Posts tonen met het label blind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blind. Alle posts tonen

zondag 19 maart 2023

Oogcafé

“Ik heb een gereserveerde plaats voor je,” zegt de organisator tegen me. “Kijk, hier naast je komt straks een jongedame van 93 te zitten, en als je je omdraait, kun je in de pauze praten met A. en zijn vrouw.” Daar is over nagedacht.
Ik ben te gast bij Oogcafé Druten om het luistertijdschrift Zienswijs te promoten, waarvan ik eindredacteur ben. Het is bedoeld voor mensen die op latere leeftijd blind zijn geworden en die zal ik zeker tegenkomen bij een Oogcafé.

De bezoekers beginnen binnen te druppelen. Ze worden ontvangen met koffie en waar nodig naar hun plaats begeleid. Voorin het zaaltje staat een enorme stoel, bekleed met tijger-fluweel en met goud geschilderde krullen. Daar mag straks de verteller op plaatsnemen die vanmiddag op het programma staat. Nu kan wie dat wil er even aan voelen.

Een man met weelderig, wit haar komt naar me toe. Hij vertelt dat hij de partner is van D., de 93-jarige schone die er zo aankomt. “Zes jaar geleden is mijn vrouw overleden,” zegt hij, “en toen ik daarna D. ontmoette, was ik meteen verliefd. Kijk, daar is ze al. Je zou haar d’r leeftijd niet geven hè.” Hij schuift de stoel naar achteren voor de bijna blinde, elegante oude dame.

Verhalenverteller, met op de achtergrond een scherm waarop hij aangekondigd staat en de vertelstoel met gouden krullen

De verteller moet een beetje wennen. Hij heeft nooit eerder voor publiek met een visuele beperking opgetreden. “Vinden jullie het leuk als ik een verhaal vertel over iemand die blind is?” vraagt hij. “Nee hoor, er is al genoeg ellende,” roept een vrouw vooraan, “vertel maar iets waar we lekker om kunnen lachen!”

Na drie  korte verhalen is het pauze. De organisator koppelt behendig kleine groepjes gesprekspartners aan elkaar. Ik praat met de oude dame, haar partner en onze ‘achterburen.’ A. is al vijftien jaar blind en gaat twee keer per week naar de sportschool, waar hij zelf alle apparaten weet te vinden, al zit ie soms per ongeluk bijna bij iemand op schoot. Hij lacht er zelf om.

Er volgt een tweede ronde verhalen  en daarna mag ik iets vertellen over mijn tijdschrift. Ik heb cd-tjes bij me en een paar mensen willen wel graag een probeer-exemplaar. Dan tikt de verteller op m’n schouder. Bescheiden vraagt hij of hij misschien ook zo’n cd mee mag nemen voor z’n vrouw. Die gaat steeds slechter zien. Natuurlijk mag dat!

Tegen half vijf rij ik terug naar huis. Mijn missie zit erop. Behalve dat ik misschien wat nieuwe abonnees voor Zienswijs heb binnengehaald, heb ik leuke gesprekken gehad en weer beter kennisgemaakt met de mensen voor wie we het tijdschrift maken. Een goede besteding van een woensdagmiddag.

zaterdag 9 september 2017

Kleurenpaspoort

“Je straalt altijd iets uit. Ook als je niets zegt of doet. Dat was wel een eye-opener voor me,” zegt W. als hij vertelt over kleur- en stijladviezen die hij kreeg. Ik glimlach over de eye-opener, want W. is blind. Daarom was het voor hem ook niet zo vanzelfsprekend dat je voor de zienden om je heen echt wel aanwezig bent, ook al zwijg je.

Ik ben bij hem thuis voor een interview. W. krijgt vandaag zijn persoonlijke kleurenpaspoort uitgereikt. Het resultaat van een uitgebreide sessie waarin gekeken is welke stijl en welke kleuren het best bij hem passen en wat voor effect dat dan heeft. In het paspoort zijn de kleuren opgenomen die hem worden aangeraden, niet alleen zichtbaar als kleine staaltjes stof, maar ook met een voelbaar kleurensysteem dat voor hem zelf herkenbaar is.

De consultant die W. de adviezen geeft, heeft hem gevraagd als proefpersoon, omdat werken met blinde klanten voor haar nieuw is. De twee kunnen dus van elkaar leren en ik mag er met m’n opnamemicrofoon bij aanwezig zijn. Sterker nog, in deze situatie, die voor iedereen een beetje onwennig is, neem ik door vragen te stellen haast vanzelfsprekend de regie.
Ik vraag hoe ze aan elkaar komen en W. blijkt al langer op zoek naar zekerheid over hoe hij op anderen overkomt. Vooral sinds hij af en toe in het openbaar moet spreken. Zijn vrouw is zeer slechtziend en hoewel ze duidelijk wel een mening heeft over bepaalde kleding van haar man, is uiterlijke verschijning voor haar ook een lastige zaak.

W. is blij met zijn kleurenpaspoort. Hij gaat het zeker meenemen als hij weer op pad gaat om kleding te kopen en hij vindt het prettig om zo minder afhankelijk te zijn van het oordeel van verkopers. Als ze daarna nog even de truien in zijn kledingkast doornemen, ben ik ervan onder de indruk hoe goed hij weet hoe alles er uitziet.
“O ja, dit is die donderbruine trui met streepjes van eh… bordeauxrood en donkergeel geloof ik. Ja, deze heeft hier van die knoopjes en van dat mooie, zachte materiaal langs de hals.” Hij weet ook bij welke broek de trui goed combineert. Die herkent hij aan een voelbaar kleurenlabel.
Met de uiterlijke verschijning van W. komt het helemaal goed. En zijn vrouw is ook enthousiast. Zij wordt de volgende kandidaat voor zo’n speciaal kleurenpaspoort. 

Ik ga de deur uit met meer dan genoeg materiaal om een leuke reportage van te maken. En met de bevestiging van wat ik al vaker heb gemerkt: kleding en mode mag dan een triviaal onderwerp lijken, maar voor mensen met een visuele beperking kan het veel zelfvertrouwen geven als ze weten dat ze goed gekleed zijn. Want al zie je zelf niks, je straalt altijd iets uit.

vrijdag 4 augustus 2017

Vloggen zonder kokette, behaagzieke maniertjes

Op youtube kun je talloze filmpjes vinden van
vloggers. Er zijn hele grappige bij en hele saaie; professioneel opgenomen filmpjes en geklooi waarbij mensen amper verstaanbaar zijn. Heel veel mensen beginnen met grote plannen en geven het na twee of drie filmpjes op … en dan heb je natuurlijk ook een stel hele grote vloggers die miljoenen volgers hebben.

Een populair thema is de ‘morning routine’. Vooral vlogsters met veel volgers hebben allemaal wel een paar filmpjes gemaakt over hoe ze opstaan. Er wordt ook echt om gevraagd door de fans. Ik kan me voorstellen dat je het leuk vindt om een kijkje achter de schermen te krijgen bij je idool. Die succesvolle persoon komt net als jij gewoon ’s morgens een beetje verkreukeld uit bed en wankelt slaapdronken naar de wc. Het ‘ze-zou-je-buurmeisje-kunnen-zijn’ effect.

Alleen komen er meestal weinig kreukelmomenten in beeld. In het gemiddelde morning-routine filmpje zie je eerst een smetteloos wit bed; er gaat een wekker. Dan komt er een wilde haardos in beeld en vervolgens zie je de vlogster vaak op de rug terwijl ze elegant in haar gezellige sloffen stapt en haar i-phone gaat checken (verplicht nummer).

Gewoon onflatteus wakker worden is er meestal niet bij, net als een gewone boterham en een pot thee of een beker melk niet bij het ochtendritueel van echte vlogsters horen. Ontbijtjes zijn bewerkelijk en nadrukkelijk gezond. Fruit, granen, groentesapjes, smoothies. Verder komen er heel veel verpakkingen, potjes, tubes en spullen met merknamen in beeld. Kortom: dit heeft niet zoveel met het gewone buurmeisje te maken. 

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Zo’n uitzondering is Marina Katarina Kovac. Ze is 12 jaar,vlogt sinds haar tiende en heeft meer dan 10.000 volgers. In tegenstelling tot veel leeftijdgenoten, doet Marina niet na wat iedereen doet. Zij laat heel andere dingen zien. Marina stapt uit bed, begroet haar hond (waar ze bijna over struikelt) en gaat op zoek naar een appel om mee te ontbijten, want soms, vertelt ze, heeft ze geen zin in brood.

Dan zien we haar handen in de koelkast de groentela opentrekken en tasten. Een komkommer, een halve paprika, en ha, hier is een appel. De koelkast gaat dicht en de camera zwerft door de keuken. Het beeld zwiept naar de kat, die geknuffeld wordt. Hij is vandaag jarig. ‘Nu ga ik even naar buiten om te voelen wat voor weer het is,’ vertelt Marina en daarna zoekt ze op de tast haar kleren uit. Een joggingbroek, want dat is makkelijk voor de MRIscan. Al die tijd kletst ze tegen haar volgers.

Marina is blind. Ze vlogt om te laten zien dat blind zijn geen belemmering hoeft te zijn. “Ik rij paard, ik fiets (zonder zijwielen) en ik geniet van mijn leven,” staat in haar welkom-tekst. En dat doet ze in haar filmpjes. Het monteren en uploaden doet haar moeder, maar verder maakt Marina haar filmpjes zelf. Niet gehinderd door ongeschreven wetten over vloggen. Dus zie je bij haar geen kokette, behaagzieke maniertjes, en is een morningroutine bij haar gewoon dat wat ze ’s morgens doet. Ze zou je buurmeisje kunnen zijn. Een blind buurmeisje dan wel, maar daardoor laat ze zich niet belemmeren. 


woensdag 21 juni 2017

Blind voor 1 dag


Met 10 collega’s doen we vandaag (21 juni) mee aan de Oogfonds-actie Blind Voor 1 Dag. Een actie om geld in te zamelen voor onderzoek naar oogziektes.

Ik ben me ervan bewust dat niet iedereen die blind of slechtziend is, deze actie een goed idee vindt. Sommige mensen vinden het juist stigmatiserend en smalen dat je door een paar uurtjes geblindeerd rond te lopen heus niet weet hoe het is om met een visuele handicap te leven. Ik denk niet dat iemand van ons deelnemers die illusie heeft. Wel denk ik er iets van te kunnen leren. En geld inzamelen voor oogonderzoek dat blindheid kan voorkómen, is natuurlijk ook niet verkeerd.

Om half 11 staan we dus bij de ingang van Dedicon. Tien mensen met brillen die verschillende visuele beperkingen simuleren. De een ziet helemaal niets, de ander tuurt ‘door een rietje’ en weer een ander ziet alleen de buitenste rand van de wereld.  Eén deelneemster is ook in het dagelijks leven blind en loopt met geleidehond gezellig mee. Een blinde collega vertelt ons hoe je met een taststok om moet gaan. Maar hij begint met de opmerking dat ie het stoer van ons vindt om mee te doen. Na de korte instructie gaan we op weg naar het centrum van Grave om boodschappen te doen voor een lunch, die we ook ‘blind’ gaan opeten.
                               
Met mijn MD-bril op zie ik in het felle zonlicht nog best veel en ik begeleid collega I. die helemaal geblindeerd is. We lopen vrij langzaam, maar het lukt en we komen met de hele groep heelhuids bij Albert Heijn aan. “Ik ruik dat we bij de ingang van AH staan”, zegt I. en ik realiseer me dat de supermarkt inderdaad een herkenbare geur heeft. Nooit eerder op gelet. Onze opdracht is om kaas te kopen en met hulp van een medewerker van Appie hebben we die al snel te pakken. We maken nog een rondje door de winkel en vertellen aan nieuwsgierige voorbijgangers waar we mee bezig zijn. Ik moet voor ons beiden goed opletten dat we nergens tegenaan botsen, wat soms best lastig is. Maar het gaat allemaal goed. Betalen met een pinpas is een eitje als je door een kiertje naar het pinapparaat kunt gluren.

En dan ruilen we van bril en zie ik helemaal niks meer. Nu begeleidt I. mij en moet ik erop vertrouwen dat ze me nergens tegenaan laat lopen. In plaats van naar de grond te turen, loop ik nu met m’n kin omhoog om me heen te luisteren – en te ruiken, (hé, hier ruikt het naar lindenbloesem). Zo in een hele groep en met een begeleidster naast me zijn de anderhalf à twee kilometer wel te doen. Hoewel een reeks steile trappetjes wel eng is. Maar ik moet er niet aan denken om dit in m’n eentje te moeten doen.

We komen veilig terug en eten wat we gekocht hebben op. Ook met de nodige strubbelingen. Er wordt gelachen, maar meer zijn we geconcentreerd op wat we doen, en praten we over wat je op zo’n expeditie ontdekt over de problemen die sommige collega’s dagelijks tegenkomen. Dat alles langzamer gaat, dat je niet weet naast wie je gaat zitten, dat je moet roepen als je de pindakaas wilt, dat je vaak mensen wilt aanraken om te weten waar ze zijn. Allemaal dingen die je eigenlijk wel weet, maar het is anders als je het zelf voelt.
Als de bril af gaat is de wereld verblindend licht. Ik ben blij dat het maar tijdelijk was. Voor mij wel.

zondag 14 mei 2017

Audiodescriptie

De eerste keer dat ik een blinde man interviewde is al lang geleden. Het was een sporter die had meegedaan aan de Paralympische Spelen en hij vertelden me enthousiast over de openingsceremonie. Hoe indrukwekkend het was en wat hij had gezien. Ik was in verwarring. Volgens mijn informatie was de man blind en dat was bij hem ook vrij duidelijk te zien. Toch had hij het over kijken. Ik wist niet goed hoe ik hem moest vragen hoe dat nou zat.

Intussen weet ik dat ook in het vocabulaire van blinden en slechtzienden de woorden zien en kijken gewoon voorkomen.
“Tot ziens”,
“ik moet even in m’n agenda kijken”,
“dat zien we nog wel”,
“heb je gisteren het songfestival gezien?”
Want, o jawel, ook blinde mensen kijken naar de televisie of naar YouTube filmpjes. Sinds 2015 bestaat er een app waarmee Nederlandse films en tv-series voorzien worden van audiodescriptie. Een extra geluidsbestand waarin een stem vertelt wat er in beeld gebeurt. Een handige app die je op je iPhone zet en waarmee je dan de beschrijvingen kunt horen. Thuis voor de TV, maar ook met je eigen oortjes in de bioscoop.    

Jammer genoeg doet de app alleen Nederlandstalige films en tv-series. En dan nog alleen die series waarvoor audiodescriptie voorhanden is. Want het geluidsbestand komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Iemand moet dat maken.

Hoe doe je dat eigenlijk? Toen we voor het eerst van audiodescriptie hoorden, bedachten collega A. en ik dat we dat toch eigenlijk wel moesten kunnen. Het moet net zoiets zijn als naast je blinde vriendin in de bioscoop zitten en af en toe fluisterend uitleggen wat er in beeld gebeurt. We gingen een middag bij elkaar zitten met een uitzending van Boer zoekt vrouw en kwamen erachter dat dat toch helemaal niet meeviel. Wat moet je wel en niet beschrijven, en hoe prop je dat in vredesnaam tussen al het gebabbel in? We lieten het project voorlopig vallen.

Toen zagen dat er een tweedaagse cursus audiodescriptie werd aangeboden. We waren meteen nieuwsgierig en enthousiast en schreven ons samen met nog twee andere collega’s onmiddellijk in.
Een vrijdag en een zaterdag lang zitten we met 12 cursisten bij elkaar en leren van alles over de kunst van het beschrijven en alle afwegingen die je daarbij moet maken.
Hoeveel ruimte heb ik tussen de dialogen in een film?
Wat is belangrijk om het ‘verhaal’ te kunnen volgen?
Hoe formuleer je dat zo kort mogelijk?
Mag iets heel belangrijks door een gesprek heen gezegd worden?
Is dit filmpje nou eigenlijk een instructie of een sfeerverhaaltje?
Mag ik iets uitleggen voordat het in beeld is omdat het verderop niet past?
Heb ik het over “de man”, “een man”, “een jongeman”, “David” of … ?
Eindeloos veel vragen waarover we discussies voeren.


Onze docente is opgetogen over de levendigheid van de groep maar moet ons af en toe in het gareel houden om aan alle programmaonderdelen toe te kunnen komen. Op zaterdagmiddag zijn we zo ver dat we, alleen of in tweetallen, ieder aan de slag gaan met een eigen filmpje en halverwege de middag wordt het allereerste YouTube filmpje met audiodescriptie gezamenlijk bekeken en kritisch beoordeeld. Alles klopt. De elektronische vrouwenstem blijft netjes uit alle dialogen en relevante geluiden van het filmpje en vertelt precies genoeg om aan te vullen wat iemand niet kan zien. Applaus uit de groep.
Na twee dagen kijkt iedereen tevreden terug op de cursus. We hebben veel geleerd. En nu begint het pas echt. Want het zal heel wat oefening kosten om even snel een filmpje van een paar minuten van audiodescriptie te kunnen voorzien. Nu doen we daar letterlijk nog uren over. Maar er is materiaal genoeg om mee te oefenen. Een heel internet vol!

(promofilmpje van de app earcatch :  https://vimeo.com/139189696 )

zaterdag 11 april 2015

Voelen aan een Van Gogh


Eigenlijk is het werk, maar op zaterdagmorgen rondlopen op deze beurs is ook heel gezellig. Samen met twee collega’s ben ik bij de Expo in Houten. We zijn er rond half elf en meteen als we binnen zijn, lopen we langs een groot schilderij met zonnebloemen van Van Gogh. Het is een replica die er opgesteld staat om de aandacht te trekken. Wat in een museum nooit mag, mag hier wel: met je vingers aan het schilderij komen, zodat je de dik aangebrachte verfstreken kunt voelen. Heel apart. Als we ons beraden welke kant we op zullen lopen, worden we aangesproken door een vriendelijke dame, die vertelt dat er over tien minuten een salsa-les zal starten. Ze wijst hoe we naar het zaaltje kunnen lopen waar dat gebeurt. “En om twaalf uur is er wéér een les.” We bedanken haar en besluiten de eerste les in elk geval over te slaan. Misschien gaan we kijken bij die van twaalf uur.

Ik kom een facebookvriendin tegen die ik nog niet in levenden lijve ontmoet had en ze vertelt enthousiast over een pilot waar ze aan meedoet: het coachen van mensen die wmo-keukentafelgesprekken moeten voeren. Als ervaringsdeskundige weet ze wat er nodig is, willen mensen elkaar in zo’n gesprek goed begrijpen.
We worden begroet door een styliste en een visagiste die in hun stand adviezen geven over kleur, stijl en presentatie. Ze hebben het druk, maar kunnen ons wel even snel vertellen dat het goed loopt en dat ze onder andere een van onze tijdschriften uitdelen waar zij zelf met een reportage in staan.

Bij de stand van een datingbureau krijgen we een roos aangeboden en dan vinden we het tijd voor koffie met appeltaart. De tweede ronde salsadansen komt in zicht en we lopen in de richting van de kleine zaal, waar nu nog een muziekoptreden bezig is. Naast het podium staat een tassenmaakster waar ik graag even kennis mee wil maken. Ik ken haar stem van een telefonisch interview. Iets verderop ontmoeten we een schrijfster van wie we op onze afdeling twee boeken hebben liggen. Op het podium is intussen de salsa-les begonnen. Het is nog even droog-oefenen, zonder muziek. Een duidelijke stem vertelt wat de danspassen zijn. We kijken even uit de verte, maar voelen ons toch niet zo geroepen om mee te doen.

Op verschillende plaatsen voeren we gesprekjes, wisselen gegevens uit en kijken een beetje rond. Ik blijf een tijd hangen bij de stand van het Wintercircus, waar een maquette staat van de ruimte waar afgelopen winter een speciale voorstelling werd gehouden. Dan drinken we nog een keer koffie. Vanaf onze plek aan een tafeltje zien we de beursgangers hun weg zoeken. Hand in hand lopende stellen, mensen met honden, gezinnen, mensen met witte taststokken. Sommigen gaan aarzelend langs de geleidelijnen, anderen lopen vastberaden van de ene naar de andere stand. Honden herkennen elkaar en slepen hun baasje mee naar iemand die ze dan ook blij begroeten.

De Ziezo beurs met hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden draait echt niet alleen om technische hulpmiddelen bij het overleven. Er is ook een heleboel te vinden om het leven leuker te maken. Dansen, kunst beleven, daten, sporten, jezelf mooi maken en goed presenteren… en lezen natuurlijk.
De coach, de tassenmaakster, de schrijfster, het mooie meisje naast de styliste, ze hebben een visuele handicap, maar daarnaast zijn het vooral mensen die goed zijn in wat ze doen. Het was inspirerend om ze vandaag allemaal te ontmoeten.

vrijdag 12 december 2014

Interview met een breinonderzoeker

Aan het eind van het Jaar van het Brein maken we op de valreep een Brein-special: een cd vol wetenswaardigheden over het brein in relatie tot onze doelgroep: blinden en slechtzienden. Mijn collega’s verzamelen materiaal uit kranten, tijdschriften en van internet en zoeken geschikte kandidaten voor aanvullende interviews. Mijn taak is het om Professor Kupers te interviewen, een neurowetenschapper die onderzoek doet naar de hersenen van blinde proefpersonen. Hij woont en werkt in Kopenhagen, maar zal in november een weekend in Maastricht zijn, waar ik hem kan spreken.

Na de toezegging blijft het lang stil. Ik krijg de professor pas te pakken vlak voordat hij naar Nederland komt en de afspraak komt op zondag terecht. Dan heeft hij tijd. Op zaterdagavond bekijk ik nog even mijn mail en zie een berichtje van Professor Kupers, dat zijn programma veranderd is. Hij moet op zondag met twee blinde Deensen een rondje Maastricht doen. Maar misschien kan ik hem tijdens de lunch interviewen? Of anders daarna op de Universiteit.

Zo komt het dat ik op zondag 23 november om half 12 over het Vrijthof wandel, op weg naar een kop koffie. Er staat een kermis op het Vrijthof, omringd door hoge hekken. Van het mooie plein is daardoor erg weinig te zien. Vanaf de gezellige terrasjes zie je niet de Sint Janskerk, maar rommelige hekken en daar bovenuit een reuzenrad. Ik zoek een plekje in de zon (ja, deze 23e november is een prachtige dag) en tegen twaalven bel ik het telefoonnummer dat ik heb gekregen. De professor en zijn blinde dames zijn vlakbij. Ze komen naar me toe.
Het kan niet missen. Een kleine, kalende man met aan elke kant een jonge vrouw met witte stok; en dan nog een gids die ze de stad door heeft geleid. We schudden handen en stellen ons aan elkaar voor. De gids verlaat het groepje en wij zoeken een plek waar we rustig kunnen lunchen.

Ik heb een reliëfkaart van het brein meegenomen voor Professor Kupers, die ik meteen te voorschijn haal en op tafel leg. Het is een kleurige, schematische afbeelding van de menselijke hersenen waar overheen een doorzichtig vel hard plastic, met dezelfde afbeelding in reliëf. De vrouwen gaan om de beurt met hun vingers over de plaat. Ze vertellen dat in Denemarken reliëfafbeeldingen bij studiemateriaal op een andere manier gemaakt zijn. Op swell paper, papier waarop bij verhitting getekende lijnen omhoog komen. 


We hebben een geanimeerd gesprek over aanpassingen van studiemateriaal en de problemen die daar bij komen kijken (ook in Denemarken leveren opleidingen hun boekenlijsten vaak erg laat aan) en intussen worden er broodjes gebracht en leren de Deensen de Hollandse Kroket kennen.

Dan is het ineens hoog tijd dat we opstappen, want de dames proefpersonen worden op de Universiteit verwacht voor een hersenscan. De tocht naar de parkeergarage over ongelijke keitjes en langs sluipweggetjes tussen hekken door valt niet mee. Ik loop met één van de vrouwen aan de arm mee tot de auto en zij vertrekken haastig om nog op tijd te komen. Ik kom wat later bij de Universiteit aan.

Het gloednieuwe gebouw van Brains Unlimited is uitgestorven. Professor Kupers wijst me een hoek met zitjes waar we het interview kunnen doen. Hij heeft nu alle tijd, want voor het onderzoek van vandaag hoeft hij alleen in de buurt te zijn voor mogelijke problemen. Uitgebreid beantwoordt hij al mijn vragen. Hij houdt zich bezig met dat deel van de hersenen dat mensen gebruiken bij het kijken: de visuele cortex. Het is een groot stuk van het brein en Kupers wil weten wat daar gebeurt als iemand níet ziet. Wordt het dan voor iets anders gebruikt? Intussen is wel duidelijk dat de visuele cortex van een blind persoon ingezet wordt voor andere dingen. Voelen bijvoorbeeld (braille lezen) en ruiken. Maar er valt nog véél meer aan te onderzoeken.


Met ruim een uur aan materiaal ga ik later op de middag de deur uit. Het wordt nog een hele klus om daar een interview van 12 minuten van over te houden, maar dat gaat wel lukken. Ik zet de autoradio aan en rij door het zonnetje naar huis. Werken op zondag moet geen gewoonte worden, maar voor een keertje vind ik het op deze manier helemaal niet erg.

vrijdag 14 november 2014

Donkerbeleving in het MuZIEum


“Heeft iedereen z’n tas in een kluisje gedaan? Volg mij maar deze gang in. Mensen die een bril op hebben mogen die hier achterlaten. Binnen heb je hem niet nodig. Zijn alle telefoons uit? Dan gaan jullie nu door deze deur naar binnen en daar zul je je gids ontmoeten. Veel plezier.”
We staan met z’n zessen in een kleine ruimte. Als de deur dicht gaat, zien we ergens nog een klein streepje licht, maar dat zal straks ook verdwijnen. 

Een blinde gids staat ons op te wachten. Ze stelt zich aan ons voor en vindt in het donker één voor één onze handen om te schudden. Dan gaan we op pad door de onzichtbare ruimte. In één hand een blindenstok, de andere hand tastend langs de muur die ons hier als houvast kan dienen.
Ineke heet onze gids. Ze heeft een stevige, vrolijke stem waarmee ze ons voortdurend de weg wijst, geruststelt, aanwijzingen geeft, grapjes maakt en steeds laat weten dat ze in de buurt is. 

Ons groepje doet de ‘vakantie’ rondleiding. We gaan naar Italië, zo vertelt Ineke. Dat doen we met het vliegtuig, en nu zijn we op weg naar de band waar de koffers aan zijn gekomen. Na een paar meter moeten we de veilige muur loslaten en voel ik voor me de ‘band’ met bagage. Ik herken een grote koffer, een kleinere koffer en dan voel ik iets dat ik niet thuis kan brengen. Weer een koffer… een buggy… Verderop hoor ik de stem van Ineke, die de voorste van ons gezelschap vanaf de koffers naar een volgende plek begeleidt. Even later voel ik na een laatste tas niets meer.

Ik stap de leegte in, maar daar is mijn gids alweer. Ze pakt mijn tastende hand en legt die tegen een volgend stuk muur. “Volg deze muur maar, dan kom je vanzelf bij het hotel.” Dan praat ze weer tegen de hele groep: “Ik heb namelijk een geweldig viersterrenhotel voor jullie geboekt. Je komt nu bij de balie. Voel maar wat er allemaal op de balie staat.”
Een laptop staat er en een telefoon. En een belletje, waarop iedereen die het vindt even een klap geeft om het te laten rinkelen. Vanaf het hotel gaan we naar de markt, waar ik met mijn neus tegen de tassen en sjaals aan loop die bovenaan de kraampjes hangen. Ik ruik uien, voel een kokosnoot en een paar onduidelijke groentes, er is kraampje met schoenen. Ineke roept iemand naar de overkant om te komen ‘kijken’ naar de leuke zonnebrillen en even later leidt ze mij naar het pashokje waarin ik die leuke jurk kan passen die ik intussen vast wel gevonden heb.Voetje voor voetje schuifel ik over de markt. Geconcentreerd probeer ik alles thuis te brengen wat ik voel en ruik. 

Veel te snel moeten we alweer door, want er zijn ook – wat een buitenkansje – kaartjes geregeld voor een belangrijke voetbalwedstrijd. Weer staat Ineke klaar om iedereen bij de hand te pakken, een opstapje op te leiden en een plaats op de tribune te wijzen. “Hier is nog een plaats waar je kunt zitten.” Met mijn stok verken ik het opstapje en als ik die hindernis genomen heb, voel ik naar voren waar de lege plaats is. Ik voel benen en mijn collega grinnikt dat de lege plaats iets verder naar links is. Terwijl iedereen een plaats zoekt, is langzaam het geluid van een voetbalwedstrijd opgekomen. Het geluid is nu op volle sterkte en Ineke roept er enthousiast doorheen hoe spannend het is. Als er een doelpunt valt, juichen we en trappelen uitgelaten op de houten tribune. 

Maar veel tijd hebben we niet. Nog voordat de wedstrijd is afgelopen, moeten we alweer verder, want er staat nog een trip door Venetië op het programma. Schuifelen langs een muur, de hand van Ineke en dan zit ik op een boot. Je hoort water kabbelen en het wiebelt. Omdat ik zelf zo vaak met een kleine boot op het water kom, heb ik hier wat meer fantasie nodig om in het verhaal mee te gaan. Ineke doet haar best. Ze vertelt over Venetië en dat we naar het San Marco plein gaan om daar op een terrasje wat te drinken.
Om de beurt uit de boot stappen is lastig, want ik weet niet waar iedereen is en of ik per ongeluk voordring of achterblijf. Ik tik regelmatig zachtjes met mijn hand tegen de rug van degene die voor me staat en als die buiten bereik is, zal het mijn beurt wel zijn om op de wal te stappen. Ik krijg gelukkig weer hulp van Ineke. 

In een rijtje gaan we op weg naar het San Marco Plein. Weer kunnen we een muurtje volgen, dat ons om een scherpe bocht leidt en dan is het even een geharrewar om een lege kruk aan de bar te vinden. Voorzichtig voel ik langs een aantal benen, en dan heb ik m’n kruk. Voor 90 cent kunnen we ieder een drankje bestellen. Ik heb alleen een hele euro, wat wel erg makkelijk is. Om het moeilijk te maken, vraag ik mijn buurman of we samen zullen doen. Ik geef hem mijn euro, krijg een dubbeltje terug en we proberen samen te controleren of er nu 1,80 op tafel ligt. Best lastig, zelfs als je weet dat elke munt z’n eigen ribbelpatroon rondom heeft. Alles wat je neerlegt, is meteen weg.

Terwijl iedereen z’n blikje of flesje leegdrinkt, vraagt Ineke ons hoe we denken dat ze er uit ziet. Er worden wat leeftijden geroepen en alle haarkleuren komen voorbij. Ze onthult dat ze een roodharige met sproeten en flaporen is. Buiten zal even later blijken dat dat een glasharde leugen was, want onze kleine gids is spierwit van haar en een stuk ouder dan iedereen gedacht had. Ze heeft er echt lol in.

Ik heb geen idee hoe lang we binnen geweest zijn. Als iemand vertelt dat het een uur was, ben ik verbaasd. Net als de meeste anderen dacht ik dat het veel korter was. Er is weer licht, de brillen mogen weer op en de tassen uit de kluisjes. Het was precies wat de naam zegt: een donkerbeleving. Bijzonder om mee te maken, maar ik ben toch wel erg blij dat het voor mij maar een tijdelijke beleving was. 

zaterdag 15 februari 2014

Bijzonder Concert

“Bijzonder Concert” staat op het schouwburgkaartje dat ik bij het loket van De Vereeniging krijg. Ik kom een geluidsreportage maken van dat bijzondere concert. Maar als ik de foyer binnenkom, is het er zo’n lawaai dat ik mijn opnameapparaatje nog even uit laat. Vlak bij de ingang staat een manshoge grote trom, waar een jongetje eerst vol ontzag aan voelt en daarna een trommelstok aangereikt krijgt om er op te slaan. Ernaast wordt enthousiast op een snaredrum getrommeld. Verderop blaast iemand een rommelig “Vader Jacob” op een trombone en er klinken ook aarzelende viooltonen. Een klarinet speelt een vrolijk riedeltje en tussen al dat instrumentengeweld door roezemoezen vrolijke stemmen van kinderen en volwassenen.

Ik denk na. In deze kakafonie heeft het geen zin om iemand te interviewen. Dus loop ik verder het gebouw in, op zoek naar een wat rustigere plek. Aan het eind van een lange gang is het hardste geluid gedempt. Ik vertel in mijn microfoontje waar ik ben en waarom en dan ga ik de foyer weer in. Ik zie een groepje kinderen met blindenstokken en vraag wie van hen even mee wil lopen om wat vragen te beantwoorden voor het cd-tijdschrift Klinkklaar. “Ja hoor, ikke wel!” roept een meisje enthousiast en zegt dan aarzelend “maar ik ben geen lid van Klinkklaar hoor!” Dat geeft natuurlijk niet. Ze vertelt over de viool en de cello die ze gevoeld heeft en waar ze ook op mocht spelen. En ze laat trots de handtekening van Sipke Jan zien op haar arm. Hij zal straks het concert presenteren. “Ik moet vanavond wel douchen, maar díe was ik er niet af!” glundert ze.
Een kwartier later wordt iedereen naar de Grote Zaal gedirigeerd. Het gaat beginnen.

Presentator Sipke Jan Bousema heet alle kinderen en hun begeleiders welkom en vertelt dat het Nederlands Studenten Orkest ieder jaar een concert geeft voor een heel speciaal publiek. Deze keer zijn dat blinde en slechtziende kinderen.
Er is goed nagedacht over dit concert. Eerst worden de instrumenten één voor één voorgesteld. Een aantal orkestleden zitten met hun muziekinstrument ergens tussen het publiek. Op het toneel wordt een toon aangegeven en midden in de zaal geeft een viool antwoord. Een blind meisje op de rij ervóór mag aan de viool voelen en vertellen hoeveel snaren die heeft en of ie groot of klein is. Dan stuurt Sipke Jan de violist gauw naar z’n plaats op het podium. Zo komen ook een contrabas, een fagot en een dwarsfluit uit het publiek.

“Wat missen we nu nog in het orkest?” vraagt de presentator. “De dirigent!” roept een jochie. Dat klopt helemaal.  Als de dirigent er is, vetelt Sipke Jan Bousema dat er muziek gespeeld gaat worden van de componist Sjostakovitsj. “Wat voor iemand was dat eigenlijk?” vraagt hij aan de dirigent. “Iemand met een bril”, zegt die prompt. “Net als ik”. Dan vertelt hij dat Sjostakovitsj vaak zijn “handtekening” in muziekstukken zette. Hij laat het orkest die handtekening spelen: een melodietje van vier tonen. “Als je dit straks in de muziek hoort, moet je je hand opsteken.”
In het korte muziekfragmentje dat volgt, herkennen veel van de kinderen de vier tonen en de handen gaan in de lucht. Zo wordt het publiek steeds bij de muziek betrokken. Behalve Sjostakovitsj krijgen we ook een stukje Rock and Roll te horen en een paar nummers van beroemde blinde muzikanten: Ray Charles, Stevie Wonder.
  

Tenslotte zetten alle stemmig zwart geklede orkestleden ineens feesthoedjes, pruiken en andere gekke accessoires op hun hoofd. Er zijn er met olifantenkoppen, met heksenhoeden en er is zelfs iemand als banaan verkleed. Sipke Jan vertelt het lachend aan de kinderen die het niet kunnen zien. “En nu mag iedereen gek doen”, zegt hij. “Want het is ook gekke muziek.” Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. De kinderen dansen tussen de stoelen en er ontstaat zelfs een kleine polonaise.   Dan is het concert afgelopen. 

In de garderobe vraag ik nog even aan één van de kinderen hoe hij het concert vond. “Het was goed georganiseerd”, zegt hij tevreden.

En dat ben ik helemaal met hem eens.

vrijdag 9 november 2012

Droomt een blinde in kleur?

Ooit droomde ik iets griezeligs over een gele bestelauto. Toen ik wakker werd en mijn droom aan iemand vertelde, realiseerde ik me dat ik dus in kleur droom. Iets wat ik eerder eigenlijk niet zou hebben geweten. Toch is het vrij logisch, want je droomt meestal over mensen, dingen en plaatsen die je kent, en die zie je nou eenmaal in kleur. Behalve als je (kleuren)blind bent.

De blinde operazangeres Laurie Rubin schreef het gedicht “Do you dream in color?” Die vraag wordt haar regelmatig gesteld en in het gedicht, dat ook op muziek is gezet, geeft ze er antwoord op:
“Ik droom
Wat ik ervaar, (...)
Ik droom
De geur van bloemen,
Of de smaak van chocola.”

Maar ze zegt ook:
“Ik droom
Van de rode jurk die ik op het toneel zal dragen,
Die zo goed staat bij mijn lichte huid en donkerbruine haar
Ik droom
Van het zwarte haar van mijn lief.
Ik droom
In alle kleuren van de regenboog.”

Het is een lang gedicht. (De gezongen uitvoering duurt 20 minuten). Terwijl ik het lees, zie ik het gezicht voor me van mijn freelance collega E. Ze ziet zo weinig dat ze een taststok nodig heeft om haar weg te vinden en een leesloep om te lezen. Toch is ze gefascineerd door beeldende kunst. Schilderijen, foto’s, prentenboeken.
Bovendien houdt ze van poëzie.
Ik maak een kopie van het gedicht en stuur haar die in een mail. Wat later krijg ik een mail terug met een bedankje. Doordat ze meteen verdiept raakte in de tekst, vergat ze bijna haar kleine dochters van school te halen.

Ik glimlach als ik het lees.
Blij dat ik mijn vondst naar haar heb doorgestuurd.
Ik zal het haar eens vragen, maar ik weet bijna zeker dat E. in kleur droomt.

laurie-rubin-do-you-dream-color

dinsdag 29 juni 2010

Blinde man pesten

Terwijl ik sta te wachten voor het stoplicht, zie ik aan de overkant in de verte een blinde man aankomen. Tikkend met zijn stok loopt hij vlotjes over de stoep. Ik vind het altijd weer fascinerend dat iemand zó z’n weg kan vinden en blijf een tijdje naar de man kijken.
Ineens komt er van ergens achter hem een brommer aanknetteren. Er op een anoniem persoon, verscholen onder een integraalhelm. Hij of zij roept wat naar de blinde, die verschrikt opzij stapt en even later boos met zijn stok zwaait. De brommerrijder heeft vaart geminderd en roept nog iets. Geërgerd gebaart de blinde man met zijn stokvrije hand: doorrijden!
De brommer schiet vooruit tot het rode stoplicht.
De blinde man is duidelijk uit zijn evenwicht gebracht, zwalkt bijna de berm in, maar herstelt zich. Hij bereikt het stoplicht juist als het op groen springt. De brommerrijder roept nog iets opzij en gaat er dan snel vandoor.
Ik haal opgelucht adem en passeer de arme blinde, die in zichzelf mompelend oversteekt. Hoe kan iemand er nou lol in hebben zo’n arme man te treiteren.

Zo zou een toeschouwer het gezien kunnen hebben, toen ik vanmiddag na het werk mijn blinde collega T. passeerde op de scooter. Hij is geluidstechnicus en eerder op de dag hadden we samen een hoorspel opgenomen. T. en ik kunnen goed samenwerken en een beetje jennen heen en weer hoort daar bij. “Hé, blinde man”, riep ik toen ik langzij kwam. “Kun je het een beetje vinden?” Waarop hij quasi-boos met zijn stok begon te zwaaien.
Na een kort schreeuwgesprek – in verband met helm en scootergeraas – reed ik door terwijl hij lachend bijna de berm in struikelde. In mijn spiegel zag ik hem weer op het rechte pad komen, zodat ik er bij groen licht met een gerust hart snel vandoor kon.
Op het zebrapad keek een voetganger afkeurend naar me opzij.

dinsdag 2 februari 2010

Sneeuw

Ik ben eindredacteur van een luistertijdschrift voor blinde en slechtziende kinderen. Elke maand komt er een themanummer uit. Twee freelancers verzorgen de interviews en reportages, schrijven een column en denken mee over nieuwe onderwerpen.
Vandaag hebben we een bijeenkomst. A. en E. komen met het openbaar vervoer naar kantoor. De één met geleidehond, de ander met blindenstok. Ik verwacht ze om elf uur.
Tegen kwart voor elf kijkt een collega uit het raam en zegt: “Ik zie twee meiden met een hond lopen. Komen die voor jou?” Dat wist hij best. We zien ze voorbij gaan en vragen ons af of ze nog even de hond uit willen laten of dat ze gewoon verkeerd lopen. Aan hun lichaamstaal te zien is het het laatste.
Ik ren al jas aantrekkend naar buiten en zie dat ze al aarzelend omgekeerd zijn. “Hier is het welkomstcomité” , roep ik en loods ze door de sneeuw naar de deur. Binnen staat alles op z’n kop vanwege een verbouwing. Voorzichtig koersen we naar de kapstok en dan naar onze vergaderruimte. Ik hol nog eens heen en weer voor koffie en een bak water en dan kunnen we beginnen.
De hond mag onder werktijd niet geaaid worden, maar met z’n tuig af is het pauze. Hij legt z’n kop gezellig op mijn voeten terwijl wij ernstig alle onderwerpen doornemen die iedereen bedacht heeft. We stellen een gedegen lijst samen en dan is het lunchtijd.
De hond uitlaten is een hele onderneming, want boven de witte sneeuwwereld schijnt nu een vriendelijk zonnetje, dat voor A. en E. letterlijk verblindend is. We besluiten brutaal midden over het fietspad te lopen, want dat is tenminste sneeuwvrij. Om de paar minuten maken we een erehaag van drie vrouwen en een hond voor passerende fietsers. In het park knierpen we arm in arm over het pad en mag de hond even lekker rennen. Hij eet met veel smaak een drol en legt er keurig één terug. Dan keren we voorzichtig terug en maken onze vergadering af.
Als ik mijn gasten ’s middags naar de bushalte heb gebracht, ben ik er weer driedubbel van overtuigd. Wat hebben die meiden een lef, om voor onze interviews het land door te reizen. En wat is zo’n mooi wit pak sneeuw ongelooflijk desoriënterend als je haast niks ziet. Ik zie ze gezellig kletsend in de bus stappen en stop mijn hand, die al werktuiglijk wil zwaaien, in m’n jaszak. “Dag”, mompel ik, “goeie reis”

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...