maandag 26 april 2021

Inspirerende Tuinen

Op zondagmorgen om half tien zitten we op de fiets. We gaan naar de Tuinen van Appeltern waar we hebben gereserveerd voor het tijdslot tussen tien en half elf. Netjes op tijd melden we ons bij de kassa in de ruime hal. Er is verder niemand en in de Tuinen is het ook nog erg rustig. Misschien is het te vroeg op de dag, of te vroeg in het seizoen voor meer drukte.

De vorige keer dat we hier waren was het eind mei; de natuur is dan al veel verder. Het betekent dat er nu minder kleur is in de vele borders en voorbeeldtuinen, maar het betekent ook dat veel bomen wolken witte en lichtroze bloesem dragen. Struiken beginnen net in blad te komen, wat de mooiste tinten groen oplevert en van die ontroerende nieuwe blaadjes, slap nog, als de jonge sla uit een gedicht van Rutger Kopland.

We zijn hier al heel wat keren geweest, maar ontdekken vandaag een stukje tuin vlak bij de ingang waar we tot nu toe altijd voorbij gelopen zijn. Er staan grillige brokken steen, strak gesnoeide hagen in ronde vormen, waaruit ineens een bonsai-achtige boom tevoorschijn komt. Verwonderd vragen we ons af waarom we hier nooit eerder hebben rondgekeken.

Vandaag gaan we ook eens naar het gedeelte dat vooral gericht is op gezinnen met kinderen. Overal staan speeltoestellen, traditionele klimrekken en schommels, maar ook een kromme boomstam waar een wipwap van is gemaakt en spannende hutten, klimwandjes, klauterparcoursen. Ergens is een reeks simpele fitness-toestellen neergezet, bordjes met gebruiksaanwijzingen erbij.

We proberen ze allemaal uit en dan doet H. nog even de trampoline en ik de schommel. Leuker dan we gedacht hadden, dit speelveld. De wildernis waar we vorige zomer erg blij van werden is nog steeds mooi, maar zal over een maand wilder, groener en mooier zijn. We struinen door voorbeeldtuinen die we al kennen, maar die er in dit seizoen toch weer anders uitzien.

Op een bankje eten we wat. Een paar maanden geleden waren we op zoek naar een mooi, klein bankje, maar we vonden niks dat én het goede formaat én de goede kleur had en dat we allebei mooi vonden. Tenslotte besloten we om het oude bankje van kunststof dat vaal en vlekkerig was geworden nog een kans te geven. Fris geschilderd kan het weer een tijd mee. Maar hier staat het bankje dat perfect in onze tuin zou passen. Op internet vinden we het terug en het is verschrikkelijk duur. Maar zó leuk.

Ik weet ineens wat ik dit jaar voor ’n verjaardag ga vragen.
Altijd inspirerend, een bezoek aan de Tuinen van Appeltern




donderdag 22 april 2021

Ontmoetingen


Als ik een (audio-)interview heb gemonteerd, voelt dat vaak alsof ik er zelf bij geweest ben. Door in zo’n gesprek te knippen, kun je het manipuleren. Ik voel me dan ook altijd erg verantwoordelijk om de montage goed en integer te doen. Je wilt de essentie bewaren van wat iemand heeft willen vertellen. Vooral als het over heel persoonlijke dingen gaat, zoals dat je hele leven overhoop ligt doordat je moet leren omgaan met slechtziendheid of blindheid.

Voor het luistertijdschrift Zienswijs (voor mensen die op latere leeftijd blind of slechtziend werden) monteerde ik twee interviews. Eén met een man die bij het Ministerie van Economische Zaken werkt en te maken kreeg met netvliesloslating. En één met Dominique (45), die op haar weblog Voordathetlichtuitgaat beschrijft hoe ze zich zo goed mogelijk voorbereidt op het leven als blinde dat haar wacht.

Geen van beiden heb ik ooit ontmoet of gesproken, maar ik heb wel het gevoel dat ik ze nu allebei een beetje ken. Misschien geldt dat ook wel voor de luisterende abonnees van het tijdschrift, maar zij hebben niet de aarzelingen, versprekingen en terzijdes gehoord die ik er uit heb geknipt. Of de delen van het gesprek die óók heel interessant waren, maar er uit moesten wegens tijdgebrek.

Zo maak ik, ook in coronatijd, steeds weer kennis met allerlei interessante, nieuwe mensen.

zondag 18 april 2021

Nederlands spreken

Vorige week hadden ze een coronaverdenking, maar na een negatieve test staat het sein weer op groen en kom ik woensdagmiddag voor m’n wekelijkse bezoekje bij N. en haar gezin. Nu het ineens weer koud is, zitten ze veel binnen en vooral haar man H. baalt ervan. De kapperszaak waar hij werkt, heeft door de corona te weinig klandizie, dus er is geen werk voor hem.
Terwijl veel Nederlanders dan gaan klussen of in de tuin werken, is dat voor H. ondenkbaar. In Syrië laat je voor ieder klusje iemand komen die gespecialiseerd is in wat er dan ook moet gebeuren. Vooral toen ze hier nog maar pas waren, verbaasden ze zich erover dat hier in Nederland iedereen van alles zelf doet en kan.

Het is ramadan, maar ik krijg, ondanks protesten, toch koffie met een stukje zelfgebakken cake. De baby slaapt. In een hoekje van de kamer zit driejarige T. te kleuren. Haar grote zus holt heen en weer door de kamer, komt me een tekening brengen, klimt tegen de deurstijlen omhoog, springt op de bank, rent naar de gang… N. zucht dat ze zo druk is en zo weinig eet. Zo blijft ze altijd klein, dun en bleek. Moet ze zich zorgen maken?

Ze vertelt dat T. juist rustig is. ‘Niet roestieg’ klinkt uit het hoekje. En om dat te bewijzen springt T. op en begint net als haar zus door de kamer te rennen. Die spreekt haar in het Arabisch toe, waarop het antwoord verrassend in het Nederlands komt:
‘Boeie’.
 Zus D. pakt plagend een bal af die T. in haar handen heeft en die roept nog een keer ‘boeie’, ze draait zich uitdagend naar mij en haar moeder en herhaalt ‘boeie’. En dan ‘Shit’.
‘ooh,’ zegt haar zus en T. doet er nog een schepje bovenop: ‘shit, what the fuck!’


Nu pakt haar moeder haar bij de arm, kijkt haar aan en vertelt haar ernstig iets in het Arabisch; waarschijnlijk dat ze dat niet mag zeggen. Even zit ze op de grond te spelen met een paar plastic poppetjes. Dan pakt D. haar een popje af en roept ze in duidelijk Nederlands: ‘Hou op!’ En nog een keer ‘HOU OP’.

N. heeft zich vaak tegen me beklaagd dat T. zo weinig gelegenheid krijgt om Nederlands te leren. Ze weigert naar het kinderdagverblijf te gaan (zie Eigenwijze peuter) en haar oudere broer en zus spreken met elkaar wel Nederlands, maar met haar alleen Arabisch.
Als ik haar vandaag bezig hoor, denk ik dat ze binnenkort, als er veel buiten gespeeld wordt in de buurt, snel genoeg bijleert. Misschien wel meer dan haar moeder lief is.

zondag 11 april 2021

Een hele geruststelling

In onze schuur staan een voorraadkast en een vriezer die allebei zo goed gevuld zijn dat we volgens mij moeiteloos een maand belegering aan zouden kunnen. Het is handig om wat in huis te hebben, maar persoonlijk vind ik het een beetje overdreven zo.

Het inkopen van al dat voedsel is dan ook niet mijn werk. Het is H. die altijd ruime hoeveelheden van alles inslaat. Voordat de corona samen winkelen tot een asociale actie maakte, gingen we regelmatig op zaterdag met z’n tweeën ‘grote boodschappen’ doen. Terwijl ik het liefst een lijstje afwerk en dan vlug naar de kassa doorloop, kuiert H. het liefst op zijn gemak langs alle schappen. Het was dan ook logisch dat het eenpersoons winkelen zíjn taak werd.

Maar daarmee ging wel de rem eraf. Terwijl ik vaak bij al te enthousiaste hoeveelheden verse groente vroeg wanneer we dat nou toch op moesten eten of vertelde dat er al drie van die flessen olijfolie in de schuur stonden, kwam nu alles in het winkelkarretje terecht dat H. wel wat leek.
Allemaal best zolang het om dingen gaat die lang bewaard kunnen worden, maar als het er op uit draait dat er eten weggegooid moet worden omdat het niet goed meer is, word ik daar heel chagrijnig van. Dus roep ik voordat H. naar de winkel gaat wat hij vooral níet mee hoeft te nemen en zo gaat het aardig goed.

Alleen die voorraadkast… Vorige week heb ik de bovenste twee planken helemaal leeggehaald en geïnventariseerd. Vijf blikken chilibonen, vijf blikken kikkererwten, diverse blikken andere peulvruchten, vier blikjes ansjovis, kokosmelk, kokoscream, geraspte kokos, vier flessen balsamico, heel veel zeezout. Ik zette alles netjes soort bij soort, maakte een lijstje van alles waar veel van was en plakte dat op de deur.
‘Zo kun je in één oogopslag zien wat er nog is.’

H. knikte. Hij vond het heel netjes en overzichtelijk en kwam de eerstvolgende keer thuis met een extra fles balsamico, want dat was in de reclame.
Zucht.
Mochten we om wat voor reden dan ook een tijd geen boodschappen kunnen doen, dan hebben we in elk geval genoeg balsamico azijn. Een hele geruststelling.

vrijdag 9 april 2021

Maasheggen

Op vrijdag begint mijn weekend en tegenwoordig ook dat van H. En omdat het weerbericht voor de rest van het weekend veel nattigheid belooft, willen we deze vrijdag gaan fietsen. We rijden eerst met de auto naar Boxmeer en vanaf daar fietsen we door het Maasheggenlandschap.

H. heeft deze bestemming uitgezocht en hij wijst me op het landschap alsof hij zelf de heggetjes heeft geplant. Het is dan ook een bijzondere plek, die sinds 2018 de UNESCO status heeft als ‘oudste cultuurlandschap’ van Nederland. We fietsen langs de heggen die uit verschillende struiken bestaan en die de stukjes weide in ongelijke vierkanten verdelen. Afwisselend is het. Tussen de heggen staan knotwilgen en op veel plaatsen zijn poeltjes. De veelgeprezen meidoorn hier bloeit nog niet, maar heeft wel fris blad in een prachtig lichtgroen. En regelmatig komen we langs wolken witte bloesem van de sleedoorn.

We fietsen langs paadjes die ons steeds via allerlei bochten terugbrengen bij de Maas, aan onze linkerhand. De zon schijnt, het is zo rond de tien, twaalf graden. Een perfecte dag.

Na een kilometer of dertig steken we de Maas over met een piepklein veerpontje. Met witte voetstappen is op het dek aangegeven hoe we op een verantwoorde afstand met zes personen op het dek kunnen staan. Maar wij zijn de enige passagiers en zodra we aan boord zijn (en betaald hebben) vertrekken we. Aan de overkant willen twee andere fietsers mee terug.

Aan de andere kant van de Maas is het saaier. Hier fietsen we voornamelijk rechte stukken dicht langs de rivier. Daardoor is de terugweg ook korter en dat is dan weer een voordeel want nu hebben we de wind tegen. In een weiland zien we in de verte een grote groep witte vogels. Als we dichterbij komen zien we dat het zwanen zijn. Wel vijfentwintig! En een eindje verder in een ander veld nóg acht.

Nog een paar kilometer, dan kunnen we de rivier weer oversteken. Deze keer met een grotere veerpont, waar ook auto’s op staan. We zijn niet het enige fietsende duo. Nog vier andere stellen staan met hun fietsen op de boot. De tas met onze spullen hangt aan de fiets van H., die een eind naar voren is gereden. Het betalen laat ik dus aan hem over. Tot mijn ergernis zie ik dat van ieder overstekend paar de man de portemonnee trekt. Belachelijk dat rollenpatroon; volgende keer toch zorgen dat ik wat geld op zak heb.

Het laatste stukje gaat weer langs de Maasheggen. Om ons er even aan te herinneren hoe mooi vooral het eerste stuk van onze fietstocht was. En dan te bedenken dat volgens de website van staatsbosbeheer het mooiste moment hier nog komen moet, namelijk als de meidoorn bloeit. We moeten dus binnenkort nóg een keer.

woensdag 31 maart 2021

Wij adviseren een scheiding

Het is pas 31 maart, maar het lijkt wel zomer. Vanmorgen hebben we allebei thuiskantoor gespeeld en nu zitten H. en ik op het terras te kijken naar de uitbottende struiken. ‘Pieoew, pieoew,’ horen we vanaf het water achter de tuin. Gebonk, een hoop gespetter en van iets verderop weer ‘pieoew’. Nieuwsgierig lopen we naar achteren om te kijken waar die herrie vandaan komt. Bij de schoeiing van de achterburen zijn twee zwanen aan het paren. Het stel zwemt hier al een paar weken rond en H. heeft ze Job en Anna gedoopt.

We gunnen ze hun privacy en lopen terug naar onze tuinstoeltjes. Het geluid verplaatst zich, telkens met een hoop gespetter waar we uit opmaken dat er een soort achtervolging gaande is. Heeft Anna niet zo’n zin in de avances van Job? Een kwartier later blijkt dat er inderdaad geen sprake is van wederzijdse instemming. Een grote, witte zwaan komt ons talud opklauteren en flapt op haar zwarte voeten dwars door de tuin in onze richting.

Als ze niet ver van het terras blijft staan, komt zwaan nummer twee uit het water. Onze buren, die hun terras dichter bij het water hebben, staan bij het gaashek tussen de tuinen, vlakbij de plek waar Job aan wal wil gaan. ‘Ksssst,’ roepen ze en klappen in hun handen. De achtervolger druipt af.  
‘Dat gaat niet goed.’ Zeggen ze tegen ons. ‘Er zit bloed aan haar kop, kijk maar.’
Anna heeft een plek gevonden in de verhoogde bak naast ons terras. Daar blijft ze rechtop staan. Ze houdt ons in de gaten, en ook het water waar haar belager rondzwemt.

Wel een kwartier staat ze zo in de tuin. Dan gaat ze zitten en na een tijdje steekt ze haar snavel tussen d’r veren. We bewegen behoedzaam maar ze trekt zich weinig van ons aan. Een half uurtje later gaat H. naar boven om te schrijven en ik ga naar een afspraak. Ik verwacht dat Anna wel vertrokken zal zijn als ik terugkom, maar ze is er nog steeds. Een paar meter verderop, midden op het stapstenenpad staat ze weer recht op haar zwarte voeten.

En als we buiten gaan eten, is ze er nog steeds. Ik loop op een paar meter afstand voor haar langs om iets in de groenbak te gooien en ze blaast naar me, maar gaat niet weg. Onze tuin is haar Blijf-van-m’n-lijf plek. Het is goed mis tussen Anna en Job. Over knobbelzwanen wordt gezegd dat ze als paar levenslang bij elkaar blijven. Dat lijkt me in dit geval niet zo’n goed idee. Wij adviseren een scheiding, dat lijkt ons wel zo gezond voor Anna. Bij zo’n bullebak wil je toch niet blijven!

 

zondag 28 maart 2021

Specht

Zondagmorgen. Ik ben vroeg wakker geworden omdat ik naar de wc moest, maar opstaan hoeft nog niet. Ik kruip nog even lekker terug in bed. Al gauw slaap ik weer in en ik droom van een concert. Iemand speelt voor een groot publiek op een mondharmonica. Vreemd, het instrument zit nog in een doosje. Terwijl de muzikant speelt, houdt hij het kartonnen doosje met twee handen vast en regelmatig laat hij z’n nagels in een snelle roffel over het karton gaan. RRRRRRt. RRRRRT.

Wat is dat toch voor een geluid? Hoor ik H. naast me zeggen. Ik doe mijn ogen open en hoor wat hij hoort. Een snel getik. De verwarmingsbuizen? Iemand die ergens aan het boren is?  H. stapt uit bed en trekt het gordijn een stukje opzij. Niets te zien. Hij doet het raam open en steekt z’n hoofd naar buiten… Kijkt omhoog: ‘Het is een specht!’ zegt hij verbaasd. Hij zit op het stuk hout hier.
‘Echt waar?’
Hij draait zich naar mij en zegt grinnikend: ‘Ja echt, een specht. En hij blijft gewoon zitten.’
Prrrrrrt.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
‘Ik vind spechten overal leuk,’ zeg ik, ‘behalve als ze ons ornament kapot hameren’.
H. steekt zijn hoofd weer uit het raam.
‘Hij zit op die van de buren,’ zegt hij en roept ‘Hé, kssssst,’ naar de specht. Dat wordt het dier toch te gortig en hij vliegt er vandoor.


Een half uurtje later sta ik op, want E. logeert een nachtje bij ons en we hebben afgesproken om half tien samen te sporten. Ik loop naar de zolderverdieping en klop op haar deur.
‘Ja?’ klinkt het slaperig.
Ik doe de deur op een kiertje.
‘Ben je wakker? We zouden sporten.’
‘Ik hoorde zo’n raar geluid vanmorgen vroeg,’ zegt E. ‘Heel hard. Ik dacht dat er iemand ergens een slot open zaagde of zo.’
‘Het was een specht,’ zeg ik.
‘Echt? Nou zeg, ik dacht nog dat het op het geluid van een specht leek.’

We trekken onze sportkleding aan om de dag te beginnen met een workout. Buiten, op het parkeerterrein. In Amsterdam doet E. dat regelmatig met een of meer vriendinnen nu ze niet naar de sportschool kunnen. Maar hier kijken mensen ons een beetje vreemd aan. Daar trekken we ons niets van aan. Het is heerlijk om ons in de buitenlucht flink uit te sloven. Als we teruglopen staat de overbuurman buiten te klussen.

‘Hé P., vanmorgen zat er een specht bij ons op dat stuk hout voor het raam.’ Ik kijk naar het fris gelakte ornament voor zíjn huis. Er zitten vier scherpe pinnen bovenop. ‘Dat zal bij jou niet gebeuren.’
‘Hij kan er wel op gaan zitten,’ lacht de buurman, ‘maar dan kan ie er nooit meer af.’
Die vogel zal wel beter uitkijken. Ik hoop stiekem wel dat de specht terugkomt. Maar dan gewoon om in een bóóm te hakken en niet in ons huis. 
 




Zinvol werk

“Het is officieel, de subsidie is binnen!” H. komt naar beneden met z’n telefoon in de aanslag, die prompt begint te rinkelen. Ik hoor aan z...