Posts tonen met het label vijver. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vijver. Alle posts tonen

zaterdag 6 juli 2024

Speciebak-vijver

Ingegraven lege speciebak
Onze achtertuin grenst aan water. Een sloot, oftewel een vaart. Daarom leek het me toen we hier kwamen wonen een beetje overdreven dat H. in de voortuin een vijver wilde. Natuurlijk kreeg hij toch zijn zin en ik moest al snel toegeven dat hij helemaal gelijk had. Een vijver in de tuin is leuk. En toch weer iets heel anders dan water er lángs.In de vijver bloeien in het voorjaar gele lissen en er omheen staan varens en meer planten die graag in de buurt van water groeien. Boven de vijver zie je in de zomer altijd wel een paar azuur-waterjuffers als metallic-blauwe strepen heen en weer vliegen of ergens op een blad zitten. Regelmatig ploept er een kikker van de vijver-rand het water in als je langsloopt. Ja, een vijver geeft een plek een eigen karakter.

Specie-bak-vijverNiet lang geleden bezochten we een kennis met een prachtige tuin. Zeker niet groter dan de onze, maar met veel onverwachte hoekjes en twee mini-boomgaardjes (‘bongerd 1 en bongerd 2’), want deze kennis heeft als hobby het enten van appel- en perenbomen, vooral oude en bijzondere soorten. En een vijver.
Na een enthousiaste rondleiding kregen we wat planten mee die hij teveel had, waaronder watermunt en een kattenstaart: waterminnende planten.

Geïnspireerd door het bezoek, bedacht ik dat er in onze achtertuin nog prima een kleine vijver bij kon: een ongebruikte speciebak die we nog hebben staan. Op een regenloze ochtend graaf ik een gat waar de bak in past. Er gaat een klein laagje stenen in, een bak met twee soorten planten uit de vijver voor en een potje met de watermunt. De kattenstaart mag vlak naast de bak. Het is een flinke klus, maar als het klaar is, kijk ik met grote tevredenheid naar m’n eigen vijvertje.

Nu hebben we een sloot achter de tuin, een grote vijver in de voortuin en een kleintje in de achtertuin. Echt leuk, al dat water. Als het tenminste niet de hele tijd uit de lucht komt vallen.

zondag 16 januari 2011

winterslachtoffers

Toen alle sneeuw gesmolten was, aanschouwden we het slagveld:

In de vijver drijven vier dode goudwindes. Hun witte buik naar boven. Als kleine visjes van 6 centimeter hebben we ze jaren geleden gekocht. Ze zijn fors gegroeid. De koude winter van vorig jaar overleefden ze zonder problemen, maar nu hebben ze het loodje gelegd.
Ik was er al bang voor.
Onze vijver is diep genoeg om ’s winters in te overleven als je een vis of een kikker bent. Ook als het stevig vriest. Zelfs toen er weken lang een bevroren laag sneeuw op lag, maakte ik me nog niet veel zorgen. Wat de vissen volgens mij de das om deed was onze lekkage. Om daar een eind aan te maken, schepte H. de sneeuw van ons platte dak. Grote scheppen sneeuw smakten naar beneden. Eerst in de zijtuin, daarna op de dichtgevroren vijver.
Mijn protesten wuifde hij weg, terwijl hij doorging met de sneeuwlawine. Het hielp; de volgende dag konden de teiltjes die midden in de kamer stonden terug in de kast. Maar nu de sneeuw weg is, zien we overal in de tuin grote kiezelstenen liggen. Net zulke als op ons dak. En vier slachtoffers in de vijver.
H. wast zijn handen in onschuld. Hij gelooft er niets van dat de sneeuw van het dak de genadeslag was voor onze vissen. Het is gewoon te lang te koud geweest. Hij vist de goudwindes met een schepnetje uit het water en kiept ze naast elkaar in een hoekje van de voortuin. Dan gaat de telefoon en is er binnen van alles te doen.
De volgende morgen zijn de vissen verdwenen. We verdenken de dikke, grijze kater die onze tuin als zijn persoonlijke territorium beschouwt. Maar of die ze echt opgegeten heeft zullen we nooit weten. Net zo min als de echte oorzaak van hun dood.

woensdag 7 juli 2010

vissen voeren


Toen we in dit huis kwamen wonen, wilde H. graag een vijver in de voortuin. Omdat de achtertuin aan het water ligt, vond ik dat onzin. Maar H. zette door en nu wordt ons voortuintje gedomineerd door een vierkante vijver van zo’n twee bij twee meter.
De waterplanten zijn het domein van H. en ook de zuurgraad en wat er nog meer bij zo’n ecosysteem komt kijken. In het voorjaar worden er emmers water met geheimzinnige toevoegingen in de vijver gestort, die de boel eerst een dag akelig troebel maken. Daarna verdwijnen langzamerhand de algen.
Ik had niet verwacht dat ik een vijver zo leuk zou vinden. Regelmatig neem ik even rustig de tijd om de vissen te voeren. Als ik wat voer in het water gooi, ontstaat er meteen een druk gewoel. Vier goudwindes zigzaggen met grote snelheid door het water en happen van onderaf naar de voerkorrels zodat je het hoort ploepen. Soms komt er een ploep uit het niets en zie ik daarna de donkere blauwwinde wegschieten. Bijna onzichtbaar tussen z’n lichtoranje maatjes.
De grote witte goudvis met z’n oranje petje trekt zich van het voergebeuren niets aan. Kalm blijft ie een eind beneden het wateroppervlak zweven. Maar wel in de buurt van de drukte, alsof er toezicht gehouden moet worden.
En dan is er nog de kleine, feloranje goudvis. Die is een beetje dom. Enthousiast zwemt ie achter de meute aan, maar hij is minder snel dan de heen en weer schietende windes. Soms zie ik em happen, maar meestal is dat net te laat, dan was een ander hem net voor. Vaak laat hij ook gewoon z’n kans voorbij gaan. Zorgvuldig mik ik wat korreltjes precies boven z’n kop, maar hij ziet ze niet en zwemt weg. De sukkel.
Echt nodig is het niet om de vissen te voeren. Er zit genoeg eetbaars voor ze in de vijver om in leven te blijven. Maar gezien het enthousiasme waarmee ze op het voer af komen, is het van nature geen vetpot daar in het water. En het voeren is gewoon leuk.
Soms gaat H. mee naar buiten. Dan zitten we met een kop koffie op het bankje te kijken naar onze mooie vijver. De vijver die van mij eigenlijk niet zo nodig hoefde. En echt waar, H. heeft nooit triomfantelijk gezegd: “Zie je nou wel, dat een vijver leuk is!”

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...