Posts tonen met het label broersdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label broersdag. Alle posts tonen

zondag 30 augustus 2020

Een groepje kwetsbare personen


De violisten van het vioolkwintet zijn heel jong. Ik wil graag geloven dat ze ook begaafd zijn, maar in deze vochtige open ruimte klinken hun instrumenten niet erg zuiver. We sluipen de open ruimte uit nadat we netjes geapplaudisseerd hebben en vinden buiten een plek waar we onze broodjes kunnen opeten.

We zijn in het Openluchtmuseum in Arnhem. Met z’n zessen. Drie broers en drie schoonzussen. Later zal een vierde stel zich bij ons voegen en broer vijf heeft helaas afgezegd. De jaarlijkse broersdag, met H. als jongste, terwijl de oudste broers, een tweeling, inmiddels de 75 gepasseerd zijn; een groepje kwetsbare personen. We hebben dan ook zorgvuldig niet omhelsd en gezoend, maar nu geven we voor we het weten onbekommerd broodjes aan elkaar door.

Gelukkig is het mooi weer en kunnen we de hele dag buiten zijn. In het openluchtmuseum bekijken we de overbekende Zaanse huisjes (de broers komen uit Krommenie), het weeghuisje uit Wolphaartsdijk (geboorteplaats van hun moeder) Dan lopen we in een oogwenk van Zeeland naar de Friese Zuivelfabriek Freia en vandaar naar Limburg, naar het Groene kruis-gebouw.

Hoe ouder je wordt, hoe leuker zo’n museum is, waar je hier en daar een interieur tegenkomt met net zulke sisal vloertegels als je zelf ooit had, of ‘hé, zulke stoelen hadden wij thuis vroeger ook’, en ‘ik had een tante die nog zo’n wc had’ – een gat boven een ton. 

We zouden nog wel langer rond kunnen dwalen, maar er moeten mensen van het station gehaald worden, want de dag gaat met acht personen verder, bij ons in de tuin. We hebben van te voren berekeningen gemaakt over hoe we iedereen binnen aan tafel konden zetten met anderhalve meter afstand. Maar de praktijk is dat we buiten gewoon een wijde kring maken om de tuintafel.

En terwijl we ons best doen om fysiek de afstand te bewaren, voelt het toch alsof we dichtbij elkaar zijn. Omdat het behalve broersdag toevallig ook onze trouwdag is, krijgen we kadootjes en lieve woorden. We zorgen voor onze gasten met het eten dat we gisteren voorbereid hebben en nu in vijf gangen op tafel zetten. En we praten tot het tijd wordt om te vertrekken. Zonder zoenen, zonder omhelzingen, maar wel met een goed gevoel. We hadden een fijne dag samen.

zondag 22 oktober 2017

Oorlogshelden

Mijn schoonouders waren helden. Niet lang voor hun dood werd dat officieel. Na een jarenlange procedure kregen ze een Yad Vashem onderscheiding omdat ze met gevaar voor eigen leven in de oorlog een Joods echtpaar in hun huis lieten onderduiken.

Sinds ze allebei overleden zijn, houden we jaarlijks een ‘broersdag’ en dit jaar zijn we uitgenodigd in Haarlem. Broer J. heeft daar een bezoek gepland aan het Corrie ten Boom museum. Het is een huis met een wonderlijke indeling, veel kleine kamertjes en trappetjes en een verborgen ruimte waar veel onderduikers bij razzia’s tijdelijk verscholen hebben gezeten. Het doet denken aan het Anne Frank huis, maar het is minder bekend en de rij ervoor is korter. Maar een rij is er wel.

Na een ochtend koffiedrinken en bijpraten komen we om kwart voor twee aan bij het kleine museum. Mijn zwager heeft een afspraak gemaakt en als tegen tweeën de deur open gaat, mogen wij met z’n negenen langs de rij naar binnen. Daarna wordt de groep aangevuld met wachtenden en gaan we langs twee smalle trappen naar boven, waar een vriendelijke dame ons welkom heet. Ze vindt het heel speciaal dat de kinderen van twee Yad Vashem helden hier aanwezig zijn. “Vijf procent van de Nederlanders zat in het verzet,” vertelt ze. “Negentig procent deed niets – en nog eens vijf procent sloot zich aan bij de NSB.”

Dan vertelt ze het verhaal van Corrie ten Boom. Ze was al tegen de vijftig en woonde met haar vader en ongetrouwde zus in dit huis. Een zeer gelovige familie die altijd klaarstond om mensen te helpen die dat nodig hadden. Toen de oorlog uitbrak waren er zéker mensen die dat nodig hadden. Omdat het huis bestond uit twee samengevoegde woningen, kon er een schuilplek gemaakt worden. De vertelster vraagt om zes vrijwilligers die proberen om na een alarmsignaal zo snel mogelijk door een luik in een kast in de smalle ruimte tussen twee muren te kruipen.

 Doordat er nu een gat in de muur is gemaakt, kunnen we zien hoe krap het is. En terwijl de zes ‘onderduikers’ op elkaar gepakt meeluisteren, vertelt ze hoe op zeker moment in de oorlog zes andere mensen daar 48 uur hadden moeten doorbrengen, zonder water en zonder te weten hoelang het nog zou duren. Heel beeldend.   Het bijzondere van Corrie ten Boom was, dat ze het concentratiekamp overleefde en na de oorlog de wereld rondreisde om te vertellen over haar geloof en hoe dat haar geholpen had.

Na de rondleiding lopen we met z’n allen een stuk door het centrum van Haarlem. We krijgen bij de organiserende broer en zijn vrouw thuis allerlei heerlijke hapjes en we blijven met elkaar praten tot het hoog tijd is om terug naar huis te rijden. Als afscheid krijgen we een boek mee: “De schuilplaats” door Corrie ten Boom. De nagedachtenis aan deze vrouw doet ons natuurlijk ook allemaal denken aan de dappere ouders van H. en zijn broers. Een mooi slot aan deze familiedag.

zondag 25 oktober 2015

Broersdag: Zeeuwse voorouders

(Jaarlijks hebben we ‘broersdag’, een familiedag met vijf broers en de bijbehorende schoonzussen. Dit jaar meldde één van de vijf broers zich af en zijn we met z’n achten.)

Vorig jaar stond de broersdag in het teken van de familiegeschiedenis in Krommenie. Deze keer zijn we in Zeeland, waar mijn schoonmoeder vandaan kwam. De organiserende broer F. heeft zich grondig verdiept in de stamboom en er staat een rondrit op het programma langs verschillende plaatsen waar voorouders hebben gewoond en gewerkt.

De goudplaat
Schapenboeren en landbouwers waren het en ze hadden het niet altijd makkelijk. We rijden naar ‘de goudplaat’, een plek op Noord Beveland waar de opa van moeder zijn schapen liet grazen. In een kringetje staan we daar te luisteren naar F. die vertelt over zijn overgrootvader en wijst waar die honderd jaar geleden met zijn kudde rondliep. Er staan nu bomen, maar in die tijd was het vlak land waarvandaan je alle torens van de dorpen rondom kon zien. Het weer is vrij zacht voor de tijd van het jaar, maar na een kwartier staan we toch te kleumen. We bedenken hoe koud het geweest moet zijn om in weer en wind de hele dag op de schapen te passen. En altijd met de dreiging van de zee. We horen hoe overgrootvader David ooit bijna zijn kudde verloor toen de wind plotseling draaide en er een springvloed opkwam.

Veerstraat, Kamperland
In het dorpje Kamperland bekijken we het huisje waar de familie woonde en dan gaan we op zoek naar de boerderij Bouw en Plantlust, een monumentale Zeeuwse boerderij die ook ooit door verre voorfamilie bewoond werd.


Het blijkt nu een camping te zijn en als we nieuwsgierig vanaf de brede oprijlaan naar het woonhuis lopen en foto’s maken, komt er een vrouw op ons af lopen die niet erg vriendelijk vraagt wat we komen doen en waarom we niet eerst even toestemming vragen als we het huis fotograferen. Excuses en een vrolijke uitleg van de belangstelling maken haar niet milder. 
Bouw en plantlust, foto van internet
Bij de achterkant kwamen we niet, maar die vond ik wel op internet.
Ze heeft vaker last gehad van ‘dat soort mensen’ die zomaar foto’s kwamen nemen. We zijn een beetje beduusd en F. doet zijn mond open om haar iets te vertellen over de rol van haar huis in de familiegeschiedenis, maar ze draait ons abrupt de rug toe en loopt met nijdige stappen terug naar de mooie boerderij.
Verbaasd en verontwaardigd vragen we ons af of ze tegen haar kampeerders ook zo onvriendelijk is.

Dan rijden we naar een volgende bestemming: het dorp Kortgene, waarvan de kerktoren 150 jaar lang onder water heeft gestaan. Naast de kerk is een man het gras aan het maaien. Als we om de kerk heen lopen om de dikke muren te bekijken, komt hij van z’n maaier af om te vertellen dat in de kelder vroeger mensen gevangen hebben gezeten.
Bij een volgend kerkje in Wolphaartsdijk gaan juist twee vrouwen met emmers en poetslappen naar binnen. Ze zeggen lachend dat we wel twee minuten binnen mogen kijken en weten even later te vertellen dat in het huisje daar op de hoek een familielid van Moeder gewoond heeft. Zo krijgen we weer vertrouwen in de mensheid.

Ten slotte gaan we terug naar de plaats waar we begonnen waren: het vakantiehuisje van broer F. in Goedereede. Daar wordt bij een goede maaltijd nog lang nagepraat over de familiegeschiedenis en meer.
Volgend jaar zijn wij aan de beurt om de broersdag te organiseren. Na twee keer een duik in de historie wordt het dan misschien een keer tijd voor een kijkje in de toekomst. Of iets heel anders. Daar gaan we maar eens goed over nadenken.
                                                                                                                                                                                 

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na e...