zaterdag 3 oktober 2026

Wormen tellen als burgerwetenschap

afbeelding van verschillende soorten wormen met uitleg
Schop, flesje aan een stok, snoeischaar… check.
Twee tasjes met testmaterialen … check.
O ja, en een fles water.
We staan op het punt om aan de slag te gaan als burgerwetenschappers; op drie plekken zullen we grond- en watermonsters nemen om de kwaliteit ervan in verschillende natuurgebieden te meten.

Behalve de bodem en het water testen we ook het testmateriaal. Dit weekend worden door verschillende groepen tests uitgevoerd en als alles goed werkt, gaat het ook op grotere schaal gebeuren.

Met z’n vijven staan we in een parkje uit te vinden hoe het allemaal werkt. H. heeft de app gedownload met de vragen en opdrachten. Een boekje met extra informatie moet meer duidelijkheid geven, maar brengt ons juist in de war omdat het niet dezelfde volgorde geeft als de app.

We overleggen over die volgorde. En dan over de vraag wat voor weer het vandaag is (overwegend zonnig) en welke begroeiing hier hoofdzakelijk is (op deze vierkante meter? Of in het hele park?). We steken een blokje van 20x20 cm. grond uit en overleggen hoe het voelt (glad? korrelig? of er tussenin). We tellen hoeveel wormen erin zitten (21) en welke soorten (vergelijkend met plaatjes uit het boekje).

Bij een testbuisje met water voegen we twee theelepels aarde om met een teststrookje te kijken hoeveel fosfaat en nitraat erin zit. Doen we het goed? Er verandert niets aan de kleuren op het strookje. Mensen die met hun hond door het parkje wandelen kijken nieuwsgierig wat we aan het doen zijn.

Volgens de instructies zouden we met één locatie ongeveer een half uur bezig zijn. Zoals we van te voren al dachten, duurt het veel langer. Na de eerste test houden we een koffiepauze en daarna gaan we met vier van de vijf burgerwetenschappers verder naar een volgende plek. En kijk, de tweede keer snappen we hoe het allemaal werkt en zijn we binnen drie kwartier klaar. Dan is het genoeg voor vandaag. We stoppen de hele zooi in onze fietstassen en spreken af om morgenochtend naar de derde locatie te gaan.

Een rare nieuwe hobby? Nou ja, het is heel leuk om te doen, maar de bedoeling is nogal serieus. Deze drie voorbeeldtestjes stellen natuurlijk niet zo veel voor, maar als er straks door honderden mensen kleine stukjes natuur in kaart gebracht worden, hopen we dat dat kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. En bovendien houdt het ons pensionado’s van de straat. Mooi toch?

zondag 27 september 2026

Zinvol werk

vrijwilligers knotten wilgen langs een visvijver
“Het is officieel, de subsidie is binnen!”
H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan zijn kant van het gesprek dat het een bestuurslid is van VLB, de vereniging waarvan H. de voorzitter is. Ze zijn enthousiast, want het is net bekend geworden dat een subsidie van 150.000 euro is toegekend, die VLB gaat beheren.

H. zet het gesprek op speaker. Ze spreken een spoedvergadering af voor vanmiddag en omdat ik verantwoordelijk ben voor de communicatie, word ik ook uitgenodigd.
Om vier uur fietsen we naar het thuishonk van de vereniging, de houtwerf, een kleine kilometer vanaf ons huis. H. stopt een fles bubbels in de fietstas.

Het wordt een vrolijke, maar ook efficiënte vergadering. Er worden snelle afspraken gemaakt over wie wanneer wat moet doen en mijn taak is om een persbericht te verzorgen en een artikel op onze website te zetten.

Er zijn een hoop instanties bij de aanvraag en uitvoering van de subsidie betrokken en als ik me in dat doolhof de weg laat wijzen, blijkt dat ook het bestuur soms niet helemaal helder heeft wat al die partijen doen. Maar het lukt toch om er nog dezelfde avond een leesbaar stuk over te schrijven.

Leuk, zo’n spoedklus. En nog leuker is het dat H. twee dagen later gebeld wordt door een journalist van de Gelderlander. We zijn dan juist onderweg naar een excursie in de uiterwaarden, ook al met vrijwilligers van VLB. De journalist schrijft er dezelfde middag een uitgebreid stuk over, dat meteen in onze appgroep wordt gedeeld.

Het is best lekker om met pensioen te zijn en niet elke dag vroeg op te hoeven om te gaan werken. Maar af en toe is het heerlijk om wél vroeg op te staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vooral als je het gevoel hebt dat dat werk ertoe doet. Door bijvoorbeeld kale stukken gras te beplanten met struiken en bomen die meer natuurleven aantrekken.

Of door meer vrijwilligers enthousiast te maken om daaraan mee te doen. Bijvoorbeeld door erover te schrijven, in persberichten en op websites. Wat dat betreft lijkt het soms net of ik weer een leuke baan heb gevonden.

vrijdag 18 september 2026

Een koffer met geschiedenis

Ouderwetse, bruine koffer vol vergeelde stickers staat op z'n kant op een houten plateautje

We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat. 

Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen. 

Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.

De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.

De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.

 Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is. 

We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.

woensdag 16 september 2026

Hijskraan

(7 september)

Van bovenaf gezien ligt een gele, ijzeren hijskraan-arm op straat. Erachter een hoge flat in aanbouw.
In het piepkleine keukentje van onze hotelkamer spelen we huisje. We maken een simpele salade voor bij de broodjes met verschillende kazen die we gisteren gekocht hebben. Tussen het snijden van ui, komkommer en tomaten door lopen we af en toe naar het open raam, waar allemaal interessante geluiden door binnenkomen.

Toen we vanmiddag terugkwamen van een dagje Potsdam, was de straat voor het hotel afgezet en lag er een enorm onderdeel van een hijskraan midden over de weg. Intussen zijn er nog twee van die ijzeren raamwerken bijgekomen en werkmannen zijn bezig ze aan elkaar te koppelen. Met een (andere) kraan wordt zo’n stuk een eindje opgetild en zorgvuldig naar de goede plek gedirigeerd. Dan doen ze iets onduidelijks om de boel aan elkaar te maken, wat eindigt met galmende klappen van metaal op metaal.

Het is een flinke klus, waar ze nog steeds mee bezig zijn als wij klaar zijn met eten en met het speelgoed-afwasje. We hangen een tijdje uit het open raam om te kijken naar het werk. De arm van de nieuwe hijskraan is nu helemaal in elkaar gezet en ligt languit voor ons hotel te wachten op de volgende fase.

Het begint te schemeren en er gaan een paar bouwlampen aan. Blijkbaar moet het karwei vandaag afgemaakt worden. We zien de mannen een tros van vier kabels op strategische plekken aan de ijzeren arm vastmaken. Eén van hen heft z’n hand op, wijsvinger omhoog en maakt een draaiend gebaar naar de man op de werkende kraan. Dan wordt heel langzaam de nieuwe arm opgetild.

Het maakt een hard, mechanisch geluid dat het gerammel overstemt van de metro, die verderop elke tien minuten een hoorbare bocht maakt. Als het gevaarte een halve meter boven de weg hangt, gebeurt er een tijd lang niets. Ik draai me van het raam af om een stukje te lezen over bezienswaardigheden in Berlijn. Maar na een kwartier hoor ik het hijsen weer beginnen en ik kan het niet laten om weer te gaan kijken.

Daar gaat ie dan. Terwijl de vier werkmannen het ding losjes tegenhouden als het dreigt te draaien, gaat de kraan-arm hoger en hoger, tot ze er niet meer bij kunnen. Nog wat hoger en dan stopt het. Zo’n beetje ter hoogte van onze derde verdieping blijft de arm hangen, een waarschuwend rood lichtje aan de top. Tot morgenochtend, blijkt, want daarna wordt alles uitgezet en afgesloten.

De voorstelling is afgelopen en we gaan kijken waar we morgen naartoe willen in Berlijn. Wat we ook gaan doen, dit wordt in onze herinnering later vast ‘de vakantie van die kraan’. Ik zal in elk geval nooit meer op dezelfde manier naar een hijskraan kijken.

maandag 14 september 2026

Kwijt

(3 september, Berlijn)

Voor-aanzicht van de winkel Planet Modulor
Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. zet braaf de rugzak met onze regenjassen (want er is nattigheid voorspeld) in een kluisje. Dan gaan we de winkel in om langzaam rond te dwalen tussen al die leuke dingen die hier zo aantrekkelijk zijn uitgestald.

Planet Modulor is een winkel in Berlijn die we allebei geweldig vinden. Een plek waar je alles kunt kopen wat je voor welk creatief project dan ook nodig hebt. Twee verdiepingen, 3000 vierkante meter met spullen om te tekenen, schilderen, bouwen, ontwerpen, vouwen, knutselen enzovoort. Heerlijk.

Er is een enorme wand met potloden, fineliners, stiften en pennen. Boven de schappen met koopwaar is een kunstwerk gemaakt van kleurpotloden die met de punt naar voren in de muur gestoken zijn. Over de breedte van de wand verloopt de kleur van de potloden langzaam, wat een mooi effect geeft als je er langs loopt. 

Er zijn schetsboeken in allerlei formaten, gekleurd papier, soorten lijm, japans vouwpapier. Verderop zijn materialen om maquettes mee te maken. Platen karton met motiefjes van bakstenen, stucwerk, dakpannen, boompjes, piepkleine mensjes, machines om hout, foam of kunststof mee te bewerken.

We wijzen elkaar op bijzondere dingen, bestuderen wonderlijke apparaten, kopen wat kleine gadgets, gaan de trap op naar de volgende verdieping. Ineens staat H. geschrokken stil. “Waar heb ik nou m’n rugzak neergezet?” Hij denkt na, kijkt rond.“Had je hem nog toen we de tram uit kwamen?”We weten het allebei niet zeker. Lopen terug waar we allemaal geweest zijn, maar zien nergens de rugzak staan.

Ineens is het niet zo leuk meer. Bij een centrale balie is geen gevonden rugzak afgeleverd en na nog een rondje over de benedenverdieping constateren we dat ie in de metro moet zijn blijven staan. Die krijgen we nooit meer terug.

Een beetje terneergeslagen verlaten we de winkel. Buiten is het droog, maar de donkere lucht belooft regen. En onze regenjassen zijn we dus kwijt. We lopen een stukje door de stad en komen een outdoor-winkel tegen waar we naar binnen gaan. Daar koopt H. meteen maar een nieuwe rugtas en een regencape. Ik kijk besluiteloos naar de regenjassen. Nog maar even niet.

Twee straten verderop begint H. ineens te lachen. Hij staat stil en houdt iets omhoog. Een sleutel met een nummertje eraan. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt: deze sleutel is van een kluisje en ín dat kluisje …  Oww, wat stóm!!! 

H. besluit de nieuwe rugtas niet terug te brengen en de cape wil hij ook houden. Dus de rest van de vakantie hebben we twee rugtassen en meer dan genoeg regenkleding. En het blijkt niet eens te gaan regenen. 

zaterdag 12 september 2026

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

De Groene Citadel, caféterras
Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na een vakantie met veel mooi weer en andere mooie dingen. Zoals bijvoorbeeld de Groene Citadel: 

Maandag 31 augustus

De Groene Citadel in Maagdenburg is het laatste bouwwerk van de kunstenaar Friedenreich Hundertwasser. Zeven jaar geleden bezochten H. en ik het Hundertwasserhuis (link) in Wenen en we waren er allebei enthousiast over. Nu we in Maagdenburg zijn, willen we dan ook zeker de Groene Citadel bezoeken. Het is op loopafstand van het hotel waar we verblijven.

Terwijl we er naartoe wandelen, komen we langs een pand waar binnen een tentoonstelling is over de geschiedenis van Maagdenburg. Door de etalageruiten zien we grote foto’s en een maquette en als we voor de open deur stil blijven staan om nieuwsgierig even naar binnen te kijken, spreekt een man ons aan: de expo is vrij toegankelijk en we zijn welkom. 

We gaan naar binnen en bekijken foto’s die laten zien hoe na de DDR tijd het stadsbeeld verandert. Sombere gebouwen werden opgeknapt of vervangen. Een treurige, grauwe flat wordt op vier foto’s opgeblazen en op de lege plek verschijnt een kleurig gebouw. Het is de Groene Citadel.

De Groene Citadel, woningen/hotel
Het complex staat nog geen honderd meter verderop en we gaan er heen. Er is van alles te doen in het wonderlijke gebouw. Je kunt er koffie drinken en souvenirs kopen; het heeft een hotelgedeelte en huurwoningen. In een informatieboekje lezen we dat voor huurders een ‘vensterrecht’ geldt. Dat betekent dat ze vanuit hun eigen raam “zo ver als ze met een verfkwast kunnen reiken” zelf versieringen/ kleuren mogen aanbrengen. Ik vind het een geweldig idee. Als we (na een kop koffie) om het hele gebouw heen lopen, zoek ik rond de ramen naar creatieve uitvoeringen van het vensterrecht. Ze zijn nergens te vinden. Raar.

“Ik zou echt wel los gaan als ik huurder was,” zeg ik tegen H. Hij lacht me uit en we lachen samen om alle vrolijke kleuren, pilaren, mozaïeken en onverwachte uitbouwtjes van de Groene Citadel. Net als het Hundertwasserhaus in Wenen maakt dit gebouw ons blij.

Dit bezoek alleen al maakt het de moeite waard om een paar dagen in Maagdenburg te zijn.

maandag 24 augustus 2026

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst maken we even een rondje tuin. Die ziet er na een regenachtige week een stuk frisser uit dan in de hete periode daarvoor.

“Wat een heerlijke plek is jouw tuin,” zegt K. als we na het rondje op het achterterras zitten. “Daar word je toch helemaal rustig van.”
“Hm,” zeg ik, “ik zie hier alleen altijd zo veel wat ik nog moet dóen!”
Ze moet lachen. “Dat ken ik. Eigenlijk moet jij in mijn tuin relaxen en ik in de jouwe.”

Het tasje dat K. naast haar stoel op de grond heeft gezet, is maar klein. Dat is wel eens anders, want volgens onze vaste traditie nemen we als we elkaar opzoeken altijd boeken mee. Daaruit lezen we elkaar fragmenten voor en vervolgens lenen we ze al of niet aan elkaar uit. Het wordt wel steeds moeilijker om mooi leesvoer te vinden dat de ander nog niet kent.

“Ik kon eigenlijk niks vinden om je voor te lezen,” vertelt K. “maar op het laatste nippertje heb ik iets anders bedacht.” Ze haalt een zakje tevoorschijn en laat lachend zien wat erin zit: theezakjes. “Er staan van die vragen op de labeltjes. En nou dacht ik: als we die nou eens van elkáár proberen te beantwoorden. Es kijken hoe goed we elkaar kennen.”

Als ik twee mislukte cappucino’s en een koektrommel op tafel heb gezet, komt ze met de eerste vraag.
“Waar word je heel gelukkig van?”
“Die is niet moeilijk om voor jou te beantwoorden,” vind ik. “Eén woord: water!”
Haar antwoord voor mij bestaat na even nadenken uit twee woorden: creëren en tuinieren.

De volgende vraag is moeilijker:
“Wat was vroeger je lievelingsspeelgoed.” Van elkaars kindertijd blijken we niets te weten. Antwoord geven voor de ander kunnen we niet, maar we zitten allebei hardop te bedenken waar we zelf graag mee speelden als kind. Het levert een heel ander gesprek op dan anders. Het begint met speelgoed, maar er komen ook allerlei andere herinneringen mee.

Van die vragen op theezakjes werd ik altijd een beetje een wrevelig. Ik kreeg er zo’n ‘waar bemoei je je mee’ gevoel van. Maar kijk, dit was toch wel een grappig effect.
Nou hebben wij nooit moeite om gespreksonderwerpen te bedenken, maar ik kan me voorstellen dat een gesprek met iemand die je niet goed kent door zo’n theezakjesvraag ineens op gang kan komen.

Tussen het praten door genieten we van de lunch en het lekkere weer en voor we het weten is de halve middag voorbij en stopt K. haar theezakjes terug in de tas. We omhelzen elkaar en ze stapt in de auto om terug te rijden naar haar woonboot.
Dat was dus een bezoek zonder boeken en zonder voorleesfragmenten vandaag. Maar ook zonder boek kunnen we elkaar heel goed mooie verhalen vertellen.

donderdag 20 augustus 2026

Portretten tekenen

twee lijntekeningen van gezichten, waarbij één gezicht naast de omtrek van het hoofd terechtgekomen is
Voor m’n verjaardag kreeg ik een (online) cursus portrettekenen door Siegfried Woldek. Het is een kadootje dat verplichtingen schept, maar wel van de leuke soort. Ik nam me voor om de cursus er niet doorheen te jassen, maar die op een heel rustig tempo te volgen, met veel praktijkoefening tussendoor.

Siegfried Woldek is een gelauwerd tekenaar van portretten (en ook van vogels). Ik ken hem vooral van zijn literaire en politieke tekeningen in NRC. In de filmpjes van de cursus vertelt hij op een rustige, laconieke manier. Dat je niet moet tekenen wat je wéét, maar wat je zíet; dat het bij een portret eerder om schaduwvlakken gaat dan om lijntjes. Dat soort dingen. 

Er zijn informatieve filmpjes en opdrachten. Een van de eerste opdrachten is om voor de spiegel in één doorlopende lijn je eigen gezicht te tekenen zonder op je tekenpapier te kijken. Ik doe het een keer of zes en het levert grappige resultaten op. Er zijn oefeningen om de ‘angst’ te doorbreken om een gezicht te tekenen. Portretkramp noemt Siegfried het. En oefeningen om abstracter te kijken, naar vlakken.

Les zeven heet ‘Het Idee’. Leraar Siegfried vertelt in het inleidende filmpje hoe belangrijk het is om goed te bedenken op welke manier je iemand wilt portretteren. Niet alleen gewoon een kop tekenen, maar daarbij in gedachten houden wat je ermee wilt uitdrukken… Misschien is dit wel de moeilijkste les, vermoedt hij.

En jawel. Hier loop ik helemaal op vast. Ik vond het al zo moeilijk om leuke koppen te vinden om na te tekenen. Als ik dan ook nog moet bedenken wat het portret over die persoon moet zeggen, haak ik af.
Dat kan voor iemand die politieke of literaire portretten tekent dan heel belangrijk zijn, voor mij is het onmogelijk. 

kladblaadjes met kleine pentekeningen van gezichten
Maar omdat hij in het filmpje zo nadrukkelijk waarschuwt om deze fase niet over te slaan, aarzel ik toch. Ik neem me voor om me tóch aan de opdracht van les zeven te zetten, maar tot nu toe kom ik niet verder dan het krabbelen van allerlei kleine portretjes, al of niet naar foto’s van anonieme personen. 

Misschien morgen. Misschien dit weekend. Of ga ik gewoon door naar les acht? Het schiet niet op. Eén voordeel is er bij al dit getreuzel. Ik doe zo in elk geval lekker lang met m’n kadootje. 

donderdag 13 augustus 2026

Oogmeting

Bril ligt op een krant met een artikel over eclipsbrilletjes
Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren buig om de ondertiteling beter te kunnen lezen. Dat is niet de eerste keer. Ik heb al een tijdje het idee dat m’n ogen er niet beter op worden. Morgen maar eens een afspraak maken met de opticien.

Woensdagmiddag om vijf uur. Het is rustig en koel in de brillenwinkel op deze warme middag. Ik krijg koffie aangeboden en mag plaatsnemen om te wachten. De opticien is nog met een andere klant bezig. Terwijl ik wacht schuiven regelmatig de glazen deuren van de winkel open als er mensen voorbij lopen. Soms komt er iemand binnen om te vragen of er nog eclipsbrilletjes zijn. Niet dus.

Een assistent doet alvast een meting met een apparaat dat in m’n ogen puft. Dan kan ik door naar de opticien. Het is een aardige veertiger. Hij vraagt waarom ik een oogmeting wil en geeft meteen mijn huidige bril mee aan iemand die hem goed gaat afstellen en schoonmaken.

Hij vraagt door wat ik precies wel/niet goed zie en stelt dan voor om in elk oog twee oogdruppels te druppelen. Het kan zijn dat m’n ogen te droog zijn. Hij legt uit dat de druppels lijken op het eigen oogvocht. Ik luister zonder veel interesse en ben vooral benieuwd hoe de hele meting uitpakt en hoe erg m’n zicht achteruit is gegaan.

Terwijl ik ingespannen probeer om rijen steeds kleinere lettertjes te lezen, vertelt de opticien dat je best op een hoger percentage uit kunt komen dan honderd.
“Er zijn soms mensen die wel tot 250% scoren.” Hij legt uit dat dat komt door de manier van meten en ik begrijp dat 100% meer te maken heeft met een gemiddelde dan met heel goed zien. 

Mijn rechteroog, dat het minst goede is, ziet 90%. Vijf jaar geleden was dat 85%. Met het linkeroog kom ik boven de 100 uit. En toch heb ik echt wel een bril nodig om te kunnen lezen. Ik denk aan een slechtziende kennis die het met 6% moet doen. Dat is dus nog minder dan ik dacht.
Dat mijn meting iets hoger uitkomt dan vijf jaar geleden, komt van de druppeltjes, vertelt de opticien. Oogvocht doet echt heel veel! Hij raadt me dan ook aan om een flesje oogdruppels te kopen en de komende twee weken elke avond één druppel per oog te gebruiken.

De assistent komt mijn schoongemaakte en aangeschroefde bril brengen. Voorzichtig zet de opticien die op m’n neus en vraagt me om rond te kijken.
“Hoe ziet dat eruit?”
Ik zie alles helder. Dat zegt niet alles, want het is hier goed verlicht, maar toch heb ik het idee dat de druppeltjes inderdaad iets doen. De wazige vlek, veroorzaakt door een oud litteken in m’n rechteroog, is soms veel erger.
Het klopt, zegt de opticien, dat juist zo’n littekentje baat heeft bij genoeg oogvocht.

“Geniet van de eclips vanavond,” zegt hij als ik betaald heb en de winkel uit ga. Ik fiets blij naar huis. Fijn dat m’n ogen helemaal niet veel slechter zijn geworden. Dat m’n zicht gewoon verbeterd kan worden met zoiets simpels als oogdruppels.
Wat die zonsverduistering betreft: die laat ik aan me voorbijgaan. Ik heb niet zo’n eclipsbrilletje en ik ga toch zeker m’n ogen niet verpesten door recht in de zon te kijken.

zondag 9 augustus 2026

Schattige kleine flesjes

Geen idee waarom, maar ik ben beslist niet de enige die ervoor valt: kleine uitvoeringen van gewone dingen zijn meestal extra leuk. Pasgeboren poesjes, jonge hondjes, donzige kuikentjes… allemaal even schattig.

Maar ook niet-levende dingen zijn leuk als ze heel klein zijn. Van die bouwpakketten van piepkleine boekwinkeltjes, bloemenzaken, huiskamertjes enzovoort. Of grachtenhuisjes voor op de vensterbank, kerstdorpjes met verlichting, hele dorpen en landschappen waar een mini-trein tussendoor rijdt. Veel mensen houden ervan.

In de supermarkt kom ik het ook tegen: minipotjes jam in een traytje, hele kleine pakjes hagelslag, eenpersoons-flesjes wijn. Ik moet mezelf tegenhouden om ze niet te kopen. De pakketjes limonadesiroop van Monin vind ik onweerstaanbaar: vijf flesjes van elk 50 centiliter siroop, elk met een andere smaak, prachtig verpakt.

Vijftig centiliter is maar een héél klein beetje! Je kunt er ongeveer twee glazen limonade mee maken. En het is beslist niet goedkoop. Maar het ziet er zo mooi uit dat ik het tóch een keer heb gekocht. Eén om weg te geven en één om eens al die smaken uit te proberen. En die flesjes bewaar je dan natuurlijk!

Veel goedkoper is het om je eigen limonadesiroop te maken. En het is eigenlijk doodsimpel. Deze week maakte ik bramensiroop. 250 gram bramen, 250 ml. water en 500 gram suiker (veel hè, maar je gebruikt natuurlijk maar een klein beetje dat je verdunt). Alles bij elkaar in de pan, al roerend verhitten tot alle suiker gesmolten is, laten afkoelen en dan door een zeef gieten. That’s it.

Ik vulde een flesje van een halve liter en had toen nog een klein laagje over. Nu kwamen mijn miniflesjes van pas. Met 150 ml. siroop kon ik drie hele flessen vullen. Leuk om weg te geven. Nog specialer als je zegt dat het bedoeld is om in cocktails te gebruiken. 

Nou weet je het alvast: als ik binnenkort bij je op bezoek kom, heb je kans dat je een schattig miniflesje van me krijgt met een exclusieve bramensiroop. Lekker voor in een cocktail bijvoorbeeld.

zondag 2 augustus 2026

Fascinating Gershwins

Het zijn meestal vooral oudere mensen die komen kijken en luisteren naar de musici tijdens de Muziekzomer Gelderland, al mikken ze op een breed publiek.*  Ook deze vrijdagmiddag is het publiek gemiddeld waarschijnlijk zestig plus. Ik vraag me wel eens af wat de jonge musici daarvan vinden. Misschien zien ze het niet eens. De spotlights zijn tenslotte op hén gericht.

De zaal in het wijkcentrum is niet uitverkocht, maar redelijk vol voor een doordeweekse middag. We vinden een mooi plekje en wachten tot over tien minuten de voorstelling “Fascinating Gershwins” begint. Die tien minuten worden een klein half uur, zonder dat iemand even komt uitleggen waarom er niets gebeurt.

Maar dat is dan ook het enige minpunt van dit concert, want als het eenmaal begonnen is, worden we verrast. Ik was op de naam Gershwin afgekomen. Veel wist ik er niet van, maar de associatie met Jazz, met Porgy and Bess, was wel oké. 

Een pianist, vijf blazers en een drummer beginnen met een medly van lekkere jazzy nummers. Daarna komt uit de coulissen een dame die met Vlaamse tongval begint voor te lezen. Een brief van George Gershwin aan zijn broer Ira. Er volgen er meer als rode draad tussen de verschillende muziekstukken. Soms instrumentaal, soms met zang van dezelfde vrouw, die behalve een mooie voorleesstem ook een mooie zangstem blijkt te hebben.

Het wordt een verhaal over het leven van (vooral) George Gershwin. Als hij schrijft over de stad New York, worden op de achtergrond zachtjes de stadsgeluiden gespeeld, schrijft hij over de trein dan laat de drummer de wielen over de rails rollen en piepen blazers de bochten en de remmen. De brieven beschrijven waar de componist aan werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Daarna wordt steeds (een deel van) die muziek gespeeld.

Ik hou wel van deze muziek en de vorm waarin dit concert gegoten is, is leuk en verrassend. We zijn niet de enigen die er zo van genieten. Als het verhaal is uitverteld, komt er een staande ovatie. Eén van de orkestleden stelt onwennig en een beetje verlegen iedereen voor. We klappen nog een keer. Dan is het afgelopen. 

Buiten schijnt de zon. We fietsen op ons gemak naar huis, terwijl we nog een beetje napraten over de muziek. Vorige week waren we bij een celloconcert (ook in de muziekzomer-reeks). “Maar dit vond ik leuker!” zegt H. En daar ben ik het helemaal mee eens. 

*”Muziekzomer Gelderland is het zomerpodium van de Nationale Jeugdorkesten Nederland. Jonge getalenteerde musici, conservatoriumstudenten en jonge professionals zorgen voor een inspirerende mix aan muzikale ervaringen voor een breed publiek.”

zondag 26 juli 2026

Cello’s in het stadhuis van Arnhem

Op de voorgrond achterhoofden van publiek, naar beneden zie je elf cellisten en daar achter hoge, witte gordijnen..
We zetten de auto in parkeergarage Musis en dan wandelen we op ons gemak naar het stadhuis van Arnhem. We zijn zó vroeg, dat we nog een rondje extra lopen voordat we het vierkante gebouw binnengaan. Voor de ingang is een groot, stenen plein waarvan na een moderne regenbui het water nergens heen kan.

“Daar mogen wel wat tegels gewipt worden,” zegt H. Je bent landschapsbeheerder of je bent het niet. Ik ben het met hem eens. Naast het plein is dan wel weer een behoorlijk groot, goed verzorgd bloemenperk. Er staan een paar mensen bij te kijken, maar de meeste mensen die we zien, gaan regelrecht het stadhuis in.

We zijn niet de enigen die vroeg zijn. Er zijn al veel rijen bezet van de stoelen die vernuftig op een monumentale trap geplaatst zijn. De achterpoten zijn precies een traptrede korter dan de voorpoten, zodat de stoelen stevig en veilig staan. Maar het blijven van die harde, kunststof stoelen waar je een houten kont van krijgt. We gaan ergens bovenaan zitten. 

Wachtend op de twaalf cellisten waar we straks naar gaan luisteren, kijken we rond. Wat een megalomane ruimte is deze hal. Groot, leeg en hoog. Links en rechtsboven zijn kennelijk de werkplekken en vóór de trap waar wij op zitten is een uitgestrekte, betegelde leegte waar in een halve cirkel elf stoelen klaarstaan.

Ja, elf. Eén van de musici blijkt op de valreep te ziek om te spelen, zodat er nog snel aanpassingen gedaan moesten worden in het programma. Cellissimo heet het en cellist Douwe Eisses (hij is pas 21) heeft het programma samengesteld als ‘young artist in residence’ van de Muziekzomer Gelderland 2026. 

Je kunt van het gebouw vinden wat je wilt, maar de akoestiek is er goed. Ik vind de cello een mooi instrument en met de 11 cello’s kan er een heleboel. Ze spelen een militaire mars van Schubert en een quatre-mains stuk (voor piano dus eigenlijk) van Mozart, maar ook de Man with the Harmonica uit Once Upon a Time in the West en tangomuziek van Piazolla. We klappen hard genoeg om een toegift uit te lokken en dat wordt The Pink Panther. Je kunt zien hoeveel plezier de cellisten erin hebben om het te spelen. 

Dan is het afgelopen. We dalen de trappen af en steken het grote plein weer over. Padapadam, padam, neurie ik de roze panter na. Leuk zo’n avondje cellomuziek. Door de warme zomeravond wandelen we terug naar de parkeergarage. 

zaterdag 18 juli 2026

Zes geadopteerde peuters

In het gras ligt een stapeltje dunne boomstammetjes

Met twaalf liter water, verdeeld over twee fietstassen, rij ik langs het landweggetje. Ongeveer een kilometer van huis zet ik m’n fiets in de berm en met de eerste tweeliterkan waad ik door het hoge gras, brandnetels en berenklauwen ontwijkend, naar de slootkant. Er mag dan een sloot zijn; water zit er niet in. Helaas.

Anderhalf jaar geleden hebben we hier met Vrijwillig LandschapsBeheer een rij jonge wilgen neergezet. Na het knotten op een andere plek kozen we een stapeltje geschikte, polsdikke takken van zo'n 2,5 meter lang uit om te planten. Peuters noemen ze die. Je moet ze onderaan een beetje afschillen, een gat in de grond boren om ze in te zetten en dan de grond stevig aandrukken. 

We hadden de takken klaargelegd om een week later te planten. Met de onderkanten in de sloot, waar toen wél water in zat. Ongewild bleken we daarmee een snackbar voor bevers te hebben gemaakt, met als specialiteit ‘Willow-to-go”. Bijna al onze peuters waren meegenomen en wat er nog lag, was keurig ontveld. Konden we weer opnieuw beginnen. 

Wilgen zijn makkelijke groeiers, maar ze hebben wel water nodig. Vorig jaar was de zomer zo droog dat op een enkeling na al onze geplante jonkies het loodje legden. En daar hadden de bevers niets mee te maken. 

Dit voorjaar haalden we alle overleden boompjes weg en plaatsten een rij nieuwe peuters. En weer is het droog. Ik fiets vaak langs deze plek en toen ik de arme jonge wilgjes daar steeds zieliger zag verpieteren, nam ik me voor om er in elk geval een deel van te redden.
 
Twaalf liter water, dat is voor zes peuters elk twee liter. Al vier keer heb ik ze deze week zo’n extraatje toegestopt en ik hoop dat dat nét genoeg is om ze te laten overleven. Maar nog meer hoop ik dat er binnenkort een paar flinke plensbuien vallen, zodat de hele rij een kansje maakt. We zullen zien.

vrijdag 10 juli 2026

Hop, amputeren maar

twee geamputeerde pruimenbomen steken hun kale takken in de lucht. Er omheen liggen op groen gras de takken.
“Kijk nou!” We fietsen samen naar het dorp en H. wijst opzij naar de oude pruimenboomgaard niet ver van ons huis.
“Wat zonde!”
Her en der liggen grote takken op de grond. Sommige bomen zijn scheef gewaaid of liggen zelfs helemaal om. De storm van vorig weekend heeft hier stevig huisgehouden.

Een dag later vertelt H. dat er een bericht is binnengekomen in de mailbox van Vrijwillig Landschapsbeheer. De eigenaren van de gehavende pruimenbomen hebben aan verschillende partijen gevraagd wie eerste hulp kan bieden bij de stormschade. Het is een klus die past bij de vereniging. Oude boomgaarden behouden/onderhouden is een van de dingen die we doen.

De eerstvolgende dinsdagmorgen gaan we er met de vaste groenploeg naartoe. Om te beginnen gaan we alle afgewaaide takken opruimen en daarna kan een van onze snoei-experts bekijken wat er verder moet gebeuren. 

Als we aankomen, schrikken we van de aanblik van wat tot voor kort een mooie boomgaard was. Omdat er steeds takken bleven vallen, hebben de eigenaren, een echtpaar op leeftijd, er een boomzager bijgehaald. Die heeft rigoureus de zaag in alle beschadigde bomen gezet. Hop, eraf met die gebroken takken.

Wat een ravage! Was dat nou nodig? Het is als een chirurg die bij een flinke snee in de pols besluit om de hand dan maar te amputeren. Met z’n achten lopen we tussen de bomen door om alle afgezaagde takken te verzamelen en op stapels te leggen, die later afgevoerd zullen worden. Overal liggen onrijpe pruimen. Soms zoveel dat je voeten er bijna over wegrollen. 

We krijgen de klus niet in één keer af, maar aan het eind van de ochtend is er al een goed deel opgeruimd. Nog een ochtend en het is weer netjes. Op de grond dan, want voordat de geamputeerde spookbomen weer een beetje bijgegroeid zijn, gaan er nog wel een paar jaar overheen.
Jammer. 


 


donderdag 2 juli 2026

Can Erik

Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn. Gelukkig voor haar gezin doet ze wel concessies voor degenen die die liefde niet delen.

Soms hebben we gesprekken over recepten. N. leerde me hoe je tabouleh maakt, peterseliesalade met bulgur. Ik leerde haar hoe je pannenkoeken bakt. Een tijdje geleden vertelde ze dat ze altijd zo dol was op onrijpe pruimen, gedoopt in zout. Ze had nooit moeite om dingen met anderen te delen, maar een zakje van die zure, groene vruchten hield ze lekker voor zichzelf.

Ik begreep niet meteen waar ze het over had, want ze wist alleen het Syrische woord ervoor. Maar met plaatjes en veel uitleg er omheen begreep ik dat het om onrijpe pruimen moest gaan. In Nederland kun je ze moeilijk krijgen. In het seizoen zijn ze er soms even in de Arabische winkel, maar dan zijn ze duur en snel uitverkocht.

Ik ging online op zoek en vond wel het Turkse woord: Can Erik, maar kwam er niet achter of het om een speciaal ras ging of dat je meerdere pruimensoorten op die manier onrijp kunt eten.

Nu ken ik iemand, B., die een jaar geleden een huis gekocht heeft in het buitengebied, waar een boomgaardje bij zit met pruimenbomen van diverse soorten. Hij wil er niks commercieels mee, maar gebruikt een deel van de vruchten zelf en geeft er ook veel weg. Ik vertelde B. over mijn vriendin en haar geliefde snack en hij zei dat we best langs mochten komen in z’n boomgaard.

Vorige week leek een goed moment. De pruimen beginnen eruit te zien zoals op de plaatjes van de Turkse Can Erik. Met de auto haalde ik N. en haar achtjarige dochtertje T. op om op pruimenjacht te gaan. We werden ontvangen met een glas fris en nieuwsgierige vragen over de onbekende manier om pruimen te eten.

Door het hoge gras wandelden we naar de pruimenbomen. N. proefde van verschillende soorten, knikte ernstig, zei dat deze misschien over een week goed waren, die van een volgende boom ook. Maar bij de derde boom werd ze blij. Deze waren goed! B. haalde een trap en ging aan het ‘dunnen’. Als je van iedere kluit vruchten een paar weghaalt, blijft er meer ruimte voor de andere om te groeien, dus het mes sneed aan twee kanten.

T. proefde van de groene zure pruimen en spuugde haar hapje meteen weer uit. Zij kreeg een handvol zoete kersen. Ik proefde een klein hapje, maar kon er niet enthousiast van worden. Maar N. was blij met haar grote zak onrijpe pruimen. Ik hoop dat ze er thuis, met een bakje zout erbij, erg van geniet.  

vrijdag 26 juni 2026

Ochtendje repaircafé

Twee handen houden een geopende SMEG melkopschuimer gekantelt om het binnenwerk te laten zien.

"Vind je het leuk om samen naar het repair-café te gaan?" vraagt vriendin A. in een appje.
"Trakteer ik je meteen op een kopje koffie ergens voor je verjaardag.”
Ik hou van het concept repair-café en ik heb A. al te lang niet gesproken, dus ik typ meteen “Ja, leuk!” terug.  

We spreken af op zaterdag om 11 uur, meteen als het repareren begint. Dat blijkt een goed idee, want als we een paar minuten over 11 binnenkomen, zijn er al vijftien wachtenden voor ons. Dat betekent helemaal niet dat we eindeloos moeten wachten. Met haar kapotte melkopschuimer moet A. bij Jasper zijn en die heeft nog geen ‘klanten’. Na het inschrijven kunnen we meteen bij hem terecht.

Jasper is een opgewekte jongeman met een degelijke gereedschapset en genoeg zelfspot. Terwijl hij met de schroevendraaier van A. (“handig, hoef ik niet te zoeken!” de SMEG opendraait, zegt hij: “Ik doe net of ik er verstand van heb, maar dat zegt niet zoveel hoor.”

Een klein uur kijken we op z’n vingers terwijl hij een kluwen draden en fliepjes uit het apparaat trekt die niet bedoeld zijn om het daglicht te zien. Bij alles wat hij doet, geeft hij uitleg en steeds houdt hij voorzichtig een slag om de arm om A. niet blij te maken met een dooie mus.

Tenslotte haalt hij het motortje los, waarvan hij vermoedt dat het niet meer werkt. Het lijkt op een verzwaard waxinelichtje met in plaats van een lont een ijzeren staafje middenin. Jasper meet het dingetje door en constateert dat het is overleden. Een nieuwe heeft ie natuurlijk niet paraat. Samen met A. zoekt hij op internet naar eenzelfde motortje dat ze dan zelf kan kopen.

Nog eens waarschuwt hij: “Het kán nog aan iets anders liggen.” Maar A. wil zeker zo’n waxinelichtje gaan aanschaffen en daarmee later terugkomen. Jasper propt de hele dradenboel zo netjes mogelijk terug en wij gaan eindelijk de beloofde koffie drinken, wat inmiddels op een lunch uitdraait.

Die avond appt A. me dat ze via via een mail kreeg van Jasper. Ze had haar schroevendraaier laten liggen en hij nam helemaal de moeite om haar op te sporen en te mailen. 

De melkopschuimer doet het nog steeds niet, maar we hadden een supergezellige ochtend + lunch. En al wordt het uiteindelijk niks met dat motortje: Jasper kan bij ons niet meer stuk.


maandag 22 juni 2026

Teunisbloem

Zondagavond. Na een erg warme dag is het tegen tienen ’s avonds heerlijk om nog even buiten te zitten. Ik zit met een glas koude limonade aan de stenen tafel met m’n rug naar de achtertuin te niksen. Als ik omkijk omdat ik iets hoor, zie ik juist hoe een grote, gele bloem zich in één keer ontvouwt.

 Teunisbloem om 21.58 uTeunisbloem om 22.18 u.

De teunisbloem is een avondbloem. Overdag ziet ie er een beetje verflenst uit, vooral als het zonnig en warm is. Als het begint te schemeren (of als het flink bewolkt is) laat ie z’n knalgele bloemen zien. Soms duurt het een tijdje voordat een bloem zich blaadje voor blaadje ontrolt, maar soms gaat het soepel in één keer.

Ik zet m’n stoel andersom en kijk. Waar je meestal time-laps filmpjes voor nodig hebt, die versneld laten zien wat er in een paar uur (of veel langer) gebeurt, zie je bij de teunisbloem gewoon live de verandering van de slapende knoppen in stralende bloei. 

We hebben ze op verschillende plekken in de tuin staan. De planten die genoemd zijn naar Sint Antonius van Padua. Dat is vanwege de bloeitijd die rond zijn naamdag op 13 juni begint. Bij ons komt ie niet veel hoger dan een meter, maar je komt ze wel tegen die manshoog zijn. Gewoon in de berm.
Ik weet dat zo’n avondbloem veel nachtvlinders zou moeten trekken, maar als ik van dichtbij ga kijken, zie ik weinig leven. Eén snuitkevertje is alles. Het zal nog te vroeg zijn voor de echte nachtbrakers. 

Meteen na de eerste pop-up bloem heb ik een foto gemaakt. Twintig minuten later staat de hele plant heldergeel te stralen. Op de tweede foto lijken de bloemen licht te geven in de avondlucht. 

Je kunt in je vakantie op safari gaan naar geweldige natuurreservaten. Je kunt tijdens een stedentrip prachtige, beroemde gebouwen gaan bekijken. Je kunt naar een museum gaan om je te laven aan mooie kunstwerken. Maar na een fietsdag tijdens een hittegolf is er weinig zo ontspannend als het kijken naar het kalmpjes openklappen van de gewone teunisbloem.

 

dinsdag 16 juni 2026

Knipperlichtvakantie

We hebben vakantie. Kan dat als je gepensioneerd bent? Nou en of. Het clichébeeld van de genietende pensionado aan een warm palmenstrand in een ligstoel en met een cocktail in de hand heeft ons nooit erg aangestaan. Ja, die cocktail wel, maar de rest niet.

Het is leuk om nuttige dingen te doen als vrijwilliger, vinden we allebei, en dat doen we dan ook. Vooral H. heeft het als voorzitter van de vereniging Vrijwillig Landschapsbeheer druk. Hij heeft zich er met zoveel enthousiasme in gestort, dat het zo’n beetje een volledige baan is. 

Maar nu hebben we dan toch een ruime week vrij genomen om op fietsvakantie te gaan. Helaas is er per ongeluk tóch een afspraak midden in die week terechtgekomen, waar H. niet onderuit kan (en wil). We waren toch al niet van plan om heel ver weg te gaan, maar nu bedachten we dat het dan maar een knipperlichtvakantie moest worden.

Overdag op stap en ’s nachts in ons eigen huis logeren. We hebben de vroegere slaapkamer van dochter E. ingericht als B&B, ter verhoging van het vakantiegevoel. Onze vriend J. lachte ons vriendelijk uit: “Net een kinderfeestje,” vond hij. Maar daar trekken we ons niets van aan. We ontbijten aan een andere tafel, gebruiken ander serviesgoed en vieren lekker vakantie.

De eerste dag bezochten we de Open Tuinendag in Nijmegen. We bezochten verschillende tuinen en hadden geweldig leuke gesprekken met de eigenaren ervan. De tweede en derde dag maakten we fietstochtjes in Duitsland. Morgen is de vierde dag en behalve dat het weer nog niet helemaal meewerkt, zijn we heel tevreden over onze knipperlichtvakantie. 

We gaan deze week een paar keer naar de bioscoop, drinken koffietjes met taart, gaan een keer ernstig luxe uit eten en af en toe maken we voor onszelf een cocktail. Als het goed is, wordt het weer steeds zonniger. Wie weet zitten we de laatste dag van deze vakantieweek op een ligstoel op een terrasje in de zon met een cocktail in de hand. En daarna is het dan weer afgelopen met het luie-pensionado bestaan. Dan mag er gewoon weer gewerkt worden. Tenslotte kun je als je geen verplichtingen hebt ook nergens vakantie van nemen. 



maandag 8 juni 2026

Een afscheid als kennismaking


M. is dood. Een maand geleden zat ze in de serre terwijl wij van haar man J. een rondleiding door hun tuin kregen. Voordat we weer vertrokken, maakten we even een praatje met haar. Over de mooie tuin en welke planten het dit jaar goed deden en wat een heerlijk plekje die serre was. 

Ik had haar eerder wel een paar keer gesproken, maar kende haar niet goed. Haar man ken ik wél. Hij zit samen met H. in het bestuur van Vrijwillig Landschapsbeheer, is regelmatig bij ons thuis en werkt mee met de dinsdaggroep waar ik ook in zit. J. weet geweldig veel over bomen, struiken en planten en ik leer veel van hem. Altijd als er een extra klus, overleg of bijeenkomst is, is J. daarbij. Over thuis heeft hij het niet vaak. 

Een paar weken geleden liet hij weten dat hij met M. in het ziekenhuis was, waar ze met ernstige pijnklachten was opgenomen. Het ging niet goed. Een week was hij dag en nacht bij haar. Toen wij aan het werk waren in een parkje, kwam hij op de fiets even langs. Hij moest er even uit. Het ziekenhuis zou bellen als er ontwikkelingen waren. 

veld met wilde bloemenNu zitten we in het Crematorium om afscheid te nemen van M. Maar we zijn hier nog meer voor de achterblijver J. 
“We vinden het fijn als je een onverpakte veldbloem meebrengt,” staat op de rouwkaart. Dat doen we. Allebei één, met een mooie, lange steel. Voor de ingang van het Crematorium neemt een jongeman al die veldbloemen in ontvangst. Het is al druk in de aula en het stroomt steeds voller. We zoeken een groepje bekenden op en even later mogen we de zaal in, waar we in stilte wachten.

De uitvaartleider vraagt ons om te gaan staan en er klinkt muziek. Langzaam wordt de kist binnengedragen door de directe familie. Om de eenvoudige kist is een band gespannen met lusjes eraan en in elke lus zijn veldbloemen gestoken. Ik ken de muziek niet, maar die raakt me, net als die bloemenzee-kist. De tranen springen in mijn ogen. 
Ik probeer ze tegen te houden. Vreemd eigenlijk, dat ik het gevoel heb dat ik hier niet mag huilen omdat het niet mijn verdriet is. Omdat ik de overledene maar zo oppervlakkig kende. 

Een uur later ken ik haar wél. Schoonzussen, haar dochter, haar kleinkinderen, een vriendin, vertellen over M. Met brokken in hun keel, soms tussendoor snikkend, of juist glimlachend om een herinnering. Intussen worden foto’s geprojecteerd waarop we haar en onze vriend J. zien: eerst jong, dan middelbaar en ten slotte als zeventigers. 

Zo maken we tijdens het afscheid van M. pas goed kennis met haar. Ze was vrolijk, lief, aandachtig en sprankelend. Ook al had ze pijn. Ook al liep ze slecht. Wat jammer dat we haar niet wat langer hebben gekend. We zullen J. zo goed mogelijk steunen nu hij haar moet missen.





maandag 1 juni 2026

'Op de golven van de stad'

Gebouw De Dageraad
In museum Het Schip kochten we een paar maanden geleden het boekje ‘Op de golven van de stad’, met fietsroutes langs gebouwen van de Amsterdamse School. Dit weekend zijn we in het appartement van vrienden in Slotermeer (Amsterdam) en we hebben het boekje én onze fietsen meegenomen. 

Op zaterdagmorgen fietsen we eerst naar het Roelof Hartplein, waar één van de routes begint. We besluiten daar de fietsen neer te zetten en lopend te beginnen, want er zijn zóveel gebouwen die we moeten bekijken, dat het met de fiets vooral op- en afstappen zou worden.

Meteen al op het plein is het fraaie café-restaurant Wildschut uit 1922, ‘Huize Lydia, voor vrouwen, uit 1927 en ‘Het Nieuwe Huis’ dat in 1928 gebouwd werd ‘voor alleenstaanden’. Een deel ervan is nu Openbare Bibliotheek. Er moet een beeld in de entreehal staan, dus we lopen even naar binnen om dat te bekijken.

Een beeld zien we niet. Wel een vriendelijke jongeman die vraagt wat we zoeken. Hij weet waar het beeld staat en loopt met ons naar buiten om een volgende deur in het gebouw te wijzen. “Als je aanbelt, mag je wel binnen kijken,” zegt hij. We kijken door de raampjes en nog voordat we aanstalten maken om te bellen, gaat er een deur open.

“Wat zoeken jullie?” Alweer een aardige man, die ons binnenlaat. Hij zegt niet zo veel maar laat ons rustig rondkijken. We zijn in een hal van een deel van het gebouw dat nog steeds uit woningen bestaat. 
“Zijn het nog steeds woningen voor alleenstaanden?” vraagt H. en de man zegt dat dat officieel inderdaad zo is. Het beeld in de hal vind ik lelijk, maar het gebouw is mooi. Met veel glas-in-lood ramen en mooi afgewerkte details. 

De bouwstijl van de Amsterdamse School zit vol kleine verrassingen. Bakstenen die in allerlei verschillende patronen zijn gemetseld, grappige uitbouwtjes en randjes, gestileerde huisnummers, sierlijke hijsbalken. Veel gebouwen zijn huizenblokken in opdracht van woningbouwverenigingen. Behalve al die kleine details zijn er ook klokkentorens, beeldhouwwerken aan gevels en soms is een heel gebouw een topstuk, zoals het Dageraadcomplex. Gewoon een complex met woningen, maar bijzonder om te zien, met gegolfde muren, beelden op de hoeken en een sierlijke poort onder het hele gebouw door. 

Uiteindelijk blijven onze fietsen op het Roelof Hartplein staan terwijl we (bijna) de hele route lopend doen. We komen langs een kleine honderd Amsterdamse-school-gebouwen en dit was pas één van de zes routes. Er is dus nog veel meer, maar nu is het even helemaal genoeg. Het volgende gebouw dat we bezoeken is nóg een keer het mooie café Wildschut, maar nu om er lekker op het terras te gaan zitten en een drankje te bestellen 

maandag 25 mei 2026

Theetuinen

Boven, in een van onze vele boekenkasten, staat een hele rij fietsboekjes. Het zijn lange-afstands-routes die we wel eens gefietst hebben, maar ook verzamelingen van dagtochtjes. In een bepaalde streek, in een stad, met een thema. Zo staat er ook ‘De theetuinen fietsgids van Nederland’. Vorig jaar gekocht maar we hebben er nog niet één route uit gefietst.

Pinksterzondag is het prima fietsweer en ik haal het theetuinenboekje tevoorschijn. We zoeken een route die niet al te ver weg begint maar wel langs plekken komt die we nog niet kennen. Het wordt een rondje Betuwe. 

We starten in het kleine dorpje Ommeren, vlakbij het iets grotere Lienden. In het routeboek worden de fruitboomgaarden en het rivierenlandschap genoemd, maar wat ons vooral opvalt is dat hier heel veel boomkwekerijen zijn. Voor de bloeiende fruitbomen zijn we net te laat, maar van de bermen worden we vrolijk. Die zijn op veel plaatsen niet gemaaid en staan vol hoge grassen en wildbloemen. 

Het koninklijke stadje Buren kennen we wel. Een mooi, oud stadje, waar we volgens ons boek het Oranjemuseum kunnen bezoeken en een stadswandeling kunnen maken. We doen geen van beide, maar fietsen wel dwars door het centrum. 

We zijn al voorbij Zoelmond als we ons realiseren dat daar een theetuin had moeten zijn. Niet gezien! We gaan ook niet op zoek, want het is nog wat vroeg voor een pauze. De tweede theetuin van de route vinden we wél; een flink eind verderop, in Maurik. Het is een knusse plek, gewoon in de tuin bij een woonhuis. Maar dan wel een gróte tuin.

Een vriendelijke dame komt bestellingen opnemen. Ze is vermoedelijk de eigenares en de man die later onze drankjes komt brengen zal haar man zijn. Ik schat in dat de theetuin háár idee was en dat hij daar goedmoedig, maar iets minder enthousiast, in mee is gegaan. Het eigengemaakte sapje is lekker.
 
De twee stellen die iets verderop zitten zijn in een ruzieachtig gesprek verwikkeld. Ik hoor iemand bozig zeggen: “Liefdesverdriet zegt ie. Kom nou, iemand van tachtig hééft geen liefdesverdriet.” Een gespreksflard waar ik nog een tijd over na blijf denken. Eén van de twee mannen staat abrupt op. “Waar ga je naartoe?” vraagt een van de anderen. “Even wég!” zegt de man. Als wij even later de tuin verlaten, staat hij een eind verderop met de eigenaar te praten.
 
We fietsen verder en voor we het weten zijn we terug in Ommeren, waar de auto staat. De derde theetuin die we hier hadden moeten passeren is nergens te zien. 
52 kilometer staat op de teller. En dat klopt dan weer precies met wat er in het boekje staat. Tóch leuk, deze theetuinenroute.

dinsdag 19 mei 2026

"Ben je nu chagrijnig?"

Een jaar geleden hebben we twee straten achter ons huis een park aangelegd met buurtgenoten en Vrijwillig Landschapsbeheer. Er zijn onder andere twee ‘vogelbosjes’ aangeplant, driehoeken met allerlei inheemse struiken die voor vogels aantrekkelijk zijn. Er is ook een groot veld met wildbloemen en die komen nu ook tussen die struikjes zó hoog op, dat de vogelbosjes haast niet terug te vinden zijn.

Vandaag gaan we onze aanplant redden van de verdrinking in de bloemenzee met de dinsdaggroep van Vrijwillig Landschapsbeheer. Twee mensen gaan met de bosmaaier het veld in om gedeelten kort te maaien. Er moet genoeg blijven staan voor de insecten en om zichzelf weer uit te zaaien. 

Ik ga met G. en D. naar vogelbosje één. 
“Help, ik herken geen planten en struiken hoor!” roept G. en ik krijg de taak om instructie te geven over hoe we te werk gaan. Het is even wennen, maar al gauw weet iedereen hoe je de houtige stammetjes van de struiken kunt herkennen tussen grassen, bloemen en stevige distels. 

Als we tien minuten aan het werk zijn, komt er een nieuwe vrijwilliger bij. F., een jonge jongen, die er bleekjes en een beetje afwezig uitziet. Ik vertel hem wat de bedoeling is en hij zegt: 
“Ik heb er helemaal niks van begrepen.” Dus vertel ik het wat rustiger en duidelijker nog een keer. Onzeker pakt hij de grote heggenschaar aan. 
“Kan het niet met zo’n kleine snoeischaar?” 

Ik wijs hem een overwoekerde struik en laat zien hoe die vrijgemaakt moet worden. Voorzichtig gaat hij aan de slag. Ik zie dat F. heel precies werkt en een beetje moeite heeft met waar wel en waar niet. Wel begrijpt hij gelukkig dat de struikjes moeten blijven staan. Ik blijf een beetje bij hem in de buurt en wijs hem af en toe iets aan. Dan vertelt hij me ineens dat hij een drankprobleem heeft en dat hij het nogal moeilijk vindt om met anderen en zichzelf om te gaan. Intussen werkt hij langzaam en zorgvuldig verder. 

Om half 11 is er koffie met taart, want we hebben een jarige. F. blijft liever doorwerken, zegt hij. Ik zoek hem na de koffie weer op en vraag hoe het gaat. “Het ene moment goed en het andere moment waardeloos,” zegt hij. Hij vertelt hoe labiel hij zich voelt en over hoe vervelend hij zichzelf vindt. 
“Ben je nu chagrijnig?” vraagt hij als ik een tijdje stil blijf.
“Helemaal niet!” 
Ik heb met de jongen te doen. Wat een ellende als je jezelf zo in de weg zit. 

Niet veel later zegt hij dat hij wil stoppen voor vandaag. Dat is prima. Ik vertel hem dat hij goed gewerkt heeft en dat ik hoop dat hij volgende week weer komt. 
Hij zal het proberen, zegt hij. 
Netjes ruimt hij het gereedschap op dat hij gebruikt heeft en dan gaat hij stilletjes weg.
“Tot volgende week!” roep ik. 
Hij kijkt achterom. 
“Ja,” roept hij terug. “Tot volgende week.”

zondag 17 mei 2026

Swingen met Chopin

Het concert waar we vanmiddag met vrienden naartoe gaan, heeft een inleiding vooraf. Dat is leuk, want je krijgt dan vaak aanwijzingen waardoor je extra goed op bepaalde dingen gaat letten. We gaan luisteren naar het Nederlands Blazers Ensemble en vooral naar hun gast-blazer Maite Hontelé, die het programma mocht samenstellen.

Van het NBE zijn we fan. Het is een enthousiaste groep muzikanten die overal voor in is. We hebben ze al vaker gehoord, met altijd heel verschillende programma’s en muziekstijlen. Vandaag wordt het Latin, want Maite Hontelé is lange tijd een gevierde muzikant geweest in Colombia. 

De inleiding is leuk en levendig, met onder andere een live interview met twee gastmuzikanten die Maite heeft meegebracht. Ze vertellen soepel (in het Engels) over hun instrumenten (piano en percussie) en ze hebben duidelijk zin in het concert. Wij ook.

Om drie uur zitten we verwachtingsvol in de zaal en achter ons horen we de muziek binnenwandelen. Letterlijk, het is een complete fanfare. En behalve de beroepsmuzikanten zijn er twintig amateurblazers uit de omgeving bij die zich hebben kunnen opgeven. Zij spelen het eerste nummer mee en zullen later terugkomen voor de afsluiting. 

Maite Hontelé heeft voor deze voorstelling muziek uitgekozen waar zij van houdt. Ze vertelt over haar leven en vooral over de muziek. Dat ze al jong naar het NBE luisterde (het ensemble bestaat al 65 jaar) en hoe ze in Colombia haar stijl vond, beroemd werd en haar plezier in het spelen kwijtraakte. Ze borg haar trompet een tijd op maar kwam terug.

Intussen horen we na de startfanfare een swingend Zuid-Amerikaans nummer, een bewerking van een Chopin-prelude, een Spaans feestlied, een stuk Matthäus Passion en zo wisselen spetterende nummers en subtiele bewerkingen van klassiek of anders zich af. Maite is het middelpunt. Ze staat ontspannen te vertellen en de sterren van de hemel te spelen. Je kunt je goed voorstellen dat ze haar eigen band leidde. Maar ze eist niet alle aandacht op; ze geeft gul ruimte aan (solo’s van) anderen. 

Het is muziek waar je vrolijk van wordt, maar soms ook raakt het je door prachtige verstilde fragmentjes. Het is het laatste concert van deze reeks en de muzikanten maken er een feestje van. En het publiek doet mee. We worden uitgenodigd om mee te klappen, op te staan en een stukje mee te zingen en er wordt enthousiast geroepen en geapplaudisseerd.

Na de officiële voorstelling gaan de musici nog even door in de foyer. Wij nemen een drankje en praten nog even na voordat we weer afscheid nemen. En we zijn het er zonder meer over eens. Het was een superleuk concert! 

zondag 3 mei 2026

Water pompen

waterpomp
Net toen ik m’n fiets uit de schuur had gehaald, stopte een busje van een pakketbezorger voor ons huis. Er kwamen twee grote dozen uit, geadresseerd aan H. Gelukkig dat ik ze nog in ontvangst kon nemen, dat scheelde een hoop gedoe.

Toen we in de namiddag allebei thuis waren, haalden we uit de kleine doos de bestelde waterpomp en uit de grote doos twee slangen. H. had de pomp gekocht voor de vereniging (Vrijwillig Landschapsbeheer), maar we zouden hem hier thuis uitproberen.

Een dag later bekijken we zorgvuldig de handleiding, zetten het filter aan de pomp, doen er twee volle accu’s in en bevestigen de twee slangen (een om aan te zuigen en één om water te geven) en dan gaan we met het hele spul de achtertuin in, die grenst aan een sloot. 

We zetten de pomp op een laag muurtje, hangen de zuigslang in het water en dan, het moment van de waarheid, zetten we het apparaat aan. Aan de andere kant van het water kijkt onze achterbuurvrouw belangstellend toe. Volgens de aanwijzingen kan het tot zo’n vijf minuten duren voordat er water uit de slang komt. We wachten de volle vijf minuten, maar er gebeurt niets. 

houten vlonder met daarachter een sloot (waar een roeiboot in ligt)
Oké, nog eens de gebruiksaanwijzingen lezen. We vinden een paar filmpjes waar we niet wijzer van worden, proberen het nog een keer en nog een keer, maar helaas, er wordt geen water opgepompt. De buurvrouw staat een beetje te lachen om onze vergeefse pogingen. We koppelen de slangen af en ruimen alles op. Voor nu.

Weer een dag later. H. heeft gebeld met de fabrikant en wat nergens in de aanwijzingen stond, weten we nu: de aanzuigslang moet helemaal gevuld zijn met water voordat je de pomp aanzet. Tweede sessie. Maar ook nu blijft de verwachte straal sproeiwater uit. De achterbuurvrouw zegt dat ze nog even wacht voordat ze ook zo’n handig pompje gaat kopen.

H. probeert nu iets anders. Hij haalt het filter weg en sluit de aanzuigslang direct op de pomp aan. En kijk, dát helpt! We horen meteen dat er nu wél iets gebeurt en na een halve minuut komt er een forse straal water uit de slang. Hoera! Alleen zou dat filter er natuurlijk wel tussen moeten als we water uit (soms vieze) slootjes willen pompen.

Intussen is het zondag. Morgen gaat H. opnieuw bellen en we vermoeden nu dat er iets mankeert aan het filter. Sinds een uurtje valt er een lichte, gestadige lenteregen. De tuin is er blij mee. Hopelijk blijft het nog een tijdje doorgaan met regenen, want we hebben een bijzonder droog voorjaar. In elk geval hebben we nu alvast een pomp voor de volgende droge periode. Nu moet alleen dat filter het nog gaan doen. 

maandag 27 april 2026

Gescoord op de vrijmarkt

8 tuinboeken, 6 kinderboeken en een witte fruitschaal
Koningsdagmarkt, vrijmarkt, rommelmarkt. Hoe je het ook noemt, ik vind het leuk om langs de kraampjes te struinen. Hier in het dorp heet het kindermarkt. In principe worden alle verkoop-plekken door kinderen ingenomen, maar de praktijk is dat de meeste kinderen er na een uurtje genoeg van hebben, zodat er vooral vaders en moeders achter de koopwaar zitten. 

Maar niet overal. We staan even stil om te kijken naar een paar boeken en onmiddellijk worden we aangesproken door de pakweg tienjarige eigenares. 
“Bent u op zoek naar iets speciaals?”
“Nee hoor, we kijken gewoon wat er is.”
Ze begint te vertellen hoe leuk het boek is waar ze me naar ziet kijken, vertelt dat een tweede boek voor de halve prijs gaat en prijst een rekenspel aan waarmee je de tafels kunt leren. 
“Jij bent een goeie!” zegt H. tegen haar. “Je kunt zó als verkoopster gaan werken.” 
Helaas voor haar kopen we niets. Niet bij haar tenminste. 

Maar zo her en der komen we een hoop tegen wat we wél willen hebben. 
Meestal laat ik me niet tot veel aankopen verleiden op koningsdag, maar vandaag gaan we allebei los, want ik heb tenslotte een boekenkastje aan de straat waar ik alles in kan zetten dat ik (na het lezen) kwijt wil. Ik koop ook een paar boeken waarvan ik vermoed dat ze grif uit het kastje meegenomen worden. Gewoon omdat dat leuk is.

Een tweede reden om naar boeken te speuren is een kastje bij een project van Vrijwillig Landschapsbeheer. We zijn met de vereniging bezig een informatietuin aan te leggen en daar hoort een kastje bij waarin een verzameling planten-, bomen- en vogelboeken niet misstaat. Met boeken die we voor een (soms halve) euro kunnen kopen, is die info-kast voor een habbekrats leuk gevuld. 

Het kijken en kopen op een vrijmarkt levert een heleboel grappige, kleine gesprekjes op. Ergens vinden we een tuinboek waarvan de prijs ‘een vrijwillige bijdrage is’, want, zegt de eigenaar, “het is mooi als mensen blijven lezen, dus geef gewoon wat je wilt geven.”
We vertellen dat we het boek in een informatiekast gaan zetten en daar is hij enthousiast over. 

Na twee uurtjes struinen hebben we alles gezien. Veertien boeken hebben we gescoord en een fijne, simpele fruitschaal die uit een kerstpakket komt van iemand die bij het Radboud-ziekenhuis werkt. (“We hebben er twee, en één is wel genoeg”) 
Tijd voor koffie. Met iets lekkers erbij. Het is tenslotte een feestdag vandaag.

zondag 19 april 2026

Hyrox is hot

Bij de ingang van Ahoy Rotterdam blijven H. en ik even staan om op onze telefoons de kaartjes te zoeken. We hoeven ze pas een eind verderop te laten zien en krijgen dan allebei een bandje om onze pols. Dan lopen we de grote ruimte in waar een sportparcours is uitgezet met vakken, waar een hardloop-baan tussendoor loopt. 

“Komen jullie me op 19 april aanmoedigen?” Vroeg dochter E. ruim een maand geleden. Toen we daar nog even over wilden nadenken, zei ze dat we niet te lang moesten wachten, anders konden we geen kaartjes meer krijgen. 
“Okee, bestel maar kaartjes dan.” 

Hyrox is hot in de fitnesswereld en onze dochter pikt de hypes in die wereld enthousiast op. Je kunt je door slechtere dingen laten meeslepen. Samen met haar vriendin S. is ze de uitdaging aangegaan om vandaag in ongeveer 95 minuten het hyrox parcours af te leggen. Ze hebben er stevig voor getraind.

“Hyrox staat voor 'Hybrid Rockstar' en is een fitnesswedstrijd met een vast format. Je rent een kilometer, stopt voor een krachtoefening, rent weer een kilometer en doet daarna een andere oefening. Dit patroon herhaal je acht keer, waardoor je uiteindelijk 8 kilometer hebt gerend en 8 verschillende krachtoefeningen hebt gedaan.” (bron www.vitakruid.nl)

E. had me een plattegrond ge-appt zodat ik een idee heb van wat waar is, maar dat betekent nog niet dat we meteen snappen waar we als publiek heen moeten. Een extra uitdaging is het vinden van de rest van de fanclub: de ouders en broer van S. en nog wat vriendinnen/collega’s.
Ik app met een vriendin van E. maar de eerste twee krachtoefeningen gaan voorbij zonder dat we elkaar vinden. Als we bij het derde vak staan, tikt iemand op mijn schouder: “You’re E’s mom aren’t you? I’m her colleague.” Ze wijst me waar de ouders van S. staan. Ha, gevonden!

De moeder van S. zit in een rolstoel, maar dat weerhoudt haar er niet van zich in deze drukte te storten om onze dochters aan te moedigen. Mensen gaan vriendelijk voor haar opzij en we staan nu met een hele groep de meiden toe te zwaaien en te roepen. Met enige trots zien we E. en S. onder andere 105 kilo slepen, met 2 x 16 kilo een eind lopen, een vreselijke afstand afleggen met burpies en ook zo’n stuk met lunges (met 10 kilo op de schouders).
 
Ze doen het goed. In 94 komma iets ronden ze de oefeningen af: heel dicht bij de ingeschatte tijd. Met de hele groep aanmoedigers en de sportievelingen zelf gaan we na afloop nog even iets drinken. Er worden foto’s en filmpjes uitgewisseld en op een app wordt informatie bekeken over tijden en over hoe hoog de hartslag was bij welke oefening. 

Dan neemt iedereen afscheid van elkaar met een vrolijk: “Tot de volgende keer.”  De sporters vonden het leuk en E. laat me weten dat ze zich door al het trainen hartstikke goed voelt. Dus die volgende keer komt er vast wel. 

donderdag 16 april 2026

Favorieten

Mijn favoriete theekom (met streepjes) en favoriete koffiekopje (met tekst: als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is)
Mijn vriendin S. haalde twee mokken uit haar keukenkastje voor de thee die ze net gezet had. Ik wilde ze aanpakken om ze op tafel te zetten, maar ze hield eerst één van de twee mokken omhoog en zei nadrukkelijk dat díe van haar was.

“Ja, natuurlijk zijn álle kopjes hier van mij, maar dít is echt míjn kop. Die gebruik ik altijd als ik thee of koffie drink.” Ze lachte een beetje om zichzelf en haar sterke servies-voorkeur.

Ik snap dat wel. Ik vertelde haar dat ik ook beslist favorieten heb. Mijn koffie drink ik altijd uit een kopje met precies de prettigste maat en dikte. Als het nog bij de vuile afwas van de vorige dag staat, was ik het speciaal even af om te gebruiken. 
En als H. de tafel heeft gedekt, wissel ik vaak snel nog even de messen omdat ik liever die met het smalle puntje heb dan met het ronde. 

Waarom? Geen idee. Het is niet dat het ene mes beter snijdt dan het andere. Zelfs bij de theelepeltjes heb ik sterke voorkeuren, terwijl je er alleen maar mee hoeft te roeren. Toch zijn er dus blijkbaar meer mensen met favorieten in servies en bestek.

Met een andere vriendin had ik ooit een gesprek over de hiërarchie die bij haar thuis gold voor een set kommetjes. Die met het all-over strepenpatroon werden altijd het eerst gepakt. Dan waren er kommen met half-strepenpatroon-half-wit, die kwamen op de tweede plaats. De losers waren de kommen met alleen maar een saai stippellijntje. Maar die werden dan af en toe tóch gebruikt “omdat het anders zo zielig voor ze was.”

Als ik er zo over nadenk, weet ik nóg een vriendin die altijd een nadrukkelijke bekerkeuze heeft. Zijn het alleen vrouwen die dit hebben? H. maakt het in elk geval weinig uit waar hij uit eet of drinkt. Ik zal het toch eens gaan rondvragen onder mijn mannelijke vrienden.
En nu je dit toch leest: heb jij dat nou ook??

zondag 12 april 2026

Operatie Ingrid Marie


close-up handen die een takje op z'n plaats houdenIeder jaar rond half augustus kunnen we appels eten van onze eigen appelboom. Het zijn lekkere appels: Cox Orange, een oud ras. Een week of zes, zeven hebben we een overvloed aan appels, maar heel veel langer kun je ze helaas niet bewaren. 

In een park in de buurt staan appelbomen met andere soorten, die later in het jaar rijp zijn. De rode appeltjes die de naam Ingrid Marie dragen, zijn tot in december eetbaar. Eind vorig jaar gingen we met een plastic tas naar dat park om een paar kilo van die appels te scoren. 

Die wil ik ook in de tuin, bedacht ik. En geïnspireerd door vriend B., die veel van peren- en appelrassen weet en ook veel van enten, besloot ik wat takjes Ingrid Marie op onze eigen Cox Orange boom te zetten.

Ik sprak met B. af in het park en gewapend met een stokzaag en een snoeischaar stonden we een tijd lang met het hoofd in de nek te zoeken naar geschikte takken. “Het moet nieuw hout zijn,” legde B. uit, “en de takjes moeten precies even dik zijn als die waar je ze op ent.” Op zijn aanwijzingen zaagde ik hoog in de boom een vijftal mooie takken af. (Geen zorgen, het waren takken die sowieso komende winter gesnoeid zouden worden)

Met de oranje werkjas van B. en mijn stokzaag zagen we er professioneel uit en hoewel er regelmatig voorbijgangers waren, keek niemand er vreemd van op dat we daar in de bomen stonden te zagen. 
Met de takkenoogst in de fietstas gingen we naar onze tuin, waar B. me liet zien hoe je moet enten. Stukje tak van precies de goede dikte zoeken met drie knoppen. Schuin afknippen en bijsnijden met een superscherp mesje. De ‘ontvangende’ tak net zo schuin afsnijden. In beide schuine snijvlakken een extra snede maken en ze voorzichtig in elkaar steken. Dan omwikkelen met ent-tape. 

close-up handen die een stukje tape om een ent-takje windenVijf takjes zetten we op de boom en bij iedere operatie mocht ik wat meer taken overnemen tot ik de vijfde ent helemaal zelf uitvoerde. Toen B. na de hele sessie zijn scherpe entmes dichtklapte, sneed hij zich zo diep in z’n vinger, dat het noodverband dat we aanlegden niet voldoende bleek. Hij appte later dat hij twee hechtingen had.
 
Intussen is zijn wond weer dicht en nu ga ik elke dag bij de geënte takjes kijken of er al ergens een groen blaadje verschijnt. Nog niet, maar de knoppen zien er dik en levend uit. Ik ben heel nieuwsgierig of alles aanslaat. En als het lukt, komen er volgend jaar vast nog andere soorten bij. 


Wormen tellen als burgerwetenschap

Schop, flesje aan een stok, snoeischaar… check. Twee tasjes met testmaterialen … check. O ja, en een fles water. We staan op het punt om aan...