We hebben onze fietsen meegenomen deze vakantie, maar we hebben pas één keer echt een dagtocht gemaakt. Toch is het fijn om te kunnen fietsen in de steden waar we zijn. In Berlijn fietsen we een deel van de ‘muur-route’, die in totaal 160 kilometer lang is. Wij doen alleen het deel dat door de binnenstad gaat.
Een dubbele rij vierkante keitjes loopt (bijna) overal waar vroeger de muur stond; op sommige plekken zijn stukken van de muur bewaard gebleven. We doen lang over het stuk van een kilometer of 12, want er zijn veel plaatsen waar we afstappen om informatieborden te lezen.
Na Berlijn gaan we naar Hannover, waar we voor de laatste drie nachten een appartement hebben besproken. Beneden kunnen we onze fietsen in een rek zetten. Onze kamer is op de bovenste verdieping, vijf trappen op. ’s Avonds gaan we uit eten en als we terugkomen, ziet H. dat zijn achterband plat is. Vervelend, maar gelukkig hebben we bandenplakspullen mee.
De volgende morgen zet H. zijn fiets ondersteboven op de bestrating voor de garage. Terwijl hij bezig is met de band, komt er een man het erf op wandelen die een praatje begint. Het gaat een tijdje over de fiets en dan vraagt hij waar we vandaan komen. Ah, Nederland. Hij kent Amsterdam; vooral Schiphol.
De man vertelt dat hij twee jaar lang steward is geweest bij de KLM. Dat ging toen nog anders dan tegenwoordig; hij ging bij iedereen langs met zo’n kar om te vragen wat ze wilden drinken. Heel persoonlijk. De vliegtuigen waar hij in vloog waren propellervliegtuigen. Ik vraag wanneer dat dan was en hij glimlacht: “Von 1959 bis 1961.” Wauw, dat was echt een andere tijd.
Dan vraagt hij welke kamer we hebben. Kamer vijf, op de bovenste verdieping? Dan hebben we misschien wel zijn koffer gezien. Die staat daar in de hal opgesteld. Een koffer vol stickers uit alle landen waar hij heen gevlogen is.
We hadden de koffer nog niet gezien, maar als ik weer boven kom, kijk ik de hal rond voordat ik kamer vijf in ga. Jawel, daar staat ie. Een ouderwetse koffer vol stickers. Ik zie voor me hoe een keurige, jonge steward met die koffer het propellervliegtuig in gaat en hem in een hoekje parkeert om de passagiers te gaan bedienen. Vliegen was toen nog een elitegebeuren. Het is een historisch beeld. De koffer zou niet misstaan in een museum. Toch zou ik hem niet eens opgemerkt hebben als we niet toevallig de eigenaar tegen het lijf waren gelopen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten