woensdag 16 september 2026

Hijskraan

(7 september)

Van bovenaf gezien ligt een gele, ijzeren hijskraan-arm op straat. Erachter een hoge flat in aanbouw.
In het piepkleine keukentje van onze hotelkamer spelen we huisje. We maken een simpele salade voor bij de broodjes met verschillende kazen die we gisteren gekocht hebben. Tussen het snijden van ui, komkommer en tomaten door lopen we af en toe naar het open raam, waar allemaal interessante geluiden door binnenkomen.

Toen we vanmiddag terugkwamen van een dagje Potsdam, was de straat voor het hotel afgezet en lag er een enorm onderdeel van een hijskraan midden over de weg. Intussen zijn er nog twee van die ijzeren raamwerken bijgekomen en werkmannen zijn bezig ze aan elkaar te koppelen. Met een (andere) kraan wordt zo’n stuk een eindje opgetild en zorgvuldig naar de goede plek gedirigeerd. Dan doen ze iets onduidelijks om de boel aan elkaar te maken, wat eindigt met galmende klappen van metaal op metaal.

Het is een flinke klus, waar ze nog steeds mee bezig zijn als wij klaar zijn met eten en met het speelgoed-afwasje. We hangen een tijdje uit het open raam om te kijken naar het werk. De arm van de nieuwe hijskraan is nu helemaal in elkaar gezet en ligt languit voor ons hotel te wachten op de volgende fase.

Het begint te schemeren en er gaan een paar bouwlampen aan. Blijkbaar moet het karwei vandaag afgemaakt worden. We zien de mannen een tros van vier kabels op strategische plekken aan de ijzeren arm vastmaken. Eén van hen heft z’n hand op, wijsvinger omhoog en maakt een draaiend gebaar naar de man op de werkende kraan. Dan wordt heel langzaam de nieuwe arm opgetild.

Het maakt een hard, mechanisch geluid dat het gerammel overstemt van de metro, die verderop elke tien minuten een hoorbare bocht maakt. Als het gevaarte een halve meter boven de weg hangt, gebeurt er een tijd lang niets. Ik draai me van het raam af om een stukje te lezen over bezienswaardigheden in Berlijn. Maar na een kwartier hoor ik het hijsen weer beginnen en ik kan het niet laten om weer te gaan kijken.

Daar gaat ie dan. Terwijl de vier werkmannen het ding losjes tegenhouden als het dreigt te draaien, gaat de kraan-arm hoger en hoger, tot ze er niet meer bij kunnen. Nog wat hoger en dan stopt het. Zo’n beetje ter hoogte van onze derde verdieping blijft de arm hangen, een waarschuwend rood lichtje aan de top. Tot morgenochtend, blijkt, want daarna wordt alles uitgezet en afgesloten.

De voorstelling is afgelopen en we gaan kijken waar we morgen naartoe willen in Berlijn. Wat we ook gaan doen, dit wordt in onze herinnering later vast ‘de vakantie van die kraan’. Ik zal in elk geval nooit meer op dezelfde manier naar een hijskraan kijken.

maandag 14 september 2026

Kwijt

(3 september, Berlijn)

Voor-aanzicht van de winkel Planet Modulor
Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. zet braaf de rugzak met onze regenjassen (want er is nattigheid voorspeld) in een kluisje. Dan gaan we de winkel in om langzaam rond te dwalen tussen al die leuke dingen die hier zo aantrekkelijk zijn uitgestald.

Planet Modulor is een winkel in Berlijn die we allebei geweldig vinden. Een plek waar je alles kunt kopen wat je voor welk creatief project dan ook nodig hebt. Twee verdiepingen, 3000 vierkante meter met spullen om te tekenen, schilderen, bouwen, ontwerpen, vouwen, knutselen enzovoort. Heerlijk.

Er is een enorme wand met potloden, fineliners, stiften en pennen. Boven de schappen met koopwaar is een kunstwerk gemaakt van kleurpotloden die met de punt naar voren in de muur gestoken zijn. Over de breedte van de wand verloopt de kleur van de potloden langzaam, wat een mooi effect geeft als je er langs loopt. 

Er zijn schetsboeken in allerlei formaten, gekleurd papier, soorten lijm, japans vouwpapier. Verderop zijn materialen om maquettes mee te maken. Platen karton met motiefjes van bakstenen, stucwerk, dakpannen, boompjes, piepkleine mensjes, machines om hout, foam of kunststof mee te bewerken.

We wijzen elkaar op bijzondere dingen, bestuderen wonderlijke apparaten, kopen wat kleine gadgets, gaan de trap op naar de volgende verdieping. Ineens staat H. geschrokken stil. “Waar heb ik nou m’n rugzak neergezet?” Hij denkt na, kijkt rond.“Had je hem nog toen we de tram uit kwamen?”We weten het allebei niet zeker. Lopen terug waar we allemaal geweest zijn, maar zien nergens de rugzak staan.

Ineens is het niet zo leuk meer. Bij een centrale balie is geen gevonden rugzak afgeleverd en na nog een rondje over de benedenverdieping constateren we dat ie in de metro moet zijn blijven staan. Die krijgen we nooit meer terug.

Een beetje terneergeslagen verlaten we de winkel. Buiten is het droog, maar de donkere lucht belooft regen. En onze regenjassen zijn we dus kwijt. We lopen een stukje door de stad en komen een outdoor-winkel tegen waar we naar binnen gaan. Daar koopt H. meteen maar een nieuwe rugtas en een regencape. Ik kijk besluiteloos naar de regenjassen. Nog maar even niet.

Twee straten verderop begint H. ineens te lachen. Hij staat stil en houdt iets omhoog. Een sleutel met een nummertje eraan. Het duurt even voordat bij mij het kwartje valt: deze sleutel is van een kluisje en ín dat kluisje …  Oww, wat stóm!!! 

H. besluit de nieuwe rugtas niet terug te brengen en de cape wil hij ook houden. Dus de rest van de vakantie hebben we twee rugtassen en meer dan genoeg regenkleding. En het blijkt niet eens te gaan regenen. 

zaterdag 12 september 2026

Wie gebruikt er nou niet z'n Vensterrecht

De Groene Citadel, caféterras
Na twee weken vakantie in Duitsland zijn de paprika's en de tomaten in de achtertuin rijp en rood. Best fijn om weer thuis te zijn, na een vakantie met veel mooi weer en andere mooie dingen. Zoals bijvoorbeeld de Groene Citadel: 

Maandag 31 augustus

De Groene Citadel in Maagdenburg is het laatste bouwwerk van de kunstenaar Friedenreich Hundertwasser. Zeven jaar geleden bezochten H. en ik het Hundertwasserhuis (link) in Wenen en we waren er allebei enthousiast over. Nu we in Maagdenburg zijn, willen we dan ook zeker de Groene Citadel bezoeken. Het is op loopafstand van het hotel waar we verblijven.

Terwijl we er naartoe wandelen, komen we langs een pand waar binnen een tentoonstelling is over de geschiedenis van Maagdenburg. Door de etalageruiten zien we grote foto’s en een maquette en als we voor de open deur stil blijven staan om nieuwsgierig even naar binnen te kijken, spreekt een man ons aan: de expo is vrij toegankelijk en we zijn welkom. 

We gaan naar binnen en bekijken foto’s die laten zien hoe na de DDR tijd het stadsbeeld verandert. Sombere gebouwen werden opgeknapt of vervangen. Een treurige, grauwe flat wordt op vier foto’s opgeblazen en op de lege plek verschijnt een kleurig gebouw. Het is de Groene Citadel.

De Groene Citadel, woningen/hotel
Het complex staat nog geen honderd meter verderop en we gaan er heen. Er is van alles te doen in het wonderlijke gebouw. Je kunt er koffie drinken en souvenirs kopen; het heeft een hotelgedeelte en huurwoningen. In een informatieboekje lezen we dat voor huurders een ‘vensterrecht’ geldt. Dat betekent dat ze vanuit hun eigen raam “zo ver als ze met een verfkwast kunnen reiken” zelf versieringen/ kleuren mogen aanbrengen. Ik vind het een geweldig idee. Als we (na een kop koffie) om het hele gebouw heen lopen, zoek ik rond de ramen naar creatieve uitvoeringen van het vensterrecht. Ze zijn nergens te vinden. Raar.

“Ik zou echt wel los gaan als ik huurder was,” zeg ik tegen H. Hij lacht me uit en we lachen samen om alle vrolijke kleuren, pilaren, mozaïeken en onverwachte uitbouwtjes van de Groene Citadel. Net als het Hundertwasserhaus in Wenen maakt dit gebouw ons blij.

Dit bezoek alleen al maakt het de moeite waard om een paar dagen in Maagdenburg te zijn.

maandag 24 augustus 2026

Theezakjes

Mijn vriendin K. komt lunchen. Ik heb lekkere broodjes en kaasjes gekocht en het is precies het goede weer om buiten te zitten. Maar eerst maken we even een rondje tuin. Die ziet er na een regenachtige week een stuk frisser uit dan in de hete periode daarvoor.

“Wat een heerlijke plek is jouw tuin,” zegt K. als we na het rondje op het achterterras zitten. “Daar word je toch helemaal rustig van.”
“Hm,” zeg ik, “ik zie hier alleen altijd zo veel wat ik nog moet dóen!”
Ze moet lachen. “Dat ken ik. Eigenlijk moet jij in mijn tuin relaxen en ik in de jouwe.”

Het tasje dat K. naast haar stoel op de grond heeft gezet, is maar klein. Dat is wel eens anders, want volgens onze vaste traditie nemen we als we elkaar opzoeken altijd boeken mee. Daaruit lezen we elkaar fragmenten voor en vervolgens lenen we ze al of niet aan elkaar uit. Het wordt wel steeds moeilijker om mooi leesvoer te vinden dat de ander nog niet kent.

“Ik kon eigenlijk niks vinden om je voor te lezen,” vertelt K. “maar op het laatste nippertje heb ik iets anders bedacht.” Ze haalt een zakje tevoorschijn en laat lachend zien wat erin zit: theezakjes. “Er staan van die vragen op de labeltjes. En nou dacht ik: als we die nou eens van elkáár proberen te beantwoorden. Es kijken hoe goed we elkaar kennen.”

Als ik twee mislukte cappucino’s en een koektrommel op tafel heb gezet, komt ze met de eerste vraag.
“Waar word je heel gelukkig van?”
“Die is niet moeilijk om voor jou te beantwoorden,” vind ik. “Eén woord: water!”
Haar antwoord voor mij bestaat na even nadenken uit twee woorden: creëren en tuinieren.

De volgende vraag is moeilijker:
“Wat was vroeger je lievelingsspeelgoed.” Van elkaars kindertijd blijken we niets te weten. Antwoord geven voor de ander kunnen we niet, maar we zitten allebei hardop te bedenken waar we zelf graag mee speelden als kind. Het levert een heel ander gesprek op dan anders. Het begint met speelgoed, maar er komen ook allerlei andere herinneringen mee.

Van die vragen op theezakjes werd ik altijd een beetje een wrevelig. Ik kreeg er zo’n ‘waar bemoei je je mee’ gevoel van. Maar kijk, dit was toch wel een grappig effect.
Nou hebben wij nooit moeite om gespreksonderwerpen te bedenken, maar ik kan me voorstellen dat een gesprek met iemand die je niet goed kent door zo’n theezakjesvraag ineens op gang kan komen.

Tussen het praten door genieten we van de lunch en het lekkere weer en voor we het weten is de halve middag voorbij en stopt K. haar theezakjes terug in de tas. We omhelzen elkaar en ze stapt in de auto om terug te rijden naar haar woonboot.
Dat was dus een bezoek zonder boeken en zonder voorleesfragmenten vandaag. Maar ook zonder boek kunnen we elkaar heel goed mooie verhalen vertellen.

donderdag 20 augustus 2026

Portretten tekenen

twee lijntekeningen van gezichten, waarbij één gezicht naast de omtrek van het hoofd terechtgekomen is
Voor m’n verjaardag kreeg ik een (online) cursus portrettekenen door Siegfried Woldek. Het is een kadootje dat verplichtingen schept, maar wel van de leuke soort. Ik nam me voor om de cursus er niet doorheen te jassen, maar die op een heel rustig tempo te volgen, met veel praktijkoefening tussendoor.

Siegfried Woldek is een gelauwerd tekenaar van portretten (en ook van vogels). Ik ken hem vooral van zijn literaire en politieke tekeningen in NRC. In de filmpjes van de cursus vertelt hij op een rustige, laconieke manier. Dat je niet moet tekenen wat je wéét, maar wat je zíet; dat het bij een portret eerder om schaduwvlakken gaat dan om lijntjes. Dat soort dingen. 

Er zijn informatieve filmpjes en opdrachten. Een van de eerste opdrachten is om voor de spiegel in één doorlopende lijn je eigen gezicht te tekenen zonder op je tekenpapier te kijken. Ik doe het een keer of zes en het levert grappige resultaten op. Er zijn oefeningen om de ‘angst’ te doorbreken om een gezicht te tekenen. Portretkramp noemt Siegfried het. En oefeningen om abstracter te kijken, naar vlakken.

Les zeven heet ‘Het Idee’. Leraar Siegfried vertelt in het inleidende filmpje hoe belangrijk het is om goed te bedenken op welke manier je iemand wilt portretteren. Niet alleen gewoon een kop tekenen, maar daarbij in gedachten houden wat je ermee wilt uitdrukken… Misschien is dit wel de moeilijkste les, vermoedt hij.

En jawel. Hier loop ik helemaal op vast. Ik vond het al zo moeilijk om leuke koppen te vinden om na te tekenen. Als ik dan ook nog moet bedenken wat het portret over die persoon moet zeggen, haak ik af.
Dat kan voor iemand die politieke of literaire portretten tekent dan heel belangrijk zijn, voor mij is het onmogelijk. 

kladblaadjes met kleine pentekeningen van gezichten
Maar omdat hij in het filmpje zo nadrukkelijk waarschuwt om deze fase niet over te slaan, aarzel ik toch. Ik neem me voor om me tóch aan de opdracht van les zeven te zetten, maar tot nu toe kom ik niet verder dan het krabbelen van allerlei kleine portretjes, al of niet naar foto’s van anonieme personen. 

Misschien morgen. Misschien dit weekend. Of ga ik gewoon door naar les acht? Het schiet niet op. Eén voordeel is er bij al dit getreuzel. Ik doe zo in elk geval lekker lang met m’n kadootje. 

donderdag 13 augustus 2026

Oogmeting

Bril ligt op een krant met een artikel over eclipsbrilletjes
Voordat we naar bed gaan kijken we nog even een aflevering van een serie. Ik zit naast H. op de bank en merk dat ik me af en toe naar voren buig om de ondertiteling beter te kunnen lezen. Dat is niet de eerste keer. Ik heb al een tijdje het idee dat m’n ogen er niet beter op worden. Morgen maar eens een afspraak maken met de opticien.

Woensdagmiddag om vijf uur. Het is rustig en koel in de brillenwinkel op deze warme middag. Ik krijg koffie aangeboden en mag plaatsnemen om te wachten. De opticien is nog met een andere klant bezig. Terwijl ik wacht schuiven regelmatig de glazen deuren van de winkel open als er mensen voorbij lopen. Soms komt er iemand binnen om te vragen of er nog eclipsbrilletjes zijn. Niet dus.

Een assistent doet alvast een meting met een apparaat dat in m’n ogen puft. Dan kan ik door naar de opticien. Het is een aardige veertiger. Hij vraagt waarom ik een oogmeting wil en geeft meteen mijn huidige bril mee aan iemand die hem goed gaat afstellen en schoonmaken.

Hij vraagt door wat ik precies wel/niet goed zie en stelt dan voor om in elk oog twee oogdruppels te druppelen. Het kan zijn dat m’n ogen te droog zijn. Hij legt uit dat de druppels lijken op het eigen oogvocht. Ik luister zonder veel interesse en ben vooral benieuwd hoe de hele meting uitpakt en hoe erg m’n zicht achteruit is gegaan.

Terwijl ik ingespannen probeer om rijen steeds kleinere lettertjes te lezen, vertelt de opticien dat je best op een hoger percentage uit kunt komen dan honderd.
“Er zijn soms mensen die wel tot 250% scoren.” Hij legt uit dat dat komt door de manier van meten en ik begrijp dat 100% meer te maken heeft met een gemiddelde dan met heel goed zien. 

Mijn rechteroog, dat het minst goede is, ziet 90%. Vijf jaar geleden was dat 85%. Met het linkeroog kom ik boven de 100 uit. En toch heb ik echt wel een bril nodig om te kunnen lezen. Ik denk aan een slechtziende kennis die het met 6% moet doen. Dat is dus nog minder dan ik dacht.
Dat mijn meting iets hoger uitkomt dan vijf jaar geleden, komt van de druppeltjes, vertelt de opticien. Oogvocht doet echt heel veel! Hij raadt me dan ook aan om een flesje oogdruppels te kopen en de komende twee weken elke avond één druppel per oog te gebruiken.

De assistent komt mijn schoongemaakte en aangeschroefde bril brengen. Voorzichtig zet de opticien die op m’n neus en vraagt me om rond te kijken.
“Hoe ziet dat eruit?”
Ik zie alles helder. Dat zegt niet alles, want het is hier goed verlicht, maar toch heb ik het idee dat de druppeltjes inderdaad iets doen. De wazige vlek, veroorzaakt door een oud litteken in m’n rechteroog, is soms veel erger.
Het klopt, zegt de opticien, dat juist zo’n littekentje baat heeft bij genoeg oogvocht.

“Geniet van de eclips vanavond,” zegt hij als ik betaald heb en de winkel uit ga. Ik fiets blij naar huis. Fijn dat m’n ogen helemaal niet veel slechter zijn geworden. Dat m’n zicht gewoon verbeterd kan worden met zoiets simpels als oogdruppels.
Wat die zonsverduistering betreft: die laat ik aan me voorbijgaan. Ik heb niet zo’n eclipsbrilletje en ik ga toch zeker m’n ogen niet verpesten door recht in de zon te kijken.

zondag 9 augustus 2026

Schattige kleine flesjes

Geen idee waarom, maar ik ben beslist niet de enige die ervoor valt: kleine uitvoeringen van gewone dingen zijn meestal extra leuk. Pasgeboren poesjes, jonge hondjes, donzige kuikentjes… allemaal even schattig.

Maar ook niet-levende dingen zijn leuk als ze heel klein zijn. Van die bouwpakketten van piepkleine boekwinkeltjes, bloemenzaken, huiskamertjes enzovoort. Of grachtenhuisjes voor op de vensterbank, kerstdorpjes met verlichting, hele dorpen en landschappen waar een mini-trein tussendoor rijdt. Veel mensen houden ervan.

In de supermarkt kom ik het ook tegen: minipotjes jam in een traytje, hele kleine pakjes hagelslag, eenpersoons-flesjes wijn. Ik moet mezelf tegenhouden om ze niet te kopen. De pakketjes limonadesiroop van Monin vind ik onweerstaanbaar: vijf flesjes van elk 50 centiliter siroop, elk met een andere smaak, prachtig verpakt.

Vijftig centiliter is maar een héél klein beetje! Je kunt er ongeveer twee glazen limonade mee maken. En het is beslist niet goedkoop. Maar het ziet er zo mooi uit dat ik het tóch een keer heb gekocht. Eén om weg te geven en één om eens al die smaken uit te proberen. En die flesjes bewaar je dan natuurlijk!

Veel goedkoper is het om je eigen limonadesiroop te maken. En het is eigenlijk doodsimpel. Deze week maakte ik bramensiroop. 250 gram bramen, 250 ml. water en 500 gram suiker (veel hè, maar je gebruikt natuurlijk maar een klein beetje dat je verdunt). Alles bij elkaar in de pan, al roerend verhitten tot alle suiker gesmolten is, laten afkoelen en dan door een zeef gieten. That’s it.

Ik vulde een flesje van een halve liter en had toen nog een klein laagje over. Nu kwamen mijn miniflesjes van pas. Met 150 ml. siroop kon ik drie hele flessen vullen. Leuk om weg te geven. Nog specialer als je zegt dat het bedoeld is om in cocktails te gebruiken. 

Nou weet je het alvast: als ik binnenkort bij je op bezoek kom, heb je kans dat je een schattig miniflesje van me krijgt met een exclusieve bramensiroop. Lekker voor in een cocktail bijvoorbeeld.

Hijskraan

(7 september) In het piepkleine keukentje van onze hotelkamer spelen we huisje. We maken een simpele salade voor bij de broodjes met verschi...