maandag 8 juni 2026

Een afscheid als kennismaking


M. is dood. Een maand geleden zat ze in de serre terwijl wij van haar man J. een rondleiding door hun tuin kregen. Voordat we weer vertrokken, maakten we even een praatje met haar. Over de mooie tuin en welke planten het dit jaar goed deden en wat een heerlijk plekje die serre was. 

Ik had haar eerder wel een paar keer gesproken, maar kende haar niet goed. Haar man ken ik wél. Hij zit samen met H. in het bestuur van Vrijwillig Landschapsbeheer, is regelmatig bij ons thuis en werkt mee met de dinsdaggroep waar ik ook in zit. J. weet geweldig veel over bomen, struiken en planten en ik leer veel van hem. Altijd als er een extra klus, overleg of bijeenkomst is, is J. daarbij. Over thuis heeft hij het niet vaak. 

Een paar weken geleden liet hij weten dat hij met M. in het ziekenhuis was, waar ze met ernstige pijnklachten was opgenomen. Het ging niet goed. Een week was hij dag en nacht bij haar. Toen wij aan het werk waren in een parkje, kwam hij op de fiets even langs. Hij moest er even uit. Het ziekenhuis zou bellen als er ontwikkelingen waren. 

veld met wilde bloemenNu zitten we in het Crematorium om afscheid te nemen van M. Maar we zijn hier nog meer voor de achterblijver J. 
“We vinden het fijn als je een onverpakte veldbloem meebrengt,” staat op de rouwkaart. Dat doen we. Allebei één, met een mooie, lange steel. Voor de ingang van het Crematorium neemt een jongeman al die veldbloemen in ontvangst. Het is al druk in de aula en het stroomt steeds voller. We zoeken een groepje bekenden op en even later mogen we de zaal in, waar we in stilte wachten.

De uitvaartleider vraagt ons om te gaan staan en er klinkt muziek. Langzaam wordt de kist binnengedragen door de directe familie. Om de eenvoudige kist is een band gespannen met lusjes eraan en in elke lus zijn veldbloemen gestoken. Ik ken de muziek niet, maar die raakt me, net als die bloemenzee-kist. De tranen springen in mijn ogen. 
Ik probeer ze tegen te houden. Vreemd eigenlijk, dat ik het gevoel heb dat ik hier niet mag huilen omdat het niet mijn verdriet is. Omdat ik de overledene maar zo oppervlakkig kende. 

Een uur later ken ik haar wél. Schoonzussen, haar dochter, haar kleinkinderen, een vriendin, vertellen over M. Met brokken in hun keel, soms tussendoor snikkend, of juist glimlachend om een herinnering. Intussen worden foto’s geprojecteerd waarop we haar en onze vriend J. zien: eerst jong, dan middelbaar en ten slotte als zeventigers. 

Zo maken we tijdens het afscheid van M. pas goed kennis met haar. Ze was vrolijk, lief, aandachtig en sprankelend. Ook al had ze pijn. Ook al liep ze slecht. Wat jammer dat we haar niet wat langer hebben gekend. We zullen J. zo goed mogelijk steunen nu hij haar moet missen.





1 opmerking:

Een afscheid als kennismaking

M. is dood. Een maand geleden zat ze in de serre terwijl wij van haar man J. een rondleiding door hun tuin kregen. Voordat we weer vertrokke...