zaterdag 29 mei 2010

Metamorfose

Twee en een halve week woont mijn schoonvader nu op z’n nieuwe plek. Toen we hem kort na zijn verhuizing bezochten leek hij wel tevreden, maar de berichten van familie dichter bij waren niet zo rooskleurig. Hij is onrustig, in de war, hij is boos, wil naar huis. Maar langzamerhand lijkt het toch te wennen.
Vandaag gaan we weer op bezoek. Als we binnenkomen tegen half twaalf zit pa soep te eten. H. loopt naar hem toe en hij kijkt op. “Goeiemorgen”, zegt hij een beetje wazig, en tegen mij “Dag Annie”. Hij weet niet wie we zijn. We vragen of hij straks mee naar buiten wil. “Ja, dat is goed”, zegt hij braaf en gaat door met soep eten.
We gaan een rolstoel halen en intussen maakt de ‘gastvrouw’ een broodje voor hem klaar.

Behoedzaam helpt H. zijn vader in de rolstoel en we nemen hem mee naar het restaurant beneden. “Vind je het goed als we eerst even koffie drinken pa? We hebben net een eind gereden. Vanaf Beuningen”. “O ja, wonen jullie in Beuningen?” “Ja, in het blauwe huis, weet je nog? Daar heb je nog voor ons geschilderd.” Hij knikt vaag.

Als we op de lift wachten zegt hij: “Ik blijf hier niet lang meer. Morgen ga ik naar huis.” Wij knikken zonder veel commentaar. Even later lopen we buiten. Om de beurt duwen we de rolstoel. Het is lekker weer en er zijn leuke weggetjes in de omgeving. “Kijk pa, de waterlelies komen uit.” “Ja… mooi”. Hij lijkt wakkerder te worden. We gaan een onbekend smal paadje in en horen een haan kraaien. Verderop zien we felgekleurde speeltoestellen en ineens staan we voor de ingang van een kinderboerderij. Achter een gaashek hipt een Vlaamse Reus heen en weer. Pa lacht als hij het enorme konijn ziet. We wijzen hem op een groep jonge ganzen en de kraaiende haan roept zelf al om zijn aandacht. Bij een kleine kiosk kun je voer voor alle dieren kopen. H. koopt twee zakjes en geeft er één aan z’n vader. Meteen drommen er vier geiten om hem heen. Ze proberen op de rolstoel te klimmen en ik hou m’n hart vast voor die broze oude man. Maar hij vindt het leuk. Hij lacht. H. giet beetjes voer in z’n hand, die hij moeizaam openhoudt.

Het is een mooi gezicht. Pa in de rolstoel en H. ernaast. Om hen heen een groep enthousiaste geiten, kippen, eenden en een kalkoen die allemaal graag mee willen eten. H. strooit één van de zakjes over de grond uit zodat de kluit een beetje verspreid raakt. Het andere zakje is ook snel leeg en dan maken we een rondje langs alle beesten. We lopen terug naar het verzorgingshuis en drinken nog een kop koffie. Dan brengen we hem naar zijn afdeling. “Doe de groeten aan je vader”, zegt hij als we afscheid nemen. Want we doen nog een tweede vaderbezoek vandaag. “Zal ik doen.” Twee zoenen en daar gaan we. De lift in, met een rolstoel vol restjes kippenvoer.

vrijdag 21 mei 2010

Fietsreportage

Het is een beetje bewolkt, maar toch waag ik het er op. Ik stop een opnameapparaat en een appel in mijn stuurtasje en stap op mijn fiets. Op weg om een geluidsreportage te maken over fietsende mensen voor één van onze luistertijdschriften. Fietsend op de dijk denk ik na over hoe ik het ga aanpakken, maar als er een echtpaar tegenliggers nadert, gaat het vanzelf: ik stap af, steek een hand op en roep “Mag ik u iets vragen?” Hulpvaardig stoppen ze. “Ja hoor!” Ik leg uit wat ik doe en haal de handheld te voorschijn. Terwijl ze me vertellen hoe ver ze vandaag fietsen en wat er ’s morgens in de rugtas is gestopt, maak ik me zorgen over de wind in de microfoon. Misschien kan ik straks beter een beschutte plek zoeken. “Dag, nog een fijne fietstocht”, het eerste interviewtje staat er op. De lucht wordt grijzer en ik besluit richting Waalkade te gaan. Daar zitten altijd wel fietsers op een terrasje. Onderweg zie ik een man op een bank zitten in een nieuw aangelegd parkje. Naast hem een toerfiets. Aha, goede kandidaat, goede plek. “Goeiemorgen, bent u een dagje aan het fietsen?” De man brengt twee vingers naar z’n hals, waar ik nu een verbandkraag om zie zitten. “Ja”, zegt hij met een robotstem. Oei, toch niet zo’n goede kandidaat... Ik leg uit wat ik doe en voeg er aan toe dat het misschien een slecht idee is, omdat hij moeilijk kan praten. Hij knikt en glimlacht. “Ik kan praten maar het is heel vermoeiend”. Jammer. Ik groet en fiets door. De Waalkade is druk. Veel pauzerende fietsers, maar ook komende en gaande motorrijders en, dat was ik even vergeten, lawaaierig verkeer! Dat wordt niks met zo veel geraas op de achtergrond. Ik laat de terrasjes links liggen en fiets door naar de Ooijpolder. Ha, hier wordt gefietst! Ik hou een jong stel aan: “Mag ik jullie iets vragen?” Ze werken graag mee, maar blijken niet van die echte fietsers. Ze gingen eigenlijk alleen even een terrasjes pakken. Het wordt een kort gesprekje. Drie kilometer verderop heb ik beet. “Bent u een dagje aan het fietsen?” vraag ik een ouder echtpaar. “Nou, een dagje…” ze blijken al ruim drie weken onderweg en maken een tocht door Duitsland en Nederland van zo’n 1000 kilometer. Ze vertellen enthousiast en ik weet meteen dat dit de kern van de reportage wordt. Als we ieder een kant op wegfietsen zijn intussen bijna alle wolken weggedreven. Ik praat nog met een gezin, een groepje vakantiefietsers en een moeder met een kind voorop en een levensgroot veldboeket in haar hand. Dan eet ik tevreden mijn appel op en draai om. Ontspannen fiets ik door de mooie polder. Zon boven m’n hoofd, geluidsopnames in mijn stuurtas. En nu ben ik dus gewoon aan het werk! Soms is mijn baan toch wel erg leuk!

zaterdag 15 mei 2010

Gesloten

Mijn schoonvader is verhuisd. In het huiskamerproject waar hij woonde, konden ze hem niet genoeg zorg meer bieden vanwege nachtelijke valpartijen. Jammer, hij leek er zo op z’n plaats.
Twee dagen na zijn verhuizing gaan we kijken. Op het ergste voorbereid door een somber telefoontje van zwager B.
Bij de receptie van het verzorgingshuis krijgen we een code mee om de gesloten afdeling weer af te kunnen.

In de brede gang loopt een vrouw met een lege blik heen en weer. Verderop zit een andere vrouw op een stoel. Ze knikt ons vriendelijk toe als we haar groeten. Door een groot raam zien we pa zitten aan een lange tafel vol mensen. In een aangepaste ligstoel een vrouwtje opgekruld. Ogen dicht, mond wijd open, kleine, verkrampte blote voeten. Verderop een bed waarin een andere vrouw stil naar het plafond staart. Rond pa aan tafel zitten stille, oude mensen. “Goeiemorgen”, we knikken in het rond als we binnenkomen en geven pa een zoen, Hier en daar komt een knikje terug, iemand mompelt een groet.
Een vriendelijke Zaanse in verpleegstersuniform komt een hand geven. “Gezellig dat u bezoek kraigt”, zegt ze tegen pa. We vragen of hij mee naar buiten wil en zij gaat een rolstoel halen. “Neem maar lekker de taid hoor”, zingt ze. “We bewaren wel een boterhammetje voor u.”
Het is lekker weer. De omgeving is park-achtig en we kijken samen naar uitbottende bomen en struiken, een brutale ekster, waterhoentjes. “Wat voor bomen zijn dit pa?” Het zijn iepen, weet hij na een lange stilte. Even later vertelt hij dat hij door deze straat vroeger wel fietste. Je moet goed luisteren als hij praat, want zijn stem is versleten. Niet alleen zijn stem. Pa lijkt soms ver weg. Als je hem iets vraagt, komen de woorden langzaam. Meestal duurt het zo lang voor hij reageert, dat de vrager zelf al met een mogelijk antwoord komt.

We genieten van ons rondje buiten.
Dan zijn we terug en duwen we pa weer naar zijn gesloten afdeling. Is hij al een beetje gewend? Ja hoor, dat gaat best, zegt hij. Daar is de Zaanse gastvrouw met een kop soep. Pa heeft er trek in. En ook in de dobbelsteentjes brood met hagelslag daarna. Hij eet langzaam en geconcentreerd.
Bij een tafelgenoot wordt een slab af gedaan. “Wat een mooie blouse heeft u aan”, zegt de gastvrouw lief. “Met borduurwerk. Heeft u dat vroeger ook gedaan, borduren?” Het witte hoofd boven de mooie blouse schudt nee. “Ik ook niet hoor. Ik had een hekel aan handwerken. Breien kon ik ook niet.” Een lichte beweging van de buurvrouw. “U wel? Heeft u veel gebreid?” “Jaaa, heel veel”. “Wat breide u dan allemaal?” Ik hoor met bewondering hoe deze gastvrouw de stille mensen tot praten verleidt. “O, vanalles”. Ze neemt er geen genoegen mee. “Wat dan vanalles?” En de breister gaat het opnoemen.

Een kwartiertje later zeggen we pa gedag. Twee zoenen en dan nog even zwaaien door het raam. Tot de volgende keer! “Dag”, zijn hand blijft in de lucht hangen. We lopen de brede gang weer door en H. vist de code uit zijn zak. Vier cijfers intoetsen en we kunnen de zware deur naar buiten open doen.

donderdag 13 mei 2010

Gezellig

Mijn collega A. komt zondag samen met haar kinderen op bezoek.
Vorig jaar hebben we in het voorjaar samen gevaren en dat was nu weer de bedoeling. Na een aantal koude, regenachtige dagen is het zondag droog. De kano ligt al een paar weken in het water te wachten op beter weer. Er zit een flinke bodem regenwater in waarin allerlei rommel drijft. Voordat mijn bezoek komt, hoos ik hem leeg. In de voorste punt zit een halfdode kikker, die ik met een plens water uit z’n schuilhoek drijf en veilig op een plompenblad zet.
Om twee uur is de kano schoon en vijf minuten later wordt er aangebeld. A. heeft een fles wijn voor me meegenomen en samen met de kinderen feestelijke cakejes gebakken. Verlegen komen ze binnen, een jaar is lang als je nog maar vijf of drie bent.
Na de koffie/sap met cake gaan we naar de boot. De stapstenen in de tuin zijn spannend, het smalle trappetje naar het waterterras ook en de wiebelende boot is nog spannender. We varen om het ganzeneiland heen en tot de doodlopende sloot. Onder ieder bruggetje horen we de echo en overal zijn meerkoetennesten. Soms zijn er al jonkies met rode koppies. Een fuut zwemt voor de boot uit, duikt steeds onder en komt op onverwachte plekken weer boven. Eenden schelden ons snaterend uit. We maken een mooie bocht en varen tussen de pijlers van een hoge brug door terug naar huis.
Als we weer op de wal staan, rent kleine B. meteen naar binnen, om met de grote auto te gaan spelen waar hij waarschijnlijk de hele tijd aan gedacht heeft.
We blijven een tijdje praten en halen dan de mooiste prentenboeken uit de boekenkast. A. gaat voorlezen op de bank. Ik zet in de keuken van alles klaar en vijfjarige Z. komt helpen koken. Melk in het pannenkoekenbeslag gieten en een banaan in plakjes snijden.
Het eten is gezellig. Alleenstaande moeder A. geniet van een tafel vol mensen. Zien eten doet eten en zelfs de gestoomde dim sum hapjes worden door iedereen keurig geproefd.
Na het eten gaat H. zitten zappen op de bank. “Even cricket kijken!”, roept hij en al gauw zitten er twee kinderen naast hem die benieuwd zijn hoe cricket er uit ziet. Er komen allerlei sporten voorbij, maar het beloofde cricket komt niet. Wel zijn er ineens autoraces in beeld. “Auto’s!” roept B. enthousiast. Op het puntje van de bank zit hij fanatiek naar het racen te kijken. Eén van de auto’s vliegt uit de bocht en met z’n drieën zijn ze aan het scherm gekluisterd. Dan roept H. weer “Nu gaan we cricket kijken!” maar in plaats van cricket is er surfen. Ze moeten er alle drie om lachen. Dat herhaalt zich tot vier keer toe. Het is een gezellige boel op de bank voor de televisie, tot moeder A. ineens ontdekt dat het al bijna acht uur is!
“We gaan naar huis”, kondigt ze resoluut aan, maar B. wil blijven. Auto’s kijken. Als H. de televisie uit zet, laat hij zich mokkend van de bank glijden. Mama laat de kinderen netjes een hand geven. “Tot de volgende keer”.
We vonden het een gezellige dag. Wat ons betreft mag de volgende keer best wat eerder zijn dan over een jaar.

vrijdag 7 mei 2010

Vergissing

Sinds een jaar of acht ga ik naar m’n werk op een scooter. Het is me net wat te ver om te fietsen, maar een fatsoenlijke busverbinding is er niet en een tweede auto vind ik geen optie. Vandaar.
Meestal tank ik bij een klein tankstation in Grave waar ik langs kom. Je kunt er een krantje halen, een bos bloemen of wat lekkers voor onderweg. Druk is het er nooit en achter de kassa staan – om en om – twee gemoedelijke dames. Inmiddels weten ze zonder naar buiten te kijken dat ik bij het kleine bedrag van een drie-liter tankje hoor. Regelmatig hebben we korte gesprekjes over het weer.
Deze keer staat er zowaar een rij voor de kassa. Ik sluit achter aan en wacht. Afwezig kijk ik naar de chips en de flesjes spa als de kassamevrouw ineens roept: “O sorry, ik doe iets helemaal verkeerd!” Ik schrik op. De jongeman die al twee stappen op weg is naar de buitendeur heeft voor de verkeerde pomp betaald. “Het moet natuurlijk pomp drie zijn”, zegt de kassamevrouw. “Ik heb u voor pomp vier laten betalen, maar daar staat die mevrouw. Toch?” Die mevrouw knikt. “Die rode Toyota is van mij.”
“Eens kijken… hoe gaan we dat doen?” Even kijkt ze besluiteloos naar haar kassa, dan zegt ze resoluut: “Als u nou gewoon deze bon betaalt, dan krijgt u het bedrag van de verkeerde bon contant terug, en dan schrijf ik het hier op. Is dat goed? Dat wordt dan 59 euro 80.”
De jongeman vindt het goed. Hij betaalt voor de goede bon, krijgt duidelijk hoorbaar voor de hele rij twintig euro terug, mompelt een groet en vertrekt.
De rode Toyota betaalt voor haar eigen benzine en een strenge, zwijgende man voor mij rekent sigaretten en diesel af. Dan ben ik aan de beurt. “Pomp één”, zeg ik duidelijk, want je zult toch per ongeluk voor de verkeerde pomp moeten betalen. Terwijl ze de geldla open doet, zegt de kassamevrouw nadenkend. “Het is nogal een verschil, zestig euro of twintig. Dat móet ie toch gezien hebben…. Maar hij zei niks!”
Ik beaam het. Natuurlijk had ik dat ook gedacht en waarschijnlijk was ik niet de enige.
“Dat is dan vier euro vijfenzeventig”. Ik betaal en ze glimlacht vriendelijk.
Dan zet ik mijn helm op en start m’n scootertje. Met m’n volle tank kan ik weer drie dagen heen en terug.

Brrrr

Omdat ik er van overtuigd was dat we vanmiddag bomen zouden planten, heb ik niet m’n allerwarmste fleece aangetrokken. Van vorig jaar weet i...