zaterdag 26 september 2015

De tuin en het leven

We zetten de deur open, want het is een prachtige dag.
Ik loop de achtertuin in, waar een zee van gele bloemen het zomergevoel vasthoudt, terwijl verderop de eerste herfstasters beginnen te bloeien.
Eerder deze maand heb ik een stukje grond naast het achterterras vrijgemaakt, waar ik volgend jaar courgettes of pompoenen wil zetten en ik haal tuingereedschap uit de schuur om verder te gaan met die klus. Ik knip de nieuwe uitlopers van een hardnekkige stronk, die niet opnieuw een grote struik mag worden en haal de rommelige planten weg die ernaast staan.

Met een grote emmer tuinafval loop ik langs het huis naar de compostbak en in het voorbijgaan zie ik dat rond de buitenkraan het onkruid enthousiast opkomt. Op de terugweg kan ik het niet laten om dat stukje nu eerst aan te pakken. Terwijl ik het groen tussen de stenen uit trek, denk ik aan de roman ‘Aanwezig’ van Jerzy Kosinski. In dat boek komt een eenvoudige tuinman in de politiek terecht. De mensen om hem heen zien zijn uitspraken over tuinieren als vergelijkingen die eigenlijk over wereldproblemen gaan.

De tuin als allegorie voor het leven. Ik bedenk dat dat in mijn geval eigenlijk best klopt. De hapsnap manier waarop ik nu in de tuin bezig ben, zie ik terug op allerlei andere gebieden. Ik kom iets tegen dat me interesseert en dan besluit ik me daarmee bezig te houden. Maar er zijn zo veel leuke dingen, dat je ze niet allemaal tegelijk kunt bijhouden.
Schrijven: doe ik elke dag
Zingen: soms fanatiek, nu even nauwelijks
Tekenen: al heel lang geleden dat ik dat serieus heb gedaan
Kleding maken: afgelopen winter fanatiek mee begonnen, maar in de zomer is het veel fijner om buiten te zijn.
Tuinieren: heerlijk om te doen, maar soms ga ik liever fietsen, of varen, of een weekendje weg enz.

Zo zijn er in mijn tuin ook steeds stukjes die ik netjes een seizoen lang bij hou, terwijl andere stukken veel minder aandacht krijgen. Die moeten dan volgend voorjaar maar weer serieus aangepakt worden. Is dat erg? Soms zou ik graag meer orde en overzicht willen: een plan voor de héle tuin; een belangrijk doel in mijn leven. Maar soms kan ik ook enorm genieten van een klein stukje dat helemaal mooi en op orde is.



Vandaag is dat het hoekje bij de buitenkraan. Met dat doel in mijn leven neem ik voor vandaag dan ook even genoegen. Nou ja, bijna. Want m’n wekelijkse blogje moet natuurlijk ook geschreven worden, en wat is ie diepzinnig vandaag.
 Misschien had ik filosoof moeten worden.

zondag 20 september 2015

Groene energie vanaf het dak van een blauw huis

Er zit een man op het dak.
Op ons platte dak legt hij dertien zonnepanelen. Toen we een paar maanden geleden online onze gegevens invoerden, kwam er een plan uit met negen panelen, maar na een schouwing bleken er dertien op te passen. De lichte aarzeling die ik bij dat getal voelde, verbaasde mij zelf. Ik blijk dus ergens vanbinnen een beetje bijgelovig te zijn. Maar het werden er toch dertien.
 
Eén jonge man komt ze leggen. Ik hoor hem lopen en dingen verschuiven. Als hij de ladder af komt om iets uit z’n auto te halen, roep ik hem binnen voor koffie. Ik vertel hem dat kort geleden gelukkig de hardnekkige lekkage is opgelost van dit zelfde dak waar de panelen op komen.
“Er zat een winkelhaak in.”
“Ja”, zegt hij “ik ben de reparatie net tegengekomen toen ik het grind opzij schoof.”
Dus dát was dat zware schuifgeluid.
“Het grind opzij schuiven? Kan dat geen kwaad?” wil ik weten. Maar hij zegt dat ie het straks netjes terug legt, deels als verzwaring voor de zonnepanelen. Hij legt me het systeem uit van het plaatsen en dat het Zuid-Oosten de meest geschikte richting is om zo veel mogelijk zonlicht te vangen. Helaas is er vandaag niet zo veel zonlicht. Er hangen zware, grijze wolken, en even later trekt hij een regenpak aan om weer het dak op te gaan.
 
Het lijkt me zwaar werk. De panelen zelf zijn niet erg zwaar, maar ze zijn wel een meter bij 1.65 en ze moeten stuk voor stuk de ladder op gesjouwd worden. Net als alle andere onderdelen trouwens. Halverwege de middag, als ik nog een keer koffie heb gezet, komt de elektricien er bij. Ik mag kiezen of de bedrading door het dak of door de muur gaat. (De muur graag) en of er een gebogen buis buitenom de muur naar het dak loopt of een recht buisje waaruit een paar draden verder het dak op gaan.

 
De laatste klus is het ophangen van de omvormer in de hal en het aansluiten ervan op ons elektriciteitsnet. Dan komt de dakman om het hoekje van de deur dag zeggen en de man van de elektriek komt om een stofzuiger vragen. Hij maakt de hal weer helemaal schoon en komt dan uitleggen hoe ik op de website de prestaties van onze zonnepanelen kan volgen. Eerst zorgt hij dat er een verbinding komt tussen onze wifi en de “solar-wifi” en dan maakt hij in een moeite door een account voor me aan.
 
Er is niet meteen iets te zien op de grafiek die de opbrengst moet weergeven, maar een half uur later zie ik op mijn i-pad dat onze zonnepanelen werken. Op donderdag 17 september rond vijf uur ’s middags begint het. En op zondagavond hebben we volgens het schema 0.076 bomen bespaard. Het zijn natuurlijk virtuele bomen en we hebben geen idee of ze vier meter hoog zijn of veertig. Maar het gaat om het idee. Groene energie, vanaf het dak van ons eigen, blauwe huis.
 
 

zondag 13 september 2015

Demonstratie Red de Zorg. Met z’n vijftienduizenden van Damrak naar Westerpark.

(12 september 2015)
“Wie zijn de zorg?” roept de man op het podium en duizenden mensen roepen “WIJ!”
“Waar is de zorg?” “HIER!”
Ik roep niet mee, want ik werk niet in de zorg, maar ik voel me betrokken genoeg om naar Amsterdam te komen voor de demonstratie Red de zorg.

demonstratie Red De Zorg 12 september 2015
Overal om me heen ziet het wit van de FNV t-shirts en vlaggen met de tekst Strijd voor zorg. De shirts en vlaggen worden uitgedeeld op verschillende plaatsen tussen het station en het officiële startpunt van de demonstratie: het Damrak. Er worden ook buttons uitgedeeld door de SP. Daar pakken we er één van aan. En ook een plastic tasje met broodjes, een appel, drinken en een snickers. De demonstranten komen niets tekort.

De dag is strak georganiseerd. Om twaalf uur begint op een podium op het Beursplein het programma. Gijs van Dijk en Lilian Marijnissen van de FNV spreken de mensenmenigte toe. Vanaf het podium kijken ze uit op het station en de hele weg daar tussen is gevuld met demonstranten. Zo’n 20.000, schatten ze, maar later zullen ze dat bijstellen naar 15.000. Hoe dan ook, het is een onafzienbare sliert mensen die drie kwartier later op weg gaat naar het Westerpark.

Eerst hebben we geluisterd naar de verhalen van mensen die in de zorg werken of afhankelijk zijn van anderen die voor hen zorgen. Gehandicapten, ouderen, jeugd, in alle sectoren voelen mensen zich klemgezet. Te veel administratie, te weinig personeel ‘aan het bed’, een hoge werkdruk, weinig loon.
Naast ons werd alles instemmend aangehoord door een groep rolstoelers met gele t-shirts en paraplu’s vol protest-tekeningen. Nu de hele groep zich in beweging heeft gezet, lopen we ze voorbij. Een kleurig blok, met hun knalgele shirts en hun met plastic bloemen versierde rolstoelen en scootmobiels. Vlak voor ons is even later alles groen. Een kluitje Groen-Links jassen met groene tekstborden. Op andere plekken wordt het wit onderbroeken door rode jassen van SP aanhangers.

De sfeer is gemoedelijk. Met een slakkengangetje loopt de demonstratie langs de dam, waar toeristen verbaasd blijven staan kijken. Iemand met een trompet begint het Wilhelmus te spelen en af en toe roept iemand een leus of zingt een “strijdlied”: “Een twee drie vier vijf zes zeven, waar is al het geld gebleven, het is niet hier, het is niet daar, het is bij de zorgverzekeraar.”

Schuin achter me probeert iemand op een trekharmonica de melodie mee te spelen. Het klinkt nogal horkerig en ik vraag me af waarom iemand die niet kan spelen zo’n instrument meeneemt: “Ik ben niet zo goed in die strijdliederen”, verklaart hij als hij stopt met spelen en met z’n vlag loopt te sjorren. Ik bied aan om de vlag voor hem vast te houden en met zijn handen vrij speelt hij nu een mooi stuk. Mensen steken hun duim naar hem op.

demonstranten zitten op het gras (Westerpark 12 sept. 2015)
We doen meer dan een uur over de twee kilometer naar het Westerpark. Daar gaan we op een muurtje zitten en we kijken hoe de eindeloze rijen mensen achter ons het park binnenstromen.
Ook hier is een podium en daar worden vraaggesprekken gehouden met een paar politici. De belangrijkste gast is Martin van Rijn, de verpersoonlijking van het afbraakbeleid. Als hij antwoord geeft op de kritische vragen van Lilian Marijnissen, komt hij nauwelijks boven het joelende en fluitende publiek uit. Zijn verhaal is dan ook niet sterk. “We willen met z’n allen zorgen dat ook in de toekomst goede zorg bereikbaar moet blijven en daarom moeten er nu impopulaire maatregelen genomen worden.” Daar komt het op neer.

We hebben genoeg gezien voor vandaag. We gaan nog even Amsterdam in.
Op de Haarlemmerdijk stikt het nog van de witte t-shirts, vlaggen en borden met leuzen, maar hoe verder we de stad in gaan, hoe meer het herkenbare zorgpubliek verdunt. De demonstratie is afgelopen. Maar het gevecht om de zorg nog niet. We zijn tevreden dat we meegelopen hebben voor de goede zaak.

woensdag 9 september 2015

Moord op het water


Zojuist heb ik koelbloedig de sporen uitgewist van een moord. Nu het na dagen grauw en grijs regenweer een ochtend droog was, zag ik mijn kans schoon. Langs het smalle paadje tussen dichte begroeiing door, liep ik naar de kano. Ik vermoedde dat die inmiddels vol water zou staan en ja, de boot was met zeker honderd liter schoon regenwater gevuld.  En op de voorste punt lagen de overblijfselen van wat een brute moord moet zijn geweest.

Zacht grijze donsveertjes plakten aan de natte boot en als ik nog dacht dat het gewoon wat verloren dons was, hielp een bloederig grijs klompje me uit de droom. Welke moordenaar was hier aan het werk geweest? Een buizerd misschien? Of gewoon een zwart-witte ekster waarvan er altijd wel een paar lawaaierig kekkend in de buurt rondhangen? Ik zal het nooit weten.

Eerbiedig plensde ik het stoffelijk overschot met een emmer helder water van mijn kano. Daarna hoosde ik de liters uit de boot, waarbij af en toe een liter over de punt ging om de laatste veertjes te verwijderen. Terwijl de zon steeds warmer wordt, ligt de boot nu weer droog en schoon aan z’n twee touwen te wachten tot er gevaren gaat worden. Alsof er nooit een vreselijke moord heeft plaatsgevonden.

zaterdag 5 september 2015

Een ‘Tussen Kunst en Kitsch’ moment


‘Hé, is dat een Iron-man pak?’ H. trekt genoeg aandacht met z’n brede schouderbeschermers en vervaarlijke helm. En dat was nou net de bedoeling.
 
In de straat van vriendin S. is zaterdag de jaarlijkse tuintjesmarkt. Dat wil zeggen dat de bewoners in hun voortuintjes spullen neerzetten om te verkopen. Omdat we wel wat oude spullen hadden die we kwijt wilden, spraken we af dat we die naast haar bescheiden kistje met boeken zouden zetten. Een kistje waar na de afgelopen vier jaar tuintjesmarkt niet heel veel uit is verkocht. S. doet elk jaar mee voor de gezelligheid en ze vindt het prima als we er bij komen met onze bonte verzameling.

Ons pronkstuk van de dag is de American Football outfit van onze zoon, die deze ruige sport een seizoen lang heeft gedaan en het toen voor gezien hield. De schouderbescherming, helm en schoenen hebben destijds een aardig bedrag gekost dat we er natuurlijk bij lange na niet voor terug kunnen krijgen. Eigenlijk willen we het niet voor een rommelmarkt-prijsje verkopen, maar we nemen de spullen mee als publiekstrekker en wie weet is er iemand die toevallig op zoek is naar deze spullen.

 Echt nodig was de verkleedpartij van H. niet. We hebben de auto nog niet half uitgepakt of de eerste spullen zijn al verkocht. Ondanks de grijze lucht, waar af en toe een buitje uit valt, is het gezellig druk in de straat en ons handeltje loopt helemaal niet slecht. Allerlei spul dat al jaren ongebruikt in een kast of in de schuur staat, gaat voor een habbekrats naar een nieuwe eigenaar.

Een doos legospulletjes is zo verdwenen. Met een paar nooit gedragen (want te klein gekochte) schoenen kunnen we een man met bescheiden voeten blij maken. Een playmobiel piratenschip wordt door een oma voor haar kleinkind gekocht. Er wordt gekeken, onderhandeld, commentaar geleverd en een vrouw wil graag de schoffel uitproberen die glanzend nieuw en ongebruikt op onze kraam ligt. (na de proefschoffelsessie besluit ze hem niet te kopen)

H. spreekt van onder zijn helm voorbijgangers aan om ze produkten aan te smeren met de meest wonderlijke argumenten: ‘Met deze pilates-ring kunt u uw monnikskapspieren trainen’, of ‘tuinieren is geweldig voor de conditie, wat vind je van deze tuingereedschap-set?’

Midden in die gezelligheid vraagt iemand ineens verbaasd waar we deze karaf vandaan hebben? Ze wijst op een wit stenen geval met twee tuiten dat H. ooit heeft gekregen nadat hij ergens voor z’n werk een praatje had gehouden.

‘Ik heb er zelf ook zo één’, vertelt ze, ‘en volgens mij is ie minstens 50 euro waard. Het is een speciaal ontwerp van Cor Unum, die in een gelimiteerde oplage gemaakt is.
Die van haar had in een kerstpakket gezeten. Net als wij vindt ze het ding niet echt mooi en ze is dan ook niet van plan om de onze er bij te kopen. ‘Hoewel’, ze lacht: ‘ik had eigenlijk eerst moeten vragen hoeveel je ervoor wilt hebben…’

Als ze is doorgelopen, kijken we nog eens naar de karaf: ‘Wat gaan we er nu voor vragen als iemand hem wil hebben?’ We hebben geen idee en al gauw is de aandacht weer afgeleid door andere kopers. Eén keer pakt iemand de karaf op, maar er wordt niet naar een prijs gevraagd.

Aan het eind van de middag rijden we naar huis met aanmerkelijk minder spullen dan waar we mee aankwamen. Thuis vind ik na enig speurwerk op het internet onze karaf terug. Hij blijkt 65 euro te kosten en is bij Cor Unum Ceramics te koop. Dit is de beschrijving: 

"De Cor Unum Porron karaf is een ontwerp van designer Zweitse Landsheer. Hij is geïnspireerd op de Spaanse drinkbuidel. Achter de stijlvolle en eigentijdse vormgeving schuilt praktisch vernuft. Niet alleen houdt de Porron karaf van Cor Unum prettig vast, de apart gevormde handgreep zorgt bovendien dat de inhoud van de wijn- of waterkaraf vloeiend schenkt."  Als ik dat zo lees, ga ik het ding nog bijna mooi vinden.

Kijk, dit is em. Als je er echt enthousiast over bent, mag je hem van me hebben voor de helft van de nieuwprijs. Een koopje toch?

 

 

dinsdag 1 september 2015

Cadeautje van een abonnee

Het luistertijdschrift dat ik maak voor slechtziende en blinde kinderen, Klinkklaar, wordt voorgelezen door de vrijwilligers Bas en Roos. Ze zijn geen anonieme stemmen, maar treden op als personages, die verhaaltjes en artikelen aan elkaar kletsen. Bij het schrijven van hun teksten blijf ik dicht bij de lezers zelf, maar soms verzin ik gewoon iets, zoals dat Bas een nieuwe trui heeft gekocht of dat de kat van Roos de koelkast heeft opengemaakt. Dat soort dingen.

Erg groot is het abonneebestand niet. Maar de abonnees díe we hebben zijn wel betrokken. Er zijn er die heel regelmatig mailtjes sturen waarin ze vertellen dat ze het vorige nummer zo leuk vonden, dat ze jarig zijn geweest of welk boek ze hebben gelezen.
Eén blind meisje houdt erg van breien. Ze schreef een tijdje geleden dat ze een sjaal had gebreid voor Gerard Joling, die ze hem had gestuurd. We lazen haar brief voor in het tijdschrift en vroegen of ze het liet weten als hij antwoord gaf. Toen er op de redactie een doos werd bezorgd voor één van de voorlezers, had ik een vermoeden wat er in kon zitten. De doos woog niet veel en was gericht aan Roos, per adres Redactie Klinkklaar.
Drie weken stond de doos op de kast, want Roos was met vakantie. De eerste de beste keer dat ik haar weer bij de koffieautomaat zag, trok ik haar aan de mouw en vertelde over de doos die op haar stond te wachten. Ze ging meteen mee en nieuwsgierig keek ik hoe ze het pakje openmaakte. Zat er een zelfgebreide sjaal in?
Het was geen sjaal, maar wel een zelfgebreid cadeautje. In de doos zat een zwarte kat van dikke breiwol, met daarbij een braillebrief – met vertaling – waarin stond dat Roos deze poes kreeg omdat Klinkklaar zo leuk was en omdat ze zelf ook een poes had. (Er stond ook in dat Gerard Joling een bedankje had gestuurd voor zijn sjaal.) Een beetje verbaasd zei Roos dat ze hartstikke allergisch was en ze vroeg zich af hoe onze abonnee er bij kwam dat ze een kat had.
Dat kwam natuurlijk door die kat uit het draaiboek, die de koelkast had opengemaakt. Tsja, de luisteraars kunnen natuurlijk niet weten dat sommige details niet helemaal kloppen met het echte leven. Maar voortaan heeft Roos dus wél een kat, een gebreide zwarte, en hoe allergisch ze ook is voor kattenharen, van dit exemplaar zal ze geen last hebben. Deze is alleen maar leuk.
 

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...