Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen

zaterdag 26 augustus 2023

Breiwol van Bram

Een smal landweggetje leidt naar de boerderij in Baambrugge waar ik moet zijn: ‘The Knitwit Stable’. Als ik parkeer, zie ik twee vrouwen buiten staan praten. Eén van hen is de vrouw met wie ik een afspraak heb: Reina Ovinge. Ze heet me vriendelijk welkom, vraagt of er straks nog iemand met een microfoon komt (nee, die heb ik zelf bij me), of ik eerst wil zien wat er allemaal is, of ik koffie wil. De koffie wil ik graag en ook even naar de w.c. asjeblieft. Als ik daarvan terugkom is Reina nergens meer te zien.

Twee krullerige angorageiten in een weiland

Ik loop rond in de voormalige stal (hoor ik later), waar in een hoek een winkeltje is met wollen kleding en accessoires. In een andere hoek is een lang aanrecht met een koffiemachine. Er komen twee mannen binnen in werkkleding. Ze groeten vriendelijk en vragen of ik al koffie heb gehad. Ik vertel dat Reina me een cappuccino heeft beloofd, maar nu is verdwenen. Ze lachen: ‘typisch Reina’ en een van hen tapt de cappuccino voor me. Een lekkere schuimige.

Ik vraag waar ze mee bezig zijn en ze vertellen dat ze de angorageiten aan het scheren zijn. Twee keer per jaar moet dat gebeuren. We hebben een gesprek over het scheren en wat daarna met de wol gebeurt. Dan komt Reina binnen, verontschuldigt zich, het is druk vandaag. We zoeken een rustige ruimte voor het interview en ze vertelt over haar bedrijf. Boerderij, breistudio, winkel met een eigen kledingmerk. Wollen kleding die hier van het begin tot het eind geproduceerd wordt.

Na het gesprek gaan we het hele proces langs van de wol. Eerst naar de angorageiten en de merinosschapen. Reina schudt met een bakje voer en de dieren komen om haar heen staan. De geiten hebben lange, losse krullen, de schapen lieve, wollige koppen. Dan gaan we naar een schuur met grote balen wol. Het moet naar Italië om gewassen en gekaard te worden, want in Nederland is geen wol-industrie meer. Het komt terug in de vorm van bollen breiwol.

Met grote breimachines worden daar truien, plaids, mutsen en meer van gemaakt. Met m’n microfoon sta ik met mijn neus overal bovenop en stel er vragen over. Na de lawaaiige breimachines komt een rustige ruimte waar de verschillende gebreide onderdelen aan elkaar worden gezet. En tenslotte  het winkeltje.

Het scheren hebben we even overgeslagen omdat het lunchpauze was, maar we gaan nog even terug naar de schuur waar angorageit Bram geschoren wordt. Het grootste deel van zijn krullen is er al af en hij staat braaf stil met z’n gehoornde kop tussen een metalen hekwerkje. Voorzichtig gaat het brede scheerapparaat langs zijn hals. Nog een klein stukje … en straks gaat z’n vacht naar Italië.

We praten nog even na in de winkel en dan pak ik mijn spullen in. Ik heb het hele verhaal in m’n opname-apparaatje zitten. Nu terug naar huis en er een mooie montage maken. Ik heb er zin in.

dinsdag 1 augustus 2023

Theo Maassen een geweldige interviewer?

Ben ik nou gek? Iedereen is helemaal enthousiast over Theo Maassen als interviewer bij Zomergasten.
Ik niet.
Ik heb helemaal geen hekel aan Theo Maassen, maar ik begrijp niet wat er zo goed zou zijn aan zijn manier van interviewen. De eerste avond met kosmoloog Thomas Hertog haakte ik na een half uurtje af. Misschien omdat zwarte gaten en het heelal te groot zijn voor mijn brein. Maar het helpt ook niet dat Maassen zijn gast niet echt vragen stelt, maar zich vooral samen met hem verwondert over de kosmos.


De tweede aflevering probeer ik het opgewekt opnieuw. Cameraman Hoyte van Hoytema lijkt me interessant. Ik denk aan de serie ‘De kijk van Koolhoven’, waarin regisseur Martin Koolhoven een kijkje in de keuken van het filmen geeft. Zelfs de aflevering over horrorfilms, niet mijn favoriete genre, vond ik leuk om naar te kijken. Ik ben dus benieuwd wat een cameraman te vertellen heeft.

Verkeerde verwachtingen?
Het gesprek tussen Maassen en Hoytema heeft wat mij betreft een hoog ‘ouwe jongens krentenbrood’ gehalte. Samen knikken en het eens zijn over films die ze allebei geweldig vinden maar waarvan ik nog nooit gehoord heb. Over een zojuist bekeken scène die zo fantastisch gefilmd is. Maar waaróm is ie zo fantastisch? Daar wil ik graag meer over weten.

Van Koolhoven legt tijdens een shot op een druk station haarfijn uit hoe de aandacht van de kijker meteen naar één vrouw in die menigte getrokken wordt. Hoe de camera met een paar mensen mee een trap op gaat en meezwenkt vanuit juist de persoon met wie we mee moeten kijken. Welk effect een bepaalde belichting heeft.

Hoytema legt niks uit en Maassen vraagt ook niks. Het is een gesprek, geen interview. Niks mis met een gesprek, maar ik dacht eigenlijk dat de insteek van Zomergasten toch was dat de gast van de avond op z’n specialisme bevraagd wordt. In een interview.

Volgende keer is Khadija Arib de gast. Ik ga het vast nog een keer proberen. Misschien dat Theo Maassen in een interview met een politica minder geneigd is om er een mannen-onder-elkaar gesprek van te maken. Misschien gaat ie echt vragen stellen. Ik ben benieuwd.

zondag 16 juli 2023

Santiago taart

De eerste afspraak moest ik verzetten omdat er een privékwestie tussen kwam. De tweede keer stormde het (vooral) in Noord-Holland zo hard dat in half Nederland de treinen uitvielen. Ik kwam niet verder dan station Nijmegen. Maar de derde keer kom ik toch echt op de afgesproken tijd aan op het goede adres in Alkmaar.

Als ik er bijna ben, stuur ik I. een appje om te waarschuwen dat de microfoon al aanstaat als ik aanbel. Hoewel we elkaar nog nooit ontmoet hebben, groeten we elkaar alsof dat wél zo is. We kennen elkaars stem, want blinde I. maakt als freelancer interviews voor mijn collega. Ze heeft gereageerd op een oproep om mee te werken aan een kook-podcast. I. gaat een Santiago taart bakken en ik maak daar een audio-opname van.

Ingrediënten: 4 eieren, basterdsuiker, een citroen ...
Eerst koffie, want ik ben al een paar uur onderweg. Dan gaat ze me voor de keuken in, waar al het een en ander klaarstaat. Terwijl ze een citroen raspt, vertelt I. over het kopen van deze keuken en hoe lastig het is om precies te krijgen wat je nodig hebt als je niet ziet. Een waterkering langs het aanrechtblad: ‘dat wil niemand meer, mensen wassen niet meer af’. Apparatuur met voelbare knoppen: ‘als u alles van hetzelfde merk neemt, krijgt u korting.’ Maar I. wíl niet alles van hetzelfde merk, ze wil spullen waar ze mee uit de voeten kan!

Met een oude, analoge weegschaal waar het glas voor de wijzerplaat uit is gehaald, voelt ze tot op de gram precies hoeveel suiker ze gebruikt. Elk object zet ze terug waar het vandaan komt, ook als ze het straks nog een keer nodig heeft. Zo kan ze het het makkelijkst terugvinden. Ik achtervolg haar met de microfoon als ze spullen uit kastjes haalt, beslag mixt, de oven aanzet. Ze wordt er een beetje zenuwachtig van, maar het gaat allemaal goed.

Af en toe heb ik de neiging om iets aan te geven als ik haar zie tasten, om dat laatste beetje citroenrasp uit het bakje te vegen dat zij mist. Maar ik hou m’n handen thuis en bemoei me niet met haar bakwerk. Wel stel ik vragen. Behalve over het recept en hoe ze werkt, vertelt I. over de pelgrimsreis naar Santiago de Compostella die ze met haar vrouw maakte. Daar hebben ze deze taart vele keren gegeten. Het is een enthousiast verhaal.

En midden in dat verhaal zie ik ineens dat de teller van m’n opname-apparaat niet meer loopt. Oei! Gelukkig is alleen het laatste stukje niet opgenomen en I. wil het graag nog een keer vertellen.
‘Het klinkt niet zo aardig,’ zegt ze, ‘maar ik ben blij dat dit jou ook kan overkomen. Ik ben er altijd zó bang voor dat een interview niet opgenomen is!’

Terwijl de Santiago taart in de oven gaat, krijg ik soep en een broodje. Dan komt het laatste stukje van de opname: de taart komt gaaf uit de oven. Ik mag hem aansnijden en als toetje van de lunch eten we een vers, warm stukje amandeltaart. Prima gelukt!

vrijdag 28 mei 2021

Een slecht interview

Donderdagmorgen sta ik ingeroosterd in studio 6 voor de laatste 120 minuten van de Telegraaf. Het betekent dat ik een deel voorlees van de weekselectie die gemaakt is voor onze blinde en slechtziende Telegraaf-abonnees. Wekelijks krijgen ze in zo’n drie en een half uur op deze manier een geconcentreerde versie van die krant. Op dezelfde manier wordt van de andere landelijke kranten een wekelijkse luisterversie gemaakt.

De Telegraaf dus. Het is niet mijn lievelingskrant, maar dat zul je aan mijn stem niet horen; ik ben een professional. Dus lees ik zonder blikken of blozen voor hoe Lil Kleine in Ibiza zijn vriendin heeft toegetakeld en welke misstappen hij voor die tijd al allemaal had begaan. Ook lees ik een interview met bariton Ernst Daniël Smid, die Parkinson heeft. En verder nog een heleboel artikelen die ik meteen weer vergeet. Na de voorleessessie maak ik netjes de studio schoon en ga ik naar huis.

Pas als ik aan tafel een boterham zit te eten, realiseer ik me waarom ik het interview met Ernst Daniël Smid zo slecht vond. Evert Santegoeds mag het dan tot journalist van de grootste Nederlandse krant geschopt hebben, ik heb weinig bewondering voor zijn manier van vragen stellen.

Bij de Voorste Kamer maken we luistertijdschriften met een hele kleine oplage, maar we maken ze wel zo goed mogelijk. En voor mij betekent dat, dat als je iemand interviewt, je die persoon zo goed mogelijk tot z’n recht moet laten komen.

Na het lezen van het interview met de bariton, blijft bij mij níet het beeld achter van een gevierde zanger met een mooie carrière. Daar ging het helemaal niet over. Alle vragen hadden als strekking: nu je Parkinson hebt kun je zeker dit niet meer, en ook dat niet meer, en is dat niet vreselijk erg. Geen vraag over successen, mooie momenten, anekdotes… geen vraag over wat er nu nog wél kan en waar Ernst Daniël nu zijn vreugde uit haalt. Alleen maar poeren in de ellende.

Ik monteer regelmatig audio-interviews. Vaak met mensen die onlangs blind of slechtziend zijn geworden en veel verloren hebben. De freelancers die deze interviews afnemen (zelf ook blind) vragen niet alleen maar hoe erg het wel is en wat er nu allemaal niet meer kan. Ze laten ruimte voor het verhaal van de geïnterviewde zelf. Terwijl ik monteer, leer ik die mensen kennen.
Het interview in de Telegraaf heeft me over Ernst Daniël Smid niets anders laten zien dan dat hij Parkinson heeft en dat zijn carrière helaas over is.

Het is een keus, maar mijn keus zou het niet zijn. Geef mij maar een andere krant.

donderdag 22 april 2021

Ontmoetingen


Als ik een (audio-)interview heb gemonteerd, voelt dat vaak alsof ik er zelf bij geweest ben. Door in zo’n gesprek te knippen, kun je het manipuleren. Ik voel me dan ook altijd erg verantwoordelijk om de montage goed en integer te doen. Je wilt de essentie bewaren van wat iemand heeft willen vertellen. Vooral als het over heel persoonlijke dingen gaat, zoals dat je hele leven overhoop ligt doordat je moet leren omgaan met slechtziendheid of blindheid.

Voor het luistertijdschrift Zienswijs (voor mensen die op latere leeftijd blind of slechtziend werden) monteerde ik twee interviews. Eén met een man die bij het Ministerie van Economische Zaken werkt en te maken kreeg met netvliesloslating. En één met Dominique (45), die op haar weblog Voordathetlichtuitgaat beschrijft hoe ze zich zo goed mogelijk voorbereidt op het leven als blinde dat haar wacht.

Geen van beiden heb ik ooit ontmoet of gesproken, maar ik heb wel het gevoel dat ik ze nu allebei een beetje ken. Misschien geldt dat ook wel voor de luisterende abonnees van het tijdschrift, maar zij hebben niet de aarzelingen, versprekingen en terzijdes gehoord die ik er uit heb geknipt. Of de delen van het gesprek die óók heel interessant waren, maar er uit moesten wegens tijdgebrek.

Zo maak ik, ook in coronatijd, steeds weer kennis met allerlei interessante, nieuwe mensen.

dinsdag 26 februari 2019

Marker Wadden

Het is kwart voor 12 als ik de grote, houten bouwkeet uit loop, waar ik net een interview had over de Marker Wadden. Vijf nieuwe eilanden die ze aan het bouwen zijn in het Markermeer. Ze zijn van hieraf niet te zien, al sta ik hier aan de rand van datzelfde Markermeer.

De zon schijnt en ik twijfel tussen een terrasje met een cappucino of een stukje lopen langs het water voordat ik het hele stuk weer terug rij. Ik kijk om me heen en zie een stukje verderop een ouderwetse driemaster liggen: de Batavia, een nagebouwd VOC schip. De keus is gemaakt. Ik wandel naar het schip om het van dichtbij te bekijken en een paar foto’s te maken.

Dan loop ik terug langs de kade. Ik luister of er interessante watergeluiden zijn om m’n interview mee te illustreren, maar dat valt tegen. Over een ijzeren loopbrug kan ik naar een smalle aanlegsteiger. Ik blijf boven het water staan, doe mijn ogen dicht en luister:

Het gestamp van een groot schip dat langzaam dichterbij komt, gepraat en geroep van mensen die verderop de Batavia bezichtigen. Gehamer ergens uit een gebouw. De auto’s in de verte op de snelweg die over de dijk loopt. Als ik m’n best doe, hoor ik ook een enkele watervogel. Nee, geen geschikt geluidstafereel bij een interview over een nieuw natuurgebied.

Het geeft niet. Ik mag de vogelgeluiden gebruiken van een podcast van Natuurmonumenten. En de dame die ik interviewde gaf een beeldende beschrijving van het gebied. Alsof we er op het gloednieuwe strand stonden en uitkeken over het weidse, moerasachtige gebied waar de vogels zich meteen al thuis voelen.

Ik draai me om, ga mijn auto uit de parkeergarage halen en rij terug naar huis. Tomtom aan, een vriendelijke zon op het autoraam, en in m’n hoofd ben ik het interview alvast aan het monteren. Best een prima werkdag vandaag.

vrijdag 30 januari 2015

Kroegtijger

Voor ons personeelsblad heb ik een interview gehouden met collega M. die haar twaalf en een half jarig jubileum vierde. Het werd een gesprek over haar werk, maar ook over persoonlijke dingen zoals wat ze in haar vrije tijd graag doet.
Tijdens het interview liet ze zich kritisch uit over een project dat volgens haar niet goed aangepakt was door het management. Een beetje zorgelijk vroeg ze zich daarna af of dat zo wel in het personeelsblad kon.
“Een beetje kritiek moet toch kunnen,” vonden we allebei. Ik beloofde dat ik het zorgvuldig zou verwoorden en dat ze het stuk vóór de publicatie te lezen kreeg om te checken of ik haar goed had geciteerd. Dat gebeurde en met haar toestemming ging het artikel naar de drukker.

Een paar weken later. Het personeelsblad is uitgedeeld en ik blader het tevreden door. Er staan een paar leuke artikelen in en de column van mijn blinde collega is weer leuk. Dan gaat het tijdschrift in mijn la en het werk gaat door. Later die week gaat er een mail rond van de postkamer. Er moet met spoed een grote zending cd’s de deur uit, die allemaal met de hand in een speciaal hoesje moeten worden verpakt. Iedereen die een uurtje kan missen, wordt gevraagd om even te komen helpen. Ik heb geen dringende deadlines en loop naar beneden om mijn hulp aan te bieden.

We zitten rond een paar tafels vlak bij de koffieautomaat met een paar mensen een tijdje ijverig in te pakken als M. langsloopt om koffie te halen. Als ze met een paar volle bekertjes koffie terug loopt, kijkt P. van de postkamer haar na. “Daar gaat ze, de kroegtijger,” zegt hij. Twee tellen ben ik verbaasd, dan weet ik waar hij het over heeft. In het interview heeft ze ook gezegd dat ze graag op stap gaat, naar de kroeg. Ik schiet in de lach: “Het is maar net wat je bijblijft uit zo’n interview”, zeg ik.
“Nou ja,” zegt P. verdedigend. “Ik heb het onthouden omdat ik dat helemaal niet van haar had verwacht!”

Grinnikend ga ik verder met cd’s inpakken en ik bedenk hoe leuk het is om mee te werken aan een personeelsblad waardoor de collega’s elkaar beter leren kennen. Als kritisch persoon en/of als kroegtijger.

vrijdag 12 december 2014

Interview met een breinonderzoeker

Aan het eind van het Jaar van het Brein maken we op de valreep een Brein-special: een cd vol wetenswaardigheden over het brein in relatie tot onze doelgroep: blinden en slechtzienden. Mijn collega’s verzamelen materiaal uit kranten, tijdschriften en van internet en zoeken geschikte kandidaten voor aanvullende interviews. Mijn taak is het om Professor Kupers te interviewen, een neurowetenschapper die onderzoek doet naar de hersenen van blinde proefpersonen. Hij woont en werkt in Kopenhagen, maar zal in november een weekend in Maastricht zijn, waar ik hem kan spreken.

Na de toezegging blijft het lang stil. Ik krijg de professor pas te pakken vlak voordat hij naar Nederland komt en de afspraak komt op zondag terecht. Dan heeft hij tijd. Op zaterdagavond bekijk ik nog even mijn mail en zie een berichtje van Professor Kupers, dat zijn programma veranderd is. Hij moet op zondag met twee blinde Deensen een rondje Maastricht doen. Maar misschien kan ik hem tijdens de lunch interviewen? Of anders daarna op de Universiteit.

Zo komt het dat ik op zondag 23 november om half 12 over het Vrijthof wandel, op weg naar een kop koffie. Er staat een kermis op het Vrijthof, omringd door hoge hekken. Van het mooie plein is daardoor erg weinig te zien. Vanaf de gezellige terrasjes zie je niet de Sint Janskerk, maar rommelige hekken en daar bovenuit een reuzenrad. Ik zoek een plekje in de zon (ja, deze 23e november is een prachtige dag) en tegen twaalven bel ik het telefoonnummer dat ik heb gekregen. De professor en zijn blinde dames zijn vlakbij. Ze komen naar me toe.
Het kan niet missen. Een kleine, kalende man met aan elke kant een jonge vrouw met witte stok; en dan nog een gids die ze de stad door heeft geleid. We schudden handen en stellen ons aan elkaar voor. De gids verlaat het groepje en wij zoeken een plek waar we rustig kunnen lunchen.

Ik heb een reliëfkaart van het brein meegenomen voor Professor Kupers, die ik meteen te voorschijn haal en op tafel leg. Het is een kleurige, schematische afbeelding van de menselijke hersenen waar overheen een doorzichtig vel hard plastic, met dezelfde afbeelding in reliëf. De vrouwen gaan om de beurt met hun vingers over de plaat. Ze vertellen dat in Denemarken reliëfafbeeldingen bij studiemateriaal op een andere manier gemaakt zijn. Op swell paper, papier waarop bij verhitting getekende lijnen omhoog komen. 


We hebben een geanimeerd gesprek over aanpassingen van studiemateriaal en de problemen die daar bij komen kijken (ook in Denemarken leveren opleidingen hun boekenlijsten vaak erg laat aan) en intussen worden er broodjes gebracht en leren de Deensen de Hollandse Kroket kennen.

Dan is het ineens hoog tijd dat we opstappen, want de dames proefpersonen worden op de Universiteit verwacht voor een hersenscan. De tocht naar de parkeergarage over ongelijke keitjes en langs sluipweggetjes tussen hekken door valt niet mee. Ik loop met één van de vrouwen aan de arm mee tot de auto en zij vertrekken haastig om nog op tijd te komen. Ik kom wat later bij de Universiteit aan.

Het gloednieuwe gebouw van Brains Unlimited is uitgestorven. Professor Kupers wijst me een hoek met zitjes waar we het interview kunnen doen. Hij heeft nu alle tijd, want voor het onderzoek van vandaag hoeft hij alleen in de buurt te zijn voor mogelijke problemen. Uitgebreid beantwoordt hij al mijn vragen. Hij houdt zich bezig met dat deel van de hersenen dat mensen gebruiken bij het kijken: de visuele cortex. Het is een groot stuk van het brein en Kupers wil weten wat daar gebeurt als iemand níet ziet. Wordt het dan voor iets anders gebruikt? Intussen is wel duidelijk dat de visuele cortex van een blind persoon ingezet wordt voor andere dingen. Voelen bijvoorbeeld (braille lezen) en ruiken. Maar er valt nog véél meer aan te onderzoeken.


Met ruim een uur aan materiaal ga ik later op de middag de deur uit. Het wordt nog een hele klus om daar een interview van 12 minuten van over te houden, maar dat gaat wel lukken. Ik zet de autoradio aan en rij door het zonnetje naar huis. Werken op zondag moet geen gewoonte worden, maar voor een keertje vind ik het op deze manier helemaal niet erg.

woensdag 28 mei 2014

House of Boxing

Het is maar goed dat de trainer me gezegd had dat the House of Boxing boven in het pand van de keukenwinkel zit. Huisnummers zijn hier niet te vinden en de kickboksschool zie je pas als je omhoog kijkt.
Ik zet mijn fiets op slot en trek mijn regenbroek uit. Gelukkig is er een flink afdak over de hele breedte van de keukenwinkel. Met de natte regenbroek over mijn arm loop ik naar binnen, de brede trap op en naar de ingang van the House of Boxing. Door de glazen deur zie ik dat er iemand binnen is. “Lekker weertje hè”, zegt hij als ik binnen kom.
“Dag, ben jij Massidi?” Ik steek hem een natte hand toe en stel me voor.
“Ben je op de fiets.” Het is geen vraag, maar een constatering. “Goed!”
Hij is niet zo groot en gespierd als ik me had voorgesteld. Eerder tanig. Terwijl ik mijn natte spullen op een bankje leg, biedt hij me thee aan en gebaart naar de tafel midden in de ruimte. Ik leg mijn tas op tafel en wijs naar de koeling met blikjes drinken. “Daar ga ik straks last van hebben”, zeg ik, en als hij niet-begrijpend zijn wenkbrauwen optrekt: “die koeling geeft een brom op de achtergrond.” Ik haal mijn opname apparaatje uit m’n tas. “Het wordt een geluidsopname hè, geen geschreven interview”.
“O ja, natuurlijk. Ik was even kwijt waar het ook weer precies voor was.”
Ik leg hem nog eens uit dat het een interview wordt voor een audiotijdschrift, voor blinden en slechtzienden.  Hij lacht enthousiast. “Hartstikke leuk om daaraan mee te werken!”

Ik stel voor dat we bij de ronkende koeling weg gaan, de trainingsruimte in. Daar start ik de opname en gaan we al pratend de bokszakken langs, die in een rij langs de muur hangen, tot bij de wijd open ramen waardoor het geluid van langsrijdende auto’s te horen is. Niet erg, want in de microfoon legt hij uit dat die ramen altijd open staan omdat de trainingen zwaar zijn en veel zuurstof dan erg welkom is. Zo begrijpt een luisteraar waar die autogeluiden vandaan komen.

Ik vraag waarom kickboksen tegenwoordig vooral zo populair is bij vrouwen en wat je als beginner kunt verwachten. Met de gebroken neuzen en bloemkooloren die ik bij deze sport voor me zag, valt het erg mee. Veel vrouwen houden het bij bokszak trainingen en gaan de ring niet in voor echte vechtpartijen. “Het is één van de beste cardio workouts die er bestaan,” zegt Massidi. Conditietraining dus, en met een hoge vetverbranding, wat vooral voor vrouwen vaak wel een belangrijk punt is.

“We beginnen met een warming up van twintig minuten”, vertelt de kickbokstrainer, en daarna wordt er in tweetallen met de bokszakken gewerkt. “Eén houdt de bokszak vast en de ander slaat bijvoorbeeld telkens op mijn teken “links-rechts”, hij doet het voor met zijn vuisten op de manshoge zak. “Of ik stel een piep in na twee minuten en tot de piep wordt er achter elkaar links-rechts-links-rechts gebokst,” weer laat hij meteen zien en horen hoe dat gaat.

Zo maken we een rondje door de hele trainingsruimte. Langs het rek met de scheenbeschermers en bokshandschoenen, langs de boksring, langs een circuit met allerlei materialen om spier-oefeningen mee te doen. En ten slotte langs Bob, een mannentorso op een standaard, waarop gerichter geoefend kan worden met slagen en hoge schoppen. “Het is een vrij therapeutische pop,” zegt Massidi en lacht: “Als je een wat mindere dag hebt, dan is Bob altijd eh.. de Sjaak.”


Aan het eind van onze ronde komen we een bel tegen waar met grote letters het woord “Quitter” op staat. Die wordt alleen maar geluid als één van de verst gevorderde boksers, uit de klasse Gladiator X of Amazone X besluit een loodzware training te staken. “Als je besluit om daaraan mee te doen, moet je hem ook afmaken. En zo niet, dan moet je gaan.”
Op mijn verzoek luidt hij de bel. Het is een mooie afsluiting van het interview.

Terug bij de tafel, waar mijn lauwe thee nog staat, praten we nog even na en dan hijs ik me weer in mijn regenpak en fiets naar huis. Leuk; dit gesprek. Niet alleen heeft het me goed geluidsmateriaal opgeleverd voor het tijdschrift, ik snap nu ook veel beter waarom verschillende vrouwen om me heen zo enthousiast aan het kickboksen zijn geslagen.


Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...