Er is nog weinig publiek, maar er wordt volop gewerkt aan het opzetten van tenten, het aanleggen van vuurtjes en het aanslepen van materiaal.


We lopen verder naar een tent waar een Middeleeuwse smid met een enorme blaasbalg een vuurtje opstookt. Hij is meteen bereid om uitleg te geven over alles wat er in zijn smidse te zien is. Een zeis die in oorlogstijd met een kleine ingreep tot wapen wordt omgesmeed, een houten hooivork, waarover hij vertelt dat men jonge boompjes zó leidde dat er van nature drie- of viertandige vorken groeiden die dan geoogst en scherp gesneden werden. Hij wijst ons op de lepel die hij in zijn hoed heeft gestoken en legt uit dat het woord bestek komt van “bijsteken”. Ook vertelt hij plastisch waar de uitdrukking “oprotten” vandaan komt: in de Middeleeuwen werden ongewenste sujetten buiten de stadsmuren opgehangen om letterlijk op te rotten.
De enthousiaste smid krijgt meer publiek en wij gaan verder kijken. Er zijn legertenten opgezet voor hoge legerpiefen, waarin houten bedden staan met dekens van bont. Er staat een lange tafel waaraan Middeleeuwers gezellig bij elkaar zitten. Er wordt met hooibalen gesjouwd naar een plek waar blijkbaar de paarden ondergebracht zullen worden. Ergens gaat een kanon af en over het hele kampement drijft een rookwolk die sterk naar zwavel ruikt. “Kanonniers mochten niet in de kerk komen”, vertelt een Middeleeuwer ons, “zij zouden een pact met de duivel hebben.”
Als we van ons rondje legerkamp terugkomen, staat de reuzenkatapult weer klaar om te schieten. Deze keer is ie nog beter scherpgesteld, en gaat de waterbal precies het open raam in waarop gemikt werd. Er wordt gejuicht en voor het smalle raam verschijnt een lachende man die de resten van de kapotgeschoten waterbal omhoog houdt.
Langzaam lopen we het park uit en de winkelstraat in. Voor ons loopt een Middeleeuws geklede vrouw met een mand op haar rug. “Brood en krakelingen, 1 euro vijftig”. We doen onze hedendaagse inkopen, maar komen regelmatig Middeleeuwers tegen. We zien muzikanten, dienstmeiden en een stadsomroeper die in z’n pauze anachronistisch staat te bellen met z’n i-phone.
Leuk, zo’n onverwacht dagje terug in de tijd. Vooral als je dacht dat je gewoon even wat nuttige dingen ging kopen in de stad.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten