donderdag 13 augustus 2026

Oogmeting

Bril ligt op een krant met een artikel over eclipsbrilletjes
Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren buig om de ondertiteling beter te kunnen lezen. Dat is niet de eerste keer. Ik heb al een tijdje het idee dat m’n ogen er niet beter op worden. Morgen maar eens een afspraak maken met de opticien.

Woensdagmiddag om vijf uur. Het is rustig en koel in de brillenwinkel op deze warme middag. Ik krijg koffie aangeboden en mag plaatsnemen om te wachten. De opticien is nog met een andere klant bezig. Terwijl ik wacht schuiven regelmatig de glazen deuren van de winkel open als er mensen voorbij lopen. Soms komt er iemand binnen om te vragen of er nog eclipsbrilletjes zijn. Niet dus.

Een assistent doet alvast een meting met een apparaat dat in m’n ogen puft. Dan kan ik door naar de opticien. Het is een aardige veertiger. Hij vraagt waarom ik een oogmeting wil en geeft meteen mijn huidige bril mee aan iemand die hem goed gaat afstellen en schoonmaken.

Hij vraagt door wat ik precies wel/niet goed zie en stelt dan voor om in elk oog twee oogdruppels te druppelen. Het kan zijn dat m’n ogen te droog zijn. Hij legt uit dat de druppels lijken op het eigen oogvocht. Ik luister zonder veel interesse en ben vooral benieuwd hoe de hele meting uitpakt en hoe erg m’n zicht achteruit is gegaan.

Terwijl ik ingespannen probeer om rijen steeds kleinere lettertjes te lezen, vertelt de opticien dat je best op een hoger percentage uit kunt komen dan honderd.
“Er zijn soms mensen die wel tot 250% scoren.” Hij legt uit dat dat komt door de manier van meten en ik begrijp dat 100% meer te maken heeft met een gemiddelde dan met heel goed zien. 

Mijn rechteroog, dat het minst goede is, ziet 90%. Vijf jaar geleden was dat 85%. Met het linkeroog kom ik boven de 100 uit. En toch heb ik echt wel een bril nodig om te kunnen lezen. Ik denk aan een slechtziende kennis die het met 6% moet doen. Dat is dus nog minder dan ik dacht.
Dat mijn meting iets hoger uitkomt dan vijf jaar geleden, komt van de druppeltjes, vertelt de opticien. Oogvocht doet echt heel veel! Hij raadt me dan ook aan om een flesje oogdruppels te kopen en de komende twee weken elke avond één druppel per oog te gebruiken.

De assistent komt mijn schoongemaakte en aangeschroefde bril brengen. Voorzichtig zet de opticien die op m’n neus en vraagt me om rond te kijken.
“Hoe ziet dat eruit?”
Ik zie alles helder. Dat zegt niet alles, want het is hier goed verlicht, maar toch heb ik het idee dat de druppeltjes inderdaad iets doen. De wazige vlek, veroorzaakt door een oud litteken in m’n rechteroog, is soms veel erger.
Het klopt, zegt de opticien, dat juist zo’n littekentje baat heeft bij genoeg oogvocht.

“Geniet van de eclips vanavond,” zegt hij als ik betaald heb en de winkel uit ga. Ik fiets blij naar huis. Fijn dat m’n ogen helemaal niet veel slechter zijn geworden. Dat m’n zicht gewoon verbeterd kan worden met zoiets simpels als oogdruppels.
Wat die zonsverduistering betreft: die laat ik aan me voorbijgaan. Ik heb niet zo’n eclipsbrilletje en ik ga toch zeker m’n ogen niet verpesten door recht in de zon te kijken.

I

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Oogmeting

Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren ...