Posts tonen met het label vogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vogels. Alle posts tonen

zondag 14 november 2021

Vogelpindakaas

Aan een paal in de tuin hangt een vogelhuisje met daarin een pot vogelpindakaas. H. heeft het gekocht toen ik niet in de buurt was om te zeggen hoe belachelijk ik dat product vindt.
Toen hij er mee thuis kwam zei ik het natuurlijk alsnog:
‘Vogelpindakaas… in een glazen pot! Wie heeft zoiets stoms verzonnen? Wat is er mis met gewone vogelzaadjes en broodkruimels?’
H. trekt zich niets van mijn gemopper aan. Hij spijkerde het huisje (waar de pot precies in past) aan de paal in de achtertuin, waar we het vanuit de kamer kunnen zien.

Een week later zit ik in mijn thuiskantoor te werken. In mijn ooghoek zie ik beweging bij het pindakaas-huisje. Drie mussen duwen elkaar opzij om erbij te kunnen, maar ik zie nóg een gast: een bonte specht klimt langs de paal omhoog, vliegt naar de mussen toe, die voor hem vluchten en landt dan weer onderaan de paal, om erlangs omhoog te klimmen. Voor de opening blijft ie even besluiteloos hangen, dan vliegt hij verder naar achteren, waar hij een andere paal vindt om tegenop te klimmen.
Intussen zijn de mussen weer uit de pindakaaspot aan het snoepen. Opnieuw komt de specht ze wegjagen en bij de pot rondhangen, maar blijkbaar is het lastig om bij de pindakaas te komen. Ik blijf een tijdje kijken naar de kleurige gast. Na tien minuten verdwijnt hij uit het zicht en ga ik weer aan het werk.

’s Avonds zoek ik op internet naar informatie over spechten en lees dat ze dól op vogelpindakaas zijn. Ineens is mijn aversie tegen de pindakaas een stuk minder. Toevallig ben ik dól op spechten! Ik vind het trouwens ook erg leuk om te zien hoe de eksters hun best doen om hun evenwicht te bewaren op het stokje dat voor kleinere vogels bedoeld is en tijdens die acrobatiek hapjes uit de pot te snoepen.

Deze week heeft H. een nieuwe pot vogelpindakaas gekocht, want de oude is vrijwel leeg. Ik heb niet geprotesteerd, maar met belangstelling gekeken hoe hij de nieuwe pot installeerde. Nu maar afwachten of de specht zich nog eens laat zien.  

zondag 31 januari 2021

Het ene vogelvoer is het andere niet

Het nieuwe vogelvoederhuisje staat op een lange paal in de achtertuin en het heeft dezelfde kleur als ons eigen huis: hemelsblauw. De onderdelen van het huisje lagen al twee jaar op maat gezaagd klaar in de schuur en het afgelopen najaar ging H. er ineens mee aan de slag.

Toen het er stond, kocht ik een zak vogelvoer bij de Lidl en vulde een schoteltje om in het blauwe huisje te zetten. Er werd enthousiast van gegeten. Eerst kwamen de eksters en de kauwtjes de grote zonnepitten er uit pikken en als er alleen nog klein spul over was, waren het mezen, mussen en roodborstjes die af en aan vlogen om steeds een hapje te komen halen.

Helaas heeft de Lidl niet altijd van die zakken vogelvoer in voorraad, dus toen de zak leeg was, ging H. naar de dierenwinkel, waar hij nieuw voer haalde. Een grote zak vol. Duurder en vast van een betere kwaliteit. Het kwam ten slotte van een speciaalzaak.

Daar dachten de vogels anders over. De zonnepitten werden er wel uitgehaald. Maar over het kleinere spul was men niet enthousiast. Het duurde ineens meerdere dagen voor het schoteltje leeg was en het laatste beetje, een fijn, zaagselachtig spul, werd helemaal niet opgegeten, maar kleefde wel tot in alle hoeken van het huisje.

Of het aan het voer ligt of niet, dit weekend, waarin ik van plan was mee te doen aan het nationale tuinvogeltelweekend, is er nauwelijks een vogel in de tuin te bekennen.
Op zondagmorgen zie ik uit mijn ooghoek ineens beweging: een koolmees in een struik. En kijk, hij vliegt naar het schoteltje, pikt er iets uit en floept weer de struik in. En meteen daarna melden zich twee kauwen in het huisje.

Ik kijk op mijn horloge, noteer de drie bezoekers en besluit dat nú mijn half uur tellen begint.
Een half uur later staat de teller nog steeds op drie. Eén koolmees, twee kauwen. Intussen heb ik hoog in de lucht meeuwen en kraaien over zien vliegen, zoefde er vlak voor het raam langs een merel die níet ging zitten, hing er verderop, bij de buren, een duif rond op een wiebelig, dun takje.

Ik weet niet of ik deze telling ga doorgeven. Wat ik wel weet is dat ik van die grote zak voer van de dierenwinkel af wil. Misschien ga ik het straks ergens in een berm dumpen. Of gewoon in een hoekje van de tuin, wie weet komt er nog iets uit de zaden. Vanaf nu gaan er gewoon broodkruimels op het schoteltje. Of, als we het weer eens tegenkomen, het goedkope vogelzaad van de Lidl.


zaterdag 12 december 2020

Wingspan

De eerste keer dat we met z’n drieën ons nieuwe bordspel Wingspan spelen, denken H. en ik een voorsprong te hebben. We hebben namelijk samen zorgvuldig de spelregels doorgenomen en alle onderdelen van het spel bekeken.

Maar waar we geen rekening mee hadden gehouden, was dat onze zoon J. het principe van dit soort bordspellen veel beter beheerst dan wij met z’n tweeën bij elkaar. Niet alleen was hij in zijn eerste jaren Japanstudies in Leiden lid van een Studenten Spellen Vereniging, maar juist in deze tijden van corona speelt hij regelmatig online met mensen uit de hele wereld. Terwijl we hem dus de regels uitleggen, past hij onmiddellijk allerlei slimmigheden toe waarmee hij voordelen kan halen. Hij wint dan ook glansrijk, maar dat maakt het eigenlijk vooral leuker.

Voor ons is deze manier van spelen nieuw. Elke speler heeft een spelbord met drie gebieden waar vogels kunnen leven. Die vogels kun je er krijgen door kaarten te trekken. Maar niets komt voor niets. Je moet eerst zorgen dat je het bijpassende voedsel voor een vogel te pakken krijgt voordat je die in je bos, je veld of je moeras mag plaatsen. En dan kun je eieren gaan leggen.

Vogels, voedsel, eieren; het levert allemaal punten op. En dan zijn er nog allerlei eigenschappen van vogels of andere spelelementen die je punten kunnen opleveren of kosten. Het spel ziet er prachtig uit en wie er oog voor heeft, leert onderweg een heleboel over allerlei soorten vogels. De eigenschappen kloppen zo veel mogelijk met de werkelijkheid in de natuur.

Helaas zijn het wel de vogels van Noord-Amerika en kom je geen mussen, koolmezen of merels tegen. Maar dan weer wel de Californische kuifkwartel (waarvan nesten gerapporteerd zijn met maar liefst 28 eieren), de glanstroepiaal (die in grote groepen leeft, van soms miljoenen vogels), de geelsnavelkoekoek (die eieren in andermans nest legt) en de Phoebe (die een nest van modder maakt).  En zo zijn er nog 166 andere vogels. We kunnen nog even vooruit met dit spel!

zaterdag 4 juli 2020

Daar komen de perenhakkers

Vanuit het keukenraam kijken we uit op een perenboom. Al sinds jaar en dag staat die in de tuin van de buurman, dichtbij de erfgrens, zodat we ieder jaar takken vol peren toegestoken krijgen. In overleg is ooit besloten dat niet alleen de peren die over de heg groeien voor ons zijn, maar dat we van de hele boom mogen plukken. Buurman doet er namelijk niets mee. Nu krijgt ie elk jaar een sigaar uit eigen doos: een paar weckpotten vol ingemaakte peren. Een afspraak waar iedereen tevreden mee is.

Het is pas begin juli, maar de peren zijn al best groot. Toch zijn we verbaasd als we een kauwtje in de boom zien zitten. Een deel van de oogst is altijd voor de vogels, wat prima is, want er is genoeg. Maar wel zie ik vaak met een lichte ergernis hoe de kauwen en eksters een gat bovenin een peertje pikken om dan vrolijk in de volgende peer verder te hakken. “Eet em dan helemaal op,” denk ik dan. Want die aangepikte exemplaren rotten vervolgens weg aan de boom.

We kijken naar de zwarte vogel. Zit ie gewoon maar een beetje op een tak? Of is het al zover dat er in peren gepikt wordt? Even denken we het eerste, maar dan gaat de snavel naar beneden, Ja hoor. Het beest pikt niet alleen een gat in zijn uitgekozen peertje, maar hij weet hem van de boom af te werken en vliegt ermee weg. Goedkeurend kijk ik hem na. Dat is beter dan een beetje rondhakken in al dat goeie voedsel.

Maar 4 juli… Zo vroeg in de zomer zijn we echt nog niet aan een perenoogst toe. Ik hoop maar dat dit een incidenteel vroegrijp peertje is, of een kauw die toevallig van onrijp houdt. Laat de rest eerst nog maar wat groter worden. Over twee maanden maken we ze met liefde in, maar nu nog niet, nu nog niet.

vrijdag 14 februari 2020

Vogelfeestje

Een paar weken geleden was het nationaal tuinvogeltelweekend. En ik telde mee.
Op zondag 26 januari had ik alle vogels uitgenodigd. Er waren vetbollen, luxe broodkruimels en knabbelnootjes, maar de opkomst was nogal teleurstellend. Een paar mussen, twee roodborstjes, een merel en een koolmees. Meer gasten kwamen er niet opdagen.

Ik denk dat de vogels liever hun eigen event organiseren. Hoe ze het afspreken weet ik niet, maar afgelopen woensdagmiddag was ineens het echte feestje. De mussen hadden wat vrienden meegebracht en ze zaten gezellig te chatten in de krentenboom. Daar waren de twee roodborstjes weer, vlak voor het raam. Drie merels deden een schijngevecht rond de hazelaar en van een groepje mezen was meteen duidelijk dat het ze om de vetbol te doen was. Een onverwachte gast was de vink.  Hij hield zich een beetje afzijdig, hoewel ik dacht dat ie eigenlijk met de mussen meegekomen was.
Ik stond het een tijdje aan te kijken van achter de half dichte luxaflex.
Jammer dat het tuinvogeltelweekend al voorbij is, dacht ik. Maar dat was natuurlijk onzin, want ook als je niet telt, is het leuk om vogels in de tuin te hebben.

 Nu ik dit schrijf, zie ik vanuit de verte twee merels spieden naar de vogelfeestdis. Er liggen geen nootjes en kruimels meer. Misschien moet ik er straks maar weer wat neerleggen. Hoewel het weer nu zo zacht is dat er ook wel wormen en andere beestjes uit de grond gepikt kunnen worden. Wie weet vieren de merels binnenkort al hun eerste wormenfeestje. Daar wordt altijd flink bij gedanst. Het is misschien nog wat te vroeg, maar ach, dat bepalen de vogels zelf wel. Die trekken zich niets aan van mensen-agenda’s. Zelfs niet als daar een vogeltelweekend op staat.


zondag 11 juni 2017

Acrobaat in de tuin

duif in het krentenboompje

Juni. De rode bessen in de achtertuin zijn rijp. Er zit al een paar weken een net over, zodat niet alles door de vogels wordt opgegeten. De vogels komen toch wel aan hun trekken, want aan weerszijden van het rijtje bessenstruiken staat een krentenboompje. Vooral duiven en merels zijn dol op de besjes daarvan. Hier is duidelijk het recht van de sterkste van toepassing, want zodra er een dikke houtduif neerstrijkt, maken de merels zich uit de voeten.

Het is leuk om naar te kijken. Als zo’n duif een landing maakt op de dunne, buitenste takjes van de struik, moet ie eerst z’n evenwicht vinden. Dan gaat ie op zoek. Eerst twee, drie bessen die makkelijk weg te pikken zijn. Maar dan wordt het moeilijk. De duif concentreert zich op een besje verderop. Rekt voorzichtig z’n nek, pikt ver vooruit en ja. Hij heeft hem te pakken. Maar soms hangt zo’n besje nóg wat verder en kiept de duif voorover. Dan hangt ie met uitgespreide vleugels tussen de takken om vervolgens weer op te krabbelen en fladderend opnieuw z’n evenwicht te vinden.
houtduif in krentenboompje

Ik kan er vanaf het terras een tijd naar kijken. De tol die we voor dit schouwspel betalen is dat het tegelplaatsje voor de bessenstruiken vaak behoorlijk ondergescheten wordt. Hoewel de duiven van dienst zich dit jaar tot nu toe keurig gedragen. Erger wordt het als de bramen straks rijp zijn. Duiven interesseren zich daar niet voor, maar merels des te meer. En die kunnen er ook wat van: niet alleen komen de flatsen dan dichter bij huis terecht – soms op de tuintafel en de stoelen –, door de zwarte bramen krijgen ze ook een gemene, zwartgrijze kleur die lastig van de tegels te krijgen is.  Maar dat weegt allemaal niet op tegen het plezier dat we hebben van het fruit én de vogels.


woensdag 23 april 2014

Vogelvoederhuis van Marcel Wanders

Van achter mijn schrijftafel heb ik zicht op de achterdeur van de buren en een stukje van hun terras. Ik ken mijn achterburen niet zo goed. We groeten elkaar vriendelijk en een enkele keer voeren we een gesprekje van het ene naar het andere waterterras. De brede sloot tussen ons in. Mijn buurvrouw houdt van dieren. Van haar twee honden, waar ik haar soms schaterend mee  hoor dollen, en van vogels. Op het stukje terras voor haar achterdeur staan vier parasolboompjes, waaraan verschillende attributen hangen voor tuinvogels. Een houten plateau voor broodkruimels, een glazen voederbol (Eva Solo design), een nestkastje en een vogelvoederhuisje van Marcel Wanders.

Het huisje is duidelijk herkenbaar aan het fel oranje dak (gemaakt van gerecyclede materialen). Onder dat dak hangt een porseleinen bord, dat buurvrouw regelmatig vult met vogelvoer. 

Vorige week zat ik aan tafel over mijn computerscherm heen naar buiten te kijken toen de buurjongen naar buiten kwam. Stoeiend met de jongste van de twee honden, die ze nog niet zo lang hebben. Ik zag hoe hij zijn hoofd stootte aan het vogelhuisje. Hij greep naar zijn hoofd en kromp in elkaar. Ach, dat zal behoorlijk hard aankomen, zo’n porseleinen bord. Terwijl de hond uitdagend heen en weer sprong, draaide de jongen zich om naar het vogelhuisje en gaf een klap op het dak. Ik moest een beetje lachen om die reactie, want de jongen is een jaar of dertien. Een stout vogelhuisje slaan is meer iets voor kleuters. Nog een tijdje hield hij zijn handen  tegen z’n pijnlijke hoofd. Toen pakte hij doelbewust het dure design huis met één hand beet en gaf met de andere hand nog een paar klappen op het dak. Dat was blijkbaar genoeg. Daarna verdween hij met de hond uit zicht, achter de hoge coniferenhaag.

Het huisje hangt er nog steeds op schouderhoogte. Vogels zie ik er weinig de laatste weken. In mijn eigen tuin wel. In het stukje dat ik vanmiddag heb omgespit, zitten merels druk te scharrelen en te pikken. Tja, tuinvogels hebben toch liever wormen dan design. Maar als het weer winter wordt, worden ze weer cultureel: dan kiezen ze met z’n allen weer voor het vogelvoederhuis van Marcel Wanders    

zondag 20 januari 2013

Verslag van een tuinvogeltelsessie

Sneeuw op de grond, een lichte ochtend, maar er staat wel een ijskoude wind. Misschien zitten daarom de vogels geen ogenblik stil. Mezen zijn altijd wel snelle jongens, maar nu blijven ze nauwelijks een seconde aan een vetbol hangen en hup, ze zitten alweer tien meter verderop bovenin een boom.

Het is de tweede keer dat ik meedoe aan de tuinvogelteldag. Vorig jaar regende het en was het een teleurstellende bezigheid. Zes vogeltjes telde ik in het halve uur dat een telsessie duurt. Deze keer is het anders. Terwijl ik me met mijn telformulier voor het raam installeer, zie ik de mezen al heen en weer flitsen. Koolmezen en pimpelmezen. Hoeveel zijn het er? Volgens de spelregels mag je alleen tellen wat er maximaal tegelijk van een soort in je tuin zit. Eén, twee, drie koolmezen... een pimpelmees, en nog een koolmees, o nee, die is net opgevlogen en ergens anders gaan zitten. Van de eerste drie zit er trouwens niet één meer waar ie zat. Nog eens: één, twee kool- en één twee pimpel-, drie koolmezen, waar zijn de eerste twee gebleven? Is dit de vierde? Hé, een vink, of is dit een puttertje? Zag ik daar iets roods flitsen? Eén twee drie vier koolmezen!
In een boom bij de buren strijken vijf turkse tortels neer, maar die tellen dus niet mee.
Waar zijn al m’n koolmezen gebleven? Daar zitten er drie vlakbij de vetbol, en dat is nummer v- nee, het is een pimpeltje.
Het halve uur is zo om. Ik blijf nog een tijdje bij het raam zitten.

Het is grappig om te zien hoe elke vogelsoort z’n eigen manier van doen heeft. De merels lopen rond onder en om de struiken en scharrelen met hun snavels door de sneeuw. De mezen zijn voortdurend in beweging, vliegen heen en weer en duiken om elkaar heen. Af en toe hangen ze even ondersteboven aan een vetbol om er wat zaadjes uit te pikken. Een roodborstje zit in z’n eentje op de terrastegels en pikt daar naar onzichtbare kruimeltjes. De onverschrokken mussen hippen tot vlak bij het raam dat tot de grond reikt. Ze trekken zich niks van me aan. De vinken die zich ook dichtbij wagen, vliegen op zodra ik ook maar iets beweeg.

In de hoop een paar mooie foto’s te kunnen maken, heb ik op het terras wat zonnepitten gestrooid. Voor de schuwe vinken heb ik niet genoeg geduld, maar hier is het roodborstje, en de drie favorieten voor de tuinvogel top 3: de mus, de koolmees en de merel.

zaterdag 23 juni 2012

Vogel

Ons dit-jaar-nieuwe terrasje achter in de tuin wordt aan één kant begrensd door bessenstruiken. Aantrekkelijk voor de vogels, maar we hebben er een net over gegooid, want we willen ze zelf oogsten. Voor de vogels blijft er genoeg keus over: sieraardbeitjes, de besjes van de krentenboom en later in het jaar lijsterbessen. Toch zitten er regelmatig dikke merels op het nieuwe bankje verlangend naar de onbereikbare rode bessen te kijken. Voordat ze zich omdraaien om genoegen te nemen met iets anders, laten ze als dank een witte flats achter. Strepen op de rugleuning, plakkaten op de zitting. Er is geen schoonhouden aan. Vervelend, maar verder zijn vogels welkome gasten in onze tuin. Vandaag is een mooie dag om onkruid te trekken. Droog weer, maar niet te warm. We zijn een tijd in de weer met de onuitroeibare haagwinde, die prachtige witte bloemen krijgt, maar daarvoor wel allerlei andere planten wurgt. Voorzichtig trekken we de slierten los die zich om alles heen wikkelen wat ze tegenkomen. Een geduldwerkje, waar H. na een poosje genoeg van heeft. “Ik ga bessen plukken”, kondigt hij aan, en hij haalt een emmertje om ze in te doen. Even later hoor ik een angstig gepiep en een verbaasde uitroep: “Er zit er één onder!” Als ik kom kijken, heeft H. hem net te pakken: een jonge merel. Hij zit niet alleen gevangen onder het net, maar heeft zich er helemaal in verstrikt. Het dier schreeuwt angstig en hapt naar de vingers van zijn redder, die probeert om de draden los te maken. Ik ga naar binnen om een schaar te halen. Terwijl H. het worstelende beestje in bedwang houdt, knip ik zo veel mogelijk weg van het net, dat zich om z’n pootjes en z’n lijf gedraaid heeft. Na een laatste knip fladdert hij weg. Hij weet niet hoe gauw hij onder een struik moet schieten. Er zweven nog wat zachte, bruine donsveertjes in de lucht.

“Zo, die is gered”, zegt H. “Weet je hoe zacht zo’n jonge merel aanvoelt!” Ik moet denken aan een gedichtje van Ed Franck:
"Gisteren
hield ik een vogeltje
In mijn hand.
Het ademde
razendsnel.
Wat een tere botjes,
dacht ik,
één kneep en
het is dood.
Een griezelig gevoel.
Ik wil het nooit meer,
een vogeltje
in mijn hand
want
wie weet."
H. heeft geen last van een “wie weet” gevoel. Hij zou het zo weer doen. Ook al schijten de merels ons mooie bankje helemaal onder. Zo’n angstig, verstrikt beestje laat je niet dood gaan. “Dat was m’n goeie daad voor vandaag”, zegt hij tevreden en dan gaat ie bessen plukken.

zondag 22 januari 2012

Tuinvogeltelling

“Daar in de verte. Drie kraaien! Of zijn het kauwtjes?”
We doen mee aan de tuinvogeltelling. Voor het eerst. Vanaf half 11 zitten we klaar met de lijst van meest voorkomende soorten. Maar in onze rommelige tuin, waar meestal wel een paar merels of roodborstjes rondscharrelen, mezen aan een vetbol hangen of winterkoninkjes in de schutting schuilen, is nu geen vogel te bekennen.
Het is dan ook geen weer om buiten te zijn. Alleen wat robuustere soorten, zoals kraaien, eksters en meeuwen, zien we af en toe in een windvlaag voorbij stuiteren. Maar de spelregels zijn duidelijk: alleen wie gaat zitten, telt mee.“Ze vliegen over. Dat telt niet.”
Ik zucht: “Zul je net zien. Als wij gaan tellen, hebben die vogels allemaal koffiepauze.”
“Ja, ik heb eigenlijk wel zin in koffie. Jij ook?”
H. verlaat zijn post en ik tel een tijdje alleen. Eén ekster heb ik genoteerd. Eigenlijk zat ie op het dak van de buren, maar je moet toch wát tellen.
Ik zie de regen op onze stenen tuintafel vallen. Lange takken van de braam zijn van de schutting losgewaaid en zwiepen heen en weer. Achter in de tuin schudt een onwinters groene struik hertshooi nee in de wind: nee, nee, niks.
“Een kauwtje!” H. zet koffie voor me neer en pakt een verrekijker. “Het zijn er twee. En ze zitten!”
Nog vijf minuten, dan is ons half uur tellen om. Het is bijna opgehouden met regenen en ik zie iets bewegen onder een struik. In de laatste minuut ontdek ik het roodborstje en H. heeft twee koolmezen gespot. En dat was het dan.
Zes vogeltjes in het hele half-uur.
“Waarom doen ze zo’n telling dan ook niet in maart of april.” mopper ik.
Dan ga ik naar de computer om onze telresultaten door te geven. Ik kijk een beetje rond op de website en loop dan weer naar het raam. Een troepje mussen danst boven de schutting langs. Bij de achterburen op de pergola zit een merel de regendruppels uit z’n staart te schudden. Z’n snavel als een lange neus deze kant op.
Wacht maar. Volgend jaar tellen we weer!

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst m...