Posts tonen met het label waalkade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waalkade. Alle posts tonen

vrijdag 21 mei 2010

Fietsreportage

Het is een beetje bewolkt, maar toch waag ik het er op. Ik stop een opnameapparaat en een appel in mijn stuurtasje en stap op mijn fiets. Op weg om een geluidsreportage te maken over fietsende mensen voor één van onze luistertijdschriften. Fietsend op de dijk denk ik na over hoe ik het ga aanpakken, maar als er een echtpaar tegenliggers nadert, gaat het vanzelf: ik stap af, steek een hand op en roep “Mag ik u iets vragen?” Hulpvaardig stoppen ze. “Ja hoor!” Ik leg uit wat ik doe en haal de handheld te voorschijn. Terwijl ze me vertellen hoe ver ze vandaag fietsen en wat er ’s morgens in de rugtas is gestopt, maak ik me zorgen over de wind in de microfoon. Misschien kan ik straks beter een beschutte plek zoeken. “Dag, nog een fijne fietstocht”, het eerste interviewtje staat er op. De lucht wordt grijzer en ik besluit richting Waalkade te gaan. Daar zitten altijd wel fietsers op een terrasje. Onderweg zie ik een man op een bank zitten in een nieuw aangelegd parkje. Naast hem een toerfiets. Aha, goede kandidaat, goede plek. “Goeiemorgen, bent u een dagje aan het fietsen?” De man brengt twee vingers naar z’n hals, waar ik nu een verbandkraag om zie zitten. “Ja”, zegt hij met een robotstem. Oei, toch niet zo’n goede kandidaat... Ik leg uit wat ik doe en voeg er aan toe dat het misschien een slecht idee is, omdat hij moeilijk kan praten. Hij knikt en glimlacht. “Ik kan praten maar het is heel vermoeiend”. Jammer. Ik groet en fiets door. De Waalkade is druk. Veel pauzerende fietsers, maar ook komende en gaande motorrijders en, dat was ik even vergeten, lawaaierig verkeer! Dat wordt niks met zo veel geraas op de achtergrond. Ik laat de terrasjes links liggen en fiets door naar de Ooijpolder. Ha, hier wordt gefietst! Ik hou een jong stel aan: “Mag ik jullie iets vragen?” Ze werken graag mee, maar blijken niet van die echte fietsers. Ze gingen eigenlijk alleen even een terrasjes pakken. Het wordt een kort gesprekje. Drie kilometer verderop heb ik beet. “Bent u een dagje aan het fietsen?” vraag ik een ouder echtpaar. “Nou, een dagje…” ze blijken al ruim drie weken onderweg en maken een tocht door Duitsland en Nederland van zo’n 1000 kilometer. Ze vertellen enthousiast en ik weet meteen dat dit de kern van de reportage wordt. Als we ieder een kant op wegfietsen zijn intussen bijna alle wolken weggedreven. Ik praat nog met een gezin, een groepje vakantiefietsers en een moeder met een kind voorop en een levensgroot veldboeket in haar hand. Dan eet ik tevreden mijn appel op en draai om. Ontspannen fiets ik door de mooie polder. Zon boven m’n hoofd, geluidsopnames in mijn stuurtas. En nu ben ik dus gewoon aan het werk! Soms is mijn baan toch wel erg leuk!

zondag 30 augustus 2009

Bunkerboot

Op een rustige plek aan de Nijmeegse Waalkade, achter een parkeerterrein, ligt een boot waar ze scheepsbenodigdheden verkopen. Een bunkerschip.
H. wist het omdat hij er jaren geleden iets had gekocht. Ik wilde voor m’n kano stootwillen kopen, van die kussentjes die je aan de rand hangt tegen beschadiging bij het aanleggen. Dus gingen we op zoek naar de bunkerboot.
Langs het parkeerterrein reden we een doodlopend weggetje af naar het water. Het was er stil. Geen mensen, geen bedrijvigheid.
De boot lag er, maar zag er van buitenaf leeg uit. Nergens een bordje, naam of opschrift. Aarzelend liepen we de brede loopplank op en keken om een hoekje in de boot. Er was een soort kantoortje met daarin een jongeman en een labrador. H. vertelde waar we voor kwamen en jawel, zoiets had hij wel. “Loop maar mee”. Tegen de hond zei hij “Blijf”, en toen die vervolgens braaf aan de voet meeliep, grinnikte hij: “wat luistert ie goed hè.” ‘
De stootwillen waren er niet in ons maatje, maar ze konden wel besteld worden. Bijna verlegen zei de verkoper dat we dan wel een aanbetaling moesten doen. Daarvoor moesten we weer even meelopen. Samen met de hond liepen we de lange boot door. Er hingen zwemvesten, boeien en allerlei soorten touw, maar ze hadden ook w.c.papier, schoonmaakmiddelen en verf . Pakken met op elkaar geperste, kleurige doeken. “Poetslappen”, legde de jongen uit, “afgekeurde kleren van de kringloopwinkel.”Terwijl hij onze bestelling in de computer zette, vertelde H. dat hij hier ooit een zwemvestje had gekocht en dat het leuk was dat de boot er nog steeds lag.
“Nou”, zei onze verkoper, “dat kon binnenkort wel eens afgelopen zijn.” Hij vertelde dat de bunkerboot een ligvergunning had voor 100 jaar, maar dat die in 2013 afgelopen zou zijn. En de gemeente wil de boot weg hebben. Ze willen hier allemaal terrasjes maken. “Maar”, zei hij, “dat kan zomaar niet. We hebben tegen de gemeente geprocedeerd en gewonnen.”
“Goed zo”, knikten we opgelucht. Maar dát hadden we gedacht! De gemeente pikt haar verlies niet en geeft nu gewoon geen toestemming voor een weg of pad naar de boot.
“Onze opslagplaats aan wal moet neergehaald en ze willen de boel verlagen.” De jongen wijst op het terrein, de bosjes en de gebouwen verderop, een paar meter hoger dan het schip, en hij lacht schamper. “Terwijl iedereen weet dat het parkeerterrein nú al regelmatig onderloopt.”
We leven mee. “Dus over een paar jaar is deze boot weg.” “Nee”, zegt hij. “M’n baas gaat em echt niet weghalen! Desnoods maakt ie er een massagesalon van”.
Hij glimlacht. “Veel plezier met jullie kano hè. Ik bel als de spullen binnen zijn.”
Nagekeken door de hond gaan we de boot af en klimmen naar onze auto, een meter of wat hogerop.

Oogmeting

Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren ...