Posts tonen met het label i-phone. Alle posts tonen
Posts tonen met het label i-phone. Alle posts tonen

vrijdag 26 april 2013

Al het goede komt in drieën


Als ik deze bus niet haal, mis ik mijn trein ook! 
Ik zie de bus aankomen en ren. Omdat ik vanmorgen vroeg bloed heb gegeven, voel ik me een beetje licht in m'n hoofd. Ik zak af naar een sukkeldrafje maar de chauffeur is zo vriendelijk om op me te wachten. Gelukkig.

Op het station hoef ik maar even op de trein te wachten. Hij vertrekt pas over tien minuten en ik zoek rustig een plekje. Op de stoel waar ik wil gaan zitten zie ik een plat, zwart etui liggen: een i-phone. Ik pak hem op en kijk om me heen. 
"Oei", zegt de man die in de volgende coupe zit. "Een i-phone blijven liggen?"
"Ja", zeg ik, "daar gaat iemand niet blij mee zijn!" 
"Die kun je het beste aan de conducteur geven."
Ik leg het etui op het tafeltje en denk even na. Dan pak ik hem weer op en loop naar de deur. Misschien zie ik buiten iemand die terug komt hollen of paniekerig in z'n tas zoekt.
Tegenover de deur zit een NS medewerker op een bankje. Ik loop naar hem toe en hou hem het zwarte etuitje voor. "Die heeft iemand in de trein laten liggen."
"Oh, die geef ik wel af", zegt de man en pakt de i-phone aan.
Ik loop de trein weer in en trek mijn jas uit. Ik zit nog maar tien tellen als er een meisje door het gangpad komt lopen. Ze kijkt zoekend rond.
"Ik heb em aan HEM gegeven", zeg ik tegen haar en wijs naar de NS medewerker op het bankje. "Je i-phone toch?"
Ze knikt en gaat vlug naar buiten. Ik zie haar iets tegen de man zeggen en hij geeft haar het zwarte etui. 
"Zo, die is weer gelukkig." Zegt de passagier in de volgende coupe tegen me.
"Dat denk ik wel!" Ik lach en voel me tevreden.
Een halve liter bloed afgestaan, gematst door een vriendelijke buschauffeur en een i-phone terugbezorgd aan de eigenaar. Als dit geen goede dag wordt.

vrijdag 29 maart 2013

Zombies met oordopjes


Ja, ik heb ook een smartphone en ik vind het heel vervelend als ik die niet bij me heb. Is dat het begin?


Dit is wat ik om me heen zie:
In de bus hebben acht van de tien passagiers dopjes in hun oren. Sommigen staren naar buiten, anderen kijken naar het kleine, zwarte kastje in hun hand en vegen daar af en toe met hun duim over. De mensen met oordopjes hebben een naar binnen gekeerde blik. Je ziet het verschil met de doplozen: die kijken echt, terwijl de doppen staren. Het geeft ze iets zombie-achtigs.

In de stad lopen kom ik regelmatig mensen tegen die in hun eentje lopen te praten. Vaak is een telefoontje in hun hand een duidelijke verklaring. Maar soms heeft zo'n prater allebei de handen in z'n zakken. Een dun draadje uit z'n oren verraadt dat er toch een lijntje met de buitenwereld is. Ergens is een onzichtbare gesprekspartner.

Op straat zie ik twee mensen die duidelijk samen op pad zijn. Ze praten allebei, maar niet met elkaar. Of ze praten niet, omdat ze allebei naar hun eigen muziek luisteren, allebei met hun eigen oordopjes.

Een toerist kijkt zoekend om zich heen: waar ben ik en waar moet ik heen? Er zijn genoeg mensen om hem heen aan wie hij de weg kan vragen, maar hij haalt een klein, zwart kastje te voorschijn. Een smartphone met gps.

Met een smartphone ben je nooit alleen. Je hebt je eigen muziek, je gezelschap, je wegwijzer, je raadgever bij je. Maar als je geen enkele reden meer hebt om contact te maken met mensen om je heen, word je dan geen zombie met oordopjes?

Kwijt

(3 september, Berlijn) Vanaf de metrohalte is het maar een klein stukje lopen naar Planet Modulor. We gaan de trap op bij de ingang en H. ze...