Buiten zien we meteen al een bordje met een 2. Het hangt naast een deur, en omdat in de kunst alles geoorloofd is, voel ik voorzichtig of die deur open is. Ja dus. En er achter is een kleine kamer met wat meubels en allerlei onduidelijke voorwerpen. Er is niemand.
Aarzelend blijven we staan tot er door een binnendeur een oude man binnenkomt.
“Hoort deze kamer bij de poëzieroute?”vraag ik en voel aan dat het niet zo is. De man draait aan zijn hoorapparaat en vraagt wat ik zeg.
We excuseren ons en draaien ons naar de deur, maar de man roept ons terug.
Hij opent de binnendeur en wenkt ons mee te lopen. Een kamer door en nog een deur. Die voert naar een binnentuin waar grote hoeveelheden kleurige bloemen bloeien. Hortensia’s, fuchsia’s. Trots wijst hij op de bloemenpracht terwijl hij verder voor ons uit loopt. Weer een deur. Weer een tuin, een wirwar van wilde veldbloemen en daarboven op lange palen kleurige windmolentjes.
Als we beter kijken, zien we dat het trechters zijn. Rood, geel en blauw geschilderde trechters, aan een wiel gemonteerd dat ze laten draaien in de wind.

“Deze is gemaakt door een man van 90,” antwoordt hij.
En wijzend op de grootste trechtermolen: “Deze is gemaakt door een man van 91”.
Hij opent een kleine zijdeur en zegt olijk: “En nu ben ik 92.”
In het schuurtje staat een werkbank met een nieuwe windmolen in aanbouw.
We kijken elkaar aan. Dit was een leuke vergissing!
Als we teruglopen naar de voordeur wijst de man nog meer kleine atoommodellen aan. Vertelt hoe moeilijk het was om ze te maken. Nog meer planten. Een kunstige wandelstok. Hij houdt niet meer op.
Een half uur later lopen we buiten, op zoek naar de echte nummer twee van de kunst- en poëzieroute. Ons hoofd vol windmolentjes. Een onverwacht locatiebezoek in Watou.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten