Posts tonen met het label specht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label specht. Alle posts tonen

zondag 28 maart 2021

Specht

Zondagmorgen. Ik ben vroeg wakker geworden omdat ik naar de wc moest, maar opstaan hoeft nog niet. Ik kruip nog even lekker terug in bed. Al gauw slaap ik weer in en ik droom van een concert. Iemand speelt voor een groot publiek op een mondharmonica. Vreemd, het instrument zit nog in een doosje. Terwijl de muzikant speelt, houdt hij het kartonnen doosje met twee handen vast en regelmatig laat hij z’n nagels in een snelle roffel over het karton gaan. RRRRRRt. RRRRRT.

Wat is dat toch voor een geluid? Hoor ik H. naast me zeggen. Ik doe mijn ogen open en hoor wat hij hoort. Een snel getik. De verwarmingsbuizen? Iemand die ergens aan het boren is?  H. stapt uit bed en trekt het gordijn een stukje opzij. Niets te zien. Hij doet het raam open en steekt z’n hoofd naar buiten… Kijkt omhoog: ‘Het is een specht!’ zegt hij verbaasd. Hij zit op het stuk hout hier.
‘Echt waar?’
Hij draait zich naar mij en zegt grinnikend: ‘Ja echt, een specht. En hij blijft gewoon zitten.’
Prrrrrrt.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
‘Ik vind spechten overal leuk,’ zeg ik, ‘behalve als ze ons ornament kapot hameren’.
H. steekt zijn hoofd weer uit het raam.
‘Hij zit op die van de buren,’ zegt hij en roept ‘Hé, kssssst,’ naar de specht. Dat wordt het dier toch te gortig en hij vliegt er vandoor.


Een half uurtje later sta ik op, want E. logeert een nachtje bij ons en we hebben afgesproken om half tien samen te sporten. Ik loop naar de zolderverdieping en klop op haar deur.
‘Ja?’ klinkt het slaperig.
Ik doe de deur op een kiertje.
‘Ben je wakker? We zouden sporten.’
‘Ik hoorde zo’n raar geluid vanmorgen vroeg,’ zegt E. ‘Heel hard. Ik dacht dat er iemand ergens een slot open zaagde of zo.’
‘Het was een specht,’ zeg ik.
‘Echt? Nou zeg, ik dacht nog dat het op het geluid van een specht leek.’

We trekken onze sportkleding aan om de dag te beginnen met een workout. Buiten, op het parkeerterrein. In Amsterdam doet E. dat regelmatig met een of meer vriendinnen nu ze niet naar de sportschool kunnen. Maar hier kijken mensen ons een beetje vreemd aan. Daar trekken we ons niets van aan. Het is heerlijk om ons in de buitenlucht flink uit te sloven. Als we teruglopen staat de overbuurman buiten te klussen.

‘Hé P., vanmorgen zat er een specht bij ons op dat stuk hout voor het raam.’ Ik kijk naar het fris gelakte ornament voor zíjn huis. Er zitten vier scherpe pinnen bovenop. ‘Dat zal bij jou niet gebeuren.’
‘Hij kan er wel op gaan zitten,’ lacht de buurman, ‘maar dan kan ie er nooit meer af.’
Die vogel zal wel beter uitkijken. Ik hoop stiekem wel dat de specht terugkomt. Maar dan gewoon om in een bóóm te hakken en niet in ons huis. 
 




vrijdag 5 juni 2020

Specht

Specht van internet, (eigen foto niet gelukt)
Tik tik – tik tik tik
“Het lijkt wel of ik een specht hoor,” zegt H. Het is vroeg in de avond na een zonnige dag en we zitten buiten op ons terras.
Ik betwijfel het. Van spechten ken ik een ander geluid; een snel, roffelend getik. Niet dit aarzelende zachte. Maar vijf minuten later wijst H. en fluistert “ja hoor, daar zit ie.”
Ik tuur in de richting waarin hij wijst, naar de vijgenboom in de buurtuin. Eerst zie ik niks, maar dan ineens een beweging en daar vliegt iets zwartwits met een klein vlekje felrood weg. Een bonte specht. Wat leuk! Zou hij nog terugkomen?
Ik stuur een appje naar m’n buurman die niet thuis is. “We zagen net een bonte specht in je vijgenboom zitten.”
“Gaaf,” appt hij terug, “Jammer dat ik em gemist heb.”

Een dag later zien we de specht weer. In de vroege avond, tikkend tegen de vijgenboom. “Tjep,” zegt ie af en toe. Zou ik een foto kunnen maken? Maar als ik voorzichtig richting buurtuin sluip, camera in de aanslag, is de vogel alweer gevlogen.

“Tjep, tjep,” ik begin z’n geluid te herkennen. Tik tik tik. Het is nog steeds een bescheiden, aarzelend getik op de vijg. Al googelend leer ik dat spechten om drie redenen op bomen hameren. Als het is om hun territorium af te bakenen, is het een snelle, ratelende hamer. Dat is wat ik ken van boswandelingen. Maar hij hamert ook om een nestholte te maken en om insecten uit de boombast te peuren. Dat laatste doet ie ongetwijfeld in de vijgenboom, want voor een nest is het te laat in het jaar.
Elke dag zie ik hem nu wel een tijdje zitten, verborgen tussen de bladeren, verdwijnend achter de boomstam om aan de andere kant weer tevoorschijn te komen. De buurman is voor een paar weken naar zijn vriendin vertrokken, dus van hem heeft de vogel geen last.

Op tweede pinksterdag ben ik een groot deel van de dag buiten. Ik hoor de specht tikken, zie hem langs de stam scharrelen en dan wegvliegen. Of nee, hij is er nog. Wat zag ik dán met een rode flits wegvliegen? Even later zie ik dat ze met z’n tweeën zijn! Elk aan een kant van de stam, er omheen, stukje omhoog, naar een andere boom… Ik blijf maar kijken.
De volgende dag is er een feestje bij de achterburen. Vanaf vier uur ’s middags is er muziek en in de vroege avond vrolijk geschreeuw en geplons in het zwembad in hun achtertuin. De spechten zijn nergens te bekennen.

En ze blijven weg. Na bijna drie weken lijkt de vijg kaal zo zonder specht. Ze hebben vast met z’n tweeën een betere plek gezocht, bedenk ik. Ergens niet zo dicht bij de mensen. Jammer is het wel, maar ik geef ze geen ongelijk

Wonderlijk dat iets tegelijk sappig én droog kan zijn

Zondagmorgen. We zijn laat opgestaan, maar omdat de tijd vannacht een uur terug is geschoven, zitten we toch nog voor tien uur aan het ontbi...