dinsdag 19 mei 2026

"Ben je nu chagrijnig?"

Een jaar geleden hebben we twee straten achter ons huis een park aangelegd met buurtgenoten en Vrijwillig Landschapsbeheer. Er zijn onder andere twee ‘vogelbosjes’ aangeplant, driehoeken met allerlei inheemse struiken die voor vogels aantrekkelijk zijn. Er is ook een groot veld met wildbloemen en die komen nu ook tussen die struikjes zó hoog op, dat de vogelbosjes haast niet terug te vinden zijn.

Vandaag gaan we onze aanplant redden van de verdrinking in de bloemenzee met de dinsdaggroep van Vrijwillig Landschapsbeheer. Twee mensen gaan met de bosmaaier het veld in om gedeelten kort te maaien. Er moet genoeg blijven staan voor de insecten en om zichzelf weer uit te zaaien. 

Ik ga met G. en D. naar vogelbosje één. 
“Help, ik herken geen planten en struiken hoor!” roept G. en ik krijg de taak om instructie te geven over hoe we te werk gaan. Het is even wennen, maar al gauw weet iedereen hoe je de houtige stammetjes van de struiken kunt herkennen tussen grassen, bloemen en stevige distels. 

Als we tien minuten aan het werk zijn, komt er een nieuwe vrijwilliger bij. F., een jonge jongen, die er bleekjes en een beetje afwezig uitziet. Ik vertel hem wat de bedoeling is en hij zegt: 
“Ik heb er helemaal niks van begrepen.” Dus vertel ik het wat rustiger en duidelijker nog een keer. Onzeker pakt hij de grote heggenschaar aan. 
“Kan het niet met zo’n kleine snoeischaar?” 

Ik wijs hem een overwoekerde struik en laat zien hoe die vrijgemaakt moet worden. Voorzichtig gaat hij aan de slag. Ik zie dat F. heel precies werkt en een beetje moeite heeft met waar wel en waar niet. Wel begrijpt hij gelukkig dat de struikjes moeten blijven staan. Ik blijf een beetje bij hem in de buurt en wijs hem af en toe iets aan. Dan vertelt hij me ineens dat hij een drankprobleem heeft en dat hij het nogal moeilijk vindt om met anderen en zichzelf om te gaan. Intussen werkt hij langzaam en zorgvuldig verder. 

Om half 11 is er koffie met taart, want we hebben een jarige. F. blijft liever doorwerken, zegt hij. Ik zoek hem na de koffie weer op en vraag hoe het gaat. “Het ene moment goed en het andere moment waardeloos,” zegt hij. Hij vertelt hoe labiel hij zich voelt en over hoe vervelend hij zichzelf vindt. 
“Ben je nu chagrijnig?” vraagt hij als ik een tijdje stil blijf.
“Helemaal niet!” 
Ik heb met de jongen te doen. Wat een ellende als je jezelf zo in de weg zit. 

Niet veel later zegt hij dat hij wil stoppen voor vandaag. Dat is prima. Ik vertel hem dat hij goed gewerkt heeft en dat ik hoop dat hij volgende week weer komt. 
Hij zal het proberen, zegt hij. 
Netjes ruimt hij het gereedschap op dat hij gebruikt heeft en dan gaat hij stilletjes weg.
“Tot volgende week!” roep ik. 
Hij kijkt achterom. 
“Ja,” roept hij terug. “Tot volgende week.”

zondag 17 mei 2026

Swingen met Chopin

Het concert waar we vanmiddag met vrienden naartoe gaan, heeft een inleiding vooraf. Dat is leuk, want je krijgt dan vaak aanwijzingen waardoor je extra goed op bepaalde dingen gaat letten. We gaan luisteren naar het Nederlands Blazers Ensemble en vooral naar hun gast-blazer Maite Hontelé, die het programma mocht samenstellen.

Van het NBE zijn we fan. Het is een enthousiaste groep muzikanten die overal voor in is. We hebben ze al vaker gehoord, met altijd heel verschillende programma’s en muziekstijlen. Vandaag wordt het Latin, want Maite Hontelé is lange tijd een gevierde muzikant geweest in Colombia. 

De inleiding is leuk en levendig, met onder andere een live interview met twee gastmuzikanten die Maite heeft meegebracht. Ze vertellen soepel (in het Engels) over hun instrumenten (piano en percussie) en ze hebben duidelijk zin in het concert. Wij ook.

Om drie uur zitten we verwachtingsvol in de zaal en achter ons horen we de muziek binnenwandelen. Letterlijk, het is een complete fanfare. En behalve de beroepsmuzikanten zijn er twintig amateurblazers uit de omgeving bij die zich hebben kunnen opgeven. Zij spelen het eerste nummer mee en zullen later terugkomen voor de afsluiting. 

Maite Hontelé heeft voor deze voorstelling muziek uitgekozen waar zij van houdt. Ze vertelt over haar leven en vooral over de muziek. Dat ze al jong naar het NBE luisterde (het ensemble bestaat al 65 jaar) en hoe ze in Colombia haar stijl vond, beroemd werd en haar plezier in het spelen kwijtraakte. Ze borg haar trompet een tijd op maar kwam terug.

Intussen horen we na de startfanfare een swingend Zuid-Amerikaans nummer, een bewerking van een Chopin-prelude, een Spaans feestlied, een stuk Matthäus Passion en zo wisselen spetterende nummers en subtiele bewerkingen van klassiek of anders zich af. Maite is het middelpunt. Ze staat ontspannen te vertellen en de sterren van de hemel te spelen. Je kunt je goed voorstellen dat ze haar eigen band leidde. Maar ze eist niet alle aandacht op; ze geeft gul ruimte aan (solo’s van) anderen. 

Het is muziek waar je vrolijk van wordt, maar soms ook raakt het je door prachtige verstilde fragmentjes. Het is het laatste concert van deze reeks en de muzikanten maken er een feestje van. En het publiek doet mee. We worden uitgenodigd om mee te klappen, op te staan en een stukje mee te zingen en er wordt enthousiast geroepen en geapplaudisseerd.

Na de officiële voorstelling gaan de musici nog even door in de foyer. Wij nemen een drankje en praten nog even na voordat we weer afscheid nemen. En we zijn het er zonder meer over eens. Het was een superleuk concert! 

zondag 3 mei 2026

Water pompen

waterpomp
Net toen ik m’n fiets uit de schuur had gehaald, stopte een busje van een pakketbezorger voor ons huis. Er kwamen twee grote dozen uit, geadresseerd aan H. Gelukkig dat ik ze nog in ontvangst kon nemen, dat scheelde een hoop gedoe.

Toen we in de namiddag allebei thuis waren, haalden we uit de kleine doos de bestelde waterpomp en uit de grote doos twee slangen. H. had de pomp gekocht voor de vereniging (Vrijwillig Landschapsbeheer), maar we zouden hem hier thuis uitproberen.

Een dag later bekijken we zorgvuldig de handleiding, zetten het filter aan de pomp, doen er twee volle accu’s in en bevestigen de twee slangen (een om aan te zuigen en één om water te geven) en dan gaan we met het hele spul de achtertuin in, die grenst aan een sloot. 

We zetten de pomp op een laag muurtje, hangen de zuigslang in het water en dan, het moment van de waarheid, zetten we het apparaat aan. Aan de andere kant van het water kijkt onze achterbuurvrouw belangstellend toe. Volgens de aanwijzingen kan het tot zo’n vijf minuten duren voordat er water uit de slang komt. We wachten de volle vijf minuten, maar er gebeurt niets. 

houten vlonder met daarachter een sloot (waar een roeiboot in ligt)
Oké, nog eens de gebruiksaanwijzingen lezen. We vinden een paar filmpjes waar we niet wijzer van worden, proberen het nog een keer en nog een keer, maar helaas, er wordt geen water opgepompt. De buurvrouw staat een beetje te lachen om onze vergeefse pogingen. We koppelen de slangen af en ruimen alles op. Voor nu.

Weer een dag later. H. heeft gebeld met de fabrikant en wat nergens in de aanwijzingen stond, weten we nu: de aanzuigslang moet helemaal gevuld zijn met water voordat je de pomp aanzet. Tweede sessie. Maar ook nu blijft de verwachte straal sproeiwater uit. De achterbuurvrouw zegt dat ze nog even wacht voordat ze ook zo’n handig pompje gaat kopen.

H. probeert nu iets anders. Hij haalt het filter weg en sluit de aanzuigslang direct op de pomp aan. En kijk, dát helpt! We horen meteen dat er nu wél iets gebeurt en na een halve minuut komt er een forse straal water uit de slang. Hoera! Alleen zou dat filter er natuurlijk wel tussen moeten als we water uit (soms vieze) slootjes willen pompen.

Intussen is het zondag. Morgen gaat H. opnieuw bellen en we vermoeden nu dat er iets mankeert aan het filter. Sinds een uurtje valt er een lichte, gestadige lenteregen. De tuin is er blij mee. Hopelijk blijft het nog een tijdje doorgaan met regenen, want we hebben een bijzonder droog voorjaar. In elk geval hebben we nu alvast een pomp voor de volgende droge periode. Nu moet alleen dat filter het nog gaan doen. 

maandag 27 april 2026

Gescoord op de vrijmarkt

8 tuinboeken, 6 kinderboeken en een witte fruitschaal
Koningsdagmarkt, vrijmarkt, rommelmarkt. Hoe je het ook noemt, ik vind het leuk om langs de kraampjes te struinen. Hier in het dorp heet het kindermarkt. In principe worden alle verkoop-plekken door kinderen ingenomen, maar de praktijk is dat de meeste kinderen er na een uurtje genoeg van hebben, zodat er vooral vaders en moeders achter de koopwaar zitten. 

Maar niet overal. We staan even stil om te kijken naar een paar boeken en onmiddellijk worden we aangesproken door de pakweg tienjarige eigenares. 
“Bent u op zoek naar iets speciaals?”
“Nee hoor, we kijken gewoon wat er is.”
Ze begint te vertellen hoe leuk het boek is waar ze me naar ziet kijken, vertelt dat een tweede boek voor de halve prijs gaat en prijst een rekenspel aan waarmee je de tafels kunt leren. 
“Jij bent een goeie!” zegt H. tegen haar. “Je kunt zó als verkoopster gaan werken.” 
Helaas voor haar kopen we niets. Niet bij haar tenminste. 

Maar zo her en der komen we een hoop tegen wat we wél willen hebben. 
Meestal laat ik me niet tot veel aankopen verleiden op koningsdag, maar vandaag gaan we allebei los, want ik heb tenslotte een boekenkastje aan de straat waar ik alles in kan zetten dat ik (na het lezen) kwijt wil. Ik koop ook een paar boeken waarvan ik vermoed dat ze grif uit het kastje meegenomen worden. Gewoon omdat dat leuk is.

Een tweede reden om naar boeken te speuren is een kastje bij een project van Vrijwillig Landschapsbeheer. We zijn met de vereniging bezig een informatietuin aan te leggen en daar hoort een kastje bij waarin een verzameling planten-, bomen- en vogelboeken niet misstaat. Met boeken die we voor een (soms halve) euro kunnen kopen, is die info-kast voor een habbekrats leuk gevuld. 

Het kijken en kopen op een vrijmarkt levert een heleboel grappige, kleine gesprekjes op. Ergens vinden we een tuinboek waarvan de prijs ‘een vrijwillige bijdrage is’, want, zegt de eigenaar, “het is mooi als mensen blijven lezen, dus geef gewoon wat je wilt geven.”
We vertellen dat we het boek in een informatiekast gaan zetten en daar is hij enthousiast over. 

Na twee uurtjes struinen hebben we alles gezien. Veertien boeken hebben we gescoord en een fijne, simpele fruitschaal die uit een kerstpakket komt van iemand die bij het Radboud-ziekenhuis werkt. (“We hebben er twee, en één is wel genoeg”) 
Tijd voor koffie. Met iets lekkers erbij. Het is tenslotte een feestdag vandaag.

zondag 19 april 2026

Hyrox is hot

Bij de ingang van Ahoy Rotterdam blijven H. en ik even staan om op onze telefoons de kaartjes te zoeken. We hoeven ze pas een eind verderop te laten zien en krijgen dan allebei een bandje om onze pols. Dan lopen we de grote ruimte in waar een sportparcours is uitgezet met vakken, waar een hardloop-baan tussendoor loopt. 

“Komen jullie me op 19 april aanmoedigen?” Vroeg dochter E. ruim een maand geleden. Toen we daar nog even over wilden nadenken, zei ze dat we niet te lang moesten wachten, anders konden we geen kaartjes meer krijgen. 
“Okee, bestel maar kaartjes dan.” 

Hyrox is hot in de fitnesswereld en onze dochter pikt de hypes in die wereld enthousiast op. Je kunt je door slechtere dingen laten meeslepen. Samen met haar vriendin S. is ze de uitdaging aangegaan om vandaag in ongeveer 95 minuten het hyrox parcours af te leggen. Ze hebben er stevig voor getraind.

“Hyrox staat voor 'Hybrid Rockstar' en is een fitnesswedstrijd met een vast format. Je rent een kilometer, stopt voor een krachtoefening, rent weer een kilometer en doet daarna een andere oefening. Dit patroon herhaal je acht keer, waardoor je uiteindelijk 8 kilometer hebt gerend en 8 verschillende krachtoefeningen hebt gedaan.” (bron www.vitakruid.nl)

E. had me een plattegrond ge-appt zodat ik een idee heb van wat waar is, maar dat betekent nog niet dat we meteen snappen waar we als publiek heen moeten. Een extra uitdaging is het vinden van de rest van de fanclub: de ouders en broer van S. en nog wat vriendinnen/collega’s.
Ik app met een vriendin van E. maar de eerste twee krachtoefeningen gaan voorbij zonder dat we elkaar vinden. Als we bij het derde vak staan, tikt iemand op mijn schouder: “You’re E’s mom aren’t you? I’m her colleague.” Ze wijst me waar de ouders van S. staan. Ha, gevonden!

De moeder van S. zit in een rolstoel, maar dat weerhoudt haar er niet van zich in deze drukte te storten om onze dochters aan te moedigen. Mensen gaan vriendelijk voor haar opzij en we staan nu met een hele groep de meiden toe te zwaaien en te roepen. Met enige trots zien we E. en S. onder andere 105 kilo slepen, met 2 x 16 kilo een eind lopen, een vreselijke afstand afleggen met burpies en ook zo’n stuk met lunges (met 10 kilo op de schouders).
 
Ze doen het goed. In 94 komma iets ronden ze de oefeningen af: heel dicht bij de ingeschatte tijd. Met de hele groep aanmoedigers en de sportievelingen zelf gaan we na afloop nog even iets drinken. Er worden foto’s en filmpjes uitgewisseld en op een app wordt informatie bekeken over tijden en over hoe hoog de hartslag was bij welke oefening. 

Dan neemt iedereen afscheid van elkaar met een vrolijk: “Tot de volgende keer.”  De sporters vonden het leuk en E. laat me weten dat ze zich door al het trainen hartstikke goed voelt. Dus die volgende keer komt er vast wel. 

donderdag 16 april 2026

Favorieten

Mijn favoriete theekom (met streepjes) en favoriete koffiekopje (met tekst: als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is)
Mijn vriendin S. haalde twee mokken uit haar keukenkastje voor de thee die ze net gezet had. Ik wilde ze aanpakken om ze op tafel te zetten, maar ze hield eerst één van de twee mokken omhoog en zei nadrukkelijk dat díe van haar was.

“Ja, natuurlijk zijn álle kopjes hier van mij, maar dít is echt míjn kop. Die gebruik ik altijd als ik thee of koffie drink.” Ze lachte een beetje om zichzelf en haar sterke servies-voorkeur.

Ik snap dat wel. Ik vertelde haar dat ik ook beslist favorieten heb. Mijn koffie drink ik altijd uit een kopje met precies de prettigste maat en dikte. Als het nog bij de vuile afwas van de vorige dag staat, was ik het speciaal even af om te gebruiken. 
En als H. de tafel heeft gedekt, wissel ik vaak snel nog even de messen omdat ik liever die met het smalle puntje heb dan met het ronde. 

Waarom? Geen idee. Het is niet dat het ene mes beter snijdt dan het andere. Zelfs bij de theelepeltjes heb ik sterke voorkeuren, terwijl je er alleen maar mee hoeft te roeren. Toch zijn er dus blijkbaar meer mensen met favorieten in servies en bestek.

Met een andere vriendin had ik ooit een gesprek over de hiërarchie die bij haar thuis gold voor een set kommetjes. Die met het all-over strepenpatroon werden altijd het eerst gepakt. Dan waren er kommen met half-strepenpatroon-half-wit, die kwamen op de tweede plaats. De losers waren de kommen met alleen maar een saai stippellijntje. Maar die werden dan af en toe tóch gebruikt “omdat het anders zo zielig voor ze was.”

Als ik er zo over nadenk, weet ik nóg een vriendin die altijd een nadrukkelijke bekerkeuze heeft. Zijn het alleen vrouwen die dit hebben? H. maakt het in elk geval weinig uit waar hij uit eet of drinkt. Ik zal het toch eens gaan rondvragen onder mijn mannelijke vrienden.
En nu je dit toch leest: heb jij dat nou ook??

zondag 12 april 2026

Operatie Ingrid Marie


close-up handen die een takje op z'n plaats houdenIeder jaar rond half augustus kunnen we appels eten van onze eigen appelboom. Het zijn lekkere appels: Cox Orange, een oud ras. Een week of zes, zeven hebben we een overvloed aan appels, maar heel veel langer kun je ze helaas niet bewaren. 

In een park in de buurt staan appelbomen met andere soorten, die later in het jaar rijp zijn. De rode appeltjes die de naam Ingrid Marie dragen, zijn tot in december eetbaar. Eind vorig jaar gingen we met een plastic tas naar dat park om een paar kilo van die appels te scoren. 

Die wil ik ook in de tuin, bedacht ik. En geïnspireerd door vriend B., die veel van peren- en appelrassen weet en ook veel van enten, besloot ik wat takjes Ingrid Marie op onze eigen Cox Orange boom te zetten.

Ik sprak met B. af in het park en gewapend met een stokzaag en een snoeischaar stonden we een tijd lang met het hoofd in de nek te zoeken naar geschikte takken. “Het moet nieuw hout zijn,” legde B. uit, “en de takjes moeten precies even dik zijn als die waar je ze op ent.” Op zijn aanwijzingen zaagde ik hoog in de boom een vijftal mooie takken af. (Geen zorgen, het waren takken die sowieso komende winter gesnoeid zouden worden)

Met de oranje werkjas van B. en mijn stokzaag zagen we er professioneel uit en hoewel er regelmatig voorbijgangers waren, keek niemand er vreemd van op dat we daar in de bomen stonden te zagen. 
Met de takkenoogst in de fietstas gingen we naar onze tuin, waar B. me liet zien hoe je moet enten. Stukje tak van precies de goede dikte zoeken met drie knoppen. Schuin afknippen en bijsnijden met een superscherp mesje. De ‘ontvangende’ tak net zo schuin afsnijden. In beide schuine snijvlakken een extra snede maken en ze voorzichtig in elkaar steken. Dan omwikkelen met ent-tape. 

close-up handen die een stukje tape om een ent-takje windenVijf takjes zetten we op de boom en bij iedere operatie mocht ik wat meer taken overnemen tot ik de vijfde ent helemaal zelf uitvoerde. Toen B. na de hele sessie zijn scherpe entmes dichtklapte, sneed hij zich zo diep in z’n vinger, dat het noodverband dat we aanlegden niet voldoende bleek. Hij appte later dat hij twee hechtingen had.
 
Intussen is zijn wond weer dicht en nu ga ik elke dag bij de geënte takjes kijken of er al ergens een groen blaadje verschijnt. Nog niet, maar de knoppen zien er dik en levend uit. Ik ben heel nieuwsgierig of alles aanslaat. En als het lukt, komen er volgend jaar vast nog andere soorten bij. 


maandag 6 april 2026

Een tang op een varken


Gisteren zag ik al een eerste nieuwe bewoner van ons insectenhotel rondvliegen. Nou ja, het is nog niet zeker dat deze metselbij echt wil boeken, want ze vloog kritisch van de ene gang naar de andere, verdween toen weer even uit zicht, kwam terug, maar bleef aarzelen. Maar in elk geval begint er dus nu al voorzichtig leven te komen.

Een insectenhotelIntussen hebben H. en ik wat meer verstand gekregen insecten en waar je ze wel of niet mee helpt. Sinds we ons in het Vrijwillig Landschapsbeheer hebben gestort, realiseren we ons meer dan ooit dat het niet zo best is met de biodiversiteit in Nederland en dat een insectenhotel meer is dan alleen zo’n decoratief ding dat je bij de Gamma koopt om lukraak ergens neer te zetten. 

Behalve dat je een zonnige, windvrije plek op het zuiden moet kiezen, waar het niet teveel inregent, is het natuurlijk ook wel fijn als er dichtbij het hotel iets te halen valt voor de bewoners. Bloemen dus, en liefst inheemse soorten. 

Als je daar eenmaal op gewezen wordt, is dat volkomen logisch. Maar niet iedereen denkt er goed over na waar ie z’n ‘bijdrage aan de biodiversiteit’ neerzet. Vandaag reden we over de snelweg langs een groot veld met zonnepanelen. In de verste verte geen bloem, struik of boom te bekennen. En ergens midden voor dat hele kale zonneveld, niet ver van de snelweg, stond op een paal een prachtig insectenhotel. 

Het zag er groot, duur en goedbedoeld uit. Maar helaas heeft het net zo weinig zin als een kinderspeelplaats op een industrieterrein. 
Of een tang op een varken. 
Jammer. 

zondag 29 maart 2026

Boekenkastje

Lichtgeel boekenkastje op twee palen
Toen ie net af was, kon ik het niet over m’n hart verkrijgen om hem buiten te zetten. Het was nat, koud, herfst, winter. Maar nu we de klok weer verzet hebben naar ‘zomertijd’ wordt het tijd. Mijn zelfgetimmerde boekenkastje gaat naar buiten.

Bij het tuincentrum hebben we twee hardhouten palen gekocht. Een week geleden had H. een mechanische grondboor gehuurd voor een landschapsklus en voordat die terug moest, konden we er mooi twee gaten mee boren in de boomspiegel voor ons huis. Nu gaan de palen aan de kast en in de grond.

We dachten het kastje even snel neer te zetten, maar de klus valt nogal tegen. Als we de beide palen in de gaten laten glijden, blijven ze ver boven de bedoelde diepte steken. Zijn de gaten weer dicht geslibt door de regen? Waren ze toch niet zo diep als we dachten? We zullen er nooit achter komen.

Met veel moeite hijsen we kast en palen weer omhoog. Met een handboor maakt H. de gaten weer dieper. Ik heb gemarkeerd hoe diep ze moeten en twijfel of dat gaat lukken. H. vindt dat tien centimeter minder ook best kan en we maken er ruzie over op straat voor ons huis. 

Onze schuin-tegenover-buurman-links komt aanrijden, stapt uit z’n auto en vraagt of we naar olie aan het boren zijn. Dan ziet hij het kastje op z’n rug liggen en zegt vrolijk dat ie nog héél veel boeken heeft die hij wel kwijt wil. Hij verdwijnt naar binnen.

Onze schuin-tegenover-buurman-rechts komt zijn schuurdeur uit, kijkt even naar ons geworstel en komt dan met een handheiblok oftewel palenrammer. Daar hebben we wat aan. Met zijn hulp lukt het om het kastje op de goede hoogte netjes neer te zetten. Ook hij merkt op dat ie wel een stapel boeken heeft liggen om in het kastje te stoppen.
 
Voordat ik me zorgen ga maken over een te grote toevloed aan boeken, hebben we nog een ander probleempje op te lossen. De deur, die toen het kastje nog gewoon op de grond stond perfect in orde was, wil niet meer dicht. Er moet een stukje afgeschaafd worden.
 
Uiteindelijk staat ie. Op de goede plek, op de goede hoogte en met een goed werkende deur. We zijn er een stuk langer mee bezig geweest dan gedacht. Ik zet er wat boeken in die ik voor dat doel al een tijdje klaar heb liggen. En nu ben ik heel benieuwd wat er gaat gebeuren. Wordt ie volgestouwd? Leeggehaald? Gebeurt er gewoon heel weinig? De tijd zal het leren. 

maandag 23 maart 2026

Rondleiding

Ergens rondlopen met een gids die je vertelt wat er voor interessants te zien is, is leuk. Je gaat beter en anders kijken als je op dingen gewezen wordt. Dat kan in een museum zijn, of tijdens een stadswandeling of in de natuur. Vorige week, als onderdeel van het verrassingsfeestje voor H., gingen we met een IVN gids de Weurtse Heuvel op.

Hoewel H. en ik zelf ook rondleidingen geven, is het altijd leuk om door een ander gegidst te worden. Met Hanny waren we nog niet eerder op stap geweest en zij begon met een omweggetje langs een gewone katjeswilg. Een mannelijke wilg met opvallende, grote ‘katjes’, terwijl we op de berg zelf alleen vrouwelijke wilgen zouden tegenkomen.
Onthouden, dat kunnen we zelf in een volgende rondleiding meenemen.

Op het punt waar de wandeling officieel begint, haalde Hanny kleine loepjes tevoorschijn waarmee we de korstmossen op de bomen konden bekijken. Door zo’n loepje ziet zo’n korstmos eruit alsof je onder water bent. Als koraal. Prachtig. Je kunt er natuurlijk ook allerlei andere dingen door bekijken. Zo dichtbij en vergroot worden piepkleine plantjes ineens interessante landschappen. 
Grappig om mensen ineens heel intens te zien kijken naar dingen waar je normaal meestal gedachteloos aan voorbij loopt. Alles ziet er bijzonder uit met zo’n loepje
Ik wil er ook één!

Het verrassingsrondje van 15 maart over de Weurtse Heuvel was vooral fijn omdat het met een groep vrienden en familie was. Het is leuk om zo te kunnen delen waar je mee bezig bent en waar je enthousiast over bent.
 
Vanaf half april beginnen de reguliere rondleidingen weer na de winterstop. Binnenkort hebben we de eerste ‘voor-wandeling’ met alle gidsen. Dan kijken we wat er op dit moment groeit en bloeit. De voorjaarswandelingen worden weer heel anders dan die van het afgelopen najaar. Ik heb er al helemaal zin in. 

maandag 16 maart 2026

Verrassing


slinger groene vlaggetjes 'happy birthday'
De zondag vóór zijn verjaardag heeft H. zijn broers en schoonzussen uitgenodigd. Dat doet hij al jaren en altijd pas op het laatste nippertje. Maar al weken eerder had ik ze een andere uitnodiging gestuurd, op een iets eerder tijdstip en op een andere plaats. Want het moest een verrassingsfeestje worden.

Op zaterdagmiddag deed H. boodschappen en bakte koekjes, in de veronderstelling dat er drie broers en vier schoonzussen op bezoek zouden komen. “Vanaf 12 uur” had hij in z’n mailtje gezet. En dat kwam goed uit.

“Ik heb een cadeautje voor je geregeld,” zeg ik zondagmorgen tegen hem. Maar het is nogal groot en we moeten het om 11 uur gaan halen. Met de auto. “Je hebt je broers toch pas na twaalven uitgenodigd? Dan kan het nog net.”

H. loopt blijmoedig mee naar buiten. 
“Mag ik rijden?” Probeert hij, maar ik pak hem de autosleutels af en zeg nee.
Het is nog geen kilometer naar de houtwerf van VLB, waar een paar mensen die in het complot zitten de kantine hebben versierd, koffie gezet en taart geregeld. Verbaasd constateert H. dat het zware hek open staat en dat er een paar auto’s op de parkeerplekken staan. Op zondag?

We parkeren en ik ga voor, de hoek om, naar de kantine. Het lijkt rustig en pas als we de deur opendoen, ziet H. dat er zo’n 25 gasten in de kleine ruimte zitten te wachten en zodra hij zijn neus laat zien barsten ze in zingen uit.

Hij is oprecht verrast. Níets heeft die argeloze man van me gemerkt van alle mailtjes, appjes, telefoontjes en verstopte tassen met pakken sap, radlers en chips. Er zitten mensen uit verschillende hoeken van zijn leven. Familie, voormalige collega’s, een wandelmaatje, buren, mensen van Vrijwillig Landsdschapsbeheer. zicht op de 'Weurtse Heuvel' oftewel de afvalberg

Iedereen heeft zich van te voren verkneukeld over de verrassing. En als we het hele gezelschap langsgegroet en -geknuffeld zijn, komt er nóg een surprise: een IVN gids die de hele groep zal meenemen over ‘onze’ afvalberg. Een plek waar H. en ik zelf ook gidsen en die hij iedereen graag zal laten zien.

We hebben het weer mee. De wandeling is leuk en interessant en daarna staat er bij ons thuis een lunch klaar, die intussen is afgeleverd. 
Het was leuk om dit verrassingsfeest voor te bereiden en het is nog veel leuker om te zien hoe verrast H. is door alle onverwachte gasten en gebeurtenissen. Dit was al het werk dubbel en dwars waard.

dinsdag 10 maart 2026

Mathilde

De Schouwburg van Nijmegen wordt verbouwd. Daarom zijn we onderweg naar Theater Overasselt, want dat is een van de plekken waar het schouwburgprogramma naar uitwijkt. H. en ik worden opgepikt door de vrienden met wie we een paar keer per jaar ‘iets cultureels’ doen. Het is maar een half uurtje rijden, maar we zijn nog nooit in dit theater geweest. We wisten eigenlijk niet eens dat het bestond.

rijen grijze plastic stoelen
We veroveren een goede plek op de derde rij en vol verwachting kijken we naar het podium waar een batterij gitaren en een contrabas wachten en helemaal vooraan een standaard met microfoon. Een simpele opstelling voor een optreden zonder technische snufjes of bijzondere effecten. Het draait vooral om de stem van de zangeres: Mathilde Santing.

We kennen die stem al lang. Ze moet achterin de zestig zijn en we zijn benieuwd naar haar programma en hoe ze nu klinkt.  
Ze begint voorzichtig, zachte stem dicht bij de microfoon. Een kort liedje. Dat zégt ze daarna ook: “Dat was een kort liedje hè. Dat is maar goed, want we hebben er 183 ingestudeerd.” 

Ze klinkt nog net zo mooi als vroeger (ze is terug na zes jaar afwezigheid). Met haar drie muzikanten brengt ze een afwisselend programma, met ‘alleen maar mooie liedjes’, vertelt ze. Nummers moeten haar aanspreken en dan maakt ze er haar eigen versie van.
 
Het zijn er toch iets minder dan 183. Voor elk lied dat ze zingt vertelt ze iets. Soms met de nodige zelfspot, soms juist heel serieus. Geen lange verhalen; vaak zijn het maar een paar zinnen, maar we merken dat je daardoor nét wat beter naar de teksten gaat luisteren. En hoewel er de hele avond alleen maar een zangeres met twee gitaristen en een contrabassist op het toneel staan, verveelt het geen moment. Wat kunnen ze veel verschillende dingen met deze instrumenten!

Na de pauze vind ik haar steviger zingen dan ervoor en het wordt alleen maar energieker. Als ze tegen het eind van het programma haar entourage voorstelt, vertelt ze dat de samenwerking met haar geluidsman al uit de jaren ’90 stamt en met de lichtman werkt ze nóg langer samen. ‘Fidelity’, heet deze concertreeks dan ook. Ze is trouw aan haar mensen en trouw aan haar muziek. 

Aan het eind van het programma krijgt ze een staande ovatie. Pas nadat we klaar zijn met klappen en langzaam de zaal uit schuifelen, voelen we dat de stoelen van Theater Overasselt toch wel hard en ongemakkelijk waren. Maar wie stoort zich daaraan als je zo van de muziek zit te genieten.

dinsdag 3 maart 2026

Het schip in

Het voordeel van een Amsterdamse dochter is dat je soms een lang weekend op een geheel gerenoveerde etage in Bos en Lommer kunt logeren in ruil voor het verzorgen van twee lieve, verwende Britse kortharen. 

Deel van woningbouwcomplex Het Schip
Op vrijdagavond zetten we onze auto pal voor de deur (tegen een redelijk tarief via de parkeer-app van E.) Op zaterdag bezoeken we het Stadsarchief in een mooi oud bankgebouw aan de Vijzelstraat, en op zondag gaan we Het Schip in. Museum Het Schip is een prachtig woonblok, gebouwd in 1919. Een topstuk uit de Amsterdamse School. 

We hebben online tickets geboekt (gratis, want museumjaarkaart). Tegen twaalven komen we binnen en de man bij de kassa zegt dat er nét een rondleiding begonnen is en als we snel zijn, kunnen we er nog bij aansluiten. We zijn snel.

Het is een groepje van vier, met ons erbij dus zes. We starten bij een nagebouwde krotwoning uit het begin van de 20e eeuw. Veel arme mensen woonden met hun (vaak grote) gezin in zo’n klein, benauwd hokje. De gids toont ons het emmertje waarop iedereen z’n behoefte moest doen en dat eens in de week werd opgehaald. Je begreep meteen dat het veel vaker geleegd moest worden: op straat dus.

Om de ongezonde situatie te verbeteren, kwamen er woningbouwcorporaties die voor betaalbare woningen moesten zorgen. Woningen met stromend water, aparte slaapkamertjes en een wc die je kon doortrekken! Het Schip is een volkswoningbouwcomplex. Niet voor de allerarmsten, maar wel sociale woningbouw. Vanuit de gedachte dat Schoonheid voor arm en rijk bereikbaar moet zijn, werd dit fraaie gebouw neergezet. Zowel van buiten als van binnen is het met prachtige details versierd. 
Hoekje van het postkantoor, met juten postzakken, een 'postbeambte'(pop) en enkele loketten

Onze gids weet veel. Het is duidelijk dat hij niet alleen maar een verhaaltje heeft ingestudeerd. Op alle vragen die we hem stellen heeft hij een uitgebreid antwoord. En vragen zijn er genoeg. Het is geweldig leuk om een gebouw te bekijken met iemand erbij die je vertelt waar je op moet letten en wat dingen betekenen. 

Een pishok op de binnenplaats wordt op z’n plek gehouden door kleine, gestileerde handjes en is versierd met de Amsterdam-kruisjes. Een inpandig postkantoor is in de verschillende grijskleuren van een postduif betegeld, versierd met een randje dat de toen gangbare postzegel van 4 cent laat zien. Een telefoonhok is getooid met een ‘luistervink’ als waarschuwing dat er afgeluisterd kan worden. 

Zo’n rondleiding blijft nog een tijdje in je hoofd nazingen. Als we een dag later weer door de stad fietsen, kijken we met andere ogen naar het straatmeubilair. Een lantaarnpaal, openbare prullenbak of pishok kan ineens zomaar een kunstwerk zijn. Je moet het even weten.

maandag 23 februari 2026

Een stekelige oogst

Ik trek m’n schapenwollen trui aan en onder m’n ouwe spijkerbroek een extra legging, want het is behoorlijk koud deze vrijdagmorgen. Als ik bij de Waalgaard aankom, zit bijna de hele vaste ploeg al in de voortent. We zijn met z’n achten vandaag en er zijn verschillende klussen die gedaan kunnen worden.

Samen met vier anderen kies ik voor de rotklus: bramen steken. Niemand vind het echt leuk werk, maar het moet echt gebeuren en je krijgt het er gegarandeerd warm van! 
Tussen de rijen bomen en struiken komen veel te veel stekelige braamstruiken op. Ze vlechten zich overal tussendoor en dreigen de boel te overwoekeren.

Er zijn een paar plekken waar dat priktuig ongemerkt veel te veel z’n gang heeft kunnen gaan. Daar moeten we nu een eind aan maken. Nou ja, “nu” is niet vandaag of morgen, het is een moeizame klus, waar we al weken mee bezig zijn. Met kruiwagens, spaden, lange snoeischaren en vooral stevige handschoenen gaan we naar de plek des onheils. De bramen maken lange uitlopers die waar ze de grond raken wortel schieten en nieuwe uitlopers maken. We trekken, knippen en steken ze zo veel mogelijk weg. 

Theoretisch is een voedselbos als het eenmaal is aangelegd tamelijk onderhoudsvrij, maar die theorie gaat hier voorlopig nog niet op. Behalve dat dit ‘bos’ toegankelijk genoeg moet zijn voor zo’n honderd oogstgenoten die hun eigen voedsel komen plukken, zit er een overdaad aan stikstof in de bodem. Bramen gedijen daar lekker op. Brandnetels trouwens ook. Als we daar niks aan doen, is er over een paar jaar niks anders meer te oogsten dan deze prikkers. Dus zijn we een hele ochtend aan het ploeteren om twee rijen braamvrij te maken. Tijdens het werken wordt veel gepraat en gelachen en in de koffiepauze zijn er lekkere koekjes.

Voor je het weet, is het half één. Nog een paar ranken en de laatste kruiwagen kan geleegd worden. Het gereedschap wordt schoongemaakt en opgeruimd en ik ga nog even de moestuin in om wat van de laatste dunne preitjes uit te steken en een paar pastinaken en koolraapjes op te graven. We wensen elkaar een goed weekend en dan fiets ik met m’n buit naar huis.

Lekker, zo’n ochtend buiten werken. En vooral ook heerlijk om daarna in een warm huis op de bank te kruipen met een mooi boek. Het voelt alsof ik het verdien.

woensdag 18 februari 2026

Lubach, je kan de boom in

Regelmatig kijken we naar Arjen Lubach. Meestal kan ik met instemming, of zelfs met leedvermaak, gniffelen als hij een of ander fout of lachwekkend verschijnsel uitlegt en fileert. Maar gisteravond ging het over ons …

specht bij een pot vogelpindakaas
Vogels voeren is volgens Lubach helemaal niet vogelvriendelijk. Hij legt uit waarom het eigenlijk niet goed voor vogels is en daarbij maakt hij volgens goed gebruik de mensen die zich eraan schuldig maken belachelijk.

IK geef het toe, wij zijn van die mensen die soms ‘een tulband’ van frituurvet met vogelvoer maken. (Vorm gekregen van m’n schoonzusje, dus waarom niet?”) Na nieuwsberichten vorig jaar over pesticiden in de meeste soorten voer, kopen we verantwoorde zaden voor onze vliegende gasten. Dat bezwaar van Lubach hebben we dus alvast getackeld. 

Elke ochtend aan het ontbijt kijk ik naar buiten of het roodborstje al op de grond zit rond te pikken, of de duiven de eksters verjagen of andersom, of de spechten zich weer laten zien (sinds de hazelaar gesnoeid is, komen ze niet meer). Het klopt helemaal wat Arjen zegt: vogels voeren doen mensen vooral voor hun eigen plezier. Het zal die beestjes een zorg zijn of er losse zaadjes liggen of een mooie vogelvoer-taart.

Vanmorgen keek ik dus met wat gemengde gevoelens naar de merel die in de laatste restjes van de tulband pikten. Verder naar achteren in de tuin zat een koolmees op een ingedroogde teunisbloem te controleren of ergens nog een zaadje te vinden was. En ik dacht: Lubach, je kan de boom in.
 
Je kunt wel vol overtuiging vertellen dat we de vogels niet het hele jaar hoeven bij te voeren omdat ze hun eigen voedsel wel kunnen vinden, maar in onze steeds maar krimpende natuur krimpt ook de vogelpopulatie, omdat … er steeds minder nestgelegenheid en voedsel voor ze overblijft.

Goed, die tulband en de vogelpindakaas (ik ben ervoor gezwicht omdat het de fantastische bonte specht naar onze tuin heeft gelokt) zijn er misschien vooral voor ons eigen plezier. Maar de tuin waar de vogeltjes het komen opeten, is op zichzelf ook een voederplaats. Met uitgebloeide vaste planten vol zaden, struiken om te schuilen en bessen van te eten, een takkenhoop en twee knotwilgen vol leven.
 
Gelukkig voegt Lubach die boodschap aan het eind van zijn verhaal nog toe. Misschien zijn die tulbanden en pindasnoeren niet zo nodig, maar dan is het toch in elk geval goed om je tuin (als je die hebt) vogelvriendelijk in te richten. Want zó goed gaat het nou ook weer niet met de vogels in ons land.

maandag 9 februari 2026

Afscheidsdienst

Mijn zwager is overleden; de broer van H. die we kort geleden nog bezocht hebben.
Zijn dood is voor niemand een grote schok, want hij was er al een tijd naar op weg. Toch ging het op het laatst nog onverwacht snel. H. is blij dat hij nog net even contact met zijn broer heeft gehad.  Een dag na ons bezoek was hij ineens doodziek en deed hij zijn ogen helemaal niet meer open.

De afscheidsdienst was in een mooi, oud kerkgebouw, waar familie en vrienden eerst koffie en broodjes kregen en daarna werden uitgenodigd om te komen zitten op de banken en stoelen rond de kist. Vooraan het gezin van B. Zijn vrouw, zijn drie kinderen met hun partners en hún kinderen, de kleinkinderen van B. 

Er waren ook verrassend veel neven en nichten. Sommige waren van ver gekomen en hadden we lang niet gezien. Vreemd om in veertigers en vijftigers het gezicht terug te zien van de kinderen die we vroeger regelmatig op verjaardagen zagen.
 
Mijn H. is de jongste van vijf broers, waarvan de oudsten een flink stuk ouder zijn. Zij kwamen al met vriendinnen thuis toen H. nog op de kleuterschool zat. Dat maakte veel indruk op het jochie dat hij toen was. Waarschijnlijk heeft het ook alles te maken met de anekdote dat hij als vierjarige zijn juf een tik op haar achterwerk gaf met de woorden: “Lekker kontje”.

De overleden B. was één van de twee oudste broers. Een tweeling. Ze waren erg verschillend en al waren ze goed met elkaar, de laatste decennia zochten ze elkaar niet bijzonder vaak op. Bij deze afscheidsbijeenkomst was de overgebleven tweelingbroer de eerste spreker. Hij leek zelf verrast door de emotie die de dood van B. bij hem teweeg had gebracht. De hele week had hij met zijn hoofd in het verleden geleefd.

Het leverde een speech op als een ouderwets jongensboek. Over twee broertjes die tot hun twaalfde jaar onafscheidelijk waren. Samen op één fiets op pad met een collectebus. Samen folders lopen voor een oom, die ze ‘betaalde’ met onverkoopbare kaaskorstjes. “De afspraak was: als we ergens niet bij konden, tilde de een de ander op.” Dat leidde soms tot hilarische taferelen.

Als jongste broer hield ook H. een verhaal. Over de bewondering die hij had gekoesterd voor z’n stoere grote broer. En over de laatste jaren, waarin hij had geprobeerd in de steeds zwaarder dementerende man dát te zien wat er nog wél was, wat hij nog wél kon.
 
Met het hele gezelschap liepen we van het kerkgebouw naar het kerkhof, zo’n anderhalve kilometer verderop. En nadat de kist gezakt was weer terug. Na de ijskoude wind buiten was het warm in de kerk. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk, met al die mensen die elkaar – al of niet na lange tijd – terugzagen en troostrijke verhalen uitwisselden. 
We waren het allemaal met elkaar eens: het was een mooie begrafenis.

dinsdag 3 februari 2026

Maatwerk

Het cocktail-pakket zoals beschreven in de blogpost
We gaan naar een verjaardag en hebben een gegrond vermoeden dat deze jarige blij zal zijn met ingrediënten voor een cocktail. Met die missie gaan we naar de slijter in ons dorp. H. heeft een daar een tijdje geleden een soort cocktail-pakket gezien, dus dat moet lukken.

Steeds vaker worden we gewaarschuwd voor het consumeren van alcohol, maar een cocktail in het weekend of een wijntje bij het eten is soms toch wel erg lekker. We beperken het tot het weekend en vinden dat voorlopig verstandig genoeg. Bij de slijter komen we dus met enige regelmaat. De uitbater is een altijd opgewekte jongeman die graag adviezen geeft.

H. vraagt naar het pakket en de slijter knikt herkennend. Maar het pakket dat hij tevoorschijn haalt is een shake-set met toebehoren. Dat is niet wat we bedoelen. 
“Nee, het moeten de ingrediënten zijn,” verduidelijkt H. 
“Ah, en aan welke cocktail denk je dan?”
“Nou, misschien een pornstar-martini?”
“Ja,” zegt de man, “dat is wel een populaire” en hij pakt een fles vanillewodka en een fles passoa van een schap.

Hm, het ziet er nog niet uit als een feestelijk pakket. 
“Weet je wat,” zegt de slijter, “Als ik ze nou in zo’n mandje doe,” en hij haalt een kartonnen bakje onder de toonbank uit, “en jullie halen bij de groentewinkel verderop een passievrucht en een limoen…” 

Dat is een prima idee. Hij zet de flessen en het mandje voor ons opzij en tien minuten later zijn we terug met twee passievruchten en twee limoenen. 
De twee flessen met het fruit vormen een leuk geheel, maar H. is nog niet helemaal tevreden. 
“Heb je ook een shaker zonder al die dingen erbij?”
Die is er. En hij past er nog net bij in het mandje. De slijter pakt de boel in een stuk doorzichtig folie met een gezellig lint erom en kijk, dit is precies het pakket zoals we het hadden bedoeld.

Voor zulk maatwerk moet je niet in de grote stad zijn en ook niet in een online winkel. Maar gelukkig bestaat het nog, gewoon in ons eigen dorp.

woensdag 28 januari 2026

“Bedank ze allemaal van mij”

Een arm met een strakgetrokken band erom, bij de arm twee handen die de naald erin steken voor bloedafname
Gemiddeld duurt een bloedafname vijf minuten. Ik heb tenminste een afspraak van vijf voor half tien tot half tien. In de praktijk blijkt dat ook wel te werken, want ik wordt precies op tijd door een vrolijke dame opgehaald uit de wachtkamer. 

“Heb je een oproepbrief bij je? Dan weet ik wat mijn huiswerk is,” zegt ze opgewekt en terwijl ze een bandje om mijn arm legt vraagt ze of ik straks snel door moet naar m’n werk of terug naar huis. Ik zeg dat ik naar huis ga en niet zo veel móet. 
“Ow,” zegt ze voorzichtig, “is dat vrijwillig of komt dat door omstandigheden?”
“Nou, ik ben met pensioen,” vertel ik haar.

Dan vraagt ze wat voor werk ik dan gedaan heb. Ik leg dat kort uit en eindig met “en nu werk ik vooral in het groen.”
“O? Hoezo dat?”
“Vrijwillig landschapsbeheer.”
“Ah leuk!” roept ze enthousiast. “Niet te kórt snoeien hè! Die gemeentewerkers zijn soms zó lomp bezig. Dan snoeien ze alles tot op grond, of ze verstoren het broedseizoen…”

Rij knotwilgen langs het water
Ik knik. “Ze doen het zo efficiënt mogelijk. Ik zie nu ook overal dat de knotwilgen tot kale bolletjes geknot worden, terwijl het beter is om een klein stukje te laten staan van de takken.”
“En om en om hè,” ze zet de buisjes afgenomen bloed opzij. “Je moet niet die hele rijen tegelijk knotten, maar om en om, voor de beestjes.”
In onze vijf-minuten afspraak vertelt ze ook nog even dat ze veel bomen in haar tuintje heeft en dat ze zonder vogels en andere kleine beestjes in de tuin gek zou worden. 
“Hartstikke mooi werk, vrijwillig landschapsbeheer,” besluit ze. “Dat wil ik ook gaan doen na mijn pensioen. Dank je wel dat je dat doet! Bedank ze allemaal van mij.”

Ik krijg een watje met een pleister op de arm waar ik geprikt ben en zeg dat ik ze zal bedanken. Dan ga ik naar buiten en fiets naar huis. Het is bekend dat mensen blij worden van korte gesprekjes met onbekenden. Als het dan ook nog zulke leuke gesprekjes zijn, begint je dag toch wel heel goed. 

En bij dezen breng ik de dank van een enthousiaste bloed-prikster over aan alle vrijwilligers in het groen!


zaterdag 24 januari 2026

Knipperlichtbezoek

“We moeten mondkapjes dragen, want er heerst daar griep,” vertelt H. 
“En de kantine beneden is dus dicht; we zullen wel op de kamer moeten blijven.”
Op zaterdagmorgen staan we klaar om te vertrekken naar Limmen, waar de broer van H. in een verzorgingshuis zit. Hij heeft gevorderde alzheimer en we weten van m’n schoonzus dat hij veel slaapt en soms ineens een goede dag heeft.

“Zullen we een spelletje meenemen, voor het geval hij slaapt,” stel ik voor. 
Dat blijkt een goed idee, want mijn zwager B. zit wel aan tafel in de woonkamer, maar hij is niet erg wakker. Een zorgmedewerkster gaat koffie voor ons zetten. We kunnen in de woonkamer blijven, maar graag wel met mondkapjes op. Er zijn nu geen andere bewoners aanwezig. 

B. zit te dommelen. Even wordt hij wakker als we hem begroeten, dan vallen z’n ogen meteen weer dicht. H. gaat vlak naast hem zitten, aait over zijn arm, probeert hem wakker te praten, maar er komt weinig reactie. 

Dus halen we ons dobbelspelletje ‘regenwormen’ tevoorschijn en zetten het klaar om te gaan spelen.
Het hoofd van B. knikt naar voren en hij doet z’n ogen open. 
“Hé, was je in slaap aan het vallen?” H. lacht naar z’n broer en haalt een boek over grote katten uit z’n rugtas. Even kijken ze samen naar de plaatjes. H. doet voor hoe de leeuw gromt en zijn broer moet lachen. Meteen daarna valt hij weer in slaap.

We gooien met de dobbelstenen, zien het hoofd van B. weer voorover hellen en H. legt zijn eigen voorhoofd tegen dat van z’n broer. Hij lacht als die zijn ogen weer open doet: 
“Kijk uit, hè, want je valt bijna voorover.”
B. lacht mee. Hij is weer een minuutje wakker, waarin H. op zijn telefoon muziek van vroeger opzoekt: Chubby checker, let’s twist again. We luisteren samen. Maar halverwege het nummer zakt B. weer weg.

We spelen verder. Om de zoveel tijd is B. even wakker. Een minuut, een paar seconden, nooit erg lang. H. probeert hem de dobbelstenen te laten gooien, maar dat begrijpt hij niet. Wel pakt hij ineens de telefoon en H. zet weer een muziekje aan. Een kwartier later doet B. zijn ogen open en pakt het kattenboek. Tot onze verbazing doet hij het open en bladert er zelf in. Drie plaatjes lang is hij wakker.

Om twaalf uur is het etenstijd. De tafel wordt gedekt en wij gaan weer. H. geeft zijn broer een kus op zijn wang, waar B. om moet lachen voordat hij weer in slaap sukkelt. Nu gaan we verder naar een andere broer. Die is jarig geweest en gelukkig in goede gezondheid. 
Het was een wonderlijk knipperlichtbezoek en we hopen maar dat B. er iets van heeft meegekregen.

zondag 18 januari 2026

Zangles

muzieknoten
“Mmmmmmmm-oeoeoeoeoeoe” 
Geconcentreerd zing ik hele en halve toonladders. Hand bij m’n voorhoofd om de goede plek van de aaaaa te voelen, hand tegen m’n bovenlip bij de iiiiii  en de oeoeoeoe.  Op mijn telefoon kan ik de hele zangles nog eens afluisteren. 
“Hoor je dat je hier uit de bocht schiet?” vraagt mijn zanglerares Elizabeth. En: “hier ga je te vroeg van je kopstem naar je borststem. Hoor je dat?”
Ik hoor het niet. Maar ik moet ook op zoveel tegelijk letten. 

Ik dacht dat ik aardig kon zingen, maar Elizabeth heeft er heel wat op aan te merken. Dat is oké, want daarvoor kom ik ook. De laatste jaren wordt ik al na een half uurtje zingen hees. Is dat slijtage? Vroeg ik me af, of doe ik iets verkeerd. 
Mijn zanglerares is ervan overtuigd dat het allemaal goedkomt als ik de juiste zangtechnieken onder de knie krijg.

Daarom sta ik elke dag oefeningen te doen. En ik zing degelijke, klassieke melodieën die me door mijn gereformeerde opvoeding meteen al bekend voorkomen: “Sei stille dem Herrn und warte auf ihn. Der wird dir geben was dein Herz wünscht …”

Soms gaat het lekker en vind ik het leuk. Soms gaat het niet zo lekker en is het vooral hard werken. Maar ik doe het toch maar iedere dag, al is het maar een kwartier. 
“Voel je dat het nu veel beter gaat?” vraagt Elizabeth. Ik luister de opname terug en ja, nu hoor ik dat ik het dáár beter doe dan eerst. 

Oefening baart kunst en je bent nooit te oud om te leren. Ik ben blij dat ik weer ben begonnen te zingen en over een tijdje ga ik weer eens op zoek naar een koorproject waar ik aan mee kan doen. Want samen zingen is iets waar je heel blij van kunt worden, dat was ik bijna vergeten. 

zondag 11 januari 2026

Bevers

Als we onze straat uit lopen en linksaf slaan, langs de basisschool, over het bruggetje, dan zijn we in het Kreekpark. Een lang en smal aangelegd park met aan één kant van het pad water; een brede sloot met in het midden een eiland met bomen.

Als verstandige pensionado’s maken we op een herfstige binnenzit-dag een ommetje door het park. Als we langs het eiland komen, sta ik stil, kijk nog eens goed en hou H. tegen. 
“Kijk,” zeg ik, “Hier zijn bevers aan het werk.”
In een tamelijk hoge boom zit een eindje boven de grond een karakteristiek, wigvormig gat, zoals je ze in tekenfilms ziet vlak voordat zo’n boom omvalt. 

Het is niet de eerste keer dat we beversporen zien. Een half jaar geleden zagen we een soortgelijk gat in een boom op een ander eilandje. Die boom was wat hoger en zou, helemaal doorgeknaagd, zeker in een tuin en waarschijnlijk op een dak terechtkomen. Na melding heeft de gemeente er een ‘beverwerende pasta’ op gesmeerd en later is ie voor de zekerheid gekapt. 

De boom waar we nu naar staan te kijken, heeft geen huis of tuin binnen kruin-afstand, maar wel een fiets/wandelpad. Maar aan onze kant van het water staan twee stevige, mooi vertakte eiken klaar om hem op te vangen. Er is dus weinig kans dat een nietsvermoedende voorbijganger ineens een boom op z’n hoofd krijgt.

Ik maak een foto van het beverwerk en we wandelen verder, terwijl we praten over bevers. Hoe leuk ze zijn en dat ze steeds vaker gezien worden in ons dorp. Kort geleden circuleerde er een filmpje waarin zo’n beest kalmpjes over een rotonde wandelde in de buurt van ons huis. Daarop kon je goed zien hoe gróót die knagers zijn!
 
Natuurlijk zijn bevers niet alléén maar leuk. In de buurt van de dijken wil je ze liever niet hebben, want daar ondergraven ze de boel letterlijk. En zo’n boom die op een huis dreigt te vallen is ook niet om je vrolijk over te maken. Maar toch hou ik van die beesten. 

Vandaag lopen we weer door het park. Er is op het eiland met de beverboom niet heel veel veranderd. Ik denk dat de bevers vorstverlet hebben. We blijven heel nieuwsgierig wanneer die boom zal omvallen. Maar ach, misschien zit er wel beverwerende pasta op. Dan moet er weer ergens verderop een mooie boom gevonden worden. 
We houden het in de gaten.

zaterdag 3 januari 2026

Meisje op de fiets

Oudejaarsavond vieren we samen met vrienden die we al kennen vanaf de schooltijd van onze kinderen. P. en H. hebben twee zoons en een dochter die allemaal zo hun gebruiksaanwijzing hebben, net als onze jongste, die niet alleen ‘een andere bedrading’ heeft maar er ook voor koos om geen man maar vrouw te zijn. In het chaotische gezin van P. en H. voelt ze zich volkomen op haar gemak.

In het dagelijks leven kleedt I. zich neutraal. Zwarte broek, donker shirt met vaak een gothic-achtige afbeelding, lang, meestal los haar. Voor deze feestelijke avond trekt ze een jurk aan en maakt ze zich mooi. Als wij om half acht ’s avonds klaarstaan om op de fiets te stappen, staat I. nog voor de spiegel zorgvuldig eyeliner op te doen. 
Dat kan nog wel even duren. 

We roepen dat wij alvast gaan en of ze niet vergeet om de schuurdeur op slot te doen. P. en H. wonen twee kilometer verderop in hetzelfde dorp. We nemen de kortste weg door het park en terwijl we daar langs een donker paadje fietsen, ben ik ineens bezorgd. 
Voor de spiegel in haar korte jurkje zag I. er supervrouwelijk uit. En waar ik me over oudste dochter E. nooit veel zorgen heb gemaakt als die ’s avonds ergens heen ging, voel ik me nu onrustig. Pas als I. drie kwartier later dan wij bij onze vrienden aanbelt, is het goed. 

Ligt het eraan dat ze kwetsbaarder is dan haar zus of is het deze tijd? Geen hele generatie later, maar toch zeker vijftien jaar. Waar E. nu een zelfverzekerde, leidinggevende dertiger is, ziet I. eruit als een tenger meisje van twintig.  
We hebben een gezellige jaarwisseling, eten lekkere hapjes, voeren mooie gesprekken, drinken genoeg maar niet teveel en komen zonder kleerscheuren weer thuis.

De volgende dag, als ik samen met I. aan tafel zit, vertel ik haar over mijn ongerustheid toen ze alleen moest fietsen. “Je zag er zo vrouwelijk uit voor de spiegel,” zeg ik. 
Ze glimlacht en zegt dat ze niet de weg door het park heeft genomen. Vandaag draagt ze weer gewoon haar neutrale kleding en geen make-up. Straks gaat ze naar huis, op de fiets. Ik zou haar willen vragen om te bellen als ze er is, maar dat vergeet ze toch.  

"Ben je nu chagrijnig?"

Een jaar geleden hebben we twee straten achter ons huis een park aangelegd met buurtgenoten en Vrijwillig Landschapsbeheer. Er zijn onder ...