was onze lekkage. Om daar een eind aan te maken, schepte H. de sneeuw van ons platte dak. Grote scheppen sneeuw smakten naar beneden. Eerst in de zijtuin, daarna op de dichtgevroren vijver.
Mijn protesten wuifde hij weg, terwijl hij doorging met de sneeuwlawine. Het hielp; de volgende dag konden de teiltjes die midden in de kamer stonden terug in de kast. Maar nu de sneeuw weg is, zien we overal in de tuin grote kiezelstenen liggen. Net zulke als op ons dak. En vier slachtoffers in de vijver.
H. wast zijn handen in onschuld. Hij gelooft er niets van dat de sneeuw van het dak de genadeslag was voor onze vissen. Het is gewoon te lang te koud geweest. Hij vist de goudwindes met een schepnetje uit het water en kiept ze naast elkaar in een hoekje van de voortuin. Dan gaat de telefoon en is er binnen van alles te doen.
De volgende morgen zijn de vissen verdwenen. We verdenken de dikke, grijze kater die onze tuin als zijn persoonlijke territorium beschouwt. Maar of die ze echt opgegeten heeft zullen we nooit weten. Net zo min als de echte oorzaak van hun dood.

woensdag 7 juli 2010

vissen voeren


Toen we in dit huis kwamen wonen, wilde H. graag een vijver in de voortuin. Omdat de achtertuin aan het water ligt, vond ik dat onzin. Maar H. zette door en nu wordt ons voortuintje gedomineerd door een vierkante vijver van zo’n twee bij twee meter.
De waterplanten zijn het domein van H. en ook de zuurgraad en wat er nog meer bij zo’n ecosysteem komt kijken. In het voorjaar worden er emmers water met geheimzinnige toevoegingen in de vijver gestort, die de boel eerst een dag akelig troebel maken. Daarna verdwijnen langzamerhand de algen.
Ik had niet verwacht dat ik een vijver zo leuk zou vinden. Regelmatig neem ik even rustig de tijd om de vissen te voeren. Als ik wat voer in het water gooi, ontstaat er meteen een druk gewoel. Vier goudwindes zigzaggen met grote snelheid door het water en happen van onderaf naar de voerkorrels zodat je het hoort ploepen. Soms komt er een ploep uit het niets en zie ik daarna de donkere blauwwinde wegschieten. Bijna onzichtbaar tussen z’n lichtoranje maatjes.
De grote witte goudvis met z’n oranje petje trekt zich van het voergebeuren niets aan. Kalm blijft ie een eind beneden het wateroppervlak zweven. Maar wel in de buurt van de drukte, alsof er toezicht gehouden moet worden.
En dan is er nog de kleine, feloranje goudvis. Die is een beetje dom. Enthousiast zwemt ie achter de meute aan, maar hij is minder snel dan de heen en weer schietende windes. Soms zie ik em happen, maar meestal is dat net te laat, dan was een ander hem net voor. Vaak laat hij ook gewoon z’n kans voorbij gaan. Zorgvuldig mik ik wat korreltjes precies boven z’n kop, maar hij ziet ze niet en zwemt weg. De sukkel.
Echt nodig is het niet om de vissen te voeren. Er zit genoeg eetbaars voor ze in de vijver om in leven te blijven. Maar gezien het enthousiasme waarmee ze op het voer af komen, is het van nature geen vetpot daar in het water. En het voeren is gewoon leuk.
Soms gaat H. mee naar buiten. Dan zitten we met een kop koffie op het bankje te kijken naar onze mooie vijver. De vijver die van mij eigenlijk niet zo nodig hoefde. En echt waar, H. heeft nooit triomfantelijk gezegd: “Zie je nou wel, dat een vijver leuk is!”

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...