zaterdag 27 december 2025

E. en haar jongens

Mijn dochter E. komt een hele week logeren. En voor het eerst neemt ze haar twee jongens mee: Jack en Louie, onze kleinkatten. Het is een hele onderneming. Want de twee Britse Kortharen zijn nooit eerder van huis geweest. Letterlijk, want het zijn echte binnenkatten. 

Jack, grijs met streepjes, zit voor het donkere raam in z'n kattenhangmat
Ze komen met een auto vol spullen. Kattenbak, kattenmandje, krabmat, een hangmatje om tegen het raam te hangen, speciaal voer, een speeltje, een dekentje… Het is duidelijk dat de lievelingen van E. best verwend zijn. En zij is een bezorgde kattenmoeder. Als de boys angstig en onwennig in dit vreemde huis onder de bank en achter een gordijn kruipen, kijkt ze dat een beetje ongerust aan.

Het duurt zeker een paar uur voordat de dapperste van de twee zich de kamer in waagt. Het is Jack, die thuis juist altijd op z’n kop gezeten wordt. Tegen de avond van de eerste dag komen ze een beetje uit hun schulp, maar bij ieder onverwacht geluid schieten ze terug naar hun veilige plek.

Louie, geplet in de vlinderstoel
Het veilige plekje dat Louie voor zichzelf heeft gevonden is een verrassing. Hij heeft zich tussen de zitting en het frame van de vlinderstoel gewrongen. Een plek waarvan we niet eens wisten dat daar ruimte tussen was. Het ziet er dan ook uit alsof hij door de stoel geplet wordt, maar blijkbaar vindt Louie het er prettig, want hij brengt er het grootste deel van de tweede dag door.

E. vindt het maar niks, dat haar jongens zich steeds verstoppen. Ze plukt Louie een paar keer tussen de stoel uit en zet hem op een plek die in haar ogen comfortabeler is. 
“Laat hem toch, als hij zich daar lekker voelt,” zeggen wij. Maar je moet je niet bemoeien met de opvoeding van je kleinkatten.

Nu, de vierde dag, is E. de middag en avond naar een vriendin hier in de buurt. Jack loopt intussen door ons huis alsof hij er hoort (behalve bij onverwachte geluiden), maar Louie ligt al vanaf het begin van de middag geplet in de vlinderstoel. We laten hem. Vroeg in de avond stuurt E. een appje om te vragen hoe het gaat. En kijk, vlak daarvoor is hij tevoorschijn gekomen. Dat bericht krijgt een tevreden duimpje. 

Een uur later verjaagt dikke Louie als vanouds z’n stiefbroer uit het hangmatje-voor-het-raam, En als ik de twee hun portie natvoer geef, beginnen ze zowaar meteen te eten en volgt voor het eerst het gewone Amsterdamse patroon. Jack taait na een paar hapjes af en Louie eet blijmoedig allebei de bakjes leeg. 
Ik denk dat ie nu helemaal is ingeburgerd. Daar zal z’n kattenmoeder blij mee zijn.

zaterdag 20 december 2025

Vooroordelen

Een verwaarloosde haag snoeien is dankbaar werk. Alleen op plekken waar bramen de boel overnemen is het minder leuk. Zelfs met stevige handschoenen aan kunnen de stekels je gemeen prikken en waar ze de kans krijgen, maken de uitlopers weer wortels. Voor je het weet blijf je met je voet achter zo’n stekelige sliert haken en struikel je.

Na een ochtend werken lopen we langs het stuk dat we aangepakt hebben en kijken tevreden hoe het veranderd is. Weggedrukte struiken krijgen weer lucht doordat hun over-enthousiast groeiende buren ingetoomd zijn en doordat de bramen zo goed mogelijk zijn verwijderd. Zo komt er weer meer variëteit. 

We zoeken het gereedschap bij elkaar en dan gaat de groep uit elkaar. 
“Tot donderdag,” roepen we, want dan is de jaarlijkse stamppottenavond. Terwijl we de fietsen van het slot halen, vraagt F. aan mij of ik soms die stamppot ga maken.
“Nou,” zeg ik, “er worden door verschillende mensen stampotten gemaakt, en ja, daar ben ik er één van. Maar vraag je dat nou omdat ik een vrouw ben?”

“Eh, ja.” Zegt F. 
En als ik geërgerd zucht, voegt hij verdedigend toe: “Weet je wel hoe oud ik ben? Ik ben ermee opgevoed dat het normaal is dat vrouwen koken.”
“Maar dat kan veranderen hè,” zeg ik. “Ik vind het onzin dat zulke dingen vrouwentaken zijn. Ik ga als een van de weinige vrouwen bij Vrijwillig Landschapsbeheer ook bewust níet koffiezetten.”
“O?” zegt hij een beetje verbaasd. Wie zet dán de koffie?”

Volgens mij weet hij dat best en zit ie me gewoon een beetje te stangen. Mijn tachtigjarige collegavrijwilliger houdt er wel van om mensen op de kast te jagen. En over vooroordelen gesproken… toen hij zich aanmeldde als vrijwilliger, dachten we dat iemand van die leeftijd een beetje ontzien moest worden. Maar wat kan die man hard werken!

Iedereen heeft z’n eigen eigenaardigheden, maar bij elkaar hebben we een mooie groep natuurliefhebbers. Leuk om mee te werken en ook minstens zo leuk om samen een avondje stamppot mee te eten. 

zondag 14 december 2025

Lied van de Sybille

Drie mannen met muziekinstrumenten zitten op een ronde bank. Achter hen staat, op een verhoging, een vrouw met een lang, omhoog wijzend zwaard in beide handen
“Hoe laat zullen we bij jullie zijn?”
H. leest hardop het binnenkomende whatsapp bericht voor en we kijken elkaar verbaasd aan. Eh… hadden we voor vandaag iets afgesproken?

Het is zondagmorgen en na een laat ontbijt lopen we nog een beetje te rommelen. Straks zijn we van plan om naar een kerstmarkt in de stad te fietsen. Maar blijkbaar hebben we iets anders te doen. H. weet waar hij moet zoeken, want met onze vrienden D. en A. gaan we een paar keer per jaar naar een concert. Hij checkt z’n email en jawel, we hebben kaartjes voor ‘Lied van de Sibylle’, vandaag, in Zutphen. Dat hadden we niet op de kalender gezet.

Anderhalf uur later zitten we met z’n vieren in de auto. Het kost even tijd om een parkeerplek te vinden en als we naar de Walburgiskerk lopen, moeten we over een drukke kerstmarkt, zodat we maar nét op tijd zijn voor het concert. De kerk is stampvol, maar we vinden zowaar nog vier plaatsen naast elkaar, helemaal achterin.

Het lied van de Sibylle is een mix van muzikale tradities uit verschillende culturen in middeleeuws Spanje. Vijf zangeressen en drie muzikanten uit het Amsterdams Andalusisch Orkest spelen en zingen onversterkt. De akoestiek in de enorme kerk draagt de muziek tot in de hoeken.
In het tekstboekje dat we uitgereikt krijgen probeer ik mee te lezen. Dat lukt maar gedeeltelijk, want sommige teksten zijn in het Grieks of Arabisch. Wel staan overal vertalingen naast. Het zijn sombere en gewelddadige teksten over het einde der tijden, over vuur, donder en ellende en opgedroogde rivieren. 

Maar als je alleen maar met je ogen dicht luistert, klinken de ijle stemmen soms als engelengezang. Soms ook helemaal niet, als ze wringende dissonanten zingen met daaronder de lang aangehouden tonen van de traditionele instrumenten en soms ineens alarmerend getrommel.
Het is jammer dat we zo ver achterin zitten. Zo hou ik een gevoel van afstand, ook omdat alle stemmen vrij hoog zijn en ik diepe, ronde klanken mis. Het is in elk geval een bijzondere ervaring, dit concert. We hebben er geen spijt van dat we ervoor naar Zutphen gereden zijn.

Op de terugweg ziet D. op zijn telefoon dat van ditzelfde concert een extra uitvoering is ingelast. Volgende week, in de Vereeniging in Nijmegen. Op fietsafstand. 
Sja, als je alles van tevoren weet … 

zaterdag 6 december 2025

Prijs voor de vrede? zo’n beker is gewoon te koop

TrofeebekerBovenop onze piano staat een ‘zilveren’ beker. Een halve meter hoog, op een vierkante voet, met twee krullerige, bewerkte oren en bovenop het deksel een rond handvat met daarop een ‘goedzo’ duimpje. Wie heeft deze afzichtelijke trofee gewonnen en waarmee?

Nou, zulke bekers zijn gewoon te koop. Met precies de inscriptie die je erop wilt hebben.  Het lijkt erop dat Donald Trump dat niet weet. Waarom zou hij anders zoveel moeite doen om  overal symbolische nepvredes tot stand te brengen en zo een prijs binnen te hengelen als vredestichter? 

Jammer voor hem dat de serieuze nobelprijs voor de vrede naar iemand anders ging. Maar gelukkig heeft hij fijne vrienden bij de FIFA die een troostprijs voor hem regelen. Voorzitter Infantino weet namelijk wél dat je zo’n prijs gewoon zelf kunt regelen. 

De inscriptie op ónze beker is: ‘vrijwilliger van de maand - VLB’. Voorzitter H. heeft namelijk bedacht dat het wel een leuke gimmick is om elke maand iemand met deze wisseltrofee in verlegenheid te brengen. Binnenkort wordt ie voor het eerst uitgereikt, tijdens het stampottendiner dat traditioneel in december plaatsvindt.

Wie de beker als eerste moet krijgen is een vraag waar met de nodige diplomatie naar gekeken moet worden. Het moet iemand zijn die de humor ervan inziet en kan waarderen, die zich niet in het nauw gedreven voelt, naast z’n schoenen gaat lopen of juist beledigd zal zijn door een toespraak met de nodige ironie. 

Ik vertrouw het H. wel toe om de uitreiking een succes te maken, maar ik ben benieuwd of het lukt om de beker maandelijks door te geven en daar de aandacht bij te houden. En verder hoop ik die vreselijke beker zelf nooit te winnen. Hij staat vanaf nu nog twee weken op de piano en dat vind ik meer dan genoeg. 

maandag 1 december 2025

Mispelfeestje

De laatste zaterdag van november staan we vroeg op. Ik trek m’n warme, schapenwollen trui uit de kast en onder mijn oude werkbroek doe ik een legging aan. Dit wordt een buitendag en het is best koud.

’s Morgens werken H. en ik met de zaterdagploeg van Vrijwillig Landschapsbeheer. Elk op een andere locatie, maar we zien elkaar weer bij de soep in de kantine. Daar kost het me moeite om H. op tijd mee te krijgen naar onze volgende bestemming: de voedselboomgaard, waar vanmiddag een mispelfeest is.

Je moet een beetje geluk hebben met het organiseren van een mispelfeest, want die dingen zijn pas in november te oogsten, soms zelfs nog later. Deze vergeten vrucht wordt pas rijp als het flink koud is.  Maar gelukkig is het droog en de valse, koude wind van vanmorgen is een stuk geluwd.

“Eerst moet de vorst erover”, wordt meestal over mispels beweerd, maar in de Waalgaard was dat niet nodig. Eind oktober begonnen de eerste exemplaren zacht te worden. Nu zit er nog hier en  daar eentje aan de boompjes, er zijn er inmiddels heel wat geoogst en verwerkt.

“Zo rot als een mispel”, is een bekend gezegde. Dat klinkt fout, maar in het geval van de mispel is het juist oké. Als ie helemaal bruin en zacht is, kun je hem eten. Het ziet er niet uit, niet voor niets heeft ie de bijnaam ‘dogs ass’, maar het smaakt niet verkeerd. Een lichte appelsmaak met een hint van kaneel.

Buiten staan verschillende tafels waarop de meeste gasten bij aankomst iets lekkers neerzetten. Mispelcake, mispelbrood, mispel-plaattaart, pannenkoekjes, perentaart (we zijn in een voormalige perenboomgaard), mispellikeur en mispelcider. We hebben allemaal ons best gedaan.

Na een welkomstwoord met informatie over onze vergeten vrucht (zo voedzaam, zo gezond, zo lekker en zo hondenkont) begint het grote proeven en recepten uitwisselen. Als iedereen vol zit van al dat gebak, begint het Mispelspel. In teams van twee of drie worden we het bos in gestuurd met een bingokaart. Wie het eerst alles op de kaart heeft verzameld, is de winnaar. 
 
Mijn team is niet erg snel, maar we winnen toch de derde prijs, want in tegenstelling tot een paar haastige-spoed-teams voor ons hebben we alles goed. Hoera!
De eerste prijs, het boek ‘voedselbos’ is voor een vader met drie enthousiaste kinderen. Leuk. En wij gaan, na een gezellige middag, naar huis met een fles perensap. Maar na deze hele dag buiten hebben we eerst heel veel zin in hete koffie!

woensdag 26 november 2025

De Amsterdamse Grachten

Op een zwarte achtergrond is met witte lijnen een rij grachtenhuizen getekend
Omdat E. binnenkort een paar weken op vakantie gaat, hebben we afgesproken om voor die tijd nog een dagje bij haar langs te gaan in Amsterdam. Het wordt zondag en ik ga online op zoek naar iets leuks om die dag samen te doen. Ik vind het Grachtenmuseum, waar we alle drie nog nooit geweest zijn. Daar willen we wel naartoe.

Zondag staan we op tijd op om naar Amsterdam te rijden. We beginnen met koffie, katten aaien, kletsen, nog even treuzelen en dan constateren dat het al bijna lunchtijd is. Dat is altijd een punt van discussie, want H. eet nooit lunch en ik kan niet zonder. Gelukkig is het vandaag twee tegen één - en als we afspreken om dan eerst langs de megapopulaire desembakker ‘Fort Negen’ te gaan is H. helemaal om, want daar hebben ze errug lekkere verwenbroodjes. Soms luncht hij gewoon wél.

Het is een druilerige dag dus we nemen de tram naar het Grachtenmuseum. Binnen krijgen we een speler met een audiotour. Bezoekers gaan in kleine groepen om het kwartier (of zo) het kleine museum door. In elke kamer van het grachtenhuis kun je de speler activeren en synchroon met het geluid worden afbeeldingen en hologrammen getoond,  dingen op een bepaalde manier belicht, of krijg je gewoon informatie te horen over wat er in deze ruimte is. 

Het is een helder verhaal over het ontstaan van de grachtengordel. Hoe de stad uit z’n voegen groeide, welke verschillende plannen er werden overwogen en waarom het op déze manier werd aangepakt. Eerst heel succesvol, dan met periodes van verval en tegenwoordig Unesco Werelderfgoed. We zijn onder de indruk van de efficiëntie van de tour en horen allemaal dingen die we eigenlijk niet wisten. Leuk, dit museum! 

De tentoonstelling over stadsdieren vinden H. en ik leuk, maar E. haakt na een tijdje af. We blijven dus niet al te lang hangen en gaan de druilregen in naar onze volgende bestemming: de Bijenkorf. Een leuke winkel om rond te struinen en op de afdeling met keukenspullen is H. helemaal in z’n element. Als E. laat vallen dat ze een nieuwe koekenpan nodig heeft, krijgt ze van haar vader spontaan een pan van zijn favoriete merk. Iedereen blij.

Onderweg naar het huis van E. doen we boodschappen om zelf een lekkere maaltijd te koken en daarna vertrekken we. Tevreden over deze dag wensen we E. straks een fijne vakantie. De volgende keer dat we elkaar zien, is het Kerst.

zaterdag 15 november 2025

Op de knieën in de modder

In en om een stuk zwarte grond zitten mensen op hun knieën bollen in de aarde te stoppen

Er liggen plassen op het smalle fietspaadje door het Notenhofpark, maar zaterdagmorgen regent het niet. Ik zie een kleine groep mensen staan rondom een platte kar. Hm, het zijn er niet zo veel, hooguit een stuk of tien. Als dat maar gaat lukken vandaag.

Het is de bedoeling dat we in de gefreesde vakken langs het pad een dikke 6000 bollen gaan planten. Dat wordt hard werken. Aan de rand van vak 2 staat J., die uitlegt wat stinzenbollen zijn (het zijn bepaalde, vroegbloeiende voorjaarsbloemen die  gemakkelijk verwilderen) en hoe we ze gaan planten. Veertien soorten bloemen, twintig bollen per vierkante meter. Voor elk van de zeven vakken is er een grote doos met stinzenbollen. 

Tijdens de uitleg is het groepje van tien uitgedijd en er komen in de verte nog meer mensen aan. Samen met N. begin ik aan een eerste vierkante meter. Twintig bollen in een emmertje, een paar bamboestokken in de hoeken en dan op de knieën om kuiltjes te maken. Het is even wennen, maar het gaat steeds vlugger.

In een vak verderop zien we een andere techniek: daar strooien ze eerst nonchalant de bollen uit over de hele oppervlakte en gaan ze daarna ingraven. Intussen zijn we met minstens 25 vrijwilligers, misschien wel 30. Een vader uit de buurt is met twee kinderen gekomen. Eén van de jongens komt iedereen steeds bakjes met 20 bollen brengen. 

Vak 2 is al gauw helemaal vol geplant. In vak 3, 4 en 5 wordt al druk gewerkt, dus N. en ik nemen het doosje bollen voor vak 6 mee. We besluiten deze keer eerst in het hele vak de vierkante meters aan te geven door in rechte lijnen voetje voor voetje door de aarde te lopen. Het lijkt op een dronkemanstest en een paar fietsers die voorbij komen informeren lachend of we nog nuchter genoeg zijn. 
Als we de doos open willen maken, wordt verderop geroepen dat het koffietijd is. Om de platte kar heen staat de hele groep bij elkaar. Iedereen in modderige jassen, regenbroeken, laarzen met klonten aarde eraan. We drinken koffie met punten boterkoek. En we constateren dat het werk supersnel gaat met zoveel mensen.
 
Na de koffie zijn we nog een uurtje bezig en dan zitten alle bollen in de grond. “Ik ben zo benieuwd hoe het er in het voorjaar uit gaat zien,” zeggen we tegen elkaar. Als het goed is wordt het een zee van kleurige bloemen. 

Er is soep voor de liefhebbers. We praten nog een tijdje na en dan loopt of fietst de een na de ander weer naar huis. Als dank voor het werk krijgt iedereen een zakje van dezelfde stinzenbollen mee. Kunnen we in onze eigen tuin een voorproefje krijgen. Maar het leukst is natuurlijk om over een maand of vier door het Notenhofpark te fietsen en te kijken naar het resultaat van ons werk! 



E. en haar jongens

Mijn dochter E. komt een hele week logeren. En voor het eerst neemt ze haar twee jongens mee: Jack en Louie, onze kleinkatten. Het is een he...