Mijn vriendin N. houdt van zuur. Ze heeft liever een citroen dan zoete kersen en voor een salade kan de dressing haar niet zuur genoeg zijn. Gelukkig voor haar gezin doet ze wel concessies voor degenen die die liefde niet delen.
Soms hebben we gesprekken over recepten. N. leerde me hoe je
tabouleh maakt, peterseliesalade met bulgur. Ik leerde haar hoe je pannenkoeken
bakt. Een tijdje geleden vertelde ze dat ze altijd zo dol was op onrijpe
pruimen, gedoopt in zout. Ze had nooit moeite om dingen met anderen te delen,
maar een zakje van die zure, groene vruchten hield ze lekker voor zichzelf.
Ik begreep niet meteen waar ze het over had, want ze wist
alleen het Syrische woord ervoor. Maar met plaatjes en veel uitleg er omheen
begreep ik dat het om onrijpe pruimen moest gaan. In Nederland kun je ze
moeilijk krijgen. In het seizoen zijn ze er soms even in de Arabische winkel,
maar dan zijn ze duur en snel uitverkocht.
Ik ging online op zoek en vond wel het Turkse woord: Can
Erik, maar kwam er niet achter of het om een speciaal ras ging of dat je
meerdere pruimensoorten op die manier onrijp kunt eten.
Nu ken ik iemand, B., die een jaar geleden een huis gekocht
heeft in het buitengebied, waar een boomgaardje bij zit met pruimenbomen van
diverse soorten. Hij wil er niks commercieels mee, maar gebruikt een deel van
de vruchten zelf en geeft er ook veel weg. Ik vertelde B. over mijn vriendin en
haar geliefde snack en hij zei dat we best langs mochten komen in z’n
boomgaard.
Vorige week leek een goed moment. De pruimen beginnen eruit
te zien zoals op de plaatjes van de Turkse Can Erik. Met de auto haalde ik N.
en haar achtjarige dochtertje T. op om op pruimenjacht te gaan. We werden
ontvangen met een glas fris en nieuwsgierige vragen over de onbekende manier om
pruimen te eten.
Door het hoge gras wandelden we naar de pruimenbomen. N.
proefde van verschillende soorten, knikte ernstig, zei dat deze misschien over
een week goed waren, die van een volgende boom ook. Maar bij de derde boom werd
ze blij. Deze waren goed! B. haalde een trap en ging aan het ‘dunnen’. Als je
van iedere kluit vruchten een paar weghaalt, blijft er meer ruimte voor de
andere om te groeien, dus het mes sneed aan twee kanten.
T. proefde van de groene zure pruimen en spuugde haar hapje meteen weer uit. Zij kreeg een handvol zoete kersen. Ik proefde een klein hapje, maar kon er niet enthousiast van worden. Maar N. was blij met haar grote zak onrijpe pruimen. Ik hoop dat ze er thuis, met een bakje zout erbij, erg van geniet.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten